Inleiding
Strikte isolatie in ziekenhuizen is een essentieel onderdeel van de infectiepreventie, gericht op het minimaliseren van de overdracht van micro-organismen tussen patiënten, zorgmedewerkers en bezoekers. Deze maatregelen worden geïmplementeerd wanneer basis hygiënische procedures, zoals het wassen en desinfecteren van handen, onvoldoende zijn om de verspreiding van bacteriën, virussen, gisten en schimmels te voorkomen. De bronnen beschrijven de procedures en verantwoordelijkheden in verschillende Nederlandse ziekenhuizen, zoals Isala en het Radboudumc, en bieden inzicht in de dagelijkse praktijk van isolatieverpleging. Het doel is het beschermen van kwetsbare patiënten en het voorkomen van ziekenhuisinfecties door zowel direct contact (via handen), indirect contact (via materialen) als transmissie via de lucht te beperken.
Deze artikelreeks, gebaseerd op klinische richtlijnen en discussies tussen infectiepreventiedeskundigen, belicht de operationele aspecten van strikte isolatie. Van de uitrusting van het zorgpersoneel tot de bewegingsvrijheid van de patiënt en de overdracht naar de thuissituatie; elk element speelt een cruciale rol in het veiligheidsprotocol.
Protocollen voor Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM)
Een fundamenteel onderdeel van strikte isolatie is het dragen van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) door het zorgpersoneel. Volgens de richtlijnen van Isala dienen medewerkers bij elke interactie met een patiënt in strikte isolatie specifieke kleding te dragen. Deze uitrusting bestaat uit handschoenen, schorten, mondneusmaskers, mutsen en spatbrillen.
Deze maatregel is gericht op het creëren van een barrière tegen micro-organismen die zich via direct en indirect contact verspreiden. Het dragen van deze PBM is niet vrijblijvend; het is een verplicht onderdeel van de zorgverlening op een eenpersoonskamer met sluis. De bronnen benadrukken dat deze maatregelen noodzakelijk zijn wanneer de basis hygiëne niet toereikend is om verspreiding te voorkomen. Hoewel de bronnen specifiek ingaan op de uitrusting van medewerkers, wordt ook melding gemaakt van discussies omtrent de classificatie van materialen. Zo wordt in een overleg tussen deskundigen opgemerkt dat een chirurgisch masker volgens de wetgeving soms niet wordt gezien als PBM, een complexiteit waar zorginstellingen rekening mee moeten houden in hun beleid.
Patiënteninstructies en Bewegingsvrijheid
Voor de patiënt zelf zijn er strikte regels verbonden aan het verblijf in isolatie. De locatie Isala geeft aan dat de patiënt in principe op de kamer moet blijven. Dit is om verspreiding naar andere afdelingen of kamers te voorkomen. Echter, er is ruimte voor overleg met de verpleegkundige. Zo mag de patiënt de kamer eventueel verlaten voor revalidatie of voor onderzoek dat op een andere afdeling plaatsvindt.
Wanneer een patiënt de kamer verlaat voor onderzoek, wordt de ontvangende afdeling door de verpleegkundige geïnformeerd. Dit geeft de gelegenheid om daar eventueel aanvullende maatregelen te treffen. Patiënten wordt geadviseerd zich strikt aan de afspraken te houden. In het Radboudumc gelden vergelijkbare regels: de deur mag openblijven, maar het verlaten van de kamer mag alleen na overleg en indien noodzakelijk voor behandeling of herstel. Bij het verlaten van de kamer in het Radboudumc dient de patiënt zijn handen te desinfecteren met handalcohol, een mond-neusmasker te dragen, en contact met andere patiënten en algemene ruimtes te vermijden.
De persoonlijke hygiëne van de patiënt is ook van belang. Patiënten wordt gevraagd hun handen te wassen na hoesten, niezen en toiletbezoek. Deze maatregelen, gecombineerd met de professionele zorg, vormen een gelaagde verdediging tegen infecties.
Bezoekersregels en Communicatie
Bezoek mag de isolatiepatiënt in de meeste gevallen gewoon bezoeken, maar dit is aan voorwaarden gebonden. Bij Isala meldt de bezoeker zich eerst bij de afdelingsverpleegkundige. Na afloop van het bezoek, en voordat de kamer wordt verlaten, dient de bezoeker de handen te desinfecteren met handenalcohol.
Er gelden uitzonderingen. Kinderen jonger dan 12 jaar mogen in principe niet op bezoek komen tenzij hierover overleg met de arts heeft plaatsgevonden. Ook kunnen er aanvullende maatregelen gelden op indicatie, waar de verpleegkundige over zal instrueren. Een praktische instructie voor bezoekers die meerdere patiënten bezoeken, is om de patiënt in strikte isolatie als laatste te bezoeken.
Communicatie is een sleutelfactor. De verpleegkundige bespreekt met de patiënt de reden en duur van de isolatie, de maatregelen voor zorgmedewerkers en bezoekers, en de voorwaarden voor beëindiging van de isolatie. Ook worden er maatregelen getroffen voor de situatie na ontslag. Wanneer een patiënt naar een verpleeghuis of thuissituatie gaat, worden de betrokken instanties geïnformeerd over de benodigde maatregelen. In de thuissituatie zijn isolatiemaatregelen over het algemeen niet meer nodig.
Cohortverpleging en Capaciteitsbeheer
Hoewel de voorkeur uitgaat naar eenpersoonskamers met sluis, is dit niet altijd mogelijk. In de praktijk is er soms sprake van een tekort aan kamers, bijvoorbeeld tijdens het winterseizoen wanneer RS-virus (Respiratoir Syncytieel virus) heerst. Deskundigen bespreken in overleggen de mogelijkheid tot "eilandverpleging" of cohortverpleging.
Hierbij worden patiënten met dezelfde infectie in een gedeelte van een zaal geplaatst, of worden kleine cohorts gevormd om isolatie te bewerkstelligen wanneer individuele kamers niet voorhanden zijn. Dit wordt ook toegepast bij COVID-19 afdelingen. Een dergelijke aanpak vereist zorgvuldige afbakening en naleving van protocollen om verspreiding binnen het cohort te voorkomen.
Een ander aspect van het beheer van infectierisico's is de betrokkenheid van alle disciplines. Zo wordt in de discussies opgemerkt dat schoonmakers vaak vergeten worden, terwijl zij ook te maken hebben met de maatregelen. Iedereen die de kamer binnenkomt, moet op de hoogte zijn van de infectiepreventiemaatregelen.
Beëindiging van Isolatie en Overdracht
De vraag "wanneer houdt de isolatie op?" is complex en hangt af van het specifieke micro-organisme. Volgens de richtlijnen is de Deskundige Infectiepreventie (DIP) verantwoordelijk voor het beëindigen van de isolatie. Bij specifieke aandoeningen, zoals TBC, zijn dit de TBC-coördinator en de longarts.
De overdracht van patiënten van ziekenhuis naar andere zorginstellingen is een kwetsbaar moment. Er is zorg over de informatiedoorvoer; soms worden patiënten opgevangen door instellingen die niet op de hoogte zijn van BRMO (Bijzonder Resistente Micro-Organismen) of andere isolatie-indicaties. In sommige regio's, zoals het westen van Nederland, wordt hier standaard naar gekeken in samenwerking met de GGD, waarbij verpleeghuizen standaardvragen stellen aan het ziekenhuis. Desondanks blijft het cruciaal dat de infectiestatus bekend is bij de ontvangende instantie.
Conclusie
Strikte isolatie in ziekenhuizen is een gecoördineerde inspanning die verder gaat dan het simpelweg opsluiten van een patiënt op een kamer. Het omvat een complex samenspel van persoonlijke beschermingsmiddelen voor zorgverleners, gedragsregels voor patiënten en bezoekers, en logistieke afwegingen zoals cohortverpleging wanneer capaciteit tekortschiet. De kern van de maatregelen rust op het voorkomen van verspreiding via contact en lucht.
De beschikbare gegevens tonen aan dat effectieve isolatie afhankelijk is van duidelijke communicatie tussen artsen, verpleegkundigen en patiënten, evenals een strikte naleving van hygiëneprotocollen. Van de desinfectie van handen bij het verlaten van de kamer tot het informeren van de thuissituatie bij ontslag; elk detail is gericht op het minimaliseren van het infectierisico. Hoewel de praktijk soms aanpassingen vereist, zoals bij ruimtetekort, blijft het doel onveranderd: het beschermen van de volksgezondheid door gecontroleerde verspreiding van micro-organismen.