Richtlijnen voor Isolatie en Besmettelijkheid bij COVID-19: Een Overzicht voor Patiënten en Huisgenoten

De COVID-19-pandemie heeft een onuitwisbare impact gehad op de volksgezondheid en heeft geleid tot de ontwikkeling van talloze richtlijnen om de verspreiding van het SARS-CoV-2-virus te beperken. Begrip van wanneer een persoon niet meer besmettelijk is en wanneer isolatiemaatregelen kunnen worden opgeheven, is cruciaal voor zowel de patiënten zelf als voor hun omgeving, waaronder huisgenoten en zorgverleners. De beschikbare literatuur en richtlijnen bieden inzicht in de complexiteit van deze vraag, waarbij factoren zoals de ernst van de ziekte, de immunologische status van de patiënt en de resultaten van laboratoriumtests een doorslaggevende rol spelen.

Dit artikel vat de huidige inzichten samen over de duur van de isolatie, de besmettelijke periode en de criteria die worden gebruikt om de veiligheid te waarborgen, op basis van wetenschappelijke evidentie en overheidsadviezen.

De Duur van de Isolatie

De richtlijnen voor isolatie zijn in de loop der tijd geëvolueerd, gaande van strengere maatregelen tot meer pragmatische benaderingen. In het begin van de pandemie was het advies vaak om 10 volledige dagen in isolatie te blijven. Echter, op basis van nieuwe inzichten werd dit later aangepast.

Volgens de richtlijnen van de CDC (zoals vermeld in de bronnen) werd aanbevolen om 5 dagen in isolatie te gaan, ongeacht de vaccinatiestatus, indien men positief test op COVID-19. De voorwaarde om de isolatie na deze 5 dagen te verlaten, was dat er geen symptomen meer waren of dat de symptomen waren verbeterd, en dat er ten minste 24 uur geen koorts was geweest. Dit was een afweging tussen het beperken van de verspreiding en de praktische haalbaarheid voor de samenleving. Sinds maart 2023 is er in Nederland echter geen formeel isolatieadvies meer van kracht, zoals vermeld in de richtlijnendatabase. Desondanks blijven de principes van besmettelijkheid en voorzorgsmaatregelen relevant voor wie te maken heeft met het virus.

De bronnen vermelden dat het van cruciaal is om de isolatie pas te verlaten wanneer de criteria zijn voldaan. Voor patiënten die positief testen en symptomen hadden, gold dat de isolatie na vijf volledige dagen kon worden beëindigd als ze 24 uur koortsvrij waren zonder gebruik van koortsverlagende medicatie en hun andere symptomen waren verbeterd. Als men nog steeds positief test op of na dag 5, of als men niet wordt getest, werd geadviseerd zich 10 volledige dagen te isoleren en tot er geen koorts meer is.

De Besmettelijke Periode en Transmissierisico

De vraag "Wanneer is een COVID-19 patiënt niet meer besmettelijk?" is complex en hangt af van meerdere factoren. De kans op transmissie is het grootst vanaf 2 dagen voor de start van de symptomen tot 3 dagen na het begin ervan. Daarna neemt de kans op transmissie af tot dag 5. Tussen dag 5 en dag 7 is het risico niet goed bekend, maar lijkt het beperkt. Echter, gemiddeld is een persoon ongeveer acht dagen besmettelijk, hoewel dit varieert afhankelijk van de ernst van de ziekte.

Een belangrijk concept in de beoordeling van besmettelijkheid is de aanwezigheid van "kweekbaar virus". Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de aanwezigheid van SARS-CoV-2 RNA (gedetecteerd door RT-PCR) niet altijd correleert met de aanwezigheid van virus dat daadwerkelijk kan groeien en infecteren (kweekbaar virus).

Verschillende studies leveren hierover waardevolle informatie: - Bullard et al. (2020) toonde aan dat bij SARS-CoV-2 positieve luchtwegmonsters met een RT-PCR Ct-waarde ≥ 24 en ≥ 8 dagen symptomen, geen kweekbaar virus meer kon worden aangetoond. - Sonnleitner et al. (2021) vond een negatieve correlatie tussen de Ct-waarde en de kans op een succesvolle viruskweek. De kans op kweekbaar virus was zeer klein bij een Ct-waarde boven de 30. - Yamada et al. (2021) toonde aan dat in monsters met Ct-waarden onder 20,2 kweekbaar virus werd aangetoond, hoewel er ook in een klein percentage (6,9%) van de monsters met Ct-waarden > 35 nog virus in de kweek werd aangetoond. - Glans (2021) onderzocht gehospitaliseerde patiënten en vond dat bij een SARS-CoV-2 specifieke IgG-titer boven 40 of neutraliserende antilichamen boven 10, geen levensvatbaar virus meer gekweekt kon worden, ondanks dat de PCR-test positief bleef.

Deze bevindingen suggereren dat hoewel een persoon nog steeds positief kan testen, het risico op daadwerkelijke transmissie afneemt naarmate de tijd verstrijkt en de hoeveelheid virus (en de Ct-waarde) afneemt.

Specifieke Criteria voor het Opheffen van Isolatie

Voor het opheffen van isolatie worden verschillende criteria gehanteerd, afhankelijk van de situatie van de patiënt.

Immuuncompetente Patiënten

Voor patiënten met een normaal functionerend immuunsysteem (immuuncompetent) wordt geadviseerd om de isolatie op te heffen na minstens 5 dagen na de eerste ziektedag, mits er tenminste 24 uur klachtenvrij is. Dit is de meest toegepaste pragmatische regel.

Immuungecompromitteerde Patiënten

Voor patiënten met een verminderde weerstand (immuungecompromitteerd) gelden strengere criteria. Naast de 5 dagen en 24 uur klachtenvrij, wordt overwogen om een PCR-test van de nasopharynx of keel uit te voeren. Als de Ct-waarde laag is (bijvoorbeeld < Ct24), wordt overwogen de isolatie voort te zetten, omdat dit duidt op een hoge virale lading en een groter risico op besmettelijkheid.

Patiënten die Beademd Zijn of een Tracheostoma Hebben

Voor ernstig zieke patiënten die beademd zijn of een tracheostoma hebben, is het lastiger om een standaardtermijn te hanteren. Hier wordt gekeken naar de Ct-waarden in diepe luchtwegmonsters (zoals sputum of uitzuigsel). Als er na 14 dagen aanhoudende hoge Ct-waarden zijn (bijvoorbeeld > Ct30), kan worden besloten de isolatie te beëindigen.

De Rol van Viruskweek en Klachten

Viruskweek wordt nog steeds gezien als de beste proxy voor de aanwezigheid van besmettelijk virus. Echter, dit is een complexe en tijdrovende test die niet routinematig wordt uitgevoerd. De kans op transmissie wordt ook vermoedelijk groter door de aanwezigheid van klachten zoals hoesten, niezen of een loopneus, omdat deze de verspreiding van ademhalingsdruppels bevorderen.

Herstel en Long-COVID

Naast de besmettelijkheid is het herstelproces van de patiënt zelf van belang. De behandeling van COVID-19 kan bestaan uit zuurstoftherapie bij ademhalingsproblemen, antivirale medicijnen en ziekenhuisopname voor kritieke gevallen.

De herstelfase voor milde en matige gevallen begint doorgaans binnen 14 dagen. Gedurende deze periode nemen koorts en hoest af en verbetert de algemene gezondheid. Hoewel milde gevallen vaak tot volledig herstel leiden, kunnen mensen met ernstige infecties nog weken na de acute ziekte last houden van aanhoudende symptomen, zoals vermoeidheid, hoesten of een verminderd reuk- en smaakvermogen. Dit staat bekend als Long-COVID (21+ dagen).

Om het herstel te ondersteunen, is het essentieel om: - Voldoende rust te nemen. - Voldoende vocht te drinken. - Een voedzaam dieet te volgen (het lichaam heeft extra eiwit en energie nodig om spierverlies te voorkomen). - Het immuunsysteem de tijd te geven zichzelf te herstellen.

Maatregelen voor Huisgenoten

Voor huisgenoten van iemand die besmet is met het coronavirus, geldt dat zij tot 14 dagen na het laatste contact met de besmette persoon nog ziek kunnen worden. Daarom werd geadviseerd om thuis in quarantaine te blijven en leefregels te volgen om te voorkomen dat men zelf ziek wordt of anderen besmet. Hoewel de strikte quarantaineplicht is vervallen, blijft het belangrijk om voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals het monitoren van klachten en het beperken van contacten bij twijfel over besmettelijkheid.

Conclusie

De vraag wanneer een COVID-19 patiënt niet meer besmettelijk is, kan niet met een eenduidig antwoord worden beantwoord. De huidige inzichten, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en richtlijnen, wijzen op een gecombineerde benadering waarin tijd (dagen na eerste ziektedag), klachten (koortsvrij, verbetering symptomen) en laboratoriumparameters (Ct-waarden) een rol spelen.

Voor de meeste patiënten met een normale weerstand geldt een isolatieperiode van 5 dagen, mits de klachten zijn afgenomen en er 24 uur geen koorts is geweest. Voor kwetsbare groepen, zoals immuungecompromitteerden of ernstig zieke patiënten die beademd worden, zijn de criteria strenger en is laboratoriummonitoring vaak noodzakelijk. Ondanks het vervallen van de wettelijke isolatieplicht, blijft het van groot belang om verantwoordelijkheid te nemen en de verspreiding van het virus te minimaliseren totdat de besmettelijkheid voldoende is afgenomen.

Bronnen

  1. Wanneer kun je stoppen met het isoleren van COVID
  2. Niet meer besmettelijk na COVID-19 2024
  3. How long does it take to recover from COVID-19?

Gerelateerde berichten