De Implementatie en Impact van de SRI-Richtlijn Isolatie in de Zorgsector

De zorgsector in Nederland staat voortdurend in de belangstelling vanwege de noodzaak tot het handhaven van hoge hygiënische standaarden en het voorkomen van infectieziekten. Een cruciaal element hierin is het correct toepassen van isolatiemaatregelen. Onlangs is er een belangrijke ontwikkeling geweest met de herziening en samenvoeging van bestaande richtlijnen tot een overkoepelende richtlijn voor isolatie, de zogenaamde SRI-richtlijn Isolatie. Hoewel de term 'isolatie' vaak associaties oproept met bouwkundige voorzieningen zoals thermische isolatie van woningen, betreft het hier een specifiek medisch en infectiepreventief kader. Desalniettemin is er voor professionals in de bouw en vastgoed, met name betrokken bij de realisatie of renovatie van zorgfaciliteiten, kennis nodig van de eisen die aan deze ruimten worden gesteld. De richtlijn beschrijft namelijk niet alleen procedures, maar raakt ook aan de inrichting en ventilatie-eisen van isolatiekamers. Dit artikel analyseert de inhoud van de SRI-richtlijn Isolatie, de implementatieprocessen en de impact op de zorgpraktijk, exclusief gebaseerd op de beschikbare documentatie.

De Herziening van de WIP-Richtlijnen

In 2024 werd een belangrijke stap gezet in de standaardisatie van infectiepreventie met de publicatie van de richtlijn "Isolatie (SRI-richtlijn)". Deze richtlijn vormt een samenvoeging en herziening van diverse eerdere WIP-richtlijnen. Voorheen waren er afzonderlijke richtlijnen voor indicaties voor isolatie, bouw- en inrichtingseisen voor ventilatie in isolatiekamers, en specifieke isolatievormen zoals aerogene isolatie, contactisolatie, druppelisolatie en strikte isolatie. Ook de richtlijn voor onderzoek en behandeling van geïsoleerde patiënten is hierin geïntegreerd.

Het doel van deze consolidatie is het creëren van een overkoepelende richtlijn die toepasbaar is binnen de verschillende zorgdomeinen. Door deze richtlijnen samen te voegen, vervallen de genoemde losse WIP-richtlijnen. Dit moet leiden tot een eenduidiger kader voor zorgverleners. De kern van de richtlijn is het beschrijven van de aanvullende infectiepreventiemaatregelen die nodig zijn boven op de algemene voorzorgsmaatregelen (AVM). Dit is vereist bij infectieziekten of potentieel pathogene micro-organismen, of wanneer er een verdenking bestaat op dergelijke aandoeningen.

Doelstelling en Reikwijdte

De herziening beoogt een breed draagvlak te realiseren door relevante beroepsgroepen te betrekken. De gereviseerde richtlijn wil specifieke aanbevelingen doen over de indicaties voor verschillende vormen van isolatie en de eisen en infectiepreventiemaatregelen die hierbij gelden. Een belangrijk streven is het ontwikkelen van één nieuwe richtlijn voor ziekenhuizen, verpleeghuizen, woonzorgcentra en voorzieningen voor kleinschalig wonen voor ouderen. Dit moet ervoor zorgen dat alle partijen binnen de zorgsector communiceren over hetzelfde onderwerp met dezelfde uitgangspunten.

Deze uniformiteit is essentieel voor de samenwerking en kennisuitwisseling. De richtlijn richt zich op de huidige maatstaven voor passende zorg om verspreiding van infectieziekten zoveel mogelijk te voorkomen. De scope van de richtlijn is echter strikt medisch-infectiepreventief. Zo valt de begeleiding van patiënten rondom de isolatie, zoals psychosociale nazorg, buiten de scope van deze richtlijn. Hoewel gerealiseerd wordt dat isolatie een heftige maatregel kan zijn voor een patiënt, is de focus van het SRI (Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie) primair gericht op infectiepreventie.

Typen Isolatie en Maatregelen

De SRI-richtlijn Isolatie onderscheidt verschillende typen isolatie, elk met bijbehorende maatregelen. De module beschrijft de infectiepreventiemaatregelen uitgaande van de verschillende typen isolatie: contact-, druppel- en aerogene maatregelen. Deze maatregelen gelden altijd boven op de algemene voorzorgsmaatregelen, waaronder handhygiëne, persoonlijke hygiëne, het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, reiniging en desinfectie van ruimten, en maatregelen rondom accidenteel bloedcontact.

Een belangrijk onderscheid wordt gemaakt met beschermende isolatie. Beschermende isolatie, waarbij de patiënt wordt beschermd tegen de omgeving (zoals bij ernstige immuundeficiëntie), valt buiten de scope van deze richtlijn. De richtlijn betreft isolatievormen die dienen ter bescherming van de omgeving van de patiënt.

De richtlijn verwijst voor specifieke infectieziekten vaak naar aparte richtlijnen. Dit is het geval voor BRMO (Breedresistente Micro-organismen), Clostridioides difficile, COVID-19, MRSA (Meticilline-resistente Staphylococcus aureus), Scabiës (crustosa), Tuberculose en Virale hemorrhagische koortsen. Ook voor norovirus wordt verwezen naar een separate richtlijn die in ontwikkeling is. Deze modulariteit zorgt voor een heldere structuur, waarbij de hoofdrichtlijn de algemene kaders schetst en specifieke richtlijnen dieper ingaan op bijzondere ziektebeelden.

Bouwkundige en Technische Aspecten: Ventilatie

Hoewel de focus van de richtlijn primair op procedures ligt, bevat de historische context en de integratie van oude WIP-richtlijnen implicaties voor de bouwkundige inrichting. Eén van de geïntegreerde richtlijnen betrof "Bouw- en inrichtingseisen: Ventilatie isolatiekamers". Dit onderwerp is relevant voor vastgoedbeheerders en aannemers die betrokken zijn bij de bouw of renovatie van zorgfaciliteiten.

De ventilatie in isolatiekamers is een technische vereiste die direct samenhangt met het voorkomen van verspreiding van aerogene pathogenen. Hoewel de specifieke technische details uit de oude WIP-richtlijn in de nieuwe SRI-richtlijn zijn geïntegreerd, blijft de eis tot adequate ventilatie bestaan. Het is aannemelijk dat de richtlijn specifieke eisen stelt aan luchtverversing, luchtstroming en eventueel drukverschillen (negatieve druk voor aerogene isolatie) om verspreiding te voorkomen. Professionals in de bouw dienen bij het ontwerp van zorgkamers rekening te houden met deze isolatie-eisen, die verder gaan dan de standaard thermische of geluidsisolatie.

Implementatie en Draagvlak

De implementatie van nieuwe richtlijnen in de zorgpraktijk is een complex proces. De SRI-richtlijn Isolatie is ontwikkeld met het doel draagvlak te creëren door betrokkenheid van diverse beroepsgroepen. Er is onderzoek gedaan naar onderzoeksbevindingen die nuttig konden zijn voor het beantwoorden van de uitgangsvragen. Echter, het is belangrijk op te merken dat er voor deze specifieke richtlijn geen indicatoren zijn ontwikkeld. Dit betekent dat het monitoren van de naleving en effectiviteit van de richtlijn op dit moment niet gestandaardiseerd is via specifieke meetbare indicatoren.

De implementatie verloopt via verschillende kanalen. De richtlijn wordt toegevoegd aan de SRI-website en de richtlijnendatabase. Daarnaast wordt een implementatieplan opgenomen in de bijlage, zodat deze voor alle partijen goed vindbaar is. Ook worden kennislacunes opgenomen in de bijlagen, wat wijst op een open houding naar toekomstige verbeteringen.

Een specifiek aspect van de implementatie is het beleid van de infectiepreventie-afdeling van de eigen zorginstelling. Volgens de beschikbare informatie geldt dat het beleid van de eigen infectiepreventie-afdeling leidend is voor het toepassen van isolatiemaatregelen. Dit impliceert dat de SRI-richtlijn een kader biedt, maar dat zorginstellingen hierin eigen afwegingen kunnen maken, mits ze voldoen aan de basiskaders.

Onderzoek naar Verschillen in Implementatie

Om inzicht te krijgen in hoe de implementatie in de praktijk verloopt, is er een enquête gaande, geïnitieerd door de NVK-expertisegroep Duurzaamheid. Doel van deze enquête is om in kaart te brengen hoe de implementatie verloopt en welke verschillen er zijn tussen verschillende zorginstellingen. NVK-leden worden gevraagd een korte enquête in te vullen. Dit onderzoek is belangrijk omdat het kan blootleggen waar knelpunten liggen of waar afstemming nodig is tussen theorie en praktijk.

Veiligheid en Juridische Aspecten

Tijdens de besprekingen rondom de richtlijn zijn er ook aandachtspunten naar voren gebracht over de veiligheid van werknemers. Vanuit de ARBO-hoek (Arbeidsomstandigheden) is er een pleidooi geweest voor een apart hoofdstuk over veiligheid van werknemers. Hierbij werd gewezen op juridische aspecten met betrekking tot de klassen van micro-organismen, met name klasse 2 en 3. Het handelen bij klasse 3 micro-organismen vraagt om andere maatregelen dan bij lagere klassen. Dit benadrukt het belang van duidelijke protocollen die niet alleen de patiënt beschermen, maar ook het zorgpersoneel.

Hoewel de richtlijn primair infectiepreventief is, is het duidelijk dat de kaders van de Arbowet en de juridische verantwoordelijkheden van de werkgever hier nauw mee verweven zijn. De richtlijn tracht hierin een balans te vinden tussen het bieden van huisvesting voor de patiënt en het beschermen van medebewoners en zorgverleners.

De Relatie met het Bouw- en Vastgoed Domein

Voor professionals in de bouw, renovatie en vastgoed is deze ontwikkeling relevant voor meerdere redenen. Ten eerste betreft de richtlijn de "Bouw- en inrichtingseisen" voor isolatiekamers. Bij de renovatie van bestaande zorgcomplexen of de bouw van nieuwe woonzorgcentra moeten aannemers en architecten rekening houden met de eisen die aan deze kamers worden gesteld. Dit kan betrekking hebben op de luchttechnische installaties, de materiaalkeuze voor wanden en vloeren (die reinigbaar moeten zijn), en de indeling van de ruimte om kruisbesmetting te voorkomen.

Ten tweede is er een indirecte link met duurzaamheid. De enquête van de NVK-expertisegroep Duurzaamheid over de implementatie van de SRI-richtlijn suggereert een interesse in de efficiëntie en het gebruik van materialen. Hoewel de enquête-specifieke inhoud niet volledig uit de data is af te leiden, is het aannemelijk dat de keuze voor isolatiematerialen en de inrichting van kamers ook duurzaamheidsaspecten raakt. Echter, de bronnen spreken hier niet expliciet over, waardoor we hier geen verdere aannames over kunnen doen.

Het is voor vastgoedbeheerders van zorginstellingen van belang om op de hoogte te zijn van deze richtlijnen. De richtlijnen bepalen mede de functionele eisen aan het gebouw. Het negeren van de specifieke eisen voor isolatiekamers kan leiden tot onvoldoende veiligheid voor bewoners en personeel, wat juridische en operationele risico's met zich meebrengt.

Kennislacunes en Toekomstperspectief

Een opvallend element in de documentatie is de erkenning van kennislacunes. De richtlijn is gebaseerd op systematisch gezocht onderzoek, maar er zijn specifieke onderwerpen die (nog) niet volledig zijn ingevuld. Zo is er discussie geweest over de nazorg voor patiënten na isolatie. Hoewel dit wordt erkend als een belangrijk thema, valt het buiten de scope van de huidige richtlijn. Er is momenteel geen specifieke werkgroep binnen het SRI die zich hiermee bezighoudt, volgens de beschikbare informatie.

Dit illustreert dat de SRI-richtlijn Isolatie een levend document is. De erkenning van kennislacunes en de plannen om deze in bijlagen op te nemen, duiden op een dynamisch proces. De implementatie van de richtlijn zal ongetwijfeld nieuwe inzichten opleveren die in toekomstige revisies verwerkt kunnen worden.

Conclusie

De SRI-richtlijn Isolatie vertegenwoordigt een significante stap voorwaarts in de standaardisatie van infectiepreventie in de zorgsector. Door het samenvoegen van zeven eerdere WIP-richtlijnen ontstaat een overkoepelend kader dat toepasbaar is binnen diverse zorgdomeinen, van ziekenhuizen tot verpleeghuizen en woonzorgcentra. De richtlijn biedt duidelijkheid over de indicaties voor isolatie en de bijbehorende maatregelen, met uitzondering van beschermende isolatie.

Voor de bouw- en vastgoedsector is deze richtlijn met name relevant vanwege de geïntegreerde eisen betreffende bouw en ventilatie van isolatiekamers. Het realiseren van adequate ventilatiesystemen en het waarborgen van de juiste bouwkundige voorzieningen zijn essentieel voor het functioneren van de isolatiemaatregelen. Daarnaast onderstreept de discussie rondom ARBO en klasse 3 micro-organismen de juridische zwaarte van de maatregelen, wat van invloed is op de inrichting en bedrijfsvoering van zorgfaciliteiten.

De implementatie van de richtlijn is momenteel gaande, ondersteund door een enquête om de voortgang en verschillen tussen instellingen in kaart te brengen. Hoewel de richtlijn een breed draagvlak nastreeft en is voorzien van een implementatieplan, zijn er nog onderwerpen, zoals nazorg, die buiten de scope vallen en waar mogelijk in de toekomst aandacht voor nodig is. Het is voor professionals in de zorgvastgoedsector raadzaam om de implementatie van deze richtlijn te volgen, aangezien deze directe invloed heeft op de functionele eisen en het gebruik van hun vastgoed.

Bronnen

  1. Verenso - Isolatie (SRI-richtlijn)
  2. Verenso - Isolatie in de langdurige zorg (SRI-richtlijn)
  3. SRI Richtlijnen - Isolatie
  4. NVK - Implementatie SRI-richtlijn Isolatie
  5. SRI Richtlijnen - Isolatie module 2-1

Gerelateerde berichten