Behandeling met Radioactief Jodium: Een Praktische Gids voor Patiënten over Isolatie, Voorbereiding en Nazorg

De behandeling van schildklieraandoeningen met radioactief jodium (Jodium-131) is een gerichte en effectieve therapie die wordt toegepast bij zowel goedaardige als kwaadaardige aandoeningen van de schildklier. Het doel van deze behandeling is het vernietigen van overgebleven schildklierweefsel of uitgezaaide kankercellen na een operatie, of het tot rust brengen van een te snel werkende schildklier. De therapie maakt gebruik van de unieke eigenschap van schildkliercellen om jodium op te nemen uit het bloed. Door jodium radioactief te maken, kan deze specifieke weefselselectiviteit worden benut om de doelcellen van binnenuit te bestralen.

Hoewel de behandeling medisch gezien goed onderbouwd is, brengt het radioactieve karakter van de capsule specifieke voorzorgsmaatregelen met zich mee. Patiënten moeten zich bewust zijn van de impact van straling op hun directe omgeving, de noodzaak van isolatie, en de maatregelen die nodig zijn vóór, tijdens en na de inname van het radioactieve jodium. Deze gids biedt een gedetailleerd overzicht van het behandeltraject, van de medische doelstellingen tot de praktische uitvoering van isolatie en nazorg, gebaseerd op informatie van medische instanties.

Het Medisch Uitgangspunt: Werking van Radioactief Jodium

Radioactief jodium (Jodium-131) wordt toegepast vanwege de specifieke opname door schildkliercellen. Het is een capsule die oraal wordt ingenomen en vervolgens via de bloedstroom wordt opgenomen. De behandeling kent verschillende doelen, afhankelijk van de onderliggende aandoening.

Volgens de bronnen zijn de drie primaire doelen van Jodium-131: - Behandelen van het achtergebleven schildklierweefsel. - Vernietigen van uitgezaaide kankercellen. - Zichtbaar maken van uitgezaaide kankercellen op een nucleaire scan die na de behandeling wordt uitgevoerd.

De werking berust op het feit dat de schildklier het enige orgaan in het menselijk lichaam is dat (radioactief) jodium actief opneemt. De rest van het lichaam neemt nauwelijks jodium op, waardoor de straling zich hoofdzakelijk richt op het schildklierweefsel. De behandeling kan worden ingezet voor goedaardige aandoeningen, zoals een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie) of een vergrote schildklier (struma), maar ook voor kwaadaardige aandoeningen. Bij schildklierkanker wordt de therapie gebruikt om na de operatie de resterende kwaadaardige schildkliercellen uit de weg te ruimen, doorgaans niet eerder dan 6 weken na de operatie.

Voorbereiding op de Behandeling

Een succesvolle behandeling vereist een zorgvuldige voorbereiding. Deze is erop gericht de opname van het radioactieve jodium door de schildklier te maximaliseren en de stralingsbelasting voor het lichaam te minimaliseren.

Stimulatie van de Schildklier

Vóór de behandeling is het belangrijk dat de resterende schildkliercellen worden gestimuleerd. Dit kan op twee manieren: - Onttrekking: Ongeveer 6 weken voor de opname stopt de patiënt met de inname van schildklierhormoon en wordt dit vervangen door een kortwerkend schildklierhormoon. - Injectie met Thyrogen: Dit is een humaan thyroïd-stimulerend hormoon (TSH) dat wordt toegediend in de bil of het bovenbeen.

Daarnaast wordt soms voorafgaand aan de behandeling met radioactief jodium een voorbehandeling gegeven met schildklierremmers (meestal thiamazol) om de schildklier tot rust te brengen. Het is hierbij van belang dat de thiamazol minimaal drie tot vijf dagen voor de behandeling met radioactief jodium wordt gestaakt.

Jodiumbeperking en Dieet

Om de opname van het radioactieve jodium te bevorderen, is het noodzakelijk dat de schildklier 'leeg' is voor wat betreft normaal jodium. Daarom gelden de volgende restricties: - Dieet: Vanaf 4 dagen (sommige bronnen noemen 1 week) voor de behandeling volgt de patiënt een jodiumbeperkt dieet. Dit houdt in dat drie uur voor de start van de behandeling niets meer gegeten of gedronken mag worden. - Contraststoffen: 3 maanden vooraf mag geen ander jodiumhoudend contrastmiddel worden toegediend (bijvoorbeeld contrastvloeistoffen voor een CT-scan).

Medicatie

Patiënten moeten altijd melden of ze zwanger zijn of denken te zijn. Ook is het belangrijk om bepaalde medicijnen te bespreken met de behandelend arts, omdat deze de behandeling kunnen beïnvloeden en soms gestopt moeten worden.

De Behandeling: Inname en Radioactiviteit

De behandeling bestaat uit het eenmalig innemen van een capsule met Jodium-131. De dosis hangt af van de reden van behandeling. Na inname bevindt de radioactiviteit zich in het lichaam, met name in de schildklier. De straling reikt enkele meters ver.

Het niet-opgenomen radioactieve jodium verlaat het lichaam via de nieren. Een gedeelte van de dosis komt in de urine terecht, een klein deel in het speeksel en de maag, en wordt uiteindelijk uitgescheiden in de ontlasting. Het grootste deel van het niet-gebruikte jodium verlaat het lichaam binnen 24 uur via de urine.

Opname in het Ziekenhuis (Isolatie)

De vraag of een patiënt poliklinisch of klinisch wordt behandeld, hangt af van de hoeveelheid radioactief jodium. Bij een klinische behandeling vindt opname plaats in het ziekenhuis.

De isolatiekamer: Tijdens de hospitalisatie verblijft de patiënt in een isolatiekamer die speciaal is ingericht. De isolatie is noodzakelijk omdat de patiënt radioactief is zodra de pil is ingenomen. Belangrijke aspecten van het verblijf zijn: - Persoonlijke spullen: De patiënt brengt enkel mee wat strikt noodzakelijk is. Materiaal dat in de kamer is geweest tijdens de isolatie, wordt als besmet beschouwd. - Zelfzorg: De patiënt staat in voor zijn eigen verzorging. - Vloeistoffen: Urine, speeksel, transpiratie en stoelgang zijn radioactief. De urine is op dat moment radioactief.

De duur van de isolatie hangt af van de toegediende dosis jodium. Patiënten verblijven doorgaans 1 tot 4 dagen opname, afhankelijk van de schatting van de verwachte opnameduur. Tijdens de consultatie vooraf krijgt de patiënt uitleg over wat wel en niet mag worden meegenomen in de kamer. Sommige ziekenhuizen bieden ook een poliklinische behandeling aan, waarbij de patiënt na inname naar huis mag. In dat geval gelden er thuis strikte leefregels.

Nazorg en Leefregels

Na de behandeling, of dit nu in het ziekenhuis of thuis plaatsvindt, is nazorg essentieel. De straling die nog in het lichaam aanwezig is, kan een potentieel gevaar vormen voor de omgeving, met name voor kinderen en zwangere vrouwen.

Risico's en Blootstelling

De urine en ontlasting dienen apart verzameld te worden in het ziekenhuis. Thuis kan gemorste urine aanleiding zijn tot verspreiding van radioactiviteit (besmetting). Besmetting kan ook optreden via gebruikte glazen, bestek en persoonlijk contact zoals zoenen.

Hoewel de hoeveelheid radioactief jodium zo laag kan zijn dat opname niet strikt noodzakelijk is, kan de patiënt nog gedurende 2 weken in lichte mate andere personen aan straling blootstellen. De blootstelling via urine, speeksel, traanvocht en transpiratievocht houdt enige tijd aan.

Leefregels voor Thuis

De belangrijkste leefregels na ontslag zijn gericht op het beperken van contact en het voorkomen van besmetting: - Afstand houden: Bij voorkeur meer dan twee meter afstand houden van anderen. - Contacttijd beperken: Beperk de contacttijd tot een half uur per dag bij een afstand van minder dan twee meter. - Contact met kinderen: Vermijd direct lichamelijk contact met kinderen jonger dan tien jaar. Laat ze door anderen verzorgen. - Contact met zwangere vrouwen: Vermijd contact met zwangere vrouwen volledig. - Slaap- en zitgedrag: Samen slapen of in dezelfde zetel zitten wordt afgeraden. - Hygiëne: Gebruik apart serviesgoed en zorg voor goede hygiëne om besmetting via lichaamsvloeistoffen te voorkomen.

De duur van deze leefregels hangt af van de dosis radioactief jodium die is gekregen. In het algemeen gaat het om één tot enkele weken, soms tot twee weken. De arts geeft hierover uitsluitsel.

Medische Nazorg

Na de behandeling wordt vaak een totale lichaamsscan uitgevoerd. Dit gebeurt op de dag van ontslag of ongeveer een week na de inname. Met een gammacamera wordt onderzocht op welke plaatsen in het lichaam het radioactieve jodium zich bevindt. Hiermee kunnen eventuele resten van schildklierweefsel of kankerweefsel worden opgespoord. De resultaten worden besproken tijdens een opvolgconsultatie in de schildklieroncologieraadpleging.

Bijwerkingen en Risico's

De behandeling wordt over het algemeen goed verdragen. Van het radioactief jodium merkt een patiënt meestal niets. Echter, bij een hoge dosering kunnen soms klachten ontstaan, zoals een droge mond en misselijkheid. Ook het tijdelijk staken van schildklierhormoonmedicatie kan leiden tot klachten van een trage schildklier, zoals vermoeidheid.

Er is een duidelijk onderscheid in gevoeligheid voor straling. Volwassenen lopen weinig gevaar, zeker als de leefregels worden nageleefd. Kinderen in de groei zijn gevoeliger voor straling, vandaar de strenge regels omtrent contact met kinderen.

Conclusie

De behandeling met radioactief jodium is een doelgerichte therapie die een belangrijke rol speelt bij de bestrijding van schildklieraandoeningen. De effectiviteit berust op de unieke eigenschap van schildkliercellen om jodium op te nemen. Een zorgvuldige voorbereiding, inclusief een jodiumbeperkt dieet en het stimuleren van de schildklier, is cruciaal voor het slagen van de behandeling.

Het radioactieve karakter van de therapie vereist strikte isolatiemaatregelen, zowel in het ziekenhuis als thuis. Patiënten moeten zich houden aan leefregels om hun omgeving, met name kinderen en zwangere vrouwen, te beschermen tegen straling. Hoewel de behandeling effectief is, brengt het praktische uitdagingen met zich mee die duidelijke communicatie en naleving van protocollen vereisen. De nazorg, inclusief lichaamsscan en consultatie, zorgt voor een gedegen opvolging van het behandeltraject.

Bronnen

  1. UZ Leuven - Radiotherapie Oncologie: Jodiumtherapie
  2. Schildklier.nl - Behandeling te snelle schildklier: Ziekte van Graves
  3. Isala - Patiëntenfolders: Schildkliertherapie
  4. LUMC - Radiologie: Behandeling van schildklieraandoeningen met radioactief jodium
  5. Maastricht UMC+ - Folder: Schildkliertherapie met jodium

Gerelateerde berichten