Compleet Overzicht van Geluidsisolatie in Woningen: Normen, Indices en Meetmethoden

Inleiding

Goede geluidsisolatie is een fundamenteel aspect van modern wonen en bouwen. Het draagt aanzienlijk bij aan een prettig en duurzaam leefklimaat door ongewenst geluid van aangrenzende ruimtes en van buitenaf te dempen. De effectiviteit van geluidsisolatie hangt af van diverse factoren, waaronder de massa van constructiedelen en de zorgvuldige detaillering van aansluitende bouwdelen. Zware materialen, zoals kalkzandsteenwanden, bieden dankzij hun hoge massa een uitstekende natuurlijke geluidwering. Echter, om deze eigenschappen optimaal te benutten, is het essentieel dat bij het ontwerp en de bouw speciale aandacht wordt besteed aan de aansluitingen om flankerende geluidoverdracht te beperken; dit is geluid dat via andere delen van de constructie wordt overgebracht.

De beoordeling van geluidsisolatie vindt plaats aan de hand van specifieke indices en normen, die wettelijk zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Deze normen onderscheiden verschillende typen geluid, met name luchtgeluid en contactgeluid. Luchtgeluid omvat geluiden die zich via de lucht voortplanten, zoals stemmen, muziek, verkeerslawaai en windgeruis. Contactgeluid daarentegen ontstaat door trillingen die direct in de constructie worden overgebracht, zoals voetstappen of schuivende meubels. In dit artikel wordt een gedetailleerd overzicht gegeven van de belangrijkste indices, normen en meetmethoden die in de bouwpraktijk worden gehanteerd, op basis van de beschikbare technische documentatie.

Belangrijke Indices voor Luchtgeluidisolatie

De kwaliteit van luchtgeluidisolatie wordt in de woningbouw beoordeeld met behulp van karakteristieke maten. Deze metingen houden rekening met de invloed van de ruimte-indeling door de gemeten geluidwering te corrigeren voor de verhouding tussen de grootte van het gemeenschappelijke scheidingsvlak en het volume van de ontvangstruimte. Hierdoor wordt de isolatiekwaliteit beoordeeld onafhankelijk van de specifieke indeling van de woning.

DnT,A,k en Ilu,k

Sinds het Bouwbesluit 2012 is de prestatie voor woningscheidende constructies gebaseerd op de internationale maat DnT;A,k. Een hogere waarde van DnT;A,k duidt op een betere bescherming tegen luchtgeluid. De eis voor woningscheidende constructies, voor verblijfsruimten, geldt voor DnT;A,k en bedraagt ten minste 52 dB.

Een andere belangrijke maat is de karakteristieke geluidsisolatie-index voor luchtgeluid, afgekort als Ilu;k. Deze index geeft de isolatie tussen twee ruimtes aan. De relatie tussen DnT;A,k en Ilu;k is als volgt: Ilu;k = DnT;A,k - 52 dB. Volgens het Bouwbesluit moet de Ilu;k voor de scheidingswand tussen besloten en verblijfsruimtes gelijk zijn aan 0 dB. Dit betekent dat de constructie moet voldoen aan de basisnorm van 52 dB voor DnT;A,k. Voor scheidingsconstructies tussen besloten en niet-verblijfsruimtes van de ene naar de andere woning geldt een eis van Ilu;k van -5 dB.

Rw en R'w

Naast de karakteristieke indices wordt in de praktijk en in productnormen vaak de Rw-waarde gebruikt. De Rw-waarde is een ééngetalsaanduiding die de geluidsisolatie voor verschillende toonhoogten volgens een genormeerde frequentieweging omrekent tot één getal. De Rw is gebaseerd op tertsbanden en staat voor 'Reduction' (reductie) en 'Weighted' (gewogen). De relatie tussen de karakteristieke waarde en de Rw-waarde is als volgt: Rw = DnT;A,k + 2 dB. Dit betekent dat de normwaarde van 52 dB voor DnT;A,k overeenkomt met een Rw-waarde van ten minste 54 dB.

Een andere genoemde waarde is R'w, wat de praktijkwaarde representeert. De relatie hierbij is R'w = Ilu + 54 dB. De normatieve eis voor R'w is minimaal 54 dB.

Vervallen waarden (NEN 5077 2006)

In eerdere normen, zoals NEN 5077 uit 2006, werden andere indices gebruikt. Hoewel deze in het Bouwbesluit 2012 zijn vervangen, worden ze soms nog genoemd voor historische context. De index Ilu (luchtgeluid) werd berekend als Ilu = DnT,A - 51 dB. De karakteristieke versie Ilu,k werd berekend als Ilu,k = DnT,A,k - 52 dB. De eis voor Ilu,k tussen twee woningen was minimaal 0 dB, wat overeenkomt met de huidige eis. De Rw-waarde kon ook worden afgeleid uit Ilu via de formule Rw = Ilu + 59 dB.

STC (Sound Transmission Class)

Een andere internationale maat die soms wordt genoemd is STC (Sound Transmission Class). Dit is een ééngetalsaanduiding voor isolatie van luchtgeluid in de tertsbanden van 100 Hz tot 5 kHz (octaafbanden 125 Hz tot 4 kHz). In de context van de beschikbare data over de Nederlandse regelgeving is STC niet de primaire normatieve maat.

Indices voor Contactgeluidisolatie

Contactgeluidisolatie, ofwel het verminderen van geluidsoverdracht door trillingen in de constructie, wordt gemeten en aangeduid met specifieke indices. De focus ligt hier op het verlagen van het geluidsniveau in de ontvangende ruimte.

LnT,A en Ico

De primaire maat voor contactgeluidisolatie tussen woningen is LnT,A. Dit is een ééngetalsaanduiding die de isolatiewaarde voor contactgeluid aangeeft. De normatieve eis luidt LnT,A <= 54 dB, waarbij geldt dat een lagere waarde een betere isolatie betekent.

Een andere, in het verleden gebruikte index is Ico (contactgeluid). De relatie tussen LnT,A en Ico is als volgt: Ico = 59 - LnT,A. Hierbij geldt dat een lagere LnT,A leidt tot een hogere Ico, en een hogere Ico duidt op een betere isolatie. Volgens het Bouwbesluit moet de Ico voor de scheidingsconstructie tussen besloten en verblijfsruimtes +5 dB liggen. Voor scheidingsconstructies tussen besloten en niet-verblijfsruimtes van de ene naar de andere woning geldt een Ico van -5 dB.

Isolatie-index voor contactgeluid

Naast deze specifieke indices bestaat er een bredere 'isolatie-index'. In de context van contactgeluid wordt aanbevolen een isolatie-index van minimaal +10 dB aan te houden voor een goede isolatie. Deze index geeft aan in hoeverre de gemeten geluidisolatie afwijkt van de normwaarden; een positieve waarde duidt op betere isolatie dan de norm voorschrijft.

Meetmethoden voor Luchtgeluidisolatie

Het bepalen van de luchtgeluidisolatie tussen ruimten vereist een gestandaardiseerde meetprocedure om betrouwbare en vergelijkbare resultaten te verkrijgen.

Opzet van de meting

De meting vindt plaats in een zendruimte en een ontvangruimte. In de zendruimte worden speakers geplaatst waarmee roze ruis wordt geproduceerd met een hoog geluiddrukniveau, circa 100 tot 110 dB. Het streven is om een zo diffuus mogelijk geluidsveld te creëren binnen de zendruimte. Vervolgens wordt het exacte geluiddrukniveau in de zendruimte bepaald met behulp van een geluidmeter. Ook het geluiddrukniveau in de ontvangruimte wordt gemeten.

Correctie voor nagalmtijd

Een essentieel onderdeel van de meting is het bepalen van de nagalmtijd. De gemeten geluidsniveaus worden namelijk genormeerd door ze terug te rekenen naar een ruimte met een standaard nagalmtijd van 0,5 seconden. De nagalmtijd (RT60 in seconden) wordt gemeten. In ruimten met een langere galm (lange nagalmtijd) wordt een hoger geluidsniveau gemeten, en in ruimten met een kortere galm een lager geluidsniveau. Door deze correctie toe te passen, worden de meetresultaten ontdaan van de invloed van de specifieke akoestiek van de ruimte.

Berekening van de isolatiewaarde

Aan de hand van het verschil tussen de geluidrukniveaus in de zend- en ontvangruimte, en gegevens over de ruimten (zoals oppervlakte scheidingsvlak, volume van het ontvangvertrek en de gemeten nagalmtijd), wordt de luchtgeluidsisolatie bepaald. Deze kan worden uitgedrukt als het gewogen lucht-geluidniveauverschil (DnT,A), het karakteristieke lucht-geluidniveauverschil (DnT,A,k) of de karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid (Ilu;k), afhankelijk van het toetsingskader.

Normen voor Omgevingsgeluid

Naast isolatie tussen binnenruimten zijn er ook normen voor de geluidsbelasting vanuit de omgeving. Gemeenten baseren deze normen op de Wet geluidhinder en nemen ze op in bestemmingsplannen via een hogere-waardenbesluit. Hierin zijn zones vastgelegd waarin een hogere geluidsbelasting is toegestaan.

Voorbeelden van toelaatbare geluidsniveaus in verblijfsgebieden zijn: - Bij weg- en spoorweglawaai en vliegtuiglawaai nabij burgerluchthavens: maximaal 33 dB. - Bij industrielawaai: maximaal 35 dB.

In bedgebieden gelden vaak strengere normen, zoals een maximaal toelaatbaar niveau van 28 dB voor weg-, spoor- en vliegtuiglawaai.

Isolatie-index als Algehele Indicator

Naast de specifieke geluidsindices bestaat er een bredere 'isolatie-index' die kan verwijzen naar een indicator voor het algehele isolatieniveau van een gebouw. Deze index kan gebaseerd zijn op de aanwezigheid en kwaliteit van verschillende isolatiemaatregelen, zoals dak-, muur-, vloer- en raamisolatie. Een hogere index duidt op een beter geïsoleerd gebouw. Hoewel de specifieke berekeningsmethoden voor deze algehele index niet in detail worden beschreven, fungeert hij als een globale maatstaf voor het thermische en akoestische comfort.

Conclusie

De beoordeling van geluidsisolatie in woningen is een complex veld met diverse indices en normen, vastgelegd in het Bouwbesluit en aanverwante normen. De belangrijkste indices voor luchtgeluidisolatie zijn DnT,A,k (minimaal 52 dB) en de hieruit afgeleide Ilu;k (minimaal 0 dB tussen verblijfsruimten) en Rw (minimaal 54 dB). Voor contactgeluidisolatie is LnT,A de primaire maat (maximaal 54 dB), met de afgeleide Ico (minimaal +5 dB). De meting van deze waarden verloopt via een gestandaardiseerde procedure waarbij gebruik wordt gemaakt van roze ruis en correctie voor de nagalmtijd van de ruimte. Naast deze specifieke akoestische normen spelen ook de massa van materialen en zorgvuldige bouwdetaillering een cruciale rol in het realiseren van een effectieve geluidwering. Tot slot biedt een bredere isolatie-index inzicht in het algehele isolatieniveau van een gebouw.

Bronnen

  1. KSTilburg - Geluidsisolatie
  2. TBVE - Meten meting luchtgeluid
  3. Joost de Vree - Geluidsisolatie
  4. Bouwencyclopedie - Isolatie-index
  5. AV-Consulting - Luchtgeluid isolatiemeting

Gerelateerde berichten