Energielabels en hun betekenis in de context van de Tweede Kamer en het Rijk

De rol van energielabels in de Nederlandse woningbouw en kantoorgebouwen wordt steeds belangrijker in het kader van duurzame ontwikkeling. Minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft onlangs in gesprek met de Tweede Kamer aangekondigd dat er maatregelen worden genomen om de kwaliteit van energielabels te verbeteren. Deze maatregelen zijn onderdeel van een bredere strategie om de duurzaamheid van de nationale vastgoedportefeuille te vergroten. In dit artikel wordt ingegaan op de actuele stand van zaken, de uitdagingen bij het toezicht op energielabels, en de rol van de rijksoverheid in dit proces. Daarnaast worden de technologische ontwikkelingen en de impact van energielabels op de marktwaarde van kantoorruimte besproken. Het doel is om een duidelijk overzicht te geven van de huidige situatie, op basis van vertrouwbare bronnen en beschikbare data.

Actuele stand van zaken: energielabels in de Rijkskantorenportefeuille

Een belangrijk onderdeel van het beleid rond energielabels is de verplichting dat alle kantoren minimaal een energielabel C moeten hebben. Dit is sinds 1 januari 2023 verplicht. Uit recente data van de rijksoverheid blijkt dat het gemiddelde energielabel binnen de gehele Rijksportefeuille energielabel B is. In totaal zijn er 1.144 kantoren in de Rijksportefeuille, waarvan er nog steeds een groot aantal geen energielabel heeft. Deze kantoren bevinden zich vooral in de vastgoedportefeuille van Defensie, waar 503 van de 536 kantoren geen energielabel hebben. Dit beeld wijkt sterk af van dat van de IND (100% groen label) of het Rijksvastgoedbedrijf (93% groen label). De verdeling van energielabels per Rijksorganisatie is weergegeven in Tabel 2 (bron: BZK, juni 2024).

Organisatie Aantal kantoren Groen label (%) Rood label (%) Geen label (%)
Politie 312 80 20 1
Rijksvastgoedbedrijf 138 93 4 4
IND 17 100 0 0
Defensie 536 3 3 94
COA 17 24 0 76
Rijkswaterstaat 124 56 44 0
Totaal Rijk 1.144 42,1 12,2 45,7

Uit deze tabel blijkt dat sommige organisaties, zoals het Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat, relatief goed scoren op het gebied van energielabels, terwijl andere, zoals Defensie en het COA, nog aanzienlijk verbetering in het oog hebben. Minister Keijzer heeft hierover actief overleg gevoerd met toezichthouders en Rijksvastgoedhoudende partijen om de voorbeeldrol van het Rijk in de verduurzaming van gebouwen te versterken. Afspraken zijn gemaakt om zo snel mogelijk aan de energielabel C verplichting te voldoen.

Toezicht en handhaving van energielabel C

De verplichting tot energielabel C geldt niet alleen voor de rijksoverheid, maar ook voor kantoorgebouwen in het commerciële vastgoed. Sinds 1 januari 2023 zijn de bevoegde gezagshouders verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving van deze verplichting. RVO heeft onderzoek gedaan naar de stand van zaken van het toezicht en de handhaving per gemeente. Uit dit onderzoek blijkt dat 58% van de gemeenten (197 gemeenten) is gestart met de handhaving, en dat 150 gemeenten verwachten de handhaving voor 2025 af te ronden. Ongeveer 81% van de gebouwen voldoet volgens de toezichthouders aan de verplichting. Voor de overige gebouwen is er vooral sprake van het versturen van waarschuwingsbrieven (7.118 keer gebeurd) en het opleggen van een last onder dwangsom (24 keer gebeurd).

Minister Keijzer heeft aangegeven dat ze zich zal inzetten voor snellere en betere handhaving. De aankondiging van de verplichting in 2018 en de duidelijke ingangsdatum in 2023 hebben bijgedragen aan de naleving. De conclusies van het onderzoek laten zien dat de energielabel C verplichting heeft bijgedragen aan het op de agenda zetten van verduurzaming in de gebouwsector. Uit onderzoek blijkt dat kantoren met betere energielabels couranter en waardevaster zijn. Kantoren met een label C of beter zijn 20% meer waard dan kantoren met een label D t/m G.

Technologische ontwikkelingen en betrouwbaarheid van energielabels

Een belangrijk thema in het huidige beleid is de verbetering van de betrouwbaarheid van energielabels. Minister Keijzer heeft aangekondigd dat er onderzoek is gedaan naar nieuwe technologieën die kunnen bijdragen aan een betrouwbaarder en nauwkeuriger energielabel. Dit onderzoek is uitgevoerd op verzoek van de Kamer en is uitgevoerd door een brede verkenning naar kansrijke technologieën. De conclusie van het eerste deel van het onderzoek is dat veel technologieën nog niet voldoende zijn doorontwikkeld om op grote schaal in te zetten. Andere belemmeringen zijn de hoge kosten en privacywetgeving.

Een kansrijke toepassing die verder wordt uitgewerkt, is een automatische controle op de juistheid van de invoerdata door de opnamesoftware en via de energielabeldatabase (EP-online). In het tweede deel van het onderzoek is nog aanvullend gekeken hoe andere EU lidstaten gemeten data benutten bij het opnemen of verifiëren van het energielabel.

De betrouwbaarheid van energielabels is van groot belang voor de marktwaarde van gebouwen en de verduurzaming van de woningbouw. Energiebesparende maatregelen zorgen voor meer wooncomfort, een lagere energierekening en een positieve impact op het milieu. Daarnaast stijgt de verkoopwaarde van de woning. Zeker als er verbouwplannen zijn, loont het om energiebesparende maatregelen te nemen.

Energielabels in de praktijk: verplichtingen en bijzondere situaties

Het energielabel is in de praktijk een verplicht instrument bij de verkoop of verhuur van woningen. Het energielabel is ook verplicht bij de verhuur van appartementen kleiner dan 50 m². In het geval van tijdelijke verhuur, zoals in de vakantie, is het energielabel niet verplicht als de verhuur minder dan vier maanden per jaar is en het verwachte energieverbruik lager is dan 25% van het energieverbruik bij permanent gebruik.

Er zijn ook situaties waarin het energielabel niet verplicht is, zoals bij de verhuur van een kamer in een woning. In dat geval is de verantwoordelijkheid van het energielabel bij de woningeigenaar, niet bij de onderverhuurder. De onderverhuurder moet echter wel de eigenaar op de hoogte stellen van de onderverhuur. Als er geen energielabel is, kan de eigenaar boetes ontvangen.

Het energielabel is niet alleen een juridisch instrument, maar ook een waardevolle tool voor de marktwaarde van een woning. Een woning met energielabel A++++ is zeer zuinig, terwijl een woning met energielabel G (rood) aangeeft dat het gebouw zeer onzuinig is in vergelijking met soortgelijke huizen. Het energielabel kan ook anders zijn dan dat van buren die in een soortgelijke woning wonen. Dit komt doordat de manier waarop het energielabel wordt bepaald is aangepast per 1 januari 2015 en 2021, en omdat de invoergegevens kunnen verschillen.

Energielabels en de marktwaarde van kantoren

Een van de duidelijkste gevolgen van het energielabel is de impact op de marktwaarde van kantoren. Uit onderzoek blijkt dat kantoren met betere energielabels couranter zijn en een hogere verkoopprijs kunnen behalen. Kantoren met een label C of beter zijn volgens de data 20% meer waard dan kantoren met een label D t/m G. Dit is een sterke motivatie voor eigenaren om hun kantoren te verduurzamen.

De stand van zaken in de markt is dat 78% van de vierkante meters kantoorruimte minimaal label C heeft. Toezichthouders rapporteren dat in hun gemeente gemiddeld 81% van de kantoren reeds voldoet aan de verplichting. Het verschil tussen deze percentages kan onder andere het gevolg zijn van verouderde informatie in de openbare gegevens van de BAG en de WOZ. Gebouwen kunnen ook niet meer als kantoren worden gebruikt, waardoor ze niet meer in het toezicht van de gemeente vallen. Om hier meer inzicht in te krijgen, wordt onderzoek gedaan naar welke gegevens beschikbaar zijn vanuit de kantorenmarkt en of de monitoringscijfers hiermee aangescherpt kunnen worden.

Toekomstperspectieven: het energielabel in 2025 en verder

De toekomst van het energielabel houdt ook rekening met de technologische vooruitgang en de wettelijke ontwikkelingen. Minister Keijzer heeft aangekondigd dat ze samenwerkt met de partijen in het kwaliteitsborgingstelsel om het toezicht verder te versterken. Ze wil het focuspunt van het toezicht meer verleggen naar slecht presterende adviseurs en certificaathouders. Dit is een strategische keuze om de kwaliteit van de energielabels te verbeteren en te voorkomen dat het systeem wordt misbruikt.

Een van de mogelijke verbeteringen is de toepassing van gemeten data bij het energielabel. In het onderzoek naar EU-lidstaten is gekeken hoe andere landen dit benutten bij het opnemen of verifiëren van het energielabel. Deze informatie kan leiden tot een aanpassing van het Nederlandse systeem, waardoor energielabels nog betrouwbaarder en relevantie kunnen behouden op de lange termijn.

Daarnaast is er de vraag of er een apart energielabel nodig is voor energieleverende woningen. Het antwoord is nee. Energieleverende gebouwen vallen in de hoogste A++++klasse van het label, zodat er geen apart label nodig is. Dit benadrukt het feit dat het energielabel niet alleen gericht is op het verminderen van energieverbruik, maar ook op het verhogen van de energieproductie via duurzame bronnen zoals zonnepanelen.

Energielabels en de rol van de Tweede Kamer

De Tweede Kamer speelt een centrale rol in de ontwikkeling en uitvoering van het beleid rond energielabels. De aankondigingen van minister Keijzer zijn gedaan in gesprek met de Kamer, en het beleid is onderbouwd door onderzoeken en moties van lidpartijen. In de brief van 14 maart 2025 is een overzicht gegeven van de resultaten van het onderzoek naar technologieën die bijdragen aan een betrouwbaarder energielabel. Deze informatie is met de Kamer gedeeld en vormt de basis voor verdere beleidskeuzes.

De Tweede Kamer is ook verantwoordelijk voor het stellen van eisen aan het energielabel. Minister Keijzer heeft onlangs aangekondigd dat ze niet direct wil veranderen aan de rekenmethode voor warmtenetten in het label. Deze keuze is gemaakt op basis van overwegingen rond de praktische uitvoerbaarheid en de impact op de markt. Het energielabel moet blijven functioneren als een duidelijke en toegankelijke tool voor zowel huiseigenaren als huurders.

Conclusie

Het energielabel is een essentieel onderdeel van de duurzaamheidsstrategie in de Nederlandse vastgoedsector. Het label dient zowel als juridisch instrument bij de verkoop en verhuur van woningen, als een waardevolle tool voor de marktwaarde en energiebesparing. De huidige situatie laat zien dat de verplichting tot energielabel C is ingevoerd en in de praktijk wordt uitgevoerd, maar dat er nog ruimte is voor verbetering, vooral op het gebied van toezicht, betrouwbaarheid en technologische vooruitgang.

De rol van de rijksoverheid is van groot belang in dit proces. Hoewel sommige organisaties al relatief goed presteren, is er nog veel werk te doen om de voorbeeldrol van het Rijk in de verduurzaming van gebouwen te versterken. De toezichthouders en toezichthoudende partijen spelen een centrale rol in het toezicht en de handhaving, en het is duidelijk dat de samenwerking tussen de overheid, de toezichthouders en de vastgoedeigenaren van groot belang is.

In de toekomst zullen technologische ontwikkelingen en wettelijke aanpassingen de rol van het energielabel verder bepalen. Het is van belang dat het label blijft functioneren als een betrouwbare en waardevolle tool voor zowel huiseigenaren als huurders. Door te investeren in innovatie, betrouwbaarheid en duurzaamheid, kan het energielabel een belangrijk instrument blijven in de strijd tegen klimaatverandering en in de verduurzaming van de vastgoedsector.

Bronnen

  1. Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening – Energielabels en kwaliteitsborging
  2. Energeia – Keijzer scherpt opnieuw eisen energielabel aan
  3. Energielabel Lojet – Veelgestelde vragen over energielabels

Gerelateerde berichten