Inleiding
Sinds 2007 is het energielabel een essentieel onderdeel van de woningmarkt in Nederland. Het energielabel geeft een duidelijke indicatie van de energieprestatie van een woning, waarbij het label A++++ staat voor een extreem energiezuinig huis en het label G voor een energieslurper. Het label is verplicht bij de verkoop of verhuur van woningen sinds 2015, wat heeft geleid tot een toegenomen aandacht voor energiezuinigheid in de bouw- en renovatiesector.
Deze artikelen zullen de huidige toestand van energielabels in Nederland in kaart brengen. Op basis van recente onderzoeken en statistieken blijkt dat het aandeel van energiezuinige woningen is toegenomen, maar er nog steeds veel te verduurzamen is. Bovendien zijn er duidelijke verschillen tussen regio’s en gemeenten, die vaak samenhangen met economische factoren. In dit artikel bespreken we de huidige stand van zaken, trends, regiovergelijkingen en uitdagingen op het gebied van energiezuinig wonen.
Toename van energiezuinige woningen
Sinds het jaar 2015 is er een duidelijke toename van energiezuinige woningen in Nederland. In 2024 had 21,5% van de woningen een energielabel A of hoger, wat een vrijwel verdubbeling is ten opzichte van vijf jaar eerder (10,9%). Dit toont aan dat de bouw- en renovatiesector in Nederland zich richting duurzaamheid beweegt. Nieuwbouw is vaak standaard voorzien van minimaal een energielabel A, wat bijdraagt aan deze positieve trend.
De toename van energiezuinige woningen is ook te verklaren door het vereenvoudigen van de aanvraagprocedure voor energielabels en de verplichte aanwezigheid van een geldig label bij verkoop of verhuur. Bovendien zijn de kosten van energielabels gedaald, wat heeft bijgedragen aan de toename van het aantal gelabelde woningen. In 2024 had ruim 5 miljoen woningen een geldig energielabel, wat overeenkomt met 61% van de totale woningvoorraad in Nederland.
Energiezuinige woningen per regio
Het aandeel energiezuinige woningen varieert sterk per gemeente. Koploper op dit gebied is Almere in Flevoland, waar 41,9% van de woningen het duurzaamste energielabel (A of hoger) heeft. Ook gemeenten als Lansingerland (Zuid-Holland) en Zeewolde (Flevoland) scoren hoog qua duurzaamheid. Deze gemeenten zijn vaak gekenmerkt door een relatief hoge dichtheid aan nieuwbouw en een sterke focus op duurzame bouwpraktijken.
Lansingerland scoort met 38,6% energielabel A en hoger net iets lager dan Almere, maar nog steeds boven het landelijke gemiddelde. Ook gemeenten in Noord-Holland, zoals Diemen en Purmerend, tonen goede resultaten met respectievelijk 35,1% en 34,8% energielabel A of hoger. In Zuid-Holland, waar ook gemeenten als Pijnacker-Nootdorp en Hendrik-Ido-Ambacht scoren goed.
Deze positieve ontwikkeling is het gevolg van beleidsmaatregelen op lokaal niveau, zoals subsidies voor isolatie of het installeren van duurzame energieopwekking zoals zonnepanelen. Daarnaast draagt het relatief hogere gemiddelde inkomen in deze regio’s bij aan de toegang tot verduurzamingsmaatregelen.
Gebieden met veel energie-onzuinige woningen
Aan de andere kant zijn er regio’s waar het aandeel energie-onzuinige woningen (labels E, F en G) nog steeds aanzienlijk is. In de provincies Groningen, Friesland en Zeeland is het aandeel energie-onzuinige woningen het hoogst. In gemeenten zoals Schiermonnikoog, Terschelling, Bloemendaal en Westerwolde is het aandeel huizen met energielabel F of G respectievelijk 17,1%, 13,6%, 11,3% en 11%.
Een van de belangrijkste oorzaken van het hoge aandeel energie-onzuinige woningen is het laag inkomen in deze regio’s. Volgens Pim Holstvoogd, expert in energie en verduurzamen, leidt dit tot het feit dat mensen die al weinig kunnen besteden, vaak wonen in slecht geïsoleerde huizen. Hierdoor draaien ze op hogere energiekosten, wat extra wrang is gezien hun beperkte financiële middelen.
In deze gemeenten zijn vaak energiecoaches beschikbaar om inwoners te ondersteunen bij het verbeteren van de energieprestaties van hun woning. Deze coaches helpen bijvoorbeeld bij het zoeken naar subsidies of het plannen van renovaties die energie besparen.
Trends in energielabels: 2010-2024
De afgelopen jaren is er sprake van een duidelijke trend naar duurzame woningen. In 2010 had slechts 16% van de woningen een energiezuinig label (A of B), terwijl deze waarde in 2024 ruim 51% is. Tegelijkertijd is het aandeel van energie-onzuinige woningen (labels E, F en G) gedaald van 25% in 2010 naar minder dan 14% in 2024.
Deze positieve trend is het gevolg van zowel beleid als technologische vooruitgang. Het verplichte energielabel bij verkoop en verhuur van woningen heeft ervoor gezorgd dat eigenaars en huurovereenkomsten steeds aandachtiger zijn voor energiezuinigheid. Daarnaast zijn er subsidies en leningen beschikbaar gemaakt voor verduurzamingsmaatregelen, zoals de installatie van zonnepanelen of het isoleren van muren en daken.
Een belangrijk gebeurtenis was de aanpassing van de methodiek voor energielabels in 2021. Deze aanpassing heeft geleid tot hogere kosten voor energielabelopnames, wat heeft bijgedragen aan de toegenomen aandacht voor energiezuinigheid bij potentiële kopers en huurders.
Nieuwbouw en energielabels
Nieuwbouw speelt een cruciale rol in de toename van energiezuinige woningen. In tegenstelling tot bestaande woningen, die vaak geïsoleerd en gerenoveerd moeten worden, zijn nieuwe woningen standaard voorzien van energiezuinige maatregelen. Dit betekent dat ze vaak direct een energielabel A of hoger kunnen behalen.
Een voorbeeld hiervan is Almere, waar een groot deel van de woningvoorraad bestaat uit nieuwbouw. Hierdoor is het aandeel energiezuinige woningen hoger dan in veel andere gemeenten. Nieuwbouw is vaak uitgerust met isolatie, warmtepompen en zonnepanelen, wat bijdraagt aan een lage energieverbruik en een hoog energielabel.
Hoewel nieuwbouw een positieve invloed heeft op het energiebeleid in Nederland, is het ook belangrijk om te beseffen dat de meeste woningen in Nederland bestaande woningen zijn. Daarom is het essentieel om ook aandacht te besteden aan verduurzamingsmaatregelen voor bestaande woningen.
Voorlopige labels en hun beperkingen
Niet alle woningen zijn voorzien van een volledig geldig energielabel. In 2015 is een voorlopig of indicatief label uitgegeven aan alle woningen in Nederland. Dit label is echter niet rechtsgeldig bij verkoop of verhuur. Het is gebaseerd op enkele algemene kenmerken van de woning en geeft daarom geen precieze indicatie van de energieprestatie.
Daarnaast zijn er nog steeds 3,2 miljoen woningen in Nederland zonder een formeel geldig energielabel. Dit betekent dat het aandeel gelabelde woningen, ondanks de toegenomen aandacht voor energiezuinigheid, nog steeds niet representatief is voor de gehele woningvoorraad.
Een erkende energieadviseur is verplicht bij het verkrijgen van een geldig energielabel sinds 2021. Deze adviseur komt bij de woning langs om de energieprestaties te beoordelen en het energielabel vast te stellen. De kosten voor deze adviseur zijn gedaald in vergelijking met voorgaande jaren, wat heeft bijgedragen aan de toegenomen aandacht voor energiezuinigheid.
De rol van energiezuinigheid in de woningmarkt
Het energielabel is niet alleen een verplicht document bij verkoop of verhuur, maar ook een belangrijk instrument voor kopers en huurders. Het label geeft inzicht in het energieverbruik en de potentiële kosten van een woning. Een woning met een energielabel A of hoger is vaak duurzamer en comfortabeler dan een woning met een lagere label.
Daarnaast is het energielabel een waardevolle bron van informatie voor eigenaars. Het toont aan waar de woning al goed op scoort en waar er ruimte is voor verbetering. Bijvoorbeeld: het label kan aantonen dat een woning slecht is geïsoleerd of dat het verwarmingssysteem verouderd is.
Het energielabel is dus niet alleen een juridisch verplicht document, maar ook een ondersteunend hulpmiddel bij beslissingen over energiezuinigheid en verduurzaming.
Uitdagingen en toekomstige ontwikkelingen
Hoewel het aandeel energiezuinige woningen in Nederland is toegenomen, zijn er nog steeds veel uitdagingen op dit gebied. Het grootste probleem is het hoge aandeel energie-onzuinige woningen in bepaalde regio’s. Deze woningen zijn vaak slecht geïsoleerd en verouderd, wat leidt tot hoge energiekosten en een hoger koolstofvoetspoor.
Daarnaast is het nog steeds niet mogelijk om alle woningen in Nederland voor te zien van een geldig energielabel. Het ontbreken van een label kan een belemmering vormen bij verkoop of verhuur, wat betekent dat er aandacht moet worden besteed aan de vermindering van het aantal ongelabelde woningen.
Toekomstige ontwikkelingen op het gebied van energielabels zullen waarschijnlijk gericht zijn op het verdere verduurzamen van de woningvoorraad. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren via subsidies voor verduurzamingsmaatregelen, verplichte isolatie of het uitbreiden van de regelgeving rondom energiezuinigheid.
Conclusie
Het aandeel energiezuinige woningen in Nederland is de afgelopen jaren sterk toegenomen. In 2024 had 21,5% van de woningen een energielabel A of hoger, terwijl dit in 2015 nog 10,9% was. Deze toename is het gevolg van beleid, technologische vooruitgang en een grotere aandacht voor energiezuinigheid bij kopers en huurders.
Toch zijn er nog steeds regio’s waar het aandeel energie-onzuinige woningen hoog is. In gemeenten met een laag inkomen is het vaak moeilijker om verduurzamingsmaatregelen door te voeren, wat leidt tot hogere energiekosten en een groter koolstofvoetspoor.
Het energielabel speelt een centrale rol in de woningmarkt. Het is verplicht bij verkoop en verhuur en biedt kopers en huurders inzicht in de energieprestaties van een woning. Daarnaast is het een waardevolle bron van informatie voor eigenaars die hun woning willen verbeteren.
De toekomst van energielabels in Nederland houdt verder verduurzaming in. Door subsidies, beleid en technologische vooruitgang kan het aandeel energiezuinige woningen nog verder toenemen, wat bijdraagt aan een duurzamere woningmarkt en een lagere energiekosten voor huishoudens.