In de strijd tegen infectieziekten spelen isolatie en ventilatie een cruciale rol, vooral binnen de gezondheidszorg. Het correct toepassen van maatregelen om de verspreiding van micro-organismen te voorkomen, is een complex vakgebied waarin continu onderzoek plaatsvindt. Hoewel de aanleiding voor veel richtlijnen ligt in medische contexten zoals de bestrijding van het COVID-19 virus, zijn de principes van ruimte-indeling, luchtstroombeheer en barrièremaatregelen relevant voor iedereen die zich bezighoudt met de bouw en inrichting van binnenruimtes. Dit artikel duikt in de beschikbare kennis over isolatiekamers, ventilatienormen en de uitdagingen bij het implementeren van infectiepreventie, gebaseerd op de nieuwste inzichten en richtlijnen.
De Basis van Isolatie: Definities en Doelen
Isolatie in de zorg is erop gericht de verspreiding van ziekteverwekkers te minimaliseren. Dit kan door het scheiden van patiënten. De richtlijnen onderscheiden verschillende types isolatie, zoals contactisolatie, druppelisolatie en aerogene isolatie. Een opvallende ontwikkeling is dat de term 'strikte isolatie' komt te vervallen. De focus ligt nu op specifieke maatregelen die aansluiten bij de manier waarop een micro-organisme wordt overgedragen.
Een centraal begrip hierbij is de isolatiekamer. Volgens de richtlijnen is een isolatiekamer een eenpersoons patiëntenkamer met eigen sanitair, voorzien van een sluis en specifieke luchtbeheersing. Dit omvat ventilatie, drukhiërarchie en de positie van luchttoevoer- en luchtretourroosters. Deze kamer is specifiek ingericht voor het verplegen van een patiënt die gekoloniseerd of besmet is met een micro-organisme dat aerogeen (via de lucht) wordt overgedragen.
Daarnaast bestaat er de eenpersoonskamer. Dit is eveneens een eenpersoonskamer, al dan niet met eigen sanitair en al dan niet met een sluis, maar dan zonder additionele luchtbeheersing. Deze kamer is geschikt voor het geïsoleerd verplegen van een patiënt die gekoloniseerd of besmet is met een micro-organisme dat via contact en/of druppels wordt overgedragen.
De richtlijn richt zich op de huidige maatstaven voor passende zorg om verspreiding van infectieziekten zoveel mogelijk te voorkomen. De onderwerpen die hierbij aan bod komen, zijn: - Indicaties voor isolatie en isolatieduur. - Infectiepreventiemaatregelen voor contact-, druppel- en/of aerogene isolatie. - Isolatiemaatregelen bij specifieke bacteriën zoals Clostridioides difficile. - Eisen gesteld aan de ruimte waar de isolatiepatiënt verpleegd of behandeld wordt. - Ventilatie bij contact- en/of druppelisolatie. - Ventilatievoud, drukhiërarchie en -verschil, en de positie van luchtroosters bij isolatiekamers.
Deze richtlijnen zijn primair bedoeld voor professionals betrokken bij het opstellen, implementeren en uitvoeren van infectiepreventiebeleid in het medisch specialistisch domein. Echter, de principes ervan bieden inzicht in de eisen die gesteld worden aan bouwkundige voorzieningen ter bestrijding van besmettingen.
Ventilatie en Luchtbeheersing: De Technische Uitdagingen
Ventilatie is een hoeksteen van infectiepreventie, vooral bij ziekteverwekkers die via de lucht worden verspreid. Binnen de richtlijnen wordt uitgebreid aandacht besteed aan de specificaties van isolatiekamers. Er is echter ook een duidelijke erkenning van kennislacunes en onzekerheden in de wetenschappelijke literatuur.
Een specifieke technische overweging is het effect van het aantal luchtwisselingen per uur (Air Changes per Hour, ACH) in de sluis van een isolatiekamer. De sluis is de ruimte waar zorgmedewerkers zich voorzien van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) of deze juist afdoen. Het is op dit moment onduidelijk wat het effect is van een hogere ACH in deze specifieke ruimte. Ondanks dat er geen formele kennislacune is benoemd voor deze module in de richtlijn, blijft het een uitdaging om de waarde van losse elementen van een bundel van maatregelen empirisch vast te stellen. Dit betekent dat het moeilijk is om exact te bepalen welke bijdrage een specifieke technische maatregel, zoals een hogere luchtwisseling in de sluis, levert aan het totale preventie-effect.
Andere aspecten van de luchtbeheersing, zoals drukhiërarchie en drukverschil, en de positie van luchtroosters, zijn in de richtlijnen meegenomen. Hier lijken op het moment van opstellen van de richtlijn geen grote kennislacunes te bestaan, maar de praktijk blijft complex. De discussie tijdens de notulen van de invitational conference op 24 november 2021 laat zien dat er in de praktijk discussies ontstaan over de interpretatie en implementatie van deze maatregelen. Het expliciet benoemen van definities en eisen is daarom essentieel voor een eenduidige uitvoering.
Beschermende Isolatie en de Relatie met Bouwkunde
Een interessant aspect voor professionals in de bouw en renovatie is de discussie over 'beschermende isolatie'. Beschermende isolatie (ook wel categorie A genoemd) wordt toegepast om kwetsbare patiënten te beschermen tegen infecties vanuit de omgeving. Dit is het tegenovergestelde van 'gebruikelijke isolatie' (categorie B), waarbij de patiënt wordt geïsoleerd om anderen te beschermen.
In de besproken richtlijn valt beschermende isolatie buiten de scope. Dit leidde tot vragen vanuit de praktijk. Zo gaf Margriet Schuurmann van VHIG aan dat het Martini Ziekenhuis Groningen een brandwondencentrum heeft en voortdurend te maken heeft met beschermende isolatie. Er werd gevraagd of de verschillen tussen gebruikelijke en beschermende isolatie toch opgenomen konden worden in de richtlijn, gezien de specifieke behoeften van afdelingen zoals brandwondenzorg.
De voorzitter, Annet Troelstra, antwoordde dat de huidige focus ligt op de oriënterende en verzamelende fase. Dit wijst op een geleidelijke ontwikkeling van richtlijnen, waarbij specifieke behoeften soms buiten de huidige scope vallen. Voor bouwkundigen betekent dit dat het belangrijk is om bij de ontwikkeling van kamers voor kwetsbare patiënten niet alleen te kijken naar de gangbare isolatierichtlijnen, maar ook naar specifieke eisen voor luchtbeheersing en filtratie die nodig zijn om de omgeving steriel te houden.
Invloed van Externe Ontwikkelingen op Richtlijnen
De wereld van infectiepreventie staat niet stil. Er vinden voortdurend internationale ontwikkelingen plaats die invloed hebben op de nationale richtlijnen. Tijdens de bespreking werd genoemd dat er in Europa wordt gewerkt aan een 'technical specification' voor ventilatie in ziekenhuizen. Dit is een belangrijk signaal voor de bouwsector.
Deze Europese ontwikkeling kan leiden tot harmonisatie van normen en nieuwe eisen aan luchtbeheersingssystemen in zorginstellingen. Hoewel het niet met zekerheid is vast te stellen of dit initiatief afkomstig is van het ECDC (European Centre for Disease Prevention and Control), is duidelijk dat Nederlandse experts, zoals Roberto Travesari van TNO, een rol spelen in deze internationale vertegenwoordiging. Dit benadrukt het belang voor Nederlandse bouw- en installatiebedrijven om deze ontwikkelingen te volgen. Veranderingen in Europese specificaties kunnen resulteren in aanpassingen in nationale bouwbesluiten en richtlijnen, wat gevolgen heeft voor bestaande bouw en renovatieprojecten in de zorgsector.
Implementatie van Maatregelen: Praktische Overwegingen
Het opstellen van richtlijnen is één ding; het toepassen in de praktijk is een tweede. Er is een implementatieplan opgesteld om de naleving van de aanbevelingen te borgen. Hierbij is per module beoordeeld wat bevorderende en belemmerende factoren zijn.
Een belangrijke constatering in de bronnen is dat het merendeel van de aanbevelingen in de richtlijn gebaseerd is op een beperkte bewijskracht. Dit betekent dat er weinig hard wetenschappelijk bewijs is voor de effectiviteit van sommige maatregelen. Hierdoor is het voor de werkgroep niet altijd mogelijk om een duidelijke uitspraak te doen over de implementatie of de exacte impact op zorgkosten.
Voor elke aanbeveling wordt gekeken naar: - Een realistische termijn voor implementatie. - Het verwachte effect op zorgkosten. - Randvoorwaarden voor tijdige implementatie. - Mogelijke barrières. - Te ondernemen acties en verantwoordelijke partijen.
De complexiteit van infectiepreventie zit hem vaak in de bundel van maatregelen. Het is moeilijk om de waarde van losse elementen, zoals de positie van een rooster of het precieze drukverschil, vast te stellen wanneer ze onderdeel zijn van een totaalpakket. Dit vraagt om een pragmatische benadering bij de bouw en inrichting van isolatiekamers, waarbij de basisprincipes van scheiding, ventilatie en hygiëne voorop staan, ook al is de wetenschappelijke onderbouwing voor specifieke details soms beperkt.
Conclusie
De ontwikkeling van richtlijnen voor isolatie en ventilatie is een dynamisch proces dat reageert op nieuwe infectieziekten en technologische inzichten. Hoewel de focus in de beschikbare documenten ligt op de medische context, zijn de bouwkundige implicaties duidelijk. De eisen voor isolatiekamers – met specifieke aandacht voor ventilatievoud, drukhiërarchie en de indeling van sluis en kamer – vormen een technische standaard voor ruimtes waar kwetsbare personen verblijven.
Er bestaat een spanning tussen de behoefte aan strikte maatregelen en de beperkte wetenschappelijke bewijskracht voor sommige specifieke technische parameters, zoals het effect van luchtwisselingen in de sluis. Tegelijkertijd is er een duidelijke drive om de implementatie te verbeteren en te leren van internationale ontwikkelingen, zoals de Europese specificaties voor ventilatie.
Voor professionals in de bouw en renovatie benadrukken deze inzichten het belang van flexibiliteit en nauwgezette opvolging van de geldende normen bij projecten in de zorg. Het realiseren van veilige leefomgevingen vereist een integrale aanpak waarbij bouwkunde, installatietechniek en infectiepreventie hand in hand gaan. De discussie over de uitsluiting van beschermende isolatie uit de huidige richtlijn toont aan dat er voor specifieke zorgvormen wellicht aanvullende maatregelen nodig zijn die verder gaan dan de basiseisen. Het volgen van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van luchtbeheersing blijft essentieel.