Inleiding
Woningen gebouwd tussen 1925 en 1965 vormen een uniek deel van het Nederlandse bouwarchief. Ze zijn vaak herkenbaar aan typische bouwelementen zoals houten vloeren, enkelglasramen, glas in lood, hoge plafonds en karakteristieke erkers. Deze woningen zijn echter vaak minder energiezuinig dan hedendaagse standaarden. In de jaren dat deze woningen werden gebouwd, stonden er weinig of geen eisen aan energieprestaties, wat betekent dat verbouwing en renovatie vaak nodig zijn om de woningen toekomstbestendig te maken.
Tevens is het energielabel tegenwoordig een verplicht onderdeel bij verkoop of verhuur van een woning. Voor panden uit 1965 is dit ook van toepassing. Deze publicatie biedt een gedetailleerde overzicht van het energielabelsysteem, de typische kenmerken van woningen uit deze bouwperiode, mogelijke renovatiemaatregelen en kostenindicaties. Het artikel is gebaseerd op informatie uit betrouwbare bronnen, waaronder officiële wetgeving, adviezen van overheid en praktijkervaringen uit de bouwsector.
Typische kenmerken van woningen uit 1925-1965
Woningen uit deze periode zijn karakteristiek voor hun armoedige isolatie, traditionele verwarmingsmethoden en unieke bouwelementen. In de jaren vijftig werd de spouwmuur ingevoerd om vochtopstap en vochtproblemen te voorkomen. Tijdens deze bouwperiode was het gebruik van een cv-systeem nog niet standaard, waardoor gaskachels of houtkachels vaak als hoofdbron van verwarmingsenergie werden ingezet. Voor warm tapwater werden vaak doorstroomgeisers gebruikt.
Een andere belangrijke ontwikkeling was de introductie van dubbel glas eind jaren ’40. In de jaren ’50 werd het mogelijk om grotere ramen te produceren met een nieuwe techniek, en werd zacht hout vaak gebruikt voor kozijnen. Deze ontwikkelingen waren een begin van verbeteringen op het vlak van energieprestaties, maar nog lang niet op niveau met hedendaagse eisen.
Bij renovatie van deze woningen is het belangrijk om de historische kenmerken te respecteren. Voor woningen met karakteristieke elementen zoals glas in lood of houten balken gelden beperkte mogelijkheden voor verduurzaming, omdat bepaalde maatregelen het aanzicht van het pand kunnen aantasten. Denk bijvoorbeeld aan buitengevelisolatie of het plaatsen van zonnepanelen, die in sommige gevallen niet toegestaan zijn.
Energielabels: Wat is het en waarom is het verplicht?
Het energielabel is een verplicht document bij verkoop, verhuur en oplevering van een woning of gebouw. Het geeft een overzicht van de energieprestaties van een woning en helpt kopers of huurders om een vergelijking te maken tussen verschillende woningen. Het label wordt uitgedrukt in een letter (A t/m G) en een energie-index (EI). De grenswaarden per label zijn als volgt:
- A: EI ≤ 1.20
- B: 1.21–1.40
- C: 1.41–1.80
- D: 1.81–2.10
- E: 2.11–2.40
- F: 2.41–2.70
- G: > 2.70
Een energielabel wordt opgesteld door een erkende energieadviseur, die de energieprestaties van het pand opmeet en berekent. Het label is alleen geldig als het is geregistreerd in de landelijke database EP-Online. De registratie is verplicht bij verkoop of verhuur.
Voor woningen gebouwd in 1965 is het energielabel verplicht, evenals voor alle andere woningen behalve voor een aantal uitzonderingen zoals beschermde monumenten, kerken, moskeeën en vrijstaande woningen kleiner dan 50 m². Voor zakelijke panden en utiliteitsgebouwen gelden vergelijkbare regels.
Energielabel zoeken en registreren
Het energielabel kan worden opgezocht op verschillende manieren. Voor particuliere eigenaren is het label beschikbaar via mijnoverheid.nl, mits men ingelogd is met DigiD. Voor zakelijke eigenaren en energieadviseurs is de toegang via ep-online.nl mogelijk.
Woningen die nog geen energielabel hebben, kunnen dit aanvragen via een erkende adviseur. De kosten variëren afhankelijk van de complexiteit van het pand. Een energielabel is een momentopname van de energieprestaties van het pand. Het kan veranderen als maatregelen worden genomen om het energieverbruik te verlagen, zoals het isoleren van het dak of het installeren van een warmtepomp.
Energiezuinig maken: Slimme maatregelen voor woningen uit 1965
De renovatie van een woning uit 1965 vraagt een behoorlijke investering, maar het is vaak noodzakelijk om het woning aan te passen aan huidige en toekomstige energienormen. De meest effectieve maatregelen zijn isoleren, verbetering van de ventilatie en het opwekken van eigen elektriciteit. Het is verstandig om grote maatregelen uit te voeren op momenten waarop alsnog werkzaamheden zijn, bijvoorbeeld bij vervanging van de dakbedekking of het schilderen van de gevel.
Isolatie
Isolatie is meestal de meest rendabele investering bij renovatie. Voor woningen uit deze bouwperiode is het vaak mogelijk om de dakisolatie aan te brengen vanuit de binnenzijde of, in sommige gevallen, vanuit de buitenzijde. Binnengevelisolatie is een andere optie, maar dit vereist soms het verwijderen van bestaande vloeren of wanden. Let op dat bepaalde maatregelen niet toegestaan zijn in woningen met historische kenmerken, zoals glas in lood of originele houten vloeren.
Ventilatie
Een gezond binnenklimaat is essentieel bij energiezuinige renovatie. Veel woningen uit deze bouwperiode zijn niet ontworpen voor moderne ventilatiesystemen. Het is daarom belangrijk om te investeren in een passieve of mechanische ventilatie. Een passief systeem kan bestaan uit dubbele luiken of gecontroleerde luchtleidingen. Een mechanisch systeem, zoals een luchtafvoersysteem (LAO) of een lucht-aanvoersysteem (LAV), kan efficiënt zijn, maar vereist meer investering.
Opwekken van eigen elektriciteit
Zonnepanelen zijn een populaire keuze voor woningen die willen opwekken van eigen elektriciteit. De opbrengst hangt af van het dakoppervlak, de oriëntatie en de helling. Voor woningen met een karakteristiek aanzicht, zoals glas in lood of een hoge gevel, is het soms niet mogelijk om zonnepanelen op het dak aan te brengen. In dergelijke gevallen kan men overwegen om een opgestelde zonnepaneelinstallatie of een groene energielevering (zoals windenergie of groene stroom) te kiezen.
Kosten en besparingen bij renovatie
De kosten en besparingen variëren sterk per woningtype en afhankelijk van het woonoppervlak. Een vrijstaand huis vereist meestal meer arbeid en materiaal dan een tussenwoning. Ook speelt het huidige staat van de woning een rol; als er al renovaties zijn geweest, kunnen kosten verminderen.
Bijvoorbeeld:
- Dakisolatie aan de binnenzijde: ongeveer €100 tot €150 per m². De besparing op het energieverbruik kan rond de 10% liggen.
- Binnengevelisolatie: variabel, afhankelijk van het type isolatie en de benodigde werkzaamheden. In sommige gevallen kan het tot €1.000 per kamer oplopen.
- Verwijderen en vervangen van glas in bestaande kozijnen: ongeveer €400 tot €600 per m². De besparing kan rond de 20% liggen.
- Installatie van een warmtepomp: ongeveer €6.000 tot €15.000, afhankelijk van het type en de omvang. De besparing op het energieverbruik kan aanzienlijk zijn, vooral bij woningen die nu nog op aardgas of elektriciteit werken.
Deze kosten zijn gebaseerd op het prijspeil van januari 2025 en zijn voorbeelden voor een drie-persoonshuishouden in een typische woning uit de periode 1925–1965. Het is belangrijk om een individueel advies aan te vragen, aangezien de werkelijke kosten en besparingen afhankelijk zijn van de specifieke situatie.
Energielabel en monumenten: Mogelijkheden en beperkingen
Woningen met karakteristieke of monumentale kenmerken, zoals glas in lood, originele houten vloeren of hoge plafonds, hebben beperkte mogelijkheden voor verduurzaming. Veel maatregelen die energiezuinigheid bevorderen, zoals buitengevelisolatie of zonnepanelen, kunnen het aanzicht van het pand aantasten en zijn daarom vaak niet toegestaan.
In dergelijke gevallen is het verstandig om contact op te nemen met de gemeente of een monumentenadviseur. Ze kunnen uitleggen wat de toegestane renovatiemaatregelen zijn en hoe men toch energiezuinig kan worden zonder het karakter van de woning te verliezen. Soms zijn er subsidies of belastingvoordeeltjes beschikbaar voor energiezuinige renovaties in historische woningen.
Energiezuinigheid en aardgasvrij: Toekomstbestendig maken
Het maken van een woning aardgasvrij is een belangrijke stap op weg naar toekomstbestendigheid. Voor woningen uit 1965 betekent dit meestal een grondige renovatie van het verwarmings- en sanitair systeem. Mogelijke oplossingen zijn het installeren van een warmtepomp, een zonwarmtepomp of het overzetten op elektrische verwarming. Deze systemen vereisen meestal een aangepaste installatie en kunnen aanzienlijke kosten met zich meebrengen.
De besparing op het energieverbruik is echter groot, aangezien aardgas een van de duurste energiebronnen is. Daarnaast levert een aardgasvrij huis vaak een beter energielabel op, wat positief werkt op de verkoopwaarde van het pand. Het is daarom een langere investering die zich op de lange termijn vaak terugbetalen.
Energielabel en verkoopwaarde: Waarom het belangrijk is
Het energielabel heeft invloed op de verkoopwaarde van een woning. Een hoger label (A of B) betekent dat de woning energiezuiniger is, wat een aantrekkelijk punt is voor kopers. Bovendien kan het energielabel worden gebruikt in het Woningwaarderingsstelsel (WWS), wat betekent dat het ook invloed heeft op de huurprijs van de woning.
Het energielabel is niet alleen een wettelijk vereiste, maar ook een marketinginstrument. Het kan bijvoorbeeld worden gebruikt op websites of in advertenties om het energieprestatieniveau van de woning te benadrukken. Voor woningen met een lager label (C of lager) is het verstandig om verbeteringen te overwegen om de waarde van de woning te verhogen en het aantrekkelijker te maken voor potentiële kopers of huurders.
Conclusie
Woningen gebouwd in de periode 1925–1965 zijn vaak karakteristiek, maar vaak ook minder energiezuinig dan hedendaagse standaarden. Het energielabel is een verplicht document bij verkoop of verhuur, en geeft een overzicht van de energieprestaties van het pand. Voor woningen uit deze periode zijn er verschillende renovatiemaatregelen beschikbaar om energiezuinigheid te verbeteren, zoals isolatie, verbetering van de ventilatie en het opwekken van eigen elektriciteit.
Het is belangrijk om rekening te houden met de historische kenmerken van het pand bij renovatie, aangezien bepaalde maatregelen het aanzicht kunnen aantasten. Voor woningen met monumentale kenmerken is het verstandig om contact op te nemen met de gemeente of een monumentenadviseur. Investeringen in energiezuinigheid kunnen zich op de lange termijn terugbetalen en het energielabel verbeteren, wat gunstig is voor de verkoopwaarde en huurwaarde van de woning.
Het energielabel is een momentopname en kan worden verbeterd door renovatie. Het is dus niet een statisch document, maar een onderdeel van het proces van energiezuinigheid en duurzame woningbouw.