Inleiding
In de huidige context van klimaatverandering en duurzaamheid blijkt steeds duidelijker dat het gebouweffect een belangrijke rol speelt in het energieverbruik van landen zoals Nederland. Een aandachtspunt is hierbij het energieprestatieniveau van scholen. Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) heeft in opdracht van Bouwend Nederland een onderzoek uitgevoerd naar de huidige situatie van energielabels van scholen. Uit dit onderzoek blijkt dat ruim 25% van de onderwijsgebouwen in Nederland een energielabel G heeft, wat het slechtst mogelijke label is. Daarnaast heeft slechts 6,8% van de scholen al een energielabel laten berekenen, terwijl het huidige gemiddelde leeftijd van schoolgebouwen 38 jaar is. Dit wijst op een urgentie om de energieprestaties van scholen te verbeteren.
Deze artikkel biedt een gedetailleerde, feitgebaseerde inzicht in de energieprestatie van scholen, de huidige regelgeving en aanbevelingen voor verbeteringen. We bespreken de huidige status, de verantwoordelijkheden, de kosten en het perspectief tot 2030, op basis van de informatie uit betrouwbare bronnen zoals het EIB, ministerieel beleid en de praktijk van energielabeling.
Huidige status van energielabels voor scholen
Het EIB-onderzoek, zoals beschreven in bron [1], toont aan dat de energieprestaties van scholen in Nederland zeer variabel zijn. Van alle onderwijsgebouwen met een energielabel, heeft een kwart een energielabel G, wat het slechtst mogelijke label is. Dit percentage is berekend op basis van vierkante meters, niet op het aantal gebouwen. In totaal heeft 75% van de scholen een energielabel C of lager. Deze cijfers wijzen op een urgente behoefte aan renovatie en verduurzaming van schoolgebouwen.
Bijna 6,8% van de scholen heeft al een energielabel laten berekenen, terwijl het merendeel van de scholen nog geen label heeft. Hieruit volgt dat niet per se slecht scoren betekent dat scholen zonder label automatisch slecht presteren. Toch is duidelijk dat er veel moet gebeuren om het energieniveau van scholen te verhogen. De verantwoordelijkheid voor het aanvragen van een energielabel ligt bij de eigenaar van het pand. Wanneer een school verhuurd wordt, is de verhuurder verantwoordelijk. In gevallen waarin de gemeente eigenaar is, ligt de verantwoordelijkheid bij deze instantie.
Daarnaast is een verduurzamingsslag naar energielabel B op scholen verwacht om 2,4 miljard euro aan bouwproductie op te leveren, wat aantoont dat de renovatie van scholen niet alleen een duurzame uitdaging is, maar ook een economische kans.
Verantwoordelijkheid en verplichtingen
Het energielabel van een school is wettelijk verplicht sinds 2019 voor bepaalde situaties, zoals bij verkoop, verhuur of renovatie. Daarnaast is er sinds 2023 een verplichting om minimaal een energielabel C te hebben voor scholen die na 1 januari 2008 zijn opgeleverd, of deels worden verhuurd of verkocht. Deze regelgeving is bedoeld om het energieverbruik van scholen te verlagen en de kwaliteit van het onderwijsmilieu te verbeteren.
De verantwoordelijkheid voor het aanvragen van het energielabel ligt bij de eigenaar van het pand. In het geval dat de gemeente eigenaar is van de school, ligt de verantwoordelijkheid bij deze overheid. Wanneer de school verhuurd wordt, is de verhuurder verantwoordelijk. Het niet nakomen van de verplichtingen leidt tot boetes. Hierdoor wordt zowel scholen als eigenaars of verhuurders aangemoedigd om actie te ondernemen.
Er zijn ook uitzonderingen, zoals in bron [2] staat beschreven. Zo zijn bepaalde categorieën huurwoningen, zoals monumenten en kleine vrijstaande woningen, niet onderworpen aan dezelfde verplichtingen. Dit betekent dat in bepaalde gevallen scholen of schoolgebouwen die bijvoorbeeld onder monumentenbeheer vallen, niet verplicht zijn om het energielabel C te halen. Toch is het aan te raden om in zo’n geval actie te ondernemen om het energieverbruik te verlagen, zowel voor het milieu als voor de kosten.
Kosten en uitvoering van het energielabel
De kosten voor het aanvragen van een energielabel voor een schoolgebouw variëren per pand. De prijs is afhankelijk van de grootte van het pand, gemeten in vierkante meters. Dit betekent dat grotere scholen meestal een hogere prijs betalen dan kleinere scholen. De variatie in kosten maakt het belangrijk om vooraf een inschatting te maken van de te verwachten uitgaven.
Daarnaast is het ook mogelijk om verduurzamingsadvies aan te vragen, bijvoorbeeld via bedrijven zoals Label-up. Dit bedrijf biedt advies en inspecties aan om scholen snel en efficiënt te verduurzamen, waardoor de kosten en het energieverbruik verminderen.
Een energielabel is geen eind op zich, maar een middel om het energieverbruik en de kwaliteit van een gebouw te beoordelen. Het is daarom belangrijk om bij de inspectie niet alleen het label te bekijken, maar ook de onderliggende factoren die bepalen hoe energiezuinig het schoolgebouw is.
Wat wordt er beoordeeld bij de energielabelinspectie?
Bij het bepalen van het energielabel voor een school worden diverse factoren meegenomen. De inspecteur of energieprestatie-adviseur kijkt onder andere naar:
- Vermogensgebruik en energiebronnen: Welke energiebronnen worden gebruikt (bijvoorbeeld elektriciteit, gas, warmtepompen), en hoe efficiënt deze worden ingezet.
- Isolatie: De kwaliteit van de isolatie van muren, daken, ramen en vloeren.
- Klimaatbeheer: De aanwezigheid en kwaliteit van HVAC-systemen (verwarming, ventilatie, airco).
- Vermogensgebruik per vierkante meter: Hoeveel energie wordt verbruikt per vierkante meter per jaar.
- Duurzame maatregelen: Of het gebouw al maatregelen heeft genomen, zoals zonnepanelen, energiezuinige verlichting of hergebruik van water.
Deze factoren samen geven een beeld van de energieprestatie van het schoolgebouw. Op basis daarvan wordt het energielabel bepaald, die op een schaal van A (beste prestatie) tot G (slechtste prestatie) ligt.
Duurzame maatregelen voor scholen
Er zijn verschillende maatregelen die scholen of eigenaars van schoolgebouwen kunnen nemen om het energielabel te verbeteren. Deze maatregelen zijn vaak kostenefficiënt en bieden bovendien een directe terugval in energiekosten. Enkele voorbeelden zijn:
- Isolatie verbeteren: Door muren, daken en ramen te isoleren, kan het energieverlies verminderen.
- Zonnepanelen installeren: Dit levert duurzame energie op en vermindert het verbruik van aardgas of elektriciteit.
- Energiezuinige verlichting: Het gebruik van LED-verlichting in combinatie met bewegingsschakelaars of zonneschermen helpt om energie te besparen.
- Efficiënter klimaatbeheer: Het installeren van slimme verwarmingssystemen of luchtbehandelingsunits kan het energieverbruik verminderen.
- Energieprestatiecontracten: Soms kiezen scholen voor een contract met een energieprestatiebedrijf, waarbij het bedrijf verantwoordelijk is voor het energieverbruik en het verbeteren van het label.
Alle genoemde maatregelen kunnen een positieve impact hebben op zowel het energielabel als de functionele kwaliteit van het schoolgebouw. Daarnaast leiden ze vaak tot lagere operationele kosten, wat in de langere termijn een belangrijke financiële voordelen oplevert.
De toekomst van energielabels en het Nationaal Gebouw Renovatieplan
De huidige regelgeving en verplichtingen zijn slechts het begin van een groter plan. In 2025 zal het Nationale Gebouw Renovatieplan worden voorgesteld, waarin de stappen worden uitgelegd die Nederland moet zetten om tot 2050 een duurzame gebouwde omgeving te realiseren. In dit plan worden ook de specifieke doelen en tijdperspectieven voor scholen en utiliteitsgebouwen genoemd.
Vanaf 2030 zal het energielabelsysteem worden aangepast. Het huidige systeem, waarin labels variëren van A+ tot en met G, wordt vervangen door een nieuw systeem dat van A tot G loopt. De huidige hoogste klassen (zoals A+++++) verdwijnen, waardoor het energielabelsysteem vereenvoudigd en toegankelijker wordt.
Bij deze aanpassing wordt ook een nieuwe rekenmethode ingevoerd, die een realistischere en nauwkeurigere weergave geeft van het energieverbruik en de prestaties van het gebouw. Deze modernisering is bedoeld om zowel scholen als woningeigenaren beter in staat te stellen om het energieverbruik te beheren en te verbeteren.
De verplichtingen voor utiliteitsgebouwen, zoals scholen, worden ook uitgebreid. Vanaf 2030 zullen de slechtst presterende gebouwen verplicht worden verbeterd. De details van deze eisen zullen uiterlijk in 2027 worden vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Kansen voor scholen en duurzame investeringen
De uitdagingen rondom energielabels en het verbeteren van schoolgebouwen bieden ook kansen. Duurzame investeringen in scholen zijn niet alleen milieuvriendelijk, maar ook economisch verantwoord. Zoals in bron [1] staat, kan een verduurzamingsslag naar energielabel B 2,4 miljard euro aan bouwproductie opleveren. Dit betekent dat scholen en hun eigenaars of beheerders in een economisch gunstige positie komen door het investeren in duurzaamheid.
Daarnaast leiden duurzame maatregelen vaak tot lagere operationele kosten. Dit is vooral van toepassing op scholen die verhuurd worden of die in een gebied staan waar energiekosten snel stijgen. Door maatregelen zoals isolatie, zonnepanelen of slimme verwarmingssystemen in te voeren, kan het energieverbruik aanzienlijk worden verlaagd.
Verder biedt een beter energielabel ook een positief effect op de waarde van het pand. Scholen met een hoger energielabel worden vaak met een hogere waarde beoordeeld, zowel bij verkoop als bij verhuur. Dit maakt het dus ook een strategische keuze voor scholen die in de toekomst hun pand willen verkopen of verhuren.
Conclusie
De huidige situatie van energielabels voor scholen in Nederland wijst op een urgentie om actie te ondernemen. Het EIB-onderzoek laat zien dat 25% van de onderwijsgebouwen een energielabel G heeft, terwijl slechts 6,8% al een energielabel heeft aangevraagd. Daarnaast is er sinds 2023 een verplichting om minimaal energielabel C te halen voor scholen die na 2008 zijn opgeleverd of verhuurd worden.
De verantwoordelijkheid voor het aanvragen van een energielabel ligt bij de eigenaar of verhuurder. Wanneer de gemeente eigenaar is, ligt de verantwoordelijkheid bij deze overheid. Het niet nakomen van de verplichtingen leidt tot boetes, wat de druk op scholen versterkt om hun energieprestatie te verbeteren.
Er zijn verschillende duurzame maatregelen die scholen of hun eigenaars kunnen ondernemen om het energielabel te verbeteren, zoals isolatieverbeteringen, zonnepanelen en slimme verwarmingssystemen. Deze maatregelen zijn vaak kostenefficiënt en bieden bovendien directe voordelen in energiekosten en functionele kwaliteit.
Vanaf 2030 zal het energielabelsysteem worden aangepast en worden er duidelijke verplichtingen ingevoerd voor utiliteitsgebouwen, zoals scholen. Dit maakt het belangrijk om nu al actie te ondernemen, zodat scholen zich goed voorbereiden op de toekomstige eisen.
Tot slot is het verbeteren van energielabels voor scholen niet alleen een milieuaanpak, maar ook een economische kans. Duurzame investeringen leiden tot lagere operationele kosten, hogere waarde van het pand en een betere functionele kwaliteit. Daarnaast wordt het bouwbedrijf in staat gesteld om een aanzienlijk deel van de bouwproductie te genereren door scholen te verduurzamen.