Fiscale Voordelen voor Duurzame Investeringen: MIA en VAMIL in de Bouw en Tuinbouw

Inleiding

In het huidige economische klimaat staan ondernemers, vastgoedeigenaren en particulieren onder druk om te verduurzamen. De overheid stimuleert deze transitie actief via diverse fiscale regelingen. De belangrijkste regelingen voor investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen zijn de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige Afschrijving Milieubedrijfsmiddelen (VAMIL). Deze regelingen bieden aanzienlijke belastingvoordelen voor investeringen in zowel de bouwsector als de glastuinbouw.

Dit artikel analyseert de beschikbare informatie over deze regelingen, met een specifieke focus op isolatie, groendaken en de certificering van tuinbouwkassen. De analyse is gebaseerd op officiële bronnen en richtlijnen van instanties zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en Stichting Maatlat voor Duurzame Tuinbouw (SMK).

De Structuur van de MIA- en VAMIL-Regelingen

De Milieu-investeringsaftrek (MIA) is een fiscale regeling ontworpen om ondernemers te stimuleren te investeren in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Door gebruik te maken van de MIA kan een ondernemer een significant deel van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst, bovenop de gebruikelijke afschrijving.

Werking en Percentages

Volgens de beschikbare data kan de aftrek oplopen tot 36% van het totale investeringsbedrag. Er bestaat echter ook informatie die een hoger percentage noemt, namelijk 45%. Het is van belang deze cijfers kritisch te bezien. De bronnen geven aan dat de exacte hoogte afhankelijk is van het specifieke milieubedrijfsmiddel en de bijbehorende code op de Milieulijst. De regeling is primair bedoeld voor bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst van de RVO staan.

Naast de MIA is er de VAMIL-regeling. Deze regeling, vaak in combinatie met de MIA toegepast, biedt de mogelijkheid tot willekeurige afschrijving. Dit betekent dat een ondernemer het bedrijfsmiddel in één keer volledig kan afschrijven, wat leidt tot een directe verlaging van de fiscale winst in het jaar van investering. De combinatie van MIA en VAMIL kan leiden tot een aanzienlijk liquiditeitsvoordeel en een verlaging van de belastingdruk.

Aanvraagprocedure

De aanvraag voor de MIA verloopt via het eLoket van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Hierbij gelden strikte procedures: 1. Controle Milieulijst: De investering moet vallen onder een code die op de Milieulijst staat. 2. Timing: De aanvraag moet binnen drie maanden na het geven van de opdracht worden ingediend. 3. Melding: In tegenstelling tot sommige gemeentelijke subsidies hoeft de MIA niet vooraf te worden goedgekeurd, maar moet de investering wel worden gemeld.

Er kan ook met terugwerkende kracht gebruik worden gemaakt van de regeling, mits de aanvraag binnen de gestelde termijn wordt ingediend.

Isolatie: Energiebesparing via Fiscale Voordelen

Een van de meest toepasselijke categorieën voor de MIA voor de bouw- en renovatiesector is isolatie. Duurzame isolatie draagt direct bij aan energie-efficiëntie en verlaging van de CO2-uitstoot van gebouwen.

Toepassingen op de Energielijst

Volgens de Energielijst, die onderdeel uitmaakt van de regeling, is isolatie te vinden onder de noemer ‘Isolatie voor bestaande constructies’. Dit biedt kansen voor renovatieprojecten. De regeling is expliciet bedoeld voor ondernemers die hun bedrijfspand willen isoleren en energiezuiniger willen maken.

Hoewel de specifieke technische details per isolatiemateriaal niet volledig uiteen worden gezet in de beschikbare data, wordt duidelijk dat de regeling breed is opgezet. Denk hierbij aan: - Dakisolatie - Vloerisolatie (inclusief kruipruimte) - Spouwmuurisolatie - Bodemisolatie

De bronnen vermelden dat er vaak vragen bestaan over de mate van overlast bij dergelijke werkzaamheden, maar bieden geen specifieke data over de impact van de isolatie zelf op de fiscale aftrekpost. Wel is het een feit dat het investeren in deze maatregelen via de MIA fiscaal aantrekkelijk is gemaakt.

Groendaken als Isolatie en Waterbeheer

Een specifieke vorm van duurzame investering die in meerdere bronnen wordt genoemd, is het groendak. Hoewel groendaken vaak worden gezien als maatregel voor waterberging en biodiversiteit, dragen ze ook bij aan thermische isolatie en de verlenging van de levensduur van de dakbedekking.

De bronnen specificeren de criteria voor een groendak onder de bedrijfsmiddelcode F-5300. Een groendak moet bestemd zijn voor het van beplanting voorzien van het dak van een bedrijfsgebouw of woning. De definitie omvat een vegetatielaag, substraatlaag, drainagelaag, en optioneel kunstmatige bevloeiing, verankering en constructieve aanpassingen.

Voor groendaken wordt een concrete berekening van het fiscale voordeel gegeven. De RVO hanteert een maximale investeringskostengrens van € 600 per m² BVO (bruto vloeroppervlakte). Als een ondernemer investeert in een groendak van 5.000 m², komt het maximale bedrag dat voor MIA in aanmerking komt uit op € 3.000.000.

Tuinbouwkassen: Certificering en Subsidies

De glastuinbouw is een sectoren waar energie-efficiëntie en milieubelasting centraal staan. De bronnen bieden specifieke informatie over de certificering van kassen en de relatie met fiscale regelingen.

Groen Label Kas (GLK)

De Stichting Maatlat voor Duurzame Tuinbouw (SMK) beheert het keurmerk ‘Groen Label Kas’ (GLK). Een GLK-certificaat is een erkenning voor tuinbouwkassen die voldoen aan strenge milieueisen op het gebied van: - Klimaat - Energie - Gewasbescherming - Lichthinder - Waterkwaliteit en -kwantiteit

Het certificaat is bedoeld voor kassen die bedrijfsmatig worden gebruikt voor het telen van tuinbouwgewassen en die een lagere milieubelasting hebben.

Overheidsregelingen voor Kassen

Het bezit van een GLK-certificaat is een vereiste of een faciliterende factor voor deelname aan specifieke overheidsregelingen. De bronnen vermelden dat tuinbouwkassen met een GLK-certificaat kunnen deelnemen aan: 1. MIA\Vamil: De eerder besproken fiscale regelingen. 2. Regeling groenprojecten: Een regeling voor investeringen in groene projecten. 3. BL Plus lening: Een lening onder het Borgstellingskrediet voor de Landbouw.

Deze koppeling tussen certificering en financieringsmogelijkheden benadrukt het belang van duurzame certificering voor de financiële haalbaarheid van investeringen in de glastuinbouw.

Circulair Bouwen en Biobased Materialen

Naast energiebesparing en waterkwaliteit richt de MIA-regeling zich steeds meer op circulair bouwen en biobased materialen. Hoewel de specifieke data over biobased materialen schaars is in de gegeven chunks, bevat de informatie over circulair bouwen belangrijke details over de administratieve afhandeling.

Criteria voor Circulaire Gebouwen

Voor investeringen in circulaire gebouwen gelden specifieke eisen. De investering kan maar één keer worden gemeld voor de MIA. Indien een gebouw niet voldoet aan de eisen voor circulaire gebouwen, is het mogelijk de investering onder een andere code op de Milieulijst te beoordelen, mits aan die eisen wordt voldaan.

Een essentieel onderdeel van de aanvraag voor circulair bouwen is de rol van de assessor. De bronnen benadrukken dat het hier gaat om de inzet van een GPR- of BREEAM-assessor voor de borging van de gestelde eisen. Het assessmentrapport voor het ontwerp moet voldoen aan de eisen zoals gesteld in de Milieulijst en de Handreiking Circulaire gebouwen.

Onafhankelijkheid en MPG

Een kritiek punt in de regeling is de onafhankelijkheid. De assessor die het ontwerp of het opleverassessment valideert, mag niet dezelfde partij zijn als de opsteller van het ontwerp. Dit waarborgt de objectiviteit. Hoewel er geen eisen worden gesteld aan de peildatum voor de Milieuprestatie Gebouw (MPG) voor circulaire gebouwen, ligt deze volgens de richtlijnen logischerwijs tussen de aanvraagdatum van de omgevingsvergunning en de datum van het opstellen van het ontwerpassessment.

Conclusie

De analyse van de bronnen toont aan dat de MIA en VAMIL krachtige instrumenten zijn voor ondernemers en vastgoedeigenaren die willen investeren in duurzaamheid. De regelingen bieden concrete voordelen voor isolatieprojecten, de aanleg van groendaken en de bouw van energiezuinige of gecertificeerde tuinbouwkassen.

Voor de bouwsector is de focus duidelijk gericht op het verbeteren van bestaande constructies via isolatie en het implementeren van water- en isolerende maatregelen via groendaken. In de tuinbouw is het GLK-certificaat de sleutel tot toegang tot financiële faciliteiten. Daarnaast biedt de regeling ruimte voor innovatie in circulair bouwen, mits de administratieve randvoorwaarden, zoals het inschakelen van een onafhankelijke assessor, strikt worden nageleefd.

Voor partijen die overwegen te investeren, is het raadzaam de actuele Milieulijst te raadplegen en de aanvraag tijdig in te dienen via het eLoket van de RVO om het maximale fiscale voordeel te realiseren.

Bronnen

  1. Groen Label Kas
  2. Subsidie Woningisolatie - MIA
  3. Nature Green - MIA
  4. NKBB - FAQ MIA Regeling
  5. RVO - MIA VAMIL Veelgestelde vragen

Gerelateerde berichten