Compleet overzicht van regelgeving en procedures voor het isoleren van woningen onder de Omgevingswet

Inleiding

Het isoleren van een woning is een cruciale stap in het verduurzamen van de bestaande bouw. Het leidt tot een lagere energierekening, een hoger comfort en een vermindering van de CO2-uitstoot. Echter, de complexiteit van de huidige regelgeving, met name de invoering van de Omgevingswet, zorgt voor aanzienlijke uitdagingen voor woningeigenaren en bouwprofessionals. De wetgeving rondom isolatie is niet langer slechts een kwestie van technische voorschriften, maar omvat ook strikte natuurbeschermingsregels en vergunningsprocedures die zorgvuldig gevolgd moeten worden.

De afgelopen jaren heeft de rechtspraak, waaronder de Raad van State, een belangrijke rol gespeeld in het aanscherpen van deze regels, met name rondom de bescherming van vleermuizen en andere beschermde diersoorten in spouwmuren. Dit heeft geleid tot een nieuwe aanpak waarbij gemeenten een sleutelrol spelen in het faciliteren van isolatieprojecten. Dit artikel biedt een gedetailleerd overzicht van de huidige wet- en regelgeving, de benodigde vergunningen en de procedures die gevolgd moeten worden bij het isoleren van woningen onder het nieuwe omgevingsrecht.

Vergunningsvrij isoleren van daken

Een van de meest gestelde vragen betreft het vergunningsvrij mogen aanbrengen van isolatie. De regels hiervoor zijn vastgelegd in de Bor (Besluit omgevingsrecht) en bieden mogelijkheden, maar kennen ook duidelijke grenzen.

Binnenkant dakconstructie

Het aanbrengen van isolatie aan de binnenkant van de dakconstructie is in de meeste gevallen vergunningsvrij. Dit valt onder een verandering van een bouwwerk zoals omschreven in artikel 3 lid 8 van de Bor bijlage II. De voorwaarden voor deze vergunningsvrijheid zijn strikt: - Er mag geen verandering aan de draagconstructie plaatsvinden. - De brandcompartimentering of subbrandcompartimentering mag niet gewijzigd worden. - Er mag geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte plaatsvinden. - Er mag geen uitbreiding van het bouwvolume plaatsvinden.

Aan deze criteria wordt voldaan wanneer isolatie aan de binnenzijde wordt aangebracht, waardoor er geen omgevingsvergunning nodig is.

Isolatiedakplaten en volume toename

Gebruik van isolatiedakplaten of renovatieplaten leidt vaak tot complicaties in de regelgeving. Deze platen, vaak ongeveer 8 cm dik, worden aangebracht op het bestaande dakbeschot, wat resulteert in een verhoging van het dak en een toename van het bouwvolume. Voor een gemiddeld dak van 100 m² leidt dit tot een volume toename van 8 m³. Deze toename valt onder artikel 3 lid 7.d van de Bor, dat stelt dat er geen uitbreiding van het bouwvolume mag zijn bij vergunningsvrije werkzaamheden. Conclusie is dat bij het aanbrengen van dergelijke platen een omgevingsvergunning vereist is.

Natuurbescherming en de Omgevingswet

De Omgevingswet integreert de voormalige Wet natuurbescherming en legt een nadrukkelijke verantwoordelijkheid bij zowel opdrachtgevers als professionals. Het beschermen van flora en fauna is niet langer vrijblijvend.

Algemene verantwoordelijkheden

Iedereen moet zich houden aan de regels voor flora en fauna. Bij werkzaamheden zoals het uitbouwen van een woning of het aanbrengen van gevelisolatie, mogen kwetsbare planten en dieren niet verstoord of gedood worden. De wet verbiedt het weghalen van nestplekken of het verstoren van beschermde dieren in en rond een huis. Maatregelen zoals na-isolatie, verbouwingen of het dichtmaken van naden en kieren kunnen deze wetgeving activeren.

Deze regelgeving kan een obstakel vormen bij verduurzaming. Volgens de regels moeten woningeigenaren voorafgaand aan bepaalde maatregelen soms duur en tijdrovend ecologisch onderzoek laten doen. De verantwoordelijkheid voor de natuur ligt primair bij de opdrachtgever, maar professionals dienen hun klanten hierover goed te adviseren.

Beschermde diersoorten in spouwmuren

Ongeïsoleerde spouwmuren bieden vaak onderdak aan vleermuizen en vogels zoals gierzwaluwen en huismussen. Deze diersoorten zijn beschermd. Het isoleren van spouwmuren kan leiden tot het verwijderen van nestplekken, wat in strijd is met de wet indien niet de juiste procedures worden gevolgd.

De eDNA-test als screeningsmethode

Om de aanwezigheid van vleermuizen vast te stellen zonder onnodig onderzoek, is een eDNA-test ontwikkeld. Deze methode is snel en eenvoudig. Het proces lijkt op een coronatest: met een spons of roller wordt een monster genomen van de gaten in de spouwmuur. In een laboratorium wordt gekeken naar sporen zoals huidcellen van vleermuizen.

  • Negatieve uitslag: Als de test aantoont dat er geen sporen van beschermde dieren zijn, kan direct gestart worden met isoleren.
  • Positieve uitslag: Zitten er wel vleermuizen, dan moeten aanvullende maatregelen worden getroffen. Allereerst moeten er kapjes over de gaten in de spouw worden geplaatst, zodat vleermuizen naar buiten kunnen vliegen, maar niet meer naar binnen. Vervolgens moeten vervangende verblijfplaatsen worden geplaatst, zoals nestkasten voor vogels of ruimte hoog in de spouw voor vleermuizen. Hiervoor zijn speciale borstels ontwikkeld om de ruimte af te scheiden van de isolatie. Deze maatregelen hebben een verwaarloosbaar effect op de energiebesparing en geven geen extra risico op vochtproblemen. Er kan worden gestart met isoleren zodra alle vleermuizen de spouw hebben verlaten.

Vergunningen onder de Omgevingswet

Bij het na-isoleren van woningen kunnen twee verschillende soorten omgevingsvergunningen van toepassing zijn: een vergunning voor de technische bouwactiviteit en een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit. De keuze hangt af van de specifieke situatie. Naast de technische vergunning is er altijd een verplichting om rekening te houden met beschermde soorten. Gemeenten verwijzen vaak naar een "soortenmanagementplan" (SMP) voor meer informatie.

Juridische ontwikkelingen en oplossingsrichtingen

De regelgeving heeft de nodige juridische hobbels gekend. In augustus 2023 heeft de Raad van State een streep gezet door de gangbare manier van isoleren van bestaande gebouwen, omdat hierbij onvoldoende rekening werd gehouden met beschermden diersoorten in de Omgevingswet. Dit had enorme gevolgen voor de isolatieopgave. Als reactie hierop is een raamwerk van oplossingen ontwikkeld.

Soortenmanagementplan (SMP)

Een belangrijke oplossing is het Gebiedsdekkende omgevingsvergunning op basis van een SMP. Hiermee kan een gemeente een omgevingsvergunning aanvragen bij de provincie voor isolatie in de hele gemeente of delen daarvan. Dit maakt het mogelijk om woningtypen en aantallen woningen onbeperkt te isoleren zonder dat inwoners en ondernemers individuele vergunningen hoeven aan te vragen.

Pre-SMP-aanpak

Steeds meer provincies hanteren pre-SMP-beleid en kunnen een tijdelijke omgevingsvergunning aan gemeenten verlenen. Dit maakt het mogelijk om alsnog werkzaamheden uit te voeren terwijl de definitieve procedures doorlopen worden.

Gevelisolatie en specifieke wetgeving

Naast de algemene regels zijn er specifieke regels voor gevelisolatie, met name gericht op geluidhinder.

Overgangsrecht en nieuwe wetgeving

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan, waardoor oude regels uit de Wet milieubeheer en de Wet geluidhinder zijn vervallen. Echter, er gelden overgangsregels. Als een woning al recht had op gevelisolatieonderzoek vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet en dit onderzoek of de isolatie op 1 januari 2024 nog niet was afgerond, blijft de oude wetgeving van toepassing in samenhang met hoofdstuk 3 van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet.

Uitvoeringskader Gevelisolatie

Bij de uitvoering van gevelisolatieonderzoek en het isoleren van woningen hanteert men het Uitvoeringskader Gevelisolatie. Een woning heeft recht op gevelisolatieonderzoek op basis van een officieel besluit, zoals een Saneringsbesluit, Besluit wijziging geluidproductieplafonds of een Projectbesluit.

Praktische alternatieven en combinaties

Er zijn verschillende methoden om gevels te isoleren, elk met eigen voor- en nadelen.

  • Spouwmuurisolatie: Dit is bij woningeigenaren de bekendste vorm.
  • Buitengevelisolatie: Deze methode geeft de beste isolatiewaarde. Het kan gecombineerd worden met spouwmuurisolatie. Dit is een praktisch alternatief als er anders ingewikkelde aanpassingen bij kozijnen en dakranden nodig zijn, of bij verschillen met de buren bij rijtjeshuizen.
  • Slopen buitenlaag: Een andere optie is het slopen van de buitenlaag van de spouwmuur en vervolgens een buitengevelisolatiesysteem met steenstrips of gestucte afwerking aanbrengen. Een voordeel is dat de buitenmuur niet veel dikker wordt.

Conclusie

Het isoleren van woningen onder de Omgevingswet vereist een zorgvuldige afweging van technische, juridische en ecologische factoren. Hoewel het vergunningsvrij aanbrengen van isolatie aan de binnenzijde van daken nog steeds mogelijk is onder strikte voorwaarden, worden isolatieprojecten aan de buitenzijde en in spouwmuren sterk beïnvloed door natuurbeschermingsregels. De invoering van de eDNA-test biedt een efficiënte manier om de aanwezigheid van vleermuizen te controleren, maar de consequenties van een positieve uitslag vereisen adequate maatregelen zoals het plaatsen van kapjes en vervangende verblijven.

Gemeenten spelen een steeds grotere rol via soortenmanagementplannen (SMP) om de vergunningverlening te stroomlijnen en massale isolatie mogelijk te maken. Het is voor woningeigenaren en professionals essentieel om op de hoogte te zijn van het overgangsrecht voor geluidhinder en het gehanteerde Uitvoeringskader Gevelisolatie. Alleen door de juiste procedures te volgen en rekening te houden met alle aspecten van de Omgevingswet, kan de gewenste verduurzaming van de woningvoorraad gerealiseerd worden zonder juridische of ecologische struikelblokken.

Bronnen

  1. Dak isoleren vergunningsvrij?
  2. Natuurvriendelijk isoleren
  3. Vergunning isoleren van de woning
  4. Soortenbescherming bij isoleren
  5. Wetgeving en uitvoeringskader gevelisolatie

Gerelateerde berichten