NL-SfB Codering: De Standaard voor Classificatie in de Bouw

Inleiding

In de complexe wereld van de bouw, renovatie en vastgoedbeheer is gestandaardiseerde informatievorming cruciaal voor een efficiënte samenwerking tussen partijen. De NL-SfB (Nederlandse Standaard voor Bouwproducten) codering vormt hierbij de hoeksteen voor het classificeren van gebouwelementen en lagen in digitale systemen. Deze standaard wordt al jarenlang breed toegepast om lagen en objecten te coderen in BIM (Building Information Modeling) en CAD-systemen, en is onmisbaar voor het ordenen en filteren van informatie van leveranciers. Het doel van NL-SfB is het creëren van "één versie van de waarheid" voor de bouw, wat verwarring moet voorkomen en de gegevensuitwisseling moet stroomlijnen.

De relevantie van deze codering strekt zich uit van kostenbegrotingen volgens NEN-normen tot conditiemetingen van gebouwen en installaties. Zelfs de veelgebruikte NEN 2767 conditiemethodiek maakt gebruik van de NL-SfB classificatie. De ontwikkeling van de standaard is een voortdurend proces, waarbij organisaties zoals BNA, STABU, en recentelijk Buildwise (het Belgische innovatiecentrum voor de bouw), Ketenstandaard Bouw en Techniek, en digiGO de handen ineen hebben geslagen om het gebruik van de standaard te bevorderen en verder te ontwikkelen. Dit artikel belicht de structuur, geschiedenis en toepassing van de NL-SfB codering, gebaseerd op de beschikbare technische documentatie.

Geschiedenis en Ontwikkeling van de NL-SfB

De wortels van het huidige classificatiesysteem liggen diep in de geschiedenis van de internationale bouwtechniek. De codering is afgeleid van het Zweedse "Samarbetskommittén för Byggnadsfragor" (SfB) systeem, wat vrij vertaald de "Gezamenlijke Werkcommissie voor Bouwproblematieken" betekent. De allereerste versie van dit systeem dateert uit 1947. In 1958 werd dit systeem aanbevolen voor internationaal gebruik door het CIB (International Council for Building Research, Studies and Documentation). De basis van het oorspronkelijke systeem bestond uit de tabellen 1, 2 en 3.

In Nederland kende de Elementenmethode, waarop NL-SfB is gebaseerd, een lange ontwikkelingsweg. De Elementenmethode wordt op licentieniveau beheerd door de BNA (Bond van Nederlandse Architecten). De geschiedenis begon in 1947 met de publicatie van het Zweedse SfB-systeem. In 1991 werd de SfB Tabel 1 geïntroduceerd in Nederland als de elementenmethode ’91. Een significante stap was de uitgave van de NL/SfB Tabellen in 2005, die naast een herziene versie van de elementenmethode ’91 ook de overige SfB tabellen bevatte.

De noodzaak voor actualisatie bleef bestaan. Ontwikkelingen in bouwkundige technologieën, classificatie-principes en gegevensbeheer leidden in de periode 1947 tot 1996 tot geactualiseerde versies van de Elementenmethode. Om verwarring in de markt weg te nemen, hebben BNA en STABU uiteindelijk besloten een officiële uitgave beschikbaar te stellen. In deze officiële uitgave zijn de vijf tabellen van NL/SfB beschikbaar gesteld. Het is hierbij opvallend dat STABU de codering noteert als "NL/SfB", terwijl GB Techniek-Beheer vanwege foutmeldingen in digitale toepassingen en webomgeingen de voorkeur geeft aan de notatie "NL-SfB".

Structuur en Coderingslogica van NL-SfB

De NL-SfB codering is visueel opgebouwd uit drie groepen van elk twee cijfers, gescheiden door een punt. In specifieke gevallen kan de laatste groep vier in plaats van twee cijfers bevatten. De logica achter deze opbouw is als volgt:

  1. Eerste 2 cijfers: Deze geven de NL-SfB hoofdstukaanduiding aan en verwijzen naar de hoofdelementen.
  2. Tweede 2 cijfers: Deze vormen de NL-SfB paragraafaanduiding en duiden de subhoofdelementen aan.
  3. Derde 2 of 4 cijfers: Deze geven de NL-SfB materiaalaanduiding weer en specificeren de elementverbijzondering.

Een belangrijke observatie is dat de eerste twee cijfers door de meeste bedrijven in de branche conform de standaard worden gebruikt. Echter, met name in de derde groep (de 2 of 4 cijfers) worden vaak bedrijfseigen indelingen toegepast. Dit benadrukt het belang van de recente samenwerking tussen Buildwise, Ketenstandaard Bouw en Techniek, en digiGO om het gebruik van de NL-SfB-standaard verder te harmoniseren.

De codering maakt het mogelijk om een gebouw, bouwwerk of weg- en waterbouwkundig kunstwerk effectief te beheren door het in onderdelen te "opknippen" zonder het zicht op de samenhang te verliezen. Dit is essentieel voor schakelingen binnen een laagstructuur, waarmee het mogelijk wordt om op objecteigenschappen onderdelen te schakelen. De verdeling van de codering is een direct gevolg van de elementenmethode en de clustering van deze elementen volgens de calculatie normering NEN 2634.

Toepassing in BIM, CAD en Beheer

De NL-SfB codering is de meest gebruikte classificatie voor gebouwonderdelen in Nederland. Bouw- en installatiebedrijven gebruiken deze open standaard om lagen en objecten te coderen in BIM en CAD-systemen. Dit is van vitaal belang voor de digitale ontwerp- en bouwprocessen, waarin nauwkeurige informatie-uitwisseling tussen verschillende disciplines (architecten, constructeurs, installatieadviseurs) noodzakelijk is.

Naast het ontwerptraject speelt de codering een rol in de exploitatiefase van een gebouw. De codering wordt gebruikt voor het ordenen en filteren van informatie van leveranciers van bouwproducten. Ook is de codering opgenomen in (NEN-)normen voor onder andere bouwkostenbegrotingen en conditiemetingen. De eerder genoemde NEN 2767 conditiemethodiek is hier een prominent voorbeeld van. Deze methodiek maakt actief gebruik van de NL-SfB classificatie om de technische staat van bouwdelen te beoordelen.

Voor de integratie van gebouwinstallaties in de NL-SfB is het BIMloket actief. Hun bijdrage, samen met Stabu, is erop gericht een geschikte indeling te creëren voor digitale toepassingen zoals NEN 2699. Na een marktconsultatie in begin 2018 werd uitgekeken naar de uitkomsten van hun interventie. Begin 2019 kondigde BIMloket.nl bovendien een update van de NL-SfB-opzet aan, wat wijst op de voortdurende ontwikkeling van de standaard voor digitale toepassingen.

De NL-SfB Database en Beschikbaarheid

Om de toegankelijkheid en het gebruik van de standaard te vergroten, is de NL-SfB nu ook beschikbaar als database. Deze database kan worden geraadpleegd via een viewer op de website https://nlsfb.ketenstandaard.nl/. Toegang tot deze viewer is mogelijk via een Google- of Microsoft-account, of door een account aan te maken via de website van Ketenstandaard. Deze ontwikkeling onderstreept de modernisering van de standaard en de verschuiving naar digitaal en centraal toegankelijk informatiemanagement in de bouwsector.

Specifieke Classificatiecodes

De NL-SfB kent een brede set van codes voor diverse toepassingen. Hoewel de volledige codering uit vier cijfers bestaat (waarbij de laatste twee de functie en toepassing specificeren), wordt in de praktijk vaak volstaan met de eerste twee cijfers voor algemene laagindelingen. Voor objectgerichte schakelingen zijn echter de viercijferige codes vaak vereist.

Voorbeelden van hoofdstukindelingen (eerste twee cijfers) zijn onder meer: - $-: ALGEMEEN (bijv. $1 algemeen, $7 stramien, $9 renvooi) - -1: ONDERBOUW (bijv. 11 bodemvoorzieningen) - 92: Opstallen - 93: Omheiningen - 94: Terreinafwerking - 95: Terreininstallaties (werktuigkundig) - 96: Terreininstallaties (elektrotechnisch) - 97: Vaste terreininventaris - 98: Losse terreininventaris - 99: Terrein

Daarnaast kent de standaard codes voor indirecte projectvoorzieningen, zoals: - 0-.22: Materieelvoorzieningen, gereedschappen - 0-.30 t/m 0-.33: Risicodekking (algemeen, verzekeringen, waarborgen, prijsstijgingen) - 0-.40 t/m 0-.43: Projectorganisatie (algemeen, administratie, uitvoering, documentatie) - 0-.50 t/m 0-.52: Bedrijfsorganisatie (algemeen, bestuur, winstregelingen)

Deze gedetailleerde codering maakt het mogelijk zeer specifieke informatie te koppelen aan bouwdelen, wat essentieel is voor nauwkeurige calculatie, uitvoering en beheer.

Conclusie

De NL-SfB is een hoeksteen in de moderne bouw- en vastgoedsector. Vanuit een historische basis in het Zweedse systeem van 1947 is het uitgegroeid tot een onmisbare standaard in Nederland, ondersteund door autoriteiten als BNA en STABU. De structuur van de codering, gebaseerd op een logische opbouw van hoofdstukken, paragrafen en materiaal, maakt het mogelijk om complexe bouwwerken te digitaliseren en te beheren via BIM, CAD en conditiemetingssystemen. De recente samenwerking tussen internationale en nationale partijen zoals Buildwise en digiGO, en de beschikbaarstelling van een online database, tonen aan dat de standaard actief wordt onderhouden en klaar is voor de toekomstige digitale uitdagingen in de sector. Het correct toepassen van deze codering is voor professionals en belanghebbenden essentieel voor een efficiënte en foutloze informatiehuishouding.

Bronnen

  1. digigo.nu - standaarden/nlsfb
  2. gbtechniek-beheer.nl - inventarisatie/nl-sfb
  3. modelleerafspraken.nl - bijlage-nl-sfb-2-cijfers
  4. modelleerafspraken.nl - bijlage-nl-sfb-4-cijfers

Gerelateerde berichten