Inleiding
De behandeling van gedetineerden in penitiaire inrichtingen is een complex onderwerp dat zowel juridische, ethische als psychologische dimensies kent. In Nederland is de discussie rondom de detentieomstandigheden van Mohammed B., de veroordeelde moordenaar van Theo van Gogh, hier een sprekend voorbeeld van. Centraal in deze discussie staat het fenomeen van isolatie, oftewel eenzame opsluiting. De bronnen bieden inzicht in de specifieke omstandigheden waaronder Mohammed B. zijn levenslange gevangenisstraf uitzit, de redenen achter deze maatregelen en de mogelijke gevolgen voor zijn mentale gesteldheid. Hoewel de context van deze casus verschilt van de dagelijkse praktijk in de bouw en vastgoed, biedt de analyse van structurele veiligheid, regime-invulling en de impact van langdurige opsluiting waardevolle inzichten voor professionals die betrokken zijn bij het ontwerp en de realisatie van gesloten inrichtingen en justitiële complexen.
De bronnen beschrijven dat Mohammed B. verblijft in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught, een locatie die specifiek is ingericht voor gedetineerden met een hoog veiligheidsrisico. Hier wordt hij onderworpen aan een streng regime, gekenmerkt door extreme isolatie. De motieven voor deze aanpak liggen voornamelijk in het voorkomen van radicalisering en het waarborgen van de algemene veiligheid binnen de inrichting. Tegelijkertijd roepen deze maatregelen vragen op over de naleving van internationale verdragen en de psychologische schade die langdurige isolatie kan toebrengen. Dit artikel analyseert de beschikbare informatie over deze casus en plaatst deze in een bredere context van detentieomstandigheden en de fysieke en psychologische infrastructuur van gevangenissen.
Het Justitiële Kader en het Ontstaan van de Terroristenafdeling
Om de situatie van Mohammed B. te begrijpen, is het noodzakelijk te kijken naar de ontwikkeling van het Nederlandse gevangeniswezen na de moord op Theo van Gogh. De bronnen vermelden dat Mohammed B. onderdeel uitmaakte van de Hofstadgroep, een groep radicale moslims. Na de arrestatie van de leden van deze groep werd duidelijk dat justitie vreesde dat zij andere gedetineerden zouden proberen te radicaliseren. Dit leidde tot de invoering van een nieuw beleid.
De Hofstadgroep en Radicalisering
Justitie identificeerde het verspreiden van extremistische ideologieën binnen reguliere gevangenissen als een significant veiligheidsrisico. De overtuigingskracht van figuren als Mohammed B. en Samir A. werd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid als reëel gevaar ingeschat. De gedachte was dat hun denkbeelden "besmettelijk" zouden kunnen zijn en zich als een bacterie zouden kunnen verspreiden onder medegedetineerden. Dit perspectief vormde de basis voor een plan om terreurverdachten en veroordeelde terroristen voortaan te scheiden van de algemene gevangenispopulatie.
Het Concept van de Terroristenafdeling (TA)
Als direct gevolg van deze vrees werd de Terroristenafdeling (TA) in het leven geroepen. Deze speciale afdeling, gevestigd in de gevangenis in Vught, is bedoeld om de isolatie van deze specifieke groep gedetineerden te bewerkstelligen. Het doel is tweeledig: het voorkomen van recidive en radicalisering van anderen, en het beheersen van de veiligheidssituatie binnen de muren van de inrichting. De TA is ondergebracht in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI), ook wel Unit 5 genoemd. Hoewel de EBI officieel een aparte entiteit is, huisvest deze tegenwoordig ook een specifieke afdeling van de TA met het hoogste veiligheidsniveau. De overige vier TA-afdelingen in Vught zijn in een ander gebouw ondergebracht, wat aangeeft dat er binnen het complex sprake is van een gelaagd veiligheidsregime.
Het Regime in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI)
De EBI in Vught staat bekend als een van de meest beveiligde gevangenissen van Nederland. Voor gedetineerden als Mohammed B. betekent dit een bestaan dat wordt gedomineerd door isolatie en streng toezicht.
Isolatie als Veiligheidsmaatregel
De bronnen beschrijven dat Mohammed B. vanaf het begin van zijn detentie in de EBI verblijft, en niet op de reguliere TA. Hier ondergaat hij een regime waarbij hij 23 uur per dag in eenzame opsluiting doorbrengt. Het enige uurtje dat hij mag luchten, doet hij eveneens alleen. De reden die hiervoor wordt gegeven, is dat de gevangenisleiding vreest dat hij anders medegevangenen zou kunnen bekeren tot zijn versie van de islam. Dit beleid is erop gericht elke vorm van contact met andere gedetineerden te voorkomen om zo de verspreiding van jihadistische denkbeelden te elimineren.
Incidenten en Disclipinaire Maatregelen
De strikte isolatie is niet altijd onverdeeld. De bronnen vermelden een incident in 2017, kort voor de correspondentie met 'gevangene X' begon. Mohammed B. hoorde dat drie mannen, verdacht van het gooien van molotovcocktails naar een moskee in Enschede, waren ondergebracht op de TA, in het deel waar ook moslimvrouwen verbleven. Uit woede over deze situatie, waarin hij mogelijk een veiligheidsrisico voor de vrouwen zag, sloeg hij de keuken van de afdeling kort en klein. Als straf voor deze daad werd hij tijdelijk in isolatie geplaatst. Dit toont aan dat het isolatieregime zowel een standaardveiligheidsmaatregel is als een disciplinaire straf kan inhouden.
Ondanks de straf had zijn actie volgens de bronnen effect; de volgende dag werden de vrouwen naar een andere plek verplaatst, verder weg van de daders. Dit leidde tot een briefwisseling met 'gevangene X', die Mohammed B. wilde bedanken voor zijn inzet. De eerste brief van X kwam overigens niet aan, "vanwege opruiende inhoud", wat de strikte censuur op communicatie illustreert.
Correspondentie met Medegedetineerden
De bronnen belichten ook de correspondentie tussen Mohammed B. en Ridouan T., een andere gedetineerde in de EBI. Deze brieven, in totaal 119 pagina's handgeschreven tekst in het Nederlands, Engels en Arabisch, zijn door de advocaten van Ridouan T. openbaar gemaakt om speculaties over "extremistische gevaren" tegen te gaan. Justitiële diensten hebben de brieven gecontroleerd en goedgekeurd. Uit analyses van deze correspondentie door experts zoals Bart Schuurman enȹ K. De Koning blijkt dat Mohammed B. consistent vasthoudt aan zijn ideologie. Hij positioneert zich als een islam-expert en leraar, zoals hij dat ook was binnen de Hofstadgroep. Hij uiterst zich kritisch over democratie en wereldlijke macht, en pleit voor God als enige machthebber. Zijn teksten worden beschouwd als salafistisch ("terug naar de bron") en niet per se expliciet gewelddadig, althans niet in de brieven die de censuur doorkomen. Desondanks wordt hij gezien als een voorbeeld voor mensen die het jihadistische pad opgaan.
Psychologische Gevolgen en Maatschappelijke Reflectie
De extreme isolatie van Mohammed B. roept vragen op over de psychologische impact en de ethische grenzen van detentie.
Het Risico op Psychische Ontregeling
Volgens de bronnen, waaronder uitspraken van Abida (de vrouw van medegedetineerde Samir A.), zou Mohammed B. langzaam gek worden door de 23 uur durende eenzame opsluiting per dag. In tegenstelling tot Samir A., die in 2013 vrij zou komen en zijn tijd nuttig besteedde met een studie, heeft Mohammed B. geen enkel perspectief op vrijlating. Deze combinatie van langdurige isolatie en het ontbreken van een toekomstperspectief wordt beschouwd als een recept voor psychische schade. De vraag wordt gesteld of het regime hem uiteindelijk krankzinnig zal maken. De manier van vasthouden zou "best gekmakend kunnen zijn".
De Discussie over Beschaving en Rechtspositie
De discussie over de isolatie van Mohammed B. reikt verder dan de individuele casus. De Europese Organisatie ter bescherming van de Rechtspositie van Gedetineerden (EORG) stelt dat de eenzame opsluiting onwettig is en in strijd met internationale verdragen. Tegelijkertijd is er een maatschappelijke discussie over de vraag hoe een democratie om moet gaan met zware criminelen en terroristen. De bronnen vermelden dat er "grimmige voldoening" wordt gelezen in internetcomments over het psychisch ontregelen van B., maar er is ook een tegengeluid. Eenieder die stelt dat "als Mohammed B. gek wordt, dan moeten er maatregelen genomen worden om dat te voorkomen", doet dit vanuit het idee dat een straf alleen zin heeft als deze wordt begrepen. Bovendien is het voorkomen van psychische degradatie een kwestie van beschaving, precies het type beschaving dat men zegt te verdedigen tegen figuren als Mohammed B.
Conclusie
De casus Mohammed B. biedt een gedetailleerd kijkje achter de schermen van het hoogste veiligheidsniveau binnen het Nederlandse gevangeniswezen. De bronnen schetsen een beeld van een gedetineerde die in isolatie wordt gehouden ter voorkoming van radicalisering, maar die desondanks zijn ideologieën blijft uitdragen via gecensureerde brieven. De maatregelen, genomen door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zijn gericht op het neutraliseren van een potentieel gevaar voor de samenleving, zowel binnen als buiten de gevangenismuren.
Tegelijkertijd benadrukt de casus de ethische en juridische dilemma's die kleven aan langdurige isolatie. De psychologische druk die wordt opgebouwd door het ontbreken van perspectief en sociaal contact, is een factor die zorgvuldig moet worden afgewogen tegenover de veiligheidsbelangen. Hoewel de specifieke context van terrorismebestrijding verschilt van de algemene praktijk in de bouw en renovatie, blijft de kennis van de fysieke en mentale impact van gesloten omgevingen relevant voor architecten en bouwers die betrokken zijn bij de inrichting van justitiële complexen. De ontwikkeling van de TA en de EBI laat zien hoe infrastructuur en regime hand in hand gaan bij het managen van hoogrisicogedetineerden. De discussie over de effectiviteit en menselijkheid van deze aanpak blijft voortduren, zoals blijkt uit de kritische noties van organisaties als de EORG en de reflecties van experts en nabestaanden.