Impact van slechtste energielabels op de woningmarkt en energietransitie in Nederland

Het energielabel van een woning is tegenwoordig meer dan alleen een technisch certificaat. Het bepaalt niet alleen de energieprestatie van een woning, maar heeft ook een directe invloed op de marktwaarde, huurprijs, en het aantrekkelijkheid voor kopers of huurders. Woningen met een slecht energielabel, zoals E, F of G, staan onder druk vanwege strengere wetgeving, stijgende energiekosten en een groeiende voorkeur voor energiezuinige woningen. In dit artikel bespreken we de impact van de slechtste energielabels, de huidige staat van de energietransitie, de rol van beleid en subsidies, en wat woningeigenaren en huurders hiermee moeten doen.

Invloed van een slecht energielabel op verkoop en huurmarkt

Een energielabel is tegenwoordig een essentieel onderdeel van de marktwaarde van een woning. Woningen met een slecht energielabel, zoals E, F of G, zijn aantoonbaar minder aantrekkelijk voor kopers of huurders. Dit heeft directe gevolgen voor de verkoopkansen en de huurprijs.

Woningen met een slecht energielabel worden vaak langer op de markt gehouden en ontvangen lagere biedingen. Omdat kopers en huurders zich bewust zijn van de hoge energiekosten, zoeken ze naar woningen die energiezuiniger zijn. Dit resulteert in lagere vraag en daarmee lage marktwaarde voor woningen met een slecht energielabel.

De huurmarkt laat een vergelijkbare trend zien. Huurders letten niet alleen op de huurprijs, maar ook op de maandelijkse energiekosten. Woningen met een slecht energielabel betekenen hogere lasten, wat de huurprijs onder druk zet of leidt tot minder interesse.

De conclusie is duidelijk: een slecht energielabel heeft een negatieve impact op zowel de verkoop- als de huurmarkt. Het is dus belangrijk om de energieprestatie van een woning te verbeteren om de marktwaarde en aantrekkelijkheid te behouden.

Strengere regels en verplichtingen voor energielabels

De regels rond energielabels worden steeds strenger. Sinds 1 januari 2023 moet elk kantoor van meer dan 100 m² minimaal energielabel C hebben om verhuurd of gebruikt te mogen worden. Wie hier niet op inspeelt, loopt het risico dat het pand niet meer als kantoor mag worden ingezet.

Bovendien zijn er plannen om deze regels verder aan te scherpen. Vanaf 2027 en 2030 moet het energielabel van alle woningen met een label G of F respectievelijk verbeterd worden tot minimaal label C. De overheid stimuleert dit met maatregelen zoals isolatie, warmtepompen en de uitbreiding van collectieve warmtenetten.

Deze verplichtingen leggen een extra druk op woningeigenaren om investeringen in verduurzaming te doen. Vooral woningen met een slecht energielabel zullen hier extra aandacht op moeten besteden.

Nationale initiatieven om slechte energielabels te verbannen

In het kader van de Nationale Prestatieafspraken hebben corporaties zich gecommitteerd om woningen met energielabel E, F en G snel uit te faseren. Uiterlijk in 2028 moeten deze labels volledig verdwijnen uit de huurmarkt, met uitzonderingen voor enkele gevallen.

Een voorbeeld van zo’n initiatief is Woonin, een woningcorporatie die in 1,5 jaar tijd meer dan 1000 huurwoningen met een slecht energielabel heeft gerenoveerd. Deze woningen zijn volledig geïsoleerd, met renovaties op de daken, vloeren, gevels en ramen. Hierdoor is het comfort voor huurders verbeterd en de energiekosten verlaagd.

Woonin heeft nog iets meer dan 2000 woningen met slecht energielabel over. De meeste van deze woningen bevinden zich in oude stadsgebieden zoals de Binnenstad van Utrecht. In deze regio’s zijn woningen vaak ouder en dus technisch complexer en duurder om te renoveren. Voor deze woningen is maatwerk nodig.

Beleidswijzigingen en vertraging in energietransitie

Hoewel Nederland op koers lijkt te liggen om de Europese doelstellingen voor energie-efficiëntie te halen, blijven woningen met slechte energielabels achter in de energietransitie. Dit is een groot probleem, omdat de helft van de benodigde verduurzaming volgens EU-regels moet komen van woningen met de slechtste energielabels.

Een aantal recente beleidswijzigingen heeft de energietransitie vertraagd. Het plan om hybride warmtepompen verplicht te maken vanaf 2026 is geschrapt. Daarnaast stopt de salderingsregeling in 2027, wat minder aantrekkelijk maakt om zonnepanelen te plaatsen.

Ook de financiering van subsidies speelt een rol. Woningen met label F of G zijn vaak technisch complex en economisch onaantrekkelijk voor eigenaren, vooral voor huishoudens met een lager inkomen. Hierdoor is het lastig om subsidies te krijgen of investeringen te doen.

Gerichte ondersteuning van de overheid, zoals specifieke subsidies of maatregelen voor deze groepen, kan hierbij helpen om de energietransitie te versnellen.

Rol van nieuwbouw in energietransitie

De vooruitgang op de Nederlandse energietransitie wordt voornamelijk gedreven door nieuwbouw. Nieuwe woningen voldoen aan de eisen van de Bijna Energieneutrale Gebouw- (BENG) en milieuprestatie-eisen. Hierdoor wordt het energieverbruik fors verlaagd.

Toch kan nieuwbouw niet de complete energietransitie opvangen. De helft van de benodigde verduurzaming moet komen van bestaande woningen. Dit betekent dat de renovatie van bestaande woningen, met name die met slecht energielabel, extra aandacht nodig heeft.

De uitbreiding van collectieve warmtenetten is een van de belangrijkste strategieën om bestaande woningen te verduurzamen. Hierbij spelen de hoge aansluitkosten echter een grote rol. Subsidies of prijsplafonds kunnen hierbij aanzienlijk verschil maken.

Technische complexiteit en financiële uitdagingen

Woningen met slecht energielabel zijn vaak technisch complex en duurder om te renoveren. Dit geldt vooral voor woningen in oude stadsgebieden, waar isolatie, warmtepompen en warmtenet-aansluiting extra uitdagingen opleveren.

Daarnaast zijn deze woningen vaak bewoond door huishoudens met een lager inkomen, die minder kennis hebben over verduurzaming en financieel minder gemakkelijk investeringen kunnen doen. Hierdoor is de kans op renovatie kleiner dan voor woningen met betere energielabels.

Gerichte ondersteuning van de overheid, zoals specifieke subsidies of leningen, kan deze groep helpen om de energietransitie te halen. Dit is ook belangrijk om de maandelijkse energiekosten van deze huishoudens sterk terug te dringen.

Mogelijke oplossingen en initiatieven

Tegenwoordig zijn er verschillende initiatieven om de energietransitie te versnellen. Hieronder noemen we een aantal belangrijke oplossingen en maatregelen:

  • Isolatie en verbetering van thermische prestatie: Dit is een van de meest effectieve en relatief goedkope manieren om het energielabel te verbeteren.
  • Installatie van warmtepompen: Deze vervangen gasverwarming en zorgen voor een grotere energiebesparing.
  • Aansluiting op warmtenetten: Hierbij zijn hoge aansluitkosten een probleem, maar subsidies of leningen kunnen dit opvangen.
  • Zonnepanelen: Zelfs zonder saldering kunnen zonnepanelen bijdragen aan lagere energiekosten.
  • Gebruik van subsidies en leningen: De overheid biedt diverse subsidies en leningen aan voor verduurzaming, waaronder de Woning Renovatie Aanvraag (WRA) en de Energiebesparingstoets (EBT).

Door deze maatregelen te combineren, is het mogelijk om het energielabel van een woning flink te verbeteren. Dit heeft directe voordelen voor de marktwaarde, energiekosten en comfort.

Toekomstige uitdagingen en beleidsaanpassingen

De komende jaren zullen de uitdagingen rond energietransitie alleen maar groter worden. De verwachting is dat de eisen rond energielabels verder worden aangescherpt. Dit betekent dat woningeigenaren extra aandacht moeten besteden aan verduurzaming.

Daarnaast is het belangrijk dat de overheid beleid aanpast om de energietransitie te versnellen. Dit kan bijvoorbeeld door subsidies te verbeteren, leningen makkelijker te maken en aansluitkosten voor warmtenetten te verlagen.

Een andere belangrijke stap is het verhogen van kennis en bewustwording rond energie-efficiëntie. Door educatieve programma’s en demonstratieprojecten kan het vertrouwen van woningeigenaren in verduurzaming worden verhoogd.

Conclusie

Woningen met een slecht energielabel, zoals E, F of G, staan onder druk vanwege strengere regels, stijgende energiekosten en een groeiende voorkeur voor energiezuinige woningen. Deze woningen zijn aantoonbaar minder aantrekkelijk op de markt, zowel voor kopers als huurders. De overheid stimuleert verduurzaming via subsidies, verplichtingen en maatregelen, maar de huidige vooruitgang is onvoldoende om de EU-doelstellingen te halen.

Nationale initiatieven zoals de Nationale Prestatieafspraken en corporatieve programma’s zoals die van Woonin tonen dat het mogelijk is om woningen met slecht energielabel te renoveren. Toch blijven technische complexiteit, hoge kosten en onvoldoende kennis een obstakel voor veel woningeigenaren.

Om de energietransitie te versnellen, zijn gerichte beleidmaatregelen en subsidies nodig. Bovendien is het belangrijk dat woningeigenaren bewust worden van de voordelen van verduurzaming, zowel qua energiekosten als marktwaarde.

De komende jaren zullen de eisen rond energielabels alleen maar strenger worden. Het is dus belangrijk om nu al maatregelen te nemen om het energielabel van een woning te verbeteren. Hiermee kan zowel de marktwaarde als het comfort van woningeigenaren verbeteren.


Bronnen

  1. Impact van een slecht energielabel
  2. Duizend slechte energielabels in recordtijd aangepakt
  3. Woningen met slechtste energielabels blijven achter in energietransitie
  4. Woningen met slechte energielabels blijven achter in energietransitie

Gerelateerde berichten