Inleiding
De woningcorporaties in Nederland hebben zich sinds het begin van de jaren 2010 sterk toegelegd op de verduurzaming van hun woningvoorraad. In het kader van het Energieakkoord voor duurzame groei (2013) en de daaropvolgende afspraken, hebben de leden van Aedes zich voorgenomen om hun woningen te verbeteren naar een gemiddeld energielabel B. Dit houdt onder andere in dat de Energie-index (EI) gemiddeld op 1,4 moet liggen. Deze maatstaf geeft een integrale beoordeling van de energetische prestatie van woningen.
De voortgang is behoorlijk gestaag: eind 2021 zou het gemiddelde energielabel van corporatiewoningen onder de 1,4 zijn gekomen, afhankelijk van de wijzigingen in de methode voor het bepalen van energielabels. Hoewel de systematiek vanaf 2021 is aangepast en niet direct vergelijkbaar is met de oude methode, blijft het doel van energielabel B voor het gemiddelde van de woningvoorraad actueel.
In dit artikel wordt ingegaan op de huidige status van de Aedes-woningcorporaties, de stappen die zijn genomen om verduurzaming te bereiken, de investeringen in energie-efficiëntie, en de uitdagingen die nog op de weg liggen. Op basis van recente data uit Aedes-benchmarks, energielabelstatistieken en energieleveringen naar woningkenmerken, wordt een duidelijk beeld geschetst van de toegenomen inzet op verduurzaming en de rol van woningcorporaties in het Energieakkoord.
De Aedes-benchmark en de voortgang
De Aedes-benchmark is een jaarlijks voorkomend overzicht dat de voortgang van woningcorporaties in de verduurzaming van hun woningvoorraad toon. Dit document is een essentieel instrument voor de sector om trends en prestaties te analyseren en richtlijnen te stellen voor toekomstige investeringen.
Uit de Aedes-benchmark blijkt dat woningcorporaties zich actief blijven inzetten op het verbeteren van de energieprestatie van hun woningen. Zo heeft 80% van de woningcorporaties nu een HR107-ketel in hun woningen, wat aanzet tot een efficiënter gebruik van energie. Bovendien is het aantal woningen met zonnepanelen het afgelopen jaar met 67.000 gestegen. Deze investeringen tonen aan dat de sector zich bewust is van de noodzaak om CO2-uitstoot te verminderen en duurzamere oplossingen te implementeren.
Daarnaast verbetert de gemiddelde isolatie van woningen gestaag. Isolatie is een kernaspect van energie-efficiëntie en helpt om de warmtebehoefte van woningen te verminderen. De investeringen in isolatiemaatregelen zijn daarom van groot belang in de toekomstige verduurzaming van de woningcorporatiewoningen.
Een belangrijk punt dat uit de benchmark naar voren komt, is de toename van investeringen in energetische maatregelen. Tussen 2016 en 2020 is het aandeel van energetische investeringen in woningverbetering gegroeid tot 46%. Dit is een toename met 3% ten opzichte van vorige jaren. In vergelijking daarmee namen investeringen in niet-energetische maatregelen af met €12 per verhuureenheid. Aan de andere kant steeg het budget voor energieverbeterende maatregelen met €48 per verhuureenheid. Deze cijfers laten zien dat de prioriteiten van de woningcorporaties zich steeds meer richten op energie-efficiëntie en duurzamheid.
Hoewel de voortgang duidelijk is, zijn er nog steeds grote uitdagingen. De verduurzaming van het woningbestand vraagt namelijk om forse investeringen. Deze investeringen zijn nodig om het doel van een CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2050 te bereiken. Daarom blijft het belangrijk dat zowel woningcorporaties als overheden en particuliere partijen samenwerken om financiële middelen en innovatieve oplossingen te realiseren.
De rol van energielabels in de woningmarkt
Energie-etiketten zijn sinds 2007 verplicht in Nederland en geven een duidelijke indicatie van de energieprestatie van een woning. In 2023 zijn ruim 5 miljoen woningen voorzien van een geldig energielabel. Dit komt overeen met 61% van de totale woningvoorraad. Van deze gelabelde woningen vormen energiezuinige woningen met een label A of B circa 51% van de gelabelde woningvoorraad.
De toename van energiezuinige labels is aanzet tot een verbetering van de energieprestaties in de woningmarkt. In 2010 was slechts 16% van de labels een energiezuinig label (A of B), terwijl dit percentage in 2023 was gestegen tot 51%. Het aandeel van energie-onzuinige labels (E, F en G) is daarentegen afgenomen van 25% in 2010 naar 14% in 2023. Deze verandering toont aan dat de sector gestaag vooruitgang maakt in het verlagen van de energieconsumptie en het verhogen van de energie-efficiëntie.
De verplichte aanwezigheid van energielabels bij verkoop of verhuur van woningen heeft ook geleid tot een toename in het aantal labels. Sinds 2015 zijn jaarlijks veel woningen van een energielabel voorzien, vooral vanwege de vereenvoudiging van de label-aanvraagproces en de verlaging van kosten. Een belangrijke reden voor de toename van energielabels in 2020 was ook het feit dat de methodiek per 1 januari 2021 veranderde, wat leidde tot hogere kosten voor labelopnames. Daardoor werden er in 2020 nog veel labels verstrekt om de kosten te verlagen voor woningen die in 2021 zouden verhuurd of verkocht worden.
Alle huurwoningen van woningbouwcorporaties zijn momenteel voorzien van een geldig energielabel, wat aantoont dat deze sectoren zich verantwoordelijk voelen voor het verbeteren van energieprestaties. Dit is een positief signaal, aangezien woningcorporaties vaak een grote rol spelen in de huurmarkt en hun inzet op verduurzaming een positieve impact kan hebben op het gehele woningbestand.
Bijna 35% van de geregistreerde labels betreft de energiezuinige klasse A of hoger. In de praktijk betekent dit dat deze woningen relatief weinig energie verbruiken en dus gunstig zijn voor de huurder en de omgeving. Het energielabel is echter geen statisch document. Het geldigheidsduur van een energielabel is tien jaar, waardoor het noodzakelijk is om regelmatig aanpassingen en investeringen door te voeren om de labelwaarde te behouden of te verbeteren.
Investeringen in verduurzaming: trends en vooruitzichten
De investeringen in verduurzaming van het woningbestand zijn de afgelopen jaren gestaag toegenomen. Tussen 2016 en 2020 is het aandeel van energetische maatregelen in de totale investeringen in woningverbetering sterk toegenomen. In 2020 was dit aandeel gestegen tot 46%, wat aantoont dat woningcorporaties zich steeds meer richten op energie-efficiëntie en duurzamheid.
De voornaamste investeringen zijn gericht op het installeren van HR107-ketels, het uitbreiden van zonnepaneelinstallaties en het verbeteren van de isolatie van woningen. De HR107-ketel is een efficiëntere verwarmingsoplossing die aanzet tot een lagere energieconsumptie en een vermindering van CO2-uitstoot. Het feit dat 80% van de woningen nu met deze ketels is uitgerust, toont aan dat woningcorporaties deze technologie op grote schaal toepassen.
Het toegenomen aantal woningen met zonnepanelen is een ander duidelijk signaal van inzet op verduurzaming. Het afgelopen jaar is het aantal woningen met zonnepanelen met 67.000 gestegen, wat aangeeft dat woningcorporaties actief zijn in het integreren van duurzame energiebronnen in hun woningbestand. Zonnepanelen leveren niet alleen duurzame energie, maar ook een vermindering van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en een positieve impact op het energielabel.
Isolatie blijft een kernaspect van energie-efficiëntie. De investeringen in isolatiemaatregelen zijn hier ook een belangrijk onderdeel van. Isolatie helpt om de warmtebehoefte van woningen te verminderen, wat leidt tot lagere energiekosten en verbeterde comfort voor huurders. De verbetering van de gemiddelde isolatie van corporatiewoningen is daarom van groot belang voor het halen van het doel van energielabel B.
De toekomstige investeringen in verduurzaming zullen echter nog fors moeten toenemen om het doel van een CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2050 te bereiken. De huidige inzet is positief, maar het is duidelijk dat er nog veel te doen is. Dit betekent dat woningcorporaties, overheden en particuliere partijen samen moeten werken aan innovatieve oplossingen en financiële middelen om de nodige maatregelen door te voeren.
Energieleveringen en het energielabel: trends in 2023 en 2024
De energieleveringen aan woningen zijn een belangrijk onderdeel van de energieprestaties van huizen. Deze leveringen zijn onderverdeeld in aardgas en elektriciteit, en worden uitgesplitst naar woningkenmerken zoals energielabel, woningtype en type eigenaar. Uit de publicatie van het CBS blijkt dat er in 2023 en 2024 duidelijke trends zijn in de energieleveringen aan woningen.
De publicatie geeft een overzicht van de gemiddelde aardgas- en elektriciteitsleveringen aan woningen, inclusief gewogen gemiddelden per vierkante meter. Deze data worden gebruikt om de prestaties van verschillende woningtypes en energielabels te vergelijken. Uit de analyses blijkt dat woningen met een hoger energielabel in het algemeen minder energie verbruiken, wat aantoont dat het energielabel een goede indicator is van de energie-efficiëntie van een woning.
De data tonen ook dat er sprake is van een algemene afname in het energieverbruik van woningen, vooral bij woningen met hogere labels. Deze afname wordt onder andere toegeschreven aan verbeterde isolatie, het gebruik van efficiëntere verwarmingsinstallaties en de toegenomen toepassing van duurzame energiebronnen zoals zonnepanelen.
Het feit dat woningcorporaties een groter deel van hun woningbestand voorziet van HR107-ketels en zonnepanelen heeft ook een positief effect op de energieleveringen. Deze investeringen zorgen ervoor dat de energiekosten voor huurders lager worden, wat op lange termijn leidt tot een vermindering van de CO2-uitstoot.
De analyse van de energieleveringen is van groot belang om de voortgang van de verduurzaming te meten. Het geeft een duidelijk beeld van de effectiviteit van energiebespaarmaatregelen en de impact van investeringen in duurzamheid. De data kunnen ook gebruikt worden om toekomstige investeringen en beleidsmaatregelen te plannen en te optimaliseren.
Uitdagingen op de weg naar energielabel B
Hoewel de voortgang aanzet tot een verbetering van de energieprestaties van corporatiewoningen, zijn er nog steeds uitdagingen die de sector moet overwinnen. Een van de belangrijkste uitdagingen is het hoge investeringsbedrag dat nodig is om het doel van een CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2050 te bereiken. De huidige investeringen zijn positief, maar het is duidelijk dat deze nog fors zullen moeten toenemen.
Een andere uitdaging is het feit dat niet alle woningen in Nederland voorzien zijn van een geldig energielabel. Hoewel ruim 5 miljoen woningen in 2023 voorzien waren van een geldig label, zijn er nog 3,2 miljoen woningen zonder formeel geldig energielabel. Wel hebben alle woningen in 2015 een zogenaamd voorlopig of indicatief label gekregen, dat echter alleen gebaseerd is op enkele algemene kenmerken en niet rechtsgeldig is bij verhuur of verkoop. Dit betekent dat er nog steeds een behoefte is aan het uitvoeren van nieuwe energielabelopnames en het verbeteren van de energieprestaties van deze woningen.
Daarnaast is het belangrijk om te erkennen dat de systematiek van energielabelbepaling sinds 2021 is aangepast. Deze wijziging maakt het niet eenvoudig om directe vergelijkingen te trekken tussen labels voordat en na 2021. Het is daarom belangrijk om de voortgang te meten aan de hand van andere indicatoren, zoals de Energie-index en de investeringen in verduurzaming.
De toekomstige uitdagingen voor woningcorporaties zijn vooral gericht op het verder verbeteren van de energieprestaties van hun woningbestand en het implementeren van innovatieve duurzame oplossingen. Dit vraagt niet alleen om financiële middelen, maar ook om samenwerking tussen verschillende partijen en een duidelijke strategie voor verduurzaming.
Conclusie
De woningcorporaties in Nederland hebben zich duidelijk gecommitteerd aan verduurzaming en het halen van energielabel B voor hun woningbestand. Uit de Aedes-benchmark blijkt dat deze sector zich gestaag inzet op investeringen in HR107-ketels, zonnepanelen en isolatie. Deze maatregelen hebben geleid tot een verbetering van de energieprestaties van corporatiewoningen en een toename in het aantal woningen met een energielabel A of B.
De toename van investeringen in energetische maatregelen en het verlagen van investeringen in niet-energetische maatregelen tonen aan dat woningcorporaties steeds meer prioriteit geven aan energie-efficiëntie en duurzamheid. De data uit de energielabelstatistieken tonen verder aan dat er een algemene verbetering is in de energieprestaties van woningen, vooral bij de huurwoningen van woningcorporaties.
Hoewel de voortgang positief is, zijn er nog steeds uitdagingen op de weg naar een CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2050. Dit betekent dat er nog steeds grote investeringen nodig zijn en dat samenwerking tussen woningcorporaties, overheden en particuliere partijen essentieel is om de benodigde maatregelen door te voeren.
De energielabelbepaling is een belangrijk instrument om de voortgang van verduurzaming te meten, maar het is ook belangrijk om te erkennen dat de systematiek sinds 2021 is aangepast. Daarom is het noodzakelijk om ook andere indicatoren te gebruiken, zoals de Energie-index, om de prestaties van corporatiewoningen te beoordelen.
In samenvatting is de inzet van woningcorporaties op verduurzaming duidelijk, maar het is nog steeds een lange weg naar energielabel B voor het gemiddelde van het woningbestand. Met de huidige investeringen en strategieën is de sector op de goede weg, maar er zijn nog steeds grote uitdagingen om het doel van een CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2050 te bereiken.