Protocollen voor Infectiepreventie in Zorgwoningen: Een Praktische Leidraad voor Schoonmaak en Persoonlijke Bescherming

Inleiding

In de context van vastgoedbeheer en renovatie van zorgwoningen of woningen met specifieke zorgbehoeften, ontstaat er een toenemende vraag naar kennis omtrent infectiepreventie. Het beheersen van de verspreiding van resistente bacteriën, zoals Meticilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA), is hierbij van cruciaal belang. De beschikbare literatuur biedt een gedetailleerd inzicht in de maatregelen die genomen moeten worden bij de verzorging van een MRSA-positieve patiënt, met name binnen de thuiszorg of in een ziekenhuisomgeving. Hoewel de context primair medisch is, bieden deze protocollen waardevolle informatie voor professionals die betrokken zijn bij de inrichting, renovatie en het onderhoud van ruimten waar hygiëne prioriteit heeft.

Deze artikelreeks, gebaseerd op officiële richtlijnen van de Werkgroep Infectie Preventie (WIP) en aanverwante protocollen, schetst een beeld van de vereisten voor reiniging, desinfectie, en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM). Het doel is om een objectieve analyse te presenteren van de procedures die nodig zijn om besmetting te voorkomen, zonder dat hieraan persoonlijke meningen of ongestaafde adviezen worden toegevoegd. De focus ligt hierbij op het waarborgen van veiligheid door strikte naleving van vastgestelde normen.

Algemene Maatregelen en Risicofactoren

Voordat er dieper wordt ingegaan op specifieke schoonmaakprotocollen of PBM, is het essentieel om de algemene maatregelen te begrijpen die de basis vormen van infectiepreventie. De bronnen benadrukken dat deze specifieke maatregelen een aanvulling zijn op de standaardmaatregelen die altijd genomen moeten worden.

Een fundamentele pijler is de organisatie van het personeel. De bronnen geven aan dat schoonmaakwerkzaamheden bij voorkeur moeten worden uitgevoerd door een vaste medewerker. Dit minimaliseert het aantal contacten en verhoogt de bekendheid met de specifieke risico's. Een belangrijke restrictie is dat medewerkers met huidafwijkingen, zoals eczeem of psoriasis, niet betrokken mogen worden bij schoonmaakwerkzaamheden of direct contact met de patiënt. De aanweigheid van deze huidaandoeningen verhoogt het risico op het oplopen van een infectie aanzienlijk.

Daarnaast is er aandacht voor de algemene planning van werkzaamheden. In zorgomgevingen wordt het schoonmaken van de kamer van een MRSA-cliënt zoveel mogelijk als laatste gepland. Dit voorkomt dat eventuele verontreinigingen zich verspreiden naar andere ruimten via schoonmaakapparatuur of personeel.

Ook de persoonlijke hygiëne van het personeel is strikt gereguleerd. Tijdens de werkzaamheden dienen horloges, ringen en andere hand- of armsieraden te worden afgelegd. Deze objecten kunnen micro-organismen herbergen en maken een effectieve desinfectie van de handen moeilijker.

Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM)

Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen is een hoeksteen van de infectiepreventie. De bronnen specificeren duidelijk welke PBM vereist zijn bij het betreden van de slaapkamer, badkamer, toilet of bij het opmaken van het bed van een MRSA-cliënt.

Samenstelling van de Uitrusting

De volgende uitrusting is volgens de protocollen vereist: 1. Chirurgisch mondneusmasker IIR: Dit type masker biedt bescherming tegen het inademen van druppels en aerosolen die MRSA kunnen bevatten. 2. Isolatiejas met lange mouwen: Deze jas moet voldoende dekking bieden en wordt na 24 uur vervangen, of eerder indien deze zichtbaar bevuild of nat is geworden. De jas moet in de kamer worden opgehangen, met de buitenkant naar buiten. 3. Handschoenen: Essentieel voor direct contact met oppervlakken of materialen. 4. Schort: Afhankelijk van het risico op besmetting of verontreiniging kan een schort worden gedragen, al dan niet in combinatie met de isolatiejas.

Een specifieke instructie betreft het dragen van een hoofdbedekking (muts). Hoewel de bronnen aangeven dat dit per ziekenhuis verschilt, is het in strikte isolatieprotocollen vaak onderdeel van de volledige uitrusting.

Aankleedprocedure (Donnen)

De volgorde van het aantrekken van de PBM is vastgelegd om kruisbesmetting te voorkomen. De procedure verloopt als volgt: 1. Mondneusmasker voordoen. 2. Isolatiejas aantrekken. 3. Handschoenen aantrekken.

De bronnen vermelden dat deze procedure van toepassing is op cliënten in de thuiszorg met een verdenking op of bevestiging van MRSA. In verband met de privacy van de client dient het aantrekken van de beschermende kleding in de hal (buiten de directe woonruimte) te gebeuren, mits er een sluis aanwezig is.

Ontkleedprocedure (Aftrekken)

Het veilig verwijderen van de PBM is net zo belangrijk als het aantrekken. De volgorde is: 1. Handschoenen uittrekken en direct weggooien in een afvalemmer. 2. Indien de isolatiejas zichtbaar vuil of nat is, moet deze worden weggegooid. Anders kan deze worden opgehangen met de buitenkant naar buiten. 3. Mondneusmasker afdoen en weggooien. 4. Tot slot worden de handen gedesinfecteerd met handendesinfectans.

Deze strikte procedures zijn erop gericht om te voorkomen dat het personeel bij het verlaten van de kamer ongemerkt besmet raakt en de bacterie verspreidt.

Reiniging en Desinfectie van de Omgeving

Voor vastgoedbeheerders en schoonmaakprofessionals is het protocol voor reiniging en desinfectie het meest relevante aspect. De bronnen bieden een specifieke handleiding voor het onderhoud van isolatiekamers en woonruimten waar een MRSA-patiënt verblijft.

Routinematige Reiniging

Bij het schoonmaken van de kamer gelden de volgende regels: * Volgorde: De kamer van de MRSA-patiënt moet als laatst worden gereinigd. * Methode: Alle horizontale oppervlakken (inclusief de vloer) en verticale oppervlakken die frequent met handen worden aangeraakt (zoals deurknoppen) of die zichtbaar vuil zijn, moeten worden gereinigd met vochtige hulpmiddelen. * Materiaalbeheer: Het schoonmaakmateriaal mag de kamer niet verlaten. Dit kan worden opgelost door het materiaal in de natte ruimte (badkamer) op te slaan, of door te kiezen voor disposable (wegwerp) materiaal.

Desinfectie

Desinfectie wordt gedefinieerd als het onomkeerbaar activeren of reduceren van micro-organismen op levenloze oppervlakken tot een aanvaardbaar niveau. Voordat medisch instrumentarium of medische apparatuur de kamer verlaat, moet dit worden gedesinfecteerd. Ook verpleegmaterialen, zoals waskommen of potten, moeten worden gedesinfecteerd, bijvoorbeeld door ze te bevochtigen met alcohol en aan de lucht te laten drogen, of via een specifiek protocol.

Was en Afvalverwerking

De omgang met wasgoed en afval is strikt gereguleerd om verspreiding via deze routes te voorkomen. * Wasgoed: Ondergoed, nachtgoed en beddengoed dienen dagelijks te worden verschoond. Vuil wasgoed moet worden verzameld in een gesloten plastic zak. Deze zak mag alleen door bezoekers worden meegenomen naar huis voor wassen, of via gespecialiseerde wasdiensten worden afgevoerd. De waszak moet minimaal één keer per dag worden afgevoerd. * Afval: Alle afval moet in een plastic zak worden gedeponeerd en minimaal één keer per dag (of vaker indien nodig) worden verwijderd. * Patiëntenmateriaal: Specifiek materiaal zoals sputum, urine, feces, pus en bloed kan via standaard procedures worden afgevoerd, maar de buitenkant van de verpakking moet worden gedesinfecteerd voordat het de kamer verlaat.

Een opmerkelijk detail is dat serviesgoed zonder verdere maatregelen met het overige servies van de afdeling naar de centrale vaatwaskeuken mag worden meegegeven. Dit suggereert dat het risico op besmetting via serviesgoed bij standaard vaatwasprocedures als verwaarloosbaar wordt beschouwd.

Rollen en Verantwoordelijkheden

Effectieve infectiepreventie vereist duidelijke rolverdeling. De bronnen onderscheiden verschillende verantwoordelijkheden binnen de zorgorganisatie, wat ook relevant is voor projectmanagers in de bouw die betrokken zijn bij zorginstellingen.

  • Leidinggevende: Verantwoordelijk voor het informeren van medewerkers, het zorgen voor adequate personele bezetting en het garanderen van voldoende beschermende middelen.
  • Huishoudelijk assistenten: Deze groep moet de instructies in het protocol strikt volgen.
  • Verzorgenden: Zijn verantwoordelijk voor de reiniging en desinfectie van verpleegkundige materialen volgens het protocol.
  • Werkgever: Moet erop toezien dat benodigde materialen worden aangeboden die voldoen aan de gestelde normen (zoals NEN-normen).

De term "NEN" wordt in de bronnen genoemd als een standaard waarin Nederlandse normen voor gebruiksvoorwerpen en processen worden vastgelegd. Hoewel de specifieke NEN-normen niet worden genoemd, is het bestaan ervan een bevestiging van de kwaliteitsstandaard waaraan materialen en processen moeten voldoen.

Definities en Terminologie

Om misverstanden te voorkomen, definiëren de bronnen enkele sleutelbegrippen die essenties zijn voor de interpretatie van de protocollen:

  • MRSA: Meticilline-resistente Staphylococcus aureus.
  • Cliëntgebonden: Materialen moeten altijd bij één en dezelfde cliënt worden gebruikt. Dit voorkomt kruisbesmetting tussen patiënten.
  • Disposable: Materialen die na eenmalig gebruik worden weggegooid.
  • Reinigen: Het verwijderen van zichtbaar en onzichtbaar vuil. Dit voorkomt dat micro-organismen zich kunnen handhaven en vermeerderen.
  • Schoonmaken: Synoniem aan reinigen in deze context; het verwijderen van vuil om verspreiding te voorkomen.

Conclusie

De analyse van de beschikbare documentatie toont aan dat de preventie van MRSA-verspreiding in zorgomgevingen berust op een combinatie van strikte persoonlijke hygiëne, het correct gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en een zorgvuldige, methodische aanpak van reiniging en desinfectie. Hoewel de informatie afkomstig is uit een medische context, zijn de principes van scheiding van materialen, het werken van "schoon naar vuil" en het belang van vaste protocollen universeel toepasbaar.

Voor professionals in de bouw en renovatie bieden deze inzichten aanknopingspunten voor het ontwerp van zorgwoningen. Denk hierbij aan de aanleg van natte ruimten die geschikt zijn voor het opslaan van specifiek schoonmaakmateriaal, of de keuze voor oppervlakken die eenvoudig te reinigen en desinfecteren zijn. De strikte scheiding tussen "schone" en "vuile" zones, zoals geïmpliceerd door het gebruik van sluisruimten, is een architectonisch principe dat bijdraagt aan infectiepreventie. Uiteindelijk blijkt dat effectieve bescherming tegen MRSA niet alleen afhangt van medische kennis, maar ook van discipline, organisatie en de juiste infrastructuur.

Bronnen

  1. OneHealthHub - MRSA Beschermingsmaatregelen
  2. Zipnet - MRSA Dagelijkse reiniging van een MRSA-kamer

Gerelateerde berichten