Inleiding
De uitbraak van het SARS-CoV-2 virus heeft wereldwijd geleid tot een complexe set van maatregelen en richtlijnen om verspreiding te voorkomen. In de context van wonen en leefomgeving is het begrijpen van deze maatregelen essentieel, niet alleen voor de volksgezondheid, maar ook voor het beheren van de eigen woning, het onderhoud van het huis en het waarborgen van een veilige leefomgeving voor familie en bezoekers. Hoewel de meest strikte lockdown-maatregelen inmiddels zijn vervallen, blijft de kennis over besmettelijkheid en isolatie relevant voor eigenaren van onroerend goed en professionals in de bouwsector, vooral wanneer het gaat om het plannen van renovaties of het bezoeken van kwetsbare personen.
De beschikbare bronnen bieden inzicht in de ontwikkeling van het virus, de duur van de besmettelijkheid en de aanbevolen isolatiemaatregelen. Hoewel de informatie deels dateert uit 2021, 2022 en 2023, biedt het een gedetailleerd beeld van de wetenschappelijke consensus op dat moment over hoe lang iemand besmettelijk is en hoe men moet handelen bij aanhoudende klachten na een positieve test. Dit artikel vat de belangrijkste richtlijnen samen met betrekking op isolatie, testen en de relatie tussen virale lading en besmettelijkheid.
De Duur van de Besmettelijke Periode
Het bepalen van het exacte moment waarop een persoon niet meer besmettelijk is, is complex en hangt af van verschillende factoren, waaronder de aanwezigheid van klachten en de resultaten van laboratoriumtesten.
Klachten als indicator
Voor symptomatische infecties geldt volgens de richtlijnen dat de besmettelijke periode start twee dagen voordat de klachten beginnen. De periode van daadwerkelijk hoge besmettelijkheid eindigt in de meeste gevallen wanneer de persoon 24 uur klachtenvrij is, op voorwaarde dat dit minimaal 5 dagen na het starten van de symptomen is.
Een vaak gestelde vraag is of iemand na 7 dagen nog besmettelijk is. De informatie geeft aan dat de kans op transmissie het grootst is vanaf 2 dagen voor tot 3 dagen na het starten van de symptomen. Na deze piek neemt de kans op verspreiding af tot dag 5. De periode tussen dag 5 en dag 7 wordt beschouwd als een grijs gebied; het risico is hier niet goed bekend, maar lijkt beperkt. Desondanks wordt er in sommige richtlijnen gesuggereerd dat besmette personen tot 10 dagen na de diagnose besmettelijk kunnen zijn, hoewel de noodzaak voor strikte isolatie na de eerste dagen afneemt.
Een andere indicator die wordt genoemd, is het verdwijnen van hoesten of koorts. De kans om anderen te besmetten wordt verondersteld te blijven bestaan tot drie dagen na het stoppen met hoesten of het verdwijnen van de koorts. Men gaat er algemeen van uit dat iemand veertien dagen na het begin van de symptomen niet meer besmettelijk is, mits er geen symptomen meer aanwezig zijn.
Virale lading en testuitslagen
De relatie tussen testuitslagen en daadwerkelijke besmettelijkheid is complex. Hoewel een PCR-test positief kan blijven, betekent dit niet automatisch dat het virus nog kweekbaar (en dus besmettelijk) is.
- PCR en Ct-waarden: Onderzoek (zoals vermeld in de bronnen) toont een negatieve correlatie tussen de Ct-waarde (Cycle Threshold) van een PCR-test en de kans op het isoleren van kweekbaar virus. Een hogere Ct-waarde duidt op een lager viral load. Wanneer de Ct-waarde boven de 30 ligt, is de kans op het vinden van kweekbaar virus zeer klein. Echter, er zijn ook uitzonderingen waarbij bij hoge Ct-waarden (boven 35) nog steeds kweekbaar virus werd aangetoond, zij het in een klein percentage (6,9%).
- Specifieke studies: Een studie (Glans, 2021) toonde aan dat bij patiënten met een hoge titer aan SARS-CoV-2 specifieke IgG-antistoffen (boven 40) of neutraliserende antistoffen (boven 10), geen levensvatbaar virus meer gekweekt kon worden, ondanks dat de PCR-test positief bleef. Dit suggereert dat een positieve PCR-test na verloop van tijd vaak overblijfselen van dode viruseiwitten detecteert in plaats van actief, replicerend virus.
- Duur van positieve tests: Naast PCR-tests kunnen bepaalde tests, zoals NAAT-tests, tot 90 dagen lang een positief resultaat tonen, terwijl de persoon al lang niet meer besmettelijk is. Dit benadrukt het belang van het niet louter vertrouwen op testuitslagen zonder naar de klinische situatie (klachten) te kijken.
Isolatiemaatregelen en Praktische Handelingen
De adviezen rondom isolatie zijn in de loop der tijd aangepast. Hoewel verplichte isolatie voor de algemene bevolking niet langer van toepassing is, worden er nog steeds adviezen gegeven om verspreiding te voorkomen.
De basisregels van isolatie
De meest gangbare isolatieperiode die in de bronnen wordt genoemd, is 5 dagen. Dit wordt als volgt gedefinieerd: * Bij symptomen: Dag 0 is de dag dat men zich ziek begon te voelen. Men dient zich te isoleren voor ten minste 5 dagen. * Zonder symptomen: Dag 0 is de dag van de positieve test. Men dient zich te isoleren voor 5 volledige dagen.
Na deze periode kan de isolatie worden beëindigd onder bepaalde voorwaarden. De meest cruciale voorwaarde is dat de persoon geen koorts meer heeft (gedurende ten minste 24 uur zonder medicatie) en dat de klachten aanzienlijk zijn verbeterd.
Aanhoudende klachten na 7 dagen
De centrale vraag is wat te doen bij klachten die aanhouden na de initiële isolatieperiode, zoals het geval is bij een isolatie van 7 dagen. De richtlijnen geven hierop verschillende antwoorden:
- Verlenging van isolatie: Als de klachten aanhouden, met name koorts, moet de isolatie worden verlengd totdat de koorts is verdwenen. Ook bij aanhoudende ernstige klachten wordt geadviseerd langer te blijven isoleren.
- Testen op dag 5 en dag 7: Een specifieke strategie die wordt beschreven, is het testen op dag 5. Indien de test op dag 5 positief is, moet men blijven isoleren en kan men op dag 7 opnieuw testen. Als men op dag 7 nog steeds positief test, is dit volgens de richtlijnen een teken dat men "meer dan waarschijnlijk nog besmettelijk is". In dit geval wordt geadviseerd de isolatie voort te zetten.
- Stoppen met isoleren: Men mag met anderen samenzijn nadat men twee keer achter elkaar een negatieve testuitslag heeft gehad, met een tussenpoos van minimaal 24 uur. Dit is de veiligste weg om de besmettelijkheid te beëindigen bij aanhoudende klachten.
Maatregelen ter beperking van verspreiding
Naast isolatie worden aanvullende maatregelen genoemd om verspreiding te beperken, vooral in de context van het wonen en verbouwen: * Ventilatie: De relatie tussen isolatie (in de zin van thermische isolatie van een woning) en ventilatie wordt benadrukt. "Wie 'isolatie' zegt, zegt ook 'ventilatie'." Hoe beter een woning is geïsoleerd, hoe krachtiger de ventilatie moet zijn om de luchtkwaliteit te waarborgen, vooral bij de verspreiding van aerosolen. * Mondkapjes: In de beginfase van de infectie, wanneer de besmettelijkheid het hoogst is, is het dragen van een mondkapje essentieel. Sommige bronnen suggereren het dragen van een mondneusmasker tot en met dag 10, vooral bij fysiek contact met kwetsbare personen. * Thuisblijven: De algemene regel blijft: blijf thuis als u zich niet lekker voelt, vermijd contact met anderen en zorg voor voldoende ventilatie in de woning.
Conclusie
De kennis over besmettelijkheid na een COVID-19-infectie is gedifferentieerd. Hoewel de meeste personen na 5 tot 7 dagen niet meer besmettelijk zijn, hangt dit sterk af van het verloop van de klachten en de virale lading. Een positieve test na 7 dagen duidt vaak nog op de aanwezigheid van virusdeeltjes, maar niet noodzakelijkerwijs op besmettelijkheid, hoewel dit bij aanhoudende klachten wel waarschijnlijk is.
Voor bewoners en professionals in de bouw betekent dit dat voorzichtigheid geboden is. Het naleven van isolatieregels, zorgen voor goede ventilatie in woningen en het testen bij aanhoudende klachten zijn de hoekstenen van het voorkomen van verspreiding. Hoewel de officiële verplichtingen zijn vervallen, blijven deze maatregelen essentieel voor de volksgezondheid.