Inleiding
In 2018 was het energielabel in Nederland een centraal instrument in de transparantie van energiegebruik in woningen. Het energielabel geeft een overzicht van het energieverbruik en de eventuele mogelijkheden tot energiebesparing. Het label bestaat uit een letter van A t/m G, waarbij A staat voor het meest energiezuinige woning en G voor de minst efficiënte. In het kader van het Europese beleid op energie-efficiëntie en klimaatdoelstellingen, is het energielabel in de afgelopen jaren steeds meer verankerd in het woningbeleid en de markt voor woningbouw, verkoop en verhuur.
Deze artikelen geven een overzicht van de situatie in 2018, op basis van gegevens uit diverse betrouwbare bronnen. De focus ligt op het gebruik van energielabels, de verdeling van labels per woningtype, de toename van energiezuinige woningen en de juridische ontwikkelingen rondom het energielabel. Daarnaast worden relevante trends beschreven, zoals de invloed van sanitaire verbeteringen en zonnestroominstallaties op het label.
Energielabels in 2018: Een overzicht van de data
In 2018 was het energielabel verplicht bij verkoop of verhuur van woningen. Dit betekent dat de meeste woningen in Nederland op dat moment een energielabel hadden of op staan voor het verkrijgen ervan. Gegevens uit 2018 tonen aan dat circa 3,7 miljoen woningen voorzien waren van een energielabel, wat overeenkomt met bijna 47% van de totale woningvoorraad van 7,8 miljoen woningen in Nederland. De toename van energielabels in de jaren voor 2018 was aanzienlijk, mede door het vereenvoudigde systeem dat in 2015 werd ingevoerd.
Volgens de Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) was het aantal energielabels dat in 2009 werd uitgereikt vrij hoog. Dit was het gevolg van initiatieven van woningbouwcorporaties om hun woningbestand te doorlichten. Sinds 2015 werd het aantal energielabels opnieuw aanzienlijk vergroot, onder meer door het invoeren van sancties voor het ontbreken van een energielabel bij verkoop of verhuur.
Verdeling van energielabels per categorie
In 2018 was het energielabel meest voorkomend bij woningen met label C, wat het meest voorkomende label was met een deel van 30%. Labels A en B samen vormden 33% van de gelabelde woningen. Daarnaast had ruim 17% van de uitgereikte energielabels betrekking op de meest efficiënte categorie, label A. Labels E, F en G, die aanduiden dat een woning relatief weinig energiezuinig is, hadden een aandeel van 19%, wat een daling was ten opzichte van 23% in 2009.
De verdeling van labels varieerde ook per woningtype. Vrijstaande woningen hadden het hoogste aandeel aan labels A en B (36%), net als flatwoningen en appartementen (35%). Het laagste percentage lag bij de categorie 'overige woningen', zoals woonboten (21%). Vrijstaande woningen hadden ook relatief veel energie-onzuinige labels (E, F en G) met een aandeel van 31%.
Veranderingen in energielabels sinds 2009
De data tonen duidelijk aan dat er een aanzienlijke verbetering is geweest in het energiegebruik van woningen tussen 2009 en 2018. In 2009 resulteerden 16% van de energielabels in een energiezuinig label (A of B), terwijl dit in 2018 stijging was naar 41%. Dit betekent dat bijna drie keer zoveel woningen in 2018 als energiezuinig werden geclassificeerd vergeleken met tien jaar eerder.
Het aandeel energie-onzuinige labels (E, F en G) daalde eveneens van 23% in 2009 naar 19% in 2018. Deze ontwikkeling is het gevolg van verbeterende isolatiemaatregelen, moderne cv-ketels, verlichting en andere sanitaire verbeteringen die sinds 2009 regelmatig werden toegepast in woningen. Ook het gebruik van zonnestroominstallaties speelde een rol in de verbetering van energiezuinigheid, zoals duidelijk is uit de data van 2018.
Het verplichte energielabel bij verkoop en verhuur
In 2018 was het energielabel verplicht bij verkoop en verhuur van woningen. Dit was een juridische verplichting die in 2015 werd ingevoerd na een juridische procedure van de Europese Commissie tegen Nederland. De invoering van sancties bij het in gebreke blijven van een energielabel zorgde ervoor dat de aantallen energielabels sinds 2015 aanzienlijk stegen.
Alle woningen zonder label kregen in het kader van het vereenvoudigde systeem in 2014 een voorlopig energielabel toegewezen. Dit voorlopige label was echter geen juridisch bindend document en was alleen gebaseerd op algemene kenmerken van de woning, zoals bouwjaar en oppervlakte. Het was dus niet geschikt voor verkoop of verhuur. Sinds 2015 was het verplicht om een erkend energielabel in te schakelen, waarbij een erkende energieadviseur de woning inspecteerde en het label uitreikte.
Rol van woningbouwcorporaties
Woningbouwcorporaties speelden een belangrijke rol in de uitbreiding van energielabels in de jaren rondom 2018. In 2009 werden veel energielabels uitgereikt, voornamelijk door woningbouwcorporaties die hun woningbestand lieten doorlichten. Deze actie zorgde voor een piek in het aantal uitgereikte energielabels in die periode.
Alle huurwoningen van woningbouwcorporaties waren in 2018 voorzien van een energielabel. Dit is het gevolg van verplichtingen die sinds 2015 van kracht zijn. Woningbouwcorporaties moesten hun huurwoningen voorzien van een energielabel en eventueel verbetermaatregelen nemen om het label te verbeteren. Deze aanpak heeft geleid tot een verhoogde energiezuinigheid van huurwoningen in het algemeen.
Energieverbruik per energielabel
In 2018 waren er ook gegevens beschikbaar over het energieverbruik van woningen, verdeeld per energielabel. Deze data laten zien dat woningen met label A en B gemiddeld aanzienlijk minder energie verbruikten dan woningen met labels E, F en G. Het verbruik van aardgas en elektriciteit is afhankelijk van het energielabel, bouwjaar en aanwezigheid van zonnestroominstallaties.
Woningen met een zonnestroominstallatie verbruikten in 2018 gemiddeld minder aardgas en elektriciteit dan woningen zonder dergelijke installatie. De data uit 2018 tonen aan dat het gebruik van zonnestroominstallaties een positieve invloed heeft op het energielabel, vooral wanneer het rendement van de installatie voldoet aan de verwachtingen.
Energiezuinig wonen en economische voordelen
Het energielabel is niet alleen een juridisch instrument, maar ook een krachtig hulpmiddel voor eigenaren en huurders om energiebesparingen te realiseren. Een woning met een hoger energielabel, zoals A of B, is energiezuiniger en leidt tot lagere energierekeningen. In 2018 was het gemiddelde kostenbedrag voor het verkrijgen van een energielabel circa €300, wat een relatief lage investering is gezien de mogelijke besparingen op energiekosten.
Een energielabel geeft ook inzicht in mogelijke verbeteringen die kunnen worden aangebracht om het energielabel te verbeteren. Deze verbeteringen kunnen variëren van het aanbrengen van isolatielagen tot het vervangen van cv-ketels en het installeren van zonnestroominstallaties. De data uit 2018 tonen aan dat deze verbeteringen geleid hebben tot een duidelijke stijging in het aantal woningen met energielabels A en B.
Toekomstige ontwikkelingen
De trend die zich in 2018 aftekende, namelijk de toename van energiezuinige woningen, lijkt zich in de komende jaren verder te ontwikkelen. Het aandeel van woningen met label A en B is verwacht te stijgen, terwijl het aandeel van woningen met label E, F en G verder afneemt. Dit is een logisch gevolg van de opkomst van duurzamere bouwmaterialen, de verbetering van bouwtechnieken en de verplichtingen die op het gebied van energiezuinig wonen zijn ingevoerd.
Naast het energielabel zelf speelt ook het gebruik van zonnestroominstallaties een rol in de toekomstige ontwikkelingen. In 2018 was het aantal woningen met zonnestroominstallaties al aanzienlijk toegenomen, en dit is verwacht om verder te groeien. De data tonen aan dat zonnestroominstallaties een positieve invloed hebben op het energielabel, zowel in termen van energiezuinigheid als in termen van juridische vereisten.
Conclusie
In 2018 was het energielabel in Nederland een centraal onderdeel van het woningbeleid en de woningmarkt. Het gebruik van energielabels had een aanzienlijke toename doorgemaakt ten opzichte van 2009, mede door het invoeren van sancties bij het ontbreken van een label en het vereenvoudigde systeem dat in 2015 werd ingevoerd. Het aantal woningen met energielabels A en B stijging aanzienlijk, terwijl het aandeel van woningen met labels E, F en G afnam. De data tonen aan dat woningbouwcorporaties een belangrijke rol speelden in deze ontwikkeling, evenals de toename van zonnestroominstallaties en sanitaire verbeteringen.
Het energielabel is niet alleen een juridisch instrument, maar ook een krachtig hulpmiddel voor eigenaren en huurders om energiebesparingen te realiseren. In de toekomst is verwacht dat deze trend zich verder zal ontwikkelen, waarbij het aandeel van energiezuinige woningen zal stijgen. Het energielabel blijft daarom een belangrijk onderdeel van het woningbeleid en de woningmarkt in Nederland.