Dakbedekking in 1963: Evolutie en Toepassing op het Nederlandse Bouwland

In 1963 was het bouwbedrijf in Nederland in een snelle transformatie. De jaren zestig stonden bekend om innovatie, industrialisatie en een groeiende behoefte aan betaalbare en duurzame bouwmateriaal. Dit gold ook voor dakbedekkingen, waarin technologische vooruitgang en het gebruik van kunststoffen de traditionele materialen en methoden vervangen. In dit artikel zullen we een gedetailleerde blik werpen op de dakbedekkingen van 1963, de materialen die gebruikt werden, de industriële ontwikkelingen, en hoe deze de huidige stand van zaken hebben beïnvloed.


Inleiding

Tijdens de jaren zestig begon de bouwsector in Nederland zich te ontwikkelen van een handmatige en traditionele richting naar een modernere, industriële aanpak. Dit gold ook voor dakbedekkingen. In 1963 was de markt van dakbedekkingen in volle groei, met de opkomst van kunststof en bitumineuze materialen die snel werden geïntroduceerd op de markt. De jaren zestig maakten ook plaats voor de oprichting van brancheverenigingen, zoals VENEDAK en VEBIDAK, die de standaardisering en professionalisering van de sector beïnvloedden.

Deze periode maakte deel uit van een bredere transformatie in de bouwsector: van houten dakvloeren en keramische dakpannen, naar dragende dakplaten, kunststof inlagen en kunststof gemodificeerde bitumen. In 1963 was het gebruik van bitumineuze dakbanen al volledig ingevoerd, en begonnen innovaties zoals dakvensters (Velux) hun weg te vinden in het bouwbedrijf.


Technische en Materiaalontwikkelingen in 1963

Bitumen en Kunststof Gemodificeerde Bitumen

In 1963 was bitumen al een veelgebruikt materiaal in de dakbedekkingsindustrie. Bitumineuze dakbanen bestonden uit een inlage die was geïmpregneerd of gecoat met bitumen. Deze inlagen varieerden van vilt in de jaren veertig, naar glasvlies in de jaren vijftig, en eindelijk naar polyester- of kunststof inlagen in de jaren zestig. Deze laatste ontwikkeling was van groot belang, omdat kunststoffen minder vochtgevoelig waren en betere isolatiewaarden bood.

Naast traditioneel bitumen werd in de jaren zestig ook kunststof gemodificeerd bitumen geïntroduceerd. Deze materialen waren verbeterde vormen van bitumen, waarin SBS (styreen-butadieeen-styreen) of APP (atactisch polypropyleen) werd toegevoegd. Dit resulteerde in dakbedekkingen met een langere levensduur, betere elasticiteit en minder onderhoud.

De toepassing van kunststof gemodificeerde bitumen was een doorbraak in de industrie. Bitumen kon in vloeibare vorm op het dak worden gesmeerd, of aan een drager (inlage) worden gehecht. In 1963 waren polyestermatten en kunststoffen inlagen standaard geworden, in tegenstelling tot de vroegere vilt- of glasvliesinlagen die vooral in de jaren veertig en vijftig werden gebruikt.

Vezelplaten en Vezelcementplaten

In de periode 1940-1990 kwamen dragende dakplaten op de markt. Deze platen vervangen de traditionele houten dakvloeren en boden een betere combinatie van sterkte, lichtgewicht en duurzaamheid. In 1963 waren de volgende types dakplaten in gebruik:

  • Vezelplaten: Deze bestonden uit geperste stro of vlasvezels, gebonden met cementmortel of kunsthars. Bekende merken waren Stramit, Linex, en OB-platen (Oosterhoutse dakplaten).
  • Vezelcementplaten: Bekende merken zoals Heraklith en Duri-Sol-Mevriet werden gebruikt voor dakbeschot op hellende daken en soms op flauwhellende daken.

Deze platen waren een voorloper van de moderne dakelementen, die meerdere functies in één product combineren, zoals isolatie en dragend vermogen.


Innovaties in Dakontwerp en Dakvensters

Dakvensters: De Opkomst van Velux

In 1963 werd het gebruik van dakvensters steeds gewoner. De behoefte aan licht en ventilatie in de ruimte onder de daken leidde tot de introductie van dakvensters en daklichten. Een belangrijke innovatie was het tuimelraam, ook bekend als dakvenster. Dit type venster was ontworpen om zowel licht als ventilatie te bieden, zonder dat het het thermische comfort van het dak in de weg stond.

In 1941 richtte de Deen V.K. Rasmussen de firma Velux op. De naam Velux is een samentrekking van ve (ventilatie) en lux (licht). In 1957 werd Velux op de Nederlandse markt gebracht door Braat Bouwstoffen uit Delft, en de eerste advertenties verschenen in 1963. Sindsdien is de term Veluxvenster vrijwel synoniem geworden met tuimelraam, hoewel er veel meer merken en typen bestaan.

Dakvensters werden in 1963 niet alleen gebruikt in woningen, maar ook in kantoren, scholen en andere gebouwen waar licht en luchtvaan belangrijk waren. Ze werden vaak gemaakt van transparante kunststof (golf)platen of van zink voor beweegbare ramen.


Bitumen en Geblazen Bitumen

Bitumen was een centraal materiaal in de dakbedekkingsindustrie in 1963. Het was een goedkoop en lichtgewicht materiaal dat goed geschikt was voor zowel platte daken als licht hellende daken. In tegenstelling tot teermastiek, dat alleen geschikt was voor platte daken, kon bitumen ook op hellende daken worden aangebracht.

Vanaf het midden van de jaren zeventig nam het gebruik van teerhoudende bitumen af vanwege gezondheidsrisico’s bij de verwerking. Tijdens de jaren zestig was het gebruik van teerhoudende bitumen nog toegestaan, maar in 1983 zou het geheel verboden worden.

Geblazen bitumen, een zachtere vorm van bitumen die werd geproduceerd door warme lucht door aardolieresidu te blazen, werd sinds de late negentiende eeuw gebruikt. In 1963 was dit de standaard vorm van bitumen in de industrie. Geblazen bitumen had een betere elasticiteit en was beter bestand tegen hoge temperaturen.


Dakbedekking in de Jaren Zestig: De Rol van Brancheverenigingen

In 1962, net voor de jaren zestig volledig begonnen, werden twee belangrijke brancheverenigingen opgericht:

  • VENEDAK (Vereniging van Nederlandse Dakrolfabrikanten)
  • VEBIDAK (Vereniging van Bitumineuze Dakbedekkingsbedrijven)

Deze verenigingen speelden een belangrijke rol in de standaardisering en professionalisering van de dakbedekkingsindustrie. Zij stelden regels op voor kwaliteit, veiligheid en toepassing van materialen. Dit was een belangrijke stap in de ontwikkeling van de industrie in Nederland, omdat het leidde tot betere producten en een hoger niveau van kwaliteit.


De Verandering in Dakconstructies en Dakontwerpen

In de tweede helft van de twintigste eeuw veranderde de manier waarop daken werden ontworpen en gebruikt. In 1963 was er een toenemende behoefte aan verblijfsruimtes in de ruimte onder de kap. Dit leidde tot het gebruik van doorbroken dakvlakken, waarin ruimtes zoals dakterrassen, dakwoonkamers en dakzalen werden aangebracht.

Ook de materiaal-technische innovaties speelden een rol in deze verandering. Door de introductie van dakvensters en transparante kunststof platen kon meer licht binnenkomen in deze ruimtes, waardoor het mogelijk werd om ze als leefruimtes te gebruiken.


Dakbedekking en Bouwfysica

In 1963 was de bouwfysica nog in een vroege fase van ontwikkeling, maar de basisprincipes van warmte- en vochtbeheer begonnen steeds duidelijker te worden begrepen. Dit had directe gevolgen voor de keuze van dakbedekkingen. Bitumineuze dakbedekkingen, bijvoorbeeld, moesten voldoen aan bepaalde eisen met betrekking tot dampdoorlaatbaarheid en isolerende eigenschappen.

In de jaren zestig was de focus vooral op thermische isolatie en vochtbeheer. In latere jaren zou dit leiden tot de opkomst van warmte- en vochtbestendige bitumineuze dakbanen en dakbedekkingen met geïntegreerde isolatie.


Dakbedekking en Bouwmaterialen van de Jaren Zestig: Samenvatting

In 1963 was de dakbedekkingsindustrie in Nederland volop in ontwikkeling. De jaren zestig brachten een aantal belangrijke innovaties met zich mee, waaronder:

  • De opkomst van kunststof gemodificeerde bitumen (SBS en APP).
  • Het gebruik van polyestermatten en kunststoffen inlagen in bitumineuze dakbanen.
  • De introductie van dakvensters (Velux) als oplossing voor licht en ventilatie in de ruimte onder de kap.
  • De industriële productie van vezelplaten en dakelementen.
  • De oprichting van brancheverenigingen zoals VENEDAK en VEBIDAK, die de kwaliteit en professionalisering van de industrie stimuleerden.

Deze ontwikkelingen zorgden ervoor dat de dakbedekkingsindustrie in 1963 al een moderne, betere en duurzamere richting opging. Veel van de materialen en technieken die in die tijd werden ontwikkeld, zijn tot op de dag van vandaag nog steeds in gebruik.


Conclusie

In 1963 was de dakbedekkingsindustrie in Nederland volop in transformatie. De jaren zestig brachten een snelle industrialisering en technologische vooruitgang met zich mee, die zich ook in de keuze en toepassing van dakbedekkingen liet zien. Bitumineuze dakbanen met kunststoffen inlagen, de opkomst van dakvensters (Velux) en de introductie van vezelplaten en dakelementen waren slechts enkele van de innovaties die de industrie in deze periode richting een moderne en duurzame richting stuurden.

Deze ontwikkelingen waren niet alleen technisch betekenisvol, maar ook sociaal en economisch: ze maakten het mogelijk om goedkope, lichtgewicht en duurzame daken te bouwen die aan de toenemende behoeften van de maatschappij beantwoordden. Veel van deze innovaties zijn tot op de dag van vandaag nog steeds van toepassing en vormen ze het fundament van de huidige stand van zaken in de dakbedekkingsindustrie.


Bronnen

  1. Kennis van Cultureel Erfgoed – Daken
  2. Marktplaats – Dakpannen en Dakbedekking uit de Jaren 60
  3. Dakreparatie Enschede – Geschiedenis en Materialen
  4. Gebouwschil Nederland – Techniek – Historisch Pannendak

Gerelateerde berichten