Compleet isolatieplan voor uw woning uit de periode 1900-1920

Woningen gebouwd in de periode van 1900 tot en met de jaren twintig van de vorige eeuw kenmerken zich vaak door een unieke architectuur en solide metselwerk. Echter, vanuit een modern oogpunt op het gebied van energie-efficiëntie en wooncomfort, kent deze bouwperiode aanzienlijke uitdagingen. De isolatievoorzieningen waren in die tijd nihil of afwezig, wat resulteert in een laag energielabel en hoge stookkosten. Een woning uit deze periode is doorgaans slecht of helemaal niet geïsoleerd. Voor bewoners en vastgoedeigenaren die het comfort willen verhogen en de energierekening willen verlagen, is het essentieel om een gerichte isolatiestrategie te volgen die rekening houdt met de specifieke bouwkundige kenmerken van deze huizen. Dit artikel biedt een gedetailleerd overzicht van de mogelijkheden en aanpak voor het isoleren van een woning uit de jaren 1900-1920.

De bouwkundige context van woningen uit 1900-1920

Om effectief te isoleren, is het cruciaal de basisstructuur van de woning te begrijpen. Woningen uit de periode vóór 1920 zijn over het algemeen niet geïsoleerd gebouwd. Het meest bepalende kenmerk voor de isolatiemogelijkheden is de aanwezigheid van een spouwmuur.

In de bouwgeschiedenis werd de spouwmuur in de jaren zestig van de twintigste eeuw verplicht gesteld voor nieuwe huizen. Voor 1920 was dit het geval niet. De meeste woningen uit de jaren 1900-1920 hebben dan ook geen spouwmuur. Deze huizen bestaan vaak uit massieve muren, ook wel steense muren genoemd, waarbij de binnen- en buitenmuur direct met elkaar verbonden zijn. Dit ontbreken van een luchtspouw sluit spouwmuurisolatie, een relatief goedkope en snelle vorm van muurisolatie, volledig uit.

Daarnaast zijn de vloeren in deze huizen vaak houten vloeren op balken, soms met een kruipruimte, maar deze zijn ongeïsoleerd. Ramen zijn vaak voorzien van enkel glas, wat een enorme bron van warmteverlies is. De daken hebben een houten constructie, doorgaans zonder of met minimale isolatie. Het begrijpen van deze basisstructuur is de eerste stap naar een succesvol isolatieproject.

Dakisolatie: De hoogste prioriteit

Volgens de beschikbare gegevens is het isoleren van het dak de meest rendabele maatregel voor een woning uit de periode 1900-1920. De warmte in een huis stijgt op en ontsnapt via het dak. Zonder isolatie verdwijnt een aanzienlijk deel van de warmte direct naar buiten. Daarom ligt hier de grootste winst op het gebied van energiebehoud.

Voorwaarden voor dakisolatie zijn dat er een dakbeschot zichtbaar moet zijn om het isolatiemateriaal te kunnen plaatsen. In veel huizen uit deze periode is de zolder leeg en toegankelijk, waardoor de zoldervloer of het dakbeschot geïsoleerd kan worden.

Er zijn twee hoofdmethoden voor dakisolatie in deze woningen: 1. Isolatie van de zoldervloer: Als de zolder niet als woonruimte wordt gebruikt, is het isoleren van de zoldervloer een effectieve optie. Dit voorkomt dat warmte naar de onverwarmde zolder stijgt. 2. Dakpanisolatie: Als het dak direct onder de pannen geïsoleerd wordt, kan de zolder als woonruimte worden benut. Soms is er al isolatiemateriaal onder de dakpannen aanwezig van eerdere bewoners. Indien dit oude materiaal is uitgezakt of zijn werking heeft verloren, dient het vernieuwd te worden.

Vloerisolatie: Comfort en energiebesparing

Veel woningen uit de jaren 1900-1920 beschikken over een kruipruimte. Dit is een logische en effectieve plek om te beginnen met isoleren. De houten vloeren en balken zorgen vaak voor tocht en koude voeten, wat het wooncomfort aantast.

De bronnen beschrijven twee opties voor vloerisolatie bij een aanwezige kruipruimte: - Isolatie aan de onderkant van de vloer: Dit houdt de vloer en de kruipruimte warm. - Bodemisolatie: Dit betreft het isoleren van de bodem van de kruipruimte.

Voor beide opties zijn diverse hoogwaardige en duurzame producten beschikbaar, zoals glas- of steenwol of kunststof isolatieplaten. Het isoleren van de vloer levert naast energiebesparing ook een aanzienlijke verbetering van het wooncomfort op.

Muurisolatie: De uitdaging van het ontbreken van een spouw

Muurisolatie is vaak de meest complexe uitdaging bij een woning uit de jaren 1900-1920 vanwege het ontbreken van een spouwmuur. Spouwmuurisolatie is hier uitgesloten. Alternatieven zijn het isoleren aan de binnen- of buitenzijde van de woning.

Buitengevelisolatie: Het isoleren van de buitengevel is een ingrijpende maatregel. Het heeft tot gevolg dat het aanzicht van de woning verandert. Voor woningen met een beschermd stadsgezicht of een monumentale status is deze optie vaak uitgesloten. Daarnaast vereist gevelisolatie aan de buitenkant in veel gevallen een vergunning.

Binnenisolatie (Voorzetwand): Een alternatief is het isoleren van de binnenzijde van de gevel. Dit kan bijvoorbeeld met een voorzetwand. Hoewel dit de uitstraling van de buitenkant behoudt, verliest men binnen ruimte en dient rekening te worden gehouden met de vochthuishouding.

Een specifieke uitzondering kan gelden voor woningen gebouwd in de periode net na 1920. Sommige bronnen suggereren dat huizen gebouwd tussen 1920 en 1945 soms wel over een minimale spouw beschikken (circa 5 cm), oorspronkelijk aangebracht om regenwater tegen te houden. In zeer specifieke gevallen zou deze smalle spouw opgevuld kunnen worden voor spouwmuurisolatie, mits deze vrij is van vuil en voldoende breed is. Echter, voor de typische woning uit 1900-1920 is de spouw afwezig.

Glas- en kozijnisolatie

Het vervangen van glas levert in oude woningen een hoog rendement op. Enkel glas is een belangrijke oorzaak van warmteverlies. De overstap op hoogrendementsglas (HR-glas) is dan ook een aanbevolen maatregel.

Er dient echter rekening te worden gehouden met het gewicht. HR-glas is zwaarder dan enkelglas. Bij het plaatsen van HR-glas in oude kozijnen moet het draaiende deel van het kozijn soms worden aangepast of versterkt om het zwaardere glas te kunnen dragen.

Ventilatie na isolatie

Een belangrijk aandachtspunt bij het isoleren van oudere woningen is de ventilatie. Oudere, slecht geïsoleerde woningen hebben vaak veel kieren en naden. Deze zorgen voor een 'natuurlijke' ventilatie, waardoor de vochthuishouding op peil blijft.

Zodra de woning wordt geïsoleerd en kieren worden gedicht, verandert dit mechanisme. De vochthuishouding in huis wijzigt, wat kan leiden tot vochtproblemen. Het is daarom essentieel om na het isoleren de luchtvochtigheid te controleren met een hygrometer. De ideale luchtvochtigheid ligt tussen de 40% en 55%. Is de luchtvochtigheid te hoog, dan is het belangrijk om beter te ventileren, eventueel door het plaatsen van ventilatieroosters of het installeren van mechanische ventilatie.

Subsidie en financiering

Het isoleren van een oud huis is een investering. De overheid stimuleert deze maatregelen om de duurzaamheid van de woningvoorraad te verhogen. Er bestaat subsidie voor het isoleren van de verschillende delen van de woning. Het raadplegen van de huidige subsidieregelingen kan de financiële haalbaarheid van het project aanzienlijk verhogen.

Conclusie

Het isoleren van een woning uit de periode 1900-1920 is een complex maar zeer lonend project. De afwezigheid van een spouwmuur maakt muurisolatie tot een uitdaging, maar prioriteiten zoals dakisolatie, vloerisolatie en het vervangen van enkel glas bieden aanzienlijke voordelen. Door te kiezen voor dak- en vloerisolatie en hoogrendementsglas, kan de energie-efficiëntie sterk worden verbeterd, het comfort worden verhoogd en de woningwaarde stijgen. Het is van belang om de specifieke bouwkundige kenmerken te herkennen en de juiste isolatiemethode te kiezen, rekening houdend met de vochthuishouding en eventuele monumentale status.

Bronnen

  1. Takkenkamp
  2. Warmer Huis
  3. Eigen Huis
  4. Isolatie Centraal
  5. JB Home
  6. Vastelastenbond

Gerelateerde berichten