De energiezuinigheid van woningen is een cruciale factor in de duurzame ontwikkeling van Nederland. Het energielabel biedt een snelle en duidelijke indicatie van de energieprestaties van een woning. In 2024 blijkt uit diverse studies dat het gemiddelde energielabel van Nederlandse woningen op C ligt. Deze waarde wijst op een mate van energiezuinigheid, maar laat ook duidelijk zien dat er nog veel ruimte is voor verbetering om de klimaatdoelen van 2050 te bereiken. In dit artikel analyseren we de huidige stand van zaken, vertonen we per gemeente hoe het energielabel varieert, en geven we een overzicht van de trends, kosten en maatregelen die van invloed zijn op de energieprestaties van woningen in Nederland.
Huidige situatie: Gemiddeld energielabel C
Anno 2024 heeft elke woning in Nederland gemiddeld energielabel C. Dit betekent dat de meeste woningen energiezuiniger zijn dan een energieslurpende woning (label G), maar nog lang niet energieneutraal. In de meeste gevallen hebben deze woningen geen zonnepanelen, slechte isolatie en niet-duurzame verwarmingsystemen, zoals oude gasinstallaties. Daarnaast wordt vaak enkel glas gebruikt, wat leidt tot verlies van warmte in de winter en oververhitting in de zomer.
Hoewel het gemiddelde label C is, is er veel variatie tussen gemeenten. In de meeste gemeenten ligt het gemiddelde energielabel op C, terwijl er slechts weinig gemeenten zijn waar het label B of zelfs A is. Slechts 1 gemeente in Nederland heeft momenteel een gemiddelde energiezuinigheid van label A, namelijk Almere. Daarnaast is Almere ook de meest duurzame gemeente als het gaat om het aantal woningen met label A, A+ of A++. In tegenstelling daarmee is Rijswijk de minst duurzame gemeente, waar het gemiddelde label lager is dan de rest van het land.
De volgende cijfers geven een overzicht van de verdeling van energielabels over Nederland:
- 1 gemeente (0,3%): gemiddeld energielabel A
- 112 gemeenten (32,6%): gemiddeld energielabel B
- 227 gemeenten (66,4%): gemiddeld energielabel C
- 2 gemeenten (0,6%): gemiddeld energielabel D
Deze cijfers geven aan dat het grootste deel van Nederlandse woningen nog lang niet op weg is naar energieneutraliteit. Slechts 34,5% van alle woningen heeft een energiezuinig label A, 16% een B, en 25% een C. 7,9% van de woningen heeft een energielabel F of G, waardoor duidelijk is dat in deze categorie’s vaak sprake is van oude huizen met slechte isolatie en verouderde verwarmingsystemen.
Gemeenten met het meeste energiezuinige woningen
Binnen Nederland zijn er gemeenten waar een relatief hoog percentage van de woningen energiezuinig is. Een overzicht van de top 10 gemeenten met het hoogste percentage A-labels is als volgt:
- Almere (Flevoland) – 65,4% van de woningen heeft energielabel A
- Lansingerland (Zuid-Holland) – 60,8% van de woningen heeft energielabel A
- Pijnacker-Nootdorp (Zuid-Holland) – 59,2% van de woningen heeft energielabel A
- Purmerend (Noord-Holland) – 55,3% van de woningen heeft energielabel A
- Harlingen (Friesland) – 54,4% van de woningen heeft energielabel A
- Dijk en Waard (Noord-Holland) – 53,2% van de woningen heeft energielabel A
- Hendrik-Ido-Ambacht (Zuid-Holland) – 51,7% van de woningen heeft energielabel A
- Barendrecht (Zuid-Holland) – 50,9% van de woningen heeft energielabel A
- Houten (Utrecht) – 50,5% van de woningen heeft energielabel A
- Aalsmeer (Noord-Holland) – 49,6% van de woningen heeft energielabel A
Deze gemeenten tonen aan dat het mogelijk is om met behulp van renovaties, isolatieverbeteringen en duurzame energieopwekking (zoals zonnepanelen) een aanzienlijk deel van de woningbouw te transformeren naar energiezuinige woningen. In deze gemeenten is het energielabel niet alleen een maatstaf, maar ook een stimulus voor verdere duurzame investeringen.
Gemeenten met het minst energiezuinige woningen
Aan de andere kant zijn er ook gemeenten waar het percentage energiezuinige woningen relatief laag is. De minst energiezuinige gemeenten in Nederland zijn onder andere:
- Leidschendam-Voorburg – slechts 16,1% van de woningen heeft energielabel A
- Westerwolde – 17,6% van de woningen heeft energielabel A
- Heerlen – 18% van de woningen heeft energielabel A
- Terschelling – 23,6% van de woningen heeft energielabel F of G
In deze gemeenten is het aandeel energieslurpende woningen (labels F en G) aanzienlijk hoger dan het landsgemiddelde. Dit wijst op een hoge verdeling van oudere woningen die weinig of geen energiezuinige maatregelen hebben doorgevoerd. In deze regio’s is het noodzakelijk om prioriteit te geven aan isolatie, duurzame verwarming en eventueel zonnepanelen om de energieprestaties te verbeteren.
De rol van energielabels in de woningmarkt
Sinds 2007 is het energielabel verplicht voor elke woning die wordt verkocht of verhuurd. Dit is een belangrijke maatregel om consumenten te informeren over de energiekosten en de duurzaamheid van een woning. In 2015 is het aanvragen van een energielabel vereenvoudigd, waardoor de kosten voor woningeigenaren zijn gedaald. Ook zijn sancties ingevoerd voor woningen zonder energielabel bij verkoop of verhuur, wat heeft geleid tot een aanzienlijke toename in het aantal geregistreerde energielabels.
Eind 2024 is ruim 61% van de Nederlandse woningvoorraad voorzien van een energielabel. Dit betekent dat bijna 5,1 miljoen woningen een geldig energielabel hebben. Van deze woningen is ruim 51% energiezuinig (label A of B). In 2010 lag dit aandeel nog op 16%, terwijl het in 2024 ruim 51% is. Dit toont aan dat er in de afgelopen jaren een duidelijke vooruitgang is geboekt in de energiezuinigheid van woningen in Nederland.
Alle huurwoningen van woningbouwcorporaties zijn momenteel voorzien van een geldig energielabel. De geldigheidsduur van een energielabel is tien jaar, wat betekent dat woningeigenaren en huurders regelmatig de energieprestaties van hun woning kunnen controleren.
Energieverbruik en kosten
Om het energielabel beter te begrijpen, is het ook belangrijk om het energieverbruik en de bijbehorende kosten te analyseren. Een gemiddelde woning verbruikt in 2024 ongeveer:
- 1336 m³ gas per jaar (kosten ongeveer €86 per maand)
- 2941 kWh elektriciteit per jaar (kosten ongeveer €55 per maand)
De gemiddelde energiekosten per maand liggen dus op ongeveer €141, zonder rekening te houden met eventuele saldering van elektriciteit die door zonnepanelen wordt opgewekt. In woningen met energielabel A is het energieverbruik aanzienlijk lager, terwijl woningen met label G vaak veel hogere kosten hebben.
Energielabel en renovatie
Een energielabel is niet alleen een maatstaf voor energiezuinigheid, maar ook een instrument om renovaties te plannen en uit te voeren. In de meeste gevallen is het mogelijk om het energielabel te verbeteren door:
- Isolatieverbeteringen (dak, muren, vloeren)
- Duurzame verwarmingsystemen (zoals warmtepompen of houtkachelinstallaties)
- Duurzame beglazing (twee- of driedubbel glas)
- Zonnepanelen
- Energiezuinige verwarmingsinstallaties en sanitair
De meeste woningen met energielabel C of lager kunnen met behulp van deze maatregelen opgevoerd worden naar label B of zelfs A. De terugverdientijd van investeringen hangt af van de gekozen maatregelen en de huidige energiekosten. Echter, er is momenteel veel discussie over de salderingsregeling, waarbij overtollige elektriciteit uit zonnepanelen in de zomer kan worden afgerekend tegen het verbruik in de winter.
In 2027 is het nieuwe kabinet van plan om de salderingsregeling af te schaffen, wat betekent dat woningeigenaren die zonnepanelen installeren niet langer deze regeling kunnen gebruiken. Dit heeft een directe invloed op de terugverdientijd en de rentabiliteit van zonnepanelen. Daarom is het belangrijk voor woningeigenaren om deze ontwikkeling in overweging te nemen bij de planning van investeringen in duurzame energieopwekking.
Toekomstige doelen en uitdagingen
Om de klimaatdoelen van 2050 te halen, moet elke woning in Nederland op energieneutraal niveau komen. Dit betekent dat alle woningen energielabel A moeten hebben, en in sommige gevallen zelfs energieproducenten moeten worden (energielabel A ++++ of hoger). In de huidige situatie is dit nog ver weg, aangezien slechts 34,5% van de woningen energielabel A heeft.
Een belangrijke uitdaging is het verbeteren van oude woningen, die vaak slecht geïsoleerd zijn en verouderde verwarmingsinstallaties gebruiken. Deze woningen vormen een groot deel van de woningbouw en vereisen aanzienlijke investeringen om het energielabel te verbeteren. Hierbij is het belangrijk om subsidies en fiscale voorzieningen te benutten, zoals de Energieprestatieverbeteringssubsidie (EPV-subsidie) en aftrek op de aanschaf van duurzame warmtepompen.
Daarnaast is het noodzakelijk om bewustwording te creëren bij woningeigenaren en huurders over de voordelen van energiezuinigheid. Hoewel het energielabel een duidelijke indicatie geeft van de energieprestaties, is het vaak niet voldoende om investeringen in renovatie of duurzame energieopwekking te stimuleren. Daarom is het belangrijk dat overheden, bouwbedrijven en energie-experts samenwerken om de toegankelijkheid en effectiviteit van renovatieprojecten te vergroten.
Conclusie
Het gemiddelde energielabel van Nederlandse woningen in 2024 ligt op C, wat aangeeft dat er nog veel ruimte is voor verbetering. Hoewel de meeste woningen energiezuiniger zijn dan energieslurpende huizen, is het doel van energieneutraliteit nog lang niet binnen handbereik. In de meeste gemeenten is het energielabel C het normaalste, met slechts weinig gemeenten waar het label A of B wordt bereikt. De meest duurzame gemeente is Almere, terwijl Rijswijk en Terschelling het minst energiezuinig zijn.
Energiezuinigheid is niet alleen belangrijk voor het milieu, maar ook voor de financiële situatie van woningeigenaren en huurders. Door investeringen in isolatie, duurzame verwarming en zonnepanelen is het mogelijk om het energielabel te verbeteren en de energiekosten te verlagen. Echter, de komende jaren zijn er ook uitdagingen, zoals de mogelijke afschaffing van de salderingsregeling, wat de rentabiliteit van zonnepanelen kan beïnvloeden.
In de komende jaren is het van groot belang om meer woningen te verbeteren tot energielabel A en de klimaatdoelen van 2050 te bereiken. Dit vraagt niet alleen voor investeringen, maar ook voor een verandering in denkwijzen, beleid en samenwerking tussen overheden, woningbouwcorporaties en individuele woningeigenaren. Alleen dan is het mogelijk om Nederlandse woningen echt duurzaam te maken.