Inleiding
De Nederlandse overheid heeft met het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) een aanzienlijke impuls gegeven aan de verduurzaming van de woningvoorraad. Het programma, opgesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), is erop gericht om de energiebesparing in Nederland te versnellen en energiearmoede te bestrijden. Met een totaalbudget van ruim 4 miljard euro streeft het NIP ernaar om uiterlijk in 2030 2,5 miljoen woningen te isoleren. Hierbij ligt de nadruk op de 1,5 miljoen woningen die momenteel slecht geïsoleerd zijn en voorzien zijn van energielabel E, F of G. Het programma is opgebouwd uit vier verschillende actielijnen, die zowel gemeenten, verhuurders als individuele woningeigenaren ondersteunen bij het nemen van isolatiemaatregelen. In dit artikel wordt een gedetailleerd overzicht gegeven van de structuur, voorwaarden en mogelijkheden van het NIP, gebaseerd op de beschikbare overheidsinformatie en uitvoeringsdetails.
De Structuur van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP)
Het Nationaal Isolatieprogramma is een breed opgezet plan dat bestaat uit vier hoofdactielijnen. Deze lijnen zijn ontworpen om verschillende sectoren van de woningmarkt te bereiken en te stimuleren tot het nemen van isolatiemaatregelen. De vier pijlers van het programma zijn:
- Lokale Aanpak Isolatie (LAI): Deze actielijn is gericht op het isoleren van 750.000 koopwoningen, uitgevoerd in samenwerking met gemeenten.
- Isolatie van Huurwoningen: Deze lijn richt zich op het isoleren van één miljoen huurwoningen, wat de verantwoordelijkheid is van verhuurders.
- Versneld Isoleren op Eigen Initiatief: Deze actielijn ondersteunt het isoleren van 750.000 koopwoningen door individuele eigenaren die zelf het initiatief nemen.
- Samen Energie Besparen: Deze pijler is gericht op laagdrempelige maatregelen, zoals het inzetten van energiecoaches en energiefixers, om bewoners te helpen met kleine aanpassingen.
Het totale budget van 4 miljard euro is verdeeld over deze actielijnen om een zo breed mogelijk effect te bereiken. Het programma is erop gericht om niet alleen de woningvoorraad te verduurzamen, maar ook om energiearmoede aan te pakken en huishoudens minder afhankelijk te maken van fluctuerende energieprijzen. Goed geïsoleerde woningen vragen immers minder energie voor verwarming en koeling, wat leidt tot een lagere energierekening en een comfortabeler binnenklimaat.
Actielijn 1: De Lokale Aanpak Isolatie (LAI)
De Lokale Aanpak Isolatie (LAI) is een cruciaal onderdeel van het NIP en wordt gerealiseerd via een Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie (SPUK LAI). Hierbij ontvangen gemeenten financiële middelen van de Rijksoverheid om lokaal een isolatieprogramma vorm te geven. Het doel is om 750.000 koopwoningen te isoleren.
De Rol van Gemeenten
Gemeenten spelen een centrale rol in deze actielijn. Zij bepalen zelf hoe zij de lokale aanpak inrichten, mits ze voldoen aan de gestelde voorwaarden. Bijna alle Nederlandse gemeenten hebben in het betreffende jaar een aanvraag gedaan voor deze regeling. Gemeenten krijgen geld om bewoners te adviseren en om extra subsidie uit te keren. De financiële injectie is bedoeld om woningeigenaren en Verenigingen van Eigenaren (VvE's) te helpen die moeite hebben met het verduurzamen van hun woning.
Voor de 19 gemeenten die deel uitmaken van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) is bijvoorbeeld circa 45 miljoen euro beschikbaar gesteld. Dit bedrag is bedoeld om 30.000 woningen te verduurzamen, wat neerkomt op een bedrag van € 1.460 per woning. Daarnaast ontvingen deze gebieden een extra verduurzamingsimpuls van 8,6 miljoen euro voor klimaatrechtvaardigheid en 35 miljoen euro extra voor de aanpak van energiearmoede, waarmee ook energiefixers gefinancierd kunnen worden.
Wijzigingen en Uitvoeringsvoorwaarden
Om de regeling beter uitvoerbaar te maken, zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd. De WOZ-waarden die als criterium dienen, zijn geactualiseerd naar de waarden van 2024. Hierdoor kunnen meer woningen deelnemen aan het programma. Een belangrijke voorwaarde is dat minimaal 80% van de woningen in de aanpak onder de vastgestelde maximale WOZ-waarde moet vallen.
De uitvoeringstermijnen voor de verschillende tranches van de subsidie zijn gelijkgetrokken. Gemeenten kunnen het budget uit alle tranches inzetten tot en met 2028. Bovendien bestaat de mogelijkheid om twee keer een verlenging van één jaar aan te vragen. Op het gebied van administratie is er ook versoepeling: gemeenten hoeven monitoringsgegevens nog maar één keer per jaar aan te leveren in plaats van twee keer. Ook de regels rondom het terugvorderen van budget zijn verduidelijkt.
Gemeenten kunnen hun aanvraag voor de SPUK LAI vanaf 1 april indienen via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en de RVO organiseren digitale vragenuurtjes om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering.
Actielijn 3: Subsidie voor Individuele Woningbezitters (NIP-subsidie)
Naast de lokale aanpak via gemeenten is er ook een directe subsidie beschikbaar voor individuele woningbezitters. Deze regeling, vaak aangeduid als de NIP-subsidie, is specifiek bedoeld voor eigenaren van slecht geïsoleerde woningen. De subsidie is beschikbaar gekomen vanaf 19 augustus 2024 en loopt tot en met 31 december 2026. Belangrijk om te weten is dat de subsidie ook geldt voor maatregelen die zijn uitgevoerd vanaf 1 januari 2023. Er is een beperkt budget beschikbaar, waardoor het raadzaam is om tijdig een aanvraag in te dienen.
Wie komt in aanmerking?
De regeling is niet voor iedereen toegankelijk, maar richt zich op specifieke doelgroepen die de isolatie het hardst nodig hebben. De voorwaarden verschillen licht per bron, maar de kernvoorwaarden zijn als volgt:
- Type woning: De subsidie is beschikbaar voor koopwoningen waarin de eigenaar zelf woont. Huurwoningen komen niet in aanmerking voor deze directe subsidie aan bewoners (deze vallen onder de actielijn voor verhuurders).
- Energielabel: De woning moet een geregistreerd energielabel D, E, F of G hebben. Ook woningen met energielabel C kunnen in aanmerking komen, mits de eigenaar kan aantonen dat er ten minste twee slecht geïsoleerde bouwdelen zijn. Woningen zonder geregistreerd label, maar waarvan bekend is dat het slecht geïsoleerd is (en die aantoonbaar twee slecht geïsoleerde bouwdelen hebben), komen eveneens in aanmerking.
- Inkomen: De regeling is bedoeld voor huishoudens met een laag inkomen, bijvoorbeeld op of rond het bijstandsniveau.
- Wijk: De woning moet zich bevinden in een wijk die door de overheid is aangewezen als een 'prioritaire buurt'. Deze selectie is gebaseerd op energiearmoede en lage woningkwaliteit.
- Gemeente: De woningbezitter moet woonachtig zijn in een gemeente die actief deelneemt aan het NIP-programma.
Welke maatregelen en subsidiebedrag?
De subsidie is bedoeld voor diverse isolatiemaatregelen. De maximale subsidie die kan worden aangevraagd is € 1.925,-. Een belangrijk voordeel van deze regeling is dat deze ook toegankelijk is voor doe-het-zelvers. Dit betekent dat eigenaren die de isolatie zelf uitvoeren, ook in aanmerking kunnen komen voor een financiële tegemoetkoming, mits ze voldoen aan de overige voorwaarden.
Aanvraagprocedure
De aanvraag voor de NIP-subsidie verloopt via het lokale energieloket. In gemeenten zoals West Maas en Waal is dit het Energieloket West Maas en Waal. Voordat een subsidie kan worden aangevraagd, dient de woningbezitter eerst een persoonlijk Woningdossier aan te maken bij het energieloket. Dit dossier biedt inzicht in de mogelijke isolatiemaatregelen, de geschatte kosten en de verwachte opbrengsten. Dit helpt bewoners om weloverwogen keuzes te maken. Na het opstellen van het dossier kan de daadwerkelijke subsidieaanvraag worden ingediend.
Actielijn 2 en 4: Huurwoningen en Laagdrempelige Maatregelen
Naast de focus op koopwoningen via de lokale aanpak en individuele subsidie, kent het NIP nog twee andere belangrijke actielijnen.
Verhuurders en Huurwoningen
Een significant deel van het programma is gericht op het isoleren van één miljoen huurwoningen. Deze verantwoordelijkheid ligt bij verhuurders. Hoewel de bronnen minder gedetailleerd ingaan op de specifieke regelingen voor verhuurders, is duidelijk dat deze groep een cruciale rol speelt in het behalen van de totaaldoelstelling van 2,5 miljoen woningen. Het isoleren van de huursector is essentiel voor een gelijke verdeling van de verduurzaming over de gehele woningvoorraad.
Samen Energie Besparen: Energiecoaches en Fixers
De vierde actielijn richt zich op laagdrempelige maatregelen. Hieronder vallen activiteiten zoals het inzetten van energiecoaches en energiefixers. Energiecoaches geven bewoners advies over energiebesparende maatregelen, terwijl energiefixers kleine, directe maatregelen uitvoeren om energieverlies te beperken. Deze aanpak is gericht op bewustwording en het snel realiseren van besparingen zonder dat direct grote investeringen nodig zijn. De 35 miljoen euro die specifiek is vrijgemaakt voor de aanpak van energiearmoede, wordt mede ingezet voor het financieren van deze energiecoaches en -fixers in de NPLV-gebieden.
Conclusie
Het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) vormt een omvangrijk en belangrijk initiatief om de Nederlandse woningvoorraad te verduurzamen en energiearmoede te bestrijden. Met een doelstelling om 2,5 miljoen woningen voor 2030 te isoleren en een budget van vier miljard euro, biedt het programma diverse aanknopingspunten voor gemeenten, verhuurders en individuele woningeigenaren. De Lokale Aanpak Isolatie (LAI) geeft gemeenten de financiële middelen en flexibiliteit om lokaal maatwerk te leveren, terwijl de directe NIP-subsidie voor individuele eigenaren een belangrijke stimulans is voor de doelgroep met de grootste behoefte aan isolatie. De versoepelingen in de uitvoeringsregeling, zoals de geactualiseerde WOZ-waarden en de vereenvoudigde monitoringsplicht, tonen aan dat de overheid inzet op een effectieve en toegankelijke regeling. Het is voor woningbezitters en gemeenten van belang om de specifieke voorwaarden en mogelijkheden per actielijn te onderzoeken en tijdig gebruik te maken van de beschikbare middelen om zo bij te dragen aan een duurzamer en comfortabeler Nederland.