Inleiding
In 2011 was het energielabel in Nederland een centraal instrument om het energiegebruik van woningen te meten en te verbeteren. Het label, opgenomen in het kader van de Europese richtlijn op de energieprestatie van gebouwen (EPBD), werd sinds 2008 wettelijk verplicht bij verkoop of verhuur van woningen. Het energielabel gaf een overzicht van het energieverbruik van een woning en stelde potentiële kopers of huurders in staat om een beter geïnformeerd besluit te nemen. In deze artikel wordt ingegaan op de ontwikkelingen, het beleid en de statistieken rondom energielabels in Nederland tussen 2007 en 2011, met een focus op de cijfers uit 2011.
Ontwikkeling van energielabels in Nederland: 2007–2011
Wettelijke context en verplichtingen
Het energielabel is een gevolg van de Europese Richtlijn over de Energieprestatie van Gebouwen (EPBD), die in 2002 is aangenomen. Nederland heeft deze richtlijn vertaald in het Besluit Energieprestatie Gebouwen, gepubliceerd op 24 november 2006. Sinds 1 januari 2008 is het verplicht dat bij de verkoop of verhuur van woningen een energielabel aanwezig is. Dit geldt voor woningen die ouder zijn dan tien jaar. Het energielabel is woninggebonden en geeft een indicatie van het energiegebruik bij standaardomstandigheden.
Het energielabel bestaat uit een letterindicatie van A+++ tot G, waarbij A+++ het meest energiezuinige label is en G het minst. Daarnaast bevat het label gedetailleerde informatie over de energiebehoefte van de woning voor verwarming, warmwater, verlichting, ventilatie en koeling.
Aantal energielabels in 2011
Per 1 juli 2012 waren ruim 2 miljoen woningen in Nederland voorzien van een energielabel. Dit betekent dat ongeveer een derde van de circa 7 miljoen woningen in het land een energielabel had. De verdeling over de verschillende labels was als volgt:
- 15% van de woningen had een groen label (A++, A+, A of B).
- 30% had een C-label.
- 27% had een D-label.
- 24% had een energieonzuinig label (E, F of G).
In 2011 was het aantal woningen met een energielabel op zijn hoogtepunt. Het meeste labels werden in 2009 uitgereikt, vermoedelijk als gevolg van grootschalige inspecties door woningbouwcorporaties. In vergelijking met 2007 was het aandeel energiezuinige labels (A en B) verdubbeld, van 10% naar 20%. Aan de andere kant was het aandeel van energieonzuinige labels (E, F en G) gedaald van 41% in 2007 naar 24% in 2011. Deze ontwikkeling toont aan dat er een duidelijke verbetering was in de energieprestaties van woningen in de jaren voorafgaand aan 2011.
Woningtypen en energielabels
De verdeling van energielabels varieerde licht afhankelijk van het type woning. De meeste groene (A t/m B) en rode (E t/m G) labels werden gevonden bij vrijstaande woningen. Vrijstaande woningen hadden met 22% het hoogste percentage groene labels, terwijl ze ook relatief veel rode labels hadden (35%). Tussenwoningen en hoekwoningen hadden een lager percentage groene labels (12%) en een hoger percentage middenlabels (C en D), namelijk 62%. Deze variaties kunnen worden toegeschreven aan verschillen in isolatie, bouwjaar en bouwstijl tussen de woningtypen.
Deze gegevens suggereren dat vrijstaande woningen, die vaak ouder zijn en slechter geïsoleerd, een groter potentieel hebben voor verbeteringen op het gebied van energiezuinigheid. In tegenstelling tot dat, kunnen tussenwoningen, die vaak in nieuwbouwprojecten voorkomen, al standaard beter zijn geïsoleerd.
Bouwjaar en energielabels
Het bouwjaar van een woning speelde een belangrijke rol in het energielabel. In 2011 hadden woningen die gebouwd werden tussen 1981 en 2000 relatief veel groene labels. Voor deze periode was 2007 het percentage groene labels bij woningen tussen 1981 en 1990 het hoogst (50.206), terwijl de meeste rode labels (E t/m G) werden gevonden bij woningen gebouwd voor 1960. Woningen gebouwd tussen 1945 en 1959 hadden bijvoorbeeld 168.005 rode labels in 2011, wat aangeeft dat deze woningtypen vaak slechter presteerden op het energiegebruik.
Deze trend is logisch, omdat woningen gebouwd voor 1960 vaak geen moderne isolatiemateriaal of energiezuinige technologieën kenden. In de jaren 1970 en 1980 werden energiebesparingstechnieken langzaam geïntroduceerd in de bouwsector, wat een positieve impact had op het energiegebruik van woningen gebouwd in die periode.
Het energielabel als instrument voor renovatie en constructie
Informatie op het energielabel
Het energielabel is meer dan alleen een letter. Het is een gedetailleerd document dat meerdere pagina’s bevat en nuttige informatie biedt over de energieprestaties van de woning. Het label geeft aan:
- Welke delen van de woning goed presteren op het gebied van energiezuinigheid.
- Welke verbeteringen mogelijk zijn om het energielabel te verbeteren.
- De energiebehoefte per vierkante meter voor verwarming, warmwater, verlichting, ventilatie en koeling.
Deze informatie is nuttig voor eigenaren die overwegen om hun woning te renoveren of te verbouwen. Het energielabel kan bijvoorbeeld aanduiden dat de isolatie van de muren of daken verbeterd kan worden, of dat het warmtepompstelsel vervangen moet worden.
Het energielabel als basis voor verbeterprojecten
Het energielabel kan dienen als uitgangspunt voor renovatieprojecten. Bijvoorbeeld, als een woning een D-label heeft, kunnen de eigenaar en een erkende energieadviseur bepalen welke maatregelen het meest effectief zijn om het label te verbeteren naar C of B. Mogelijke maatregelen zijn:
- Het isoleren van muren, daken en vloeren.
- Het verbeteren van het klimaatbeheer (zoals het installeren van een warmtepomp).
- Het installeren van energiezuinige verwarmingsinstallaties.
- Het gebruik van dubbel of driedubbel glas in ramen.
Deze maatregelen kunnen niet alleen leiden tot een beter energielabel, maar ook tot lagere energierekeningen en een comfortabeler woning.
Energiegebruik per energielabel
Het energiegebruik van woningen varieert sterk afhankelijk van het energielabel. Voor woningen met label A+++ is het gasverbruik per jaar per vierkante meter 0 m³ en het stroomverbruik ook 0 kWh. Voor woningen met label G zijn deze cijfers respectievelijk meer dan 38,9 m³ gas en meer dan 380,05 kWh stroom per vierkante meter.
Deze cijfers tonen aan dat het verschil in energieverbruik tussen de meest energiezuinige en meest onzuinige woningen aanzienlijk is. Voor eigenaren en huurders is het dus belangrijk om de energiebehoefte van een woning te begrijpen, zodat ze kunnen bepalen of investeringen in verbeteringen rendabel zijn.
Energiegebruik en verkoop of verhuur
Sinds 2008 is het energielabel een verplichte voorwaarde bij de verkoop of verhuur van woningen. Dit heeft geleid tot een toenemende aandacht voor energiezuinigheid in de woningmarkt. Eigenaren zijn nu genoodzaakt om hun woning te laten inspecteren en een energielabel aan te vragen. Deze inspectie wordt uitgevoerd door erkende energieadviseurs, die de woning analyseren en het energielabel vaststellen.
De kosten voor het energielabel zijn gemiddeld rond de €300. Hoewel dit een extra kostenpost is, kan het energielabel ook een waarde toevoegen aan de woning. Woningen met groene labels (A t/m B) zijn vaak gunstiger in de ogen van kopers en huurders, omdat ze een lager energieverbruik en hogere comfortniveaus bieden.
Uitzonderingen en beperkingen
Niet alle woningen zijn verplicht tot het aanvragen van een energielabel. Sommige kleine vrijstaande woningen (kleiner dan 50 m²) en monumentale woningen zijn bijvoorbeeld vrijgesteld. Deze uitzonderingen zijn gemaakt om te voorkomen dat historische woningen of zeer kleine woningen onnodig onder druk worden geplaatst.
Daarnaast is het energielabel geen maat voor het totale energieverbruik van een huishouden. Het label geeft alleen een indicatie van het energiegebruik bij standaardomstandigheden. Het zegt bijvoorbeeld niets over het verbruik van apparatuur zoals ovens, koelkasten of televisies.
Energiegebruik in de praktijk
Hoewel het energielabel een theoretische berekening is, kan het ook een praktische waarde hebben. Eigenaren kunnen het label gebruiken om hun eigen energieverbruik te vergelijken met de standaardwaarden. Als een huishouden bijvoorbeeld meer energie verbruikt dan het label aangeeft, kan dit wijzen op inefficiënties in de woning of het energiegebruik van de bewoners.
Het energielabel kan ook dienen als een instrument om energiebesparingstechnieken toe te passen. Bijvoorbeeld, een woning met een D-label kan aantonen dat het verbruik van warm water hoger is dan normaal, wat kan wijzen op het noodzaak om een efficiëntere warmwaterinstallatie te installeren.
Conclusie
Het energielabel is sinds 2008 een wettelijk verplichte onderdeel van de verkoop- en verhuurproces in Nederland. In 2011 had ruim 2 miljoen woningen een energielabel, wat aantoont dat het beleid succesvol was geweest in het verhogen van energiebewustzijn onder eigenaren en huurders. De verdeling van energielabels toont aan dat er een duidelijke verbetering is geweest in de energieprestaties van woningen, met een verdubbeling van het aandeel energiezuinige labels tussen 2007 en 2011.
Het energielabel is niet alleen een instrument voor de verkoop of verhuur van woningen, maar ook een waardevolle bron van informatie voor renovatieprojecten en energiebesparing. Het label geeft een gedetailleerde analyse van het energieverbruik en stelt eigenaren in staat om gerichte verbeteringen aan te brengen. In de toekomst is het verwacht dat het energielabel nog meer aan belang zal winnen, zowel als instrument voor de woningmarkt als voor duurzame bouwpraktijken.