Energielabel C voor kantoren: effecten, ontwikkelingen en handhaving in de praktijk

Inleiding

Sinds 1 januari 2023 is het energielabel C verplicht voor de meeste kantoorpanden in Nederland. Deze verplichting is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en heeft als doel de CO₂-uitstoot te verminderen, de energiezuinigheid van het gebouwde milieu te verbeteren, en bij te dragen aan de Nederlandse klimaatdoelstellingen. De verplichting betreft kantoorgebouwen waarbij de gebruiksoppervlakte van kantoorfuncties meer dan 50 procent van het totaal of minstens 100 m² bedraagt.

Deze verplichting heeft geleid tot een significante verbetering van het energielabel in de kantorenmarkt. Uit recente evaluaties blijkt dat 78 procent van het vloeroppervlak aan kantoorruimte in Nederland op 1 juli 2024 voldoet aan de eis van energielabel C of beter. Daarnaast is er geen negatieve impact op kantooreigenaren vastgesteld, en kantoorgebouwen met betere labels worden meer gewild en waardevaster.

In dit artikel wordt ingegaan op de gevolgen van energielabel C voor kantoorgebouwen, de huidige stand van zaken, de handhaving door gemeenten, en de effecten op de marktwaarde en energiezuinigheid. Ook worden de maatregelen die nodig zijn om energielabel C te behalen, en de beschikbare financieringsmogelijkheden besproken.

De verplichting van energielabel C voor kantoren

Juridische basis en eisen

De verplichting van energielabel C voor kantoren is vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), onderdeel van de Omgevingswet. Dit betekent dat een kantoorpand moet voldoen aan een primair fossiel energiegebruik van maximaal 225 kWh per m² per jaar of moet beschikken over een energielabel C of beter.

De verplichting is van toepassing op kantoorgebouwen waarbij de gebruiksoppervlakte van kantoorfuncties meer dan 50 procent van het totaal is of waarbij de gebruiksoppervlakte van kantoorfuncties en nevenfuncties meer dan 100 m² bedraagt. Een nevenfunctie is bijvoorbeeld een kantoor in een winkelpand dat ondersteunt in de winkelactiviteit.

Een kantoorpand dat niet voldoet aan deze eisen mag niet langer als kantoor gebruikt worden. Dit betekent dat kantooreigenaren verplicht zijn om energiemaatregelen te nemen om het energiegebruik te verbeteren en het label C te behalen.

Uitzonderingen

Niet alle kantoorpanden zijn onderworpen aan de energielabel C-verplichting. Uitzonderingen zijn voornamelijk van toepassing op kantoren die gelegen zijn in historisch of cultureel beschermd gebouw of die technisch niet haalbaar zijn om energielabel C te behalen. In dergelijke gevallen kan een verzoek gedaan worden bij de gemeente om uitzondering te krijgen.

De huidige stand van zaken

Verduurzamingsprocent en trends

Op 1 juli 2024 voldoet 78 procent van het vloeroppervlak aan kantoorruimte in Nederland aan de verplichting van energielabel C of beter. In vergelijking met 2023 is dit een toename van 6 procent. Daarnaast hebben 10 procent van de kantoren nog een label D t/m G, en 12 procent heeft nog helemaal geen energielabel. Deze percentages duiden op een positieve ontwikkeling in de richting van een energiezuinigere kantorenmarkt.

De meeste voortgang is geboekt bij grotere kantoorpanden, die vaak beter geïnformeerd zijn over de verplichting en toegang hebben tot financieringsmogelijkheden. Kleinere kantoorgebouwen lijken minder goed op de hoogte van de normering en hebben minder middelen om de benodigde verduurzamingsmaatregelen te realiseren.

Evaluatie van de verplichting

In de zomer van 2024 is een evaluatie uitgevoerd van de energielabel C-verplichting. De belangrijkste uitkomst is dat er een aanzienlijke verbetering is van energielabels in de kantorenmarkt. De verplichting lijkt geen negatieve gevolgen te hebben gehad voor kantooreigenaren. Uit onderzoek van Maastricht University blijkt bovendien dat kantoorgebouwen met betere energielabels meer gewild en waardevaster zijn.

Kantoren met een label C of beter zijn volgens dit onderzoek gemiddeld 20 procent meer waard dan kantoren met een label D t/m G. Dit duidt op een verhoogde marktwaarde van kantoorgebouwen die voldoen aan de energielabel C-verplichting.

Daarnaast is er geen sprake van significante knelpunten bij gebouweigenaren. Veel kantoren waren al beter in staat dan verwacht in 2018, waardoor de benodigde maatregelen beperkt bleven. De terugverdientijd voor investeringen in verduurzaming is vaak kort genoeg om rendabel te zijn.

Handhaving en toezicht

Rol van gemeenten en omgevingsdiensten

Sinds 1 januari 2023 zijn gemeenten en omgevingsdiensten verantwoordelijk voor de handhaving van de energielabel C-verplichting. Deze handhaving is niet uniform over Nederland. In sommige gemeenten is er actieve toezichtsactiviteit, inclusief het afdwingen van de verplichting onder dwangsom, terwijl andere gemeenten nog voorzichtiger zijn in hun aanpak.

Rijksorganisaties zijn actief bezig met het behalen van energielabel C voor hun kantoren. Daarbij zijn afspraken gemaakt om zo snel mogelijk voldaan te worden aan de eisen. Voor particuliere kantooreigenaren zijn gemeenten verantwoordelijk voor het toezicht.

Kantooreigenaren die vragen hebben over de verplichting of hun energielabel, moeten contact opnemen met hun verhuurder of de gemeente of omgevingsdienst waar het kantoor is gevestigd.

Energiegebruik en werkelijke CO₂-reductie

Hoewel er sprake is van verbeterde energielabels, blijkt de CO₂-reductie die direct toegeschreven kan worden aan de verplichting beperkt te zijn. Dit komt gedeeltelijk door autonome verduurzamingsmaatregelen van kantoorgebouweigenaren, die al eerder investeerden in energiezuinigheid. Daarnaast zijn veel kantoren in een betere staat dan in 2018 verwacht, waardoor het energiegebruik al onder de C-norm lag.

De maatregelen die nodig zijn om energielabel C te behalen zijn vaak beperkt en goed rendabel. Er is geen sprake van noemenswaardige knelpunten bij gebouweigenaren, zoals problemen met financiering of technische uitdagingen.

Energiezuinigere kantoren: maatregelen en financiering

Benodigde maatregelen

Om energielabel C te behalen, zijn diverse maatregelen mogelijk, afhankelijk van de huidige staat van het kantoorpand. Enkele veelgebruikte maatregelen zijn:

  • Vervanging van oude verlichtingssystemen door LED-lampen
  • Installatie van een energiezuinige CV-installatie
  • Insulatie van daken, muren en vloeren
  • Installatie van dubbel of driedubbel glas
  • Installatie van zonnepanelen of andere duurzame energiebronnen

De verlichting is een vast onderdeel van het energielabel, en het vervangen van fluorescentielampen door LED-lampen levert vaak een directe verbetering op. Dit is ook een relatief goedkope maatregel die snel kan worden uitgevoerd.

Financiële ondersteuning

De Rijksoverheid biedt diverse financieringsmogelijkheden aan om kantooreigenaren te ondersteunen bij de verduurzaming van hun gebouwen. Deze regelingen zijn bedoeld om investeringen in energiezuinigheid te stimuleren en te versnellen.

Enkele van deze financieringsmogelijkheden zijn:

  • Energie-investeringsaftrek (EIA): een fiscale regeling waarbij een deel van de kosten van energiezuinige maatregelen kan worden teruggevorderd via een aanslagvermindering.
  • Energieprestaties (EP): een regeling waarbij het energieverbruik van een kantoor wordt gemeten en beloond op basis van het daadwerkelijke energiegebruik.
  • Subsidies via RVO: RVO biedt subsidies voor energiezuinigheidsprojecten en innovatieve energieoplossingen.

Deze regelingen zijn bedoeld om kantooreigenaren te ondersteunen bij het behalen van energielabel C en het verder verduurzamen van hun gebouwen.

Verduurzaming van rijkskantoren

Voorbeeldrol van de overheid

Rijksorganisaties spelen een voorbeeldrol in de verduurzaming van kantoorgebouwen. Zij werken aan de versnelling van vergaande verduurzaming van hun vastgoed, met hoge ambities op het gebied van klimaatadaptiviteit, natuurinclusiviteit en circulaire maatregelen.

Deze projecten gaan verder dan het behalen van energielabel C. Ze richten zich op het optimaliseren van het energieverbruik bij renovatie, het gebruik van duurzame materialen en het verlagen van de CO₂-uitstoot.

De voorbeeldrol van de overheid is essentieel voor het stimuleren van duurzame ontwikkelingen op de kantorenmarkt. Door het snel behalen van energielabel C en het verder verduurzamen van kantoorgebouwen, draagt de overheid bij aan het opstellen van benchmarks en beste praktijken die ook door particuliere kantooreigenaren kunnen worden gevolgd.

Kwaliteit van energielabels en toezichthouder

Jaarlijkse monitoring en verbetering

De kwaliteit van energielabels wordt jaarlijks gemonitord. Uit de resultaten blijkt dat de kwaliteit van energielabels stabiel is gebleven. De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft in 2023 maatregelen genomen om de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van energielabels te verbeteren. Deze maatregelen omvatten:

  • Een publieke toezichthouder die het proces van energielabeling en het toezicht op de kwaliteit onderzoekt
  • Een grotere controlesteekproef van energielabels
  • Extra controles bij geconstateerde fouten

Daarnaast is onderzoek gestart naar de inzet van nieuwe technologieën die de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van energielabels kunnen verbeteren. Dit onderzoek is op verzoek van de Tweede Kamer uitgevoerd en richt zich op innovatieve methoden voor het opnemen en beoordelen van energielabels.

De toekomst van energielabels en verduurzaming

Sturing op werkelijk energiegebruik

Hoewel energielabels een belangrijk instrument zijn voor het beoordelen van het energieverbruik van kantoren, benadrukt het DGBC (Dutch Green Building Council) dat het voor effectieve verduurzaming essentieel is om ook te sturen op het daadwerkelijke energiegebruik. Het energielabel is een theoretisch model, terwijl het werkelijke energieverbruik kan variëren afhankelijk van de manier waarop het gebouw wordt gebruikt en beheerd.

Daarom wordt aangeraden om naast het energielabel ook te sturen op het werkelijke energieverbruik. Dit kan gedaan worden via energiemonitoring, het gebruik van smart meters en het optimaliseren van het gebouwbeheer.

Ambities voor 2050

De Rijksoverheid streeft naar een CO₂-arme gebouwde omgeving in 2050. Dit betekent dat ook bestaande gebouwen verduurzaam moeten worden. De energielabel C-verplichting is slechts een eerste stap in deze richting. In de toekomst zullen hogere eisen worden gesteld aan het energieverbruik van kantoren, en zal de verplichting van energielabel A of B mogelijk komen.

De kantorenmarkt moet zich dus voorbereiden op verdere verduurzamingsmaatregelen. Kantooreigenaren die nu investeren in energiezuinigheid, zullen op de lange termijn profiteren van lage energiekosten en een hogere marktwaarde.

Conclusie

De energielabel C-verplichting voor kantoren is een belangrijke stap in de richting van een duurzamere kantorenmarkt. De verplichting heeft geleid tot een significante verbetering van energielabels, zonder dat er negatieve gevolgen voor kantooreigenaren zijn vastgesteld. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat kantoorgebouwen met betere energielabels meer gewild en waardevaster zijn.

De verplichting is niet uniform in haar toepassing, aangezien de handhaving per gemeente verschilt. Voor kleine kantoren zijn er uitdagingen met betrekking tot financiële middelen en kennis, maar voor grotere kantoren is de voortgang duidelijk.

De Rijksoverheid speelt een voorbeeldrol in de verduurzaming van kantoren en biedt financieringsmogelijkheden om kantooreigenaren te ondersteunen. Bovendien wordt er gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit van energielabels en het gebruik van nieuwe technologieën om de betrouwbaarheid van de labels te verhogen.

In de toekomst zal het sturen op werkelijk energiegebruik een belangrijke rol spelen bij het verdere verduurzamen van kantoren. De energielabel C-verplichting is slechts een eerste stap in een bredere strategie voor een CO₂-arme gebouwde omgeving in 2050.

Bronnen

  1. Minister Keijzer stuurde Kamerbrief over energielabel C
  2. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) publiceerde cijfers
  3. Energielabel C kantoren
  4. Signify-regelwijzer over energielabel C-verplichting
  5. Energielabel C kantoren – Prisma Energielabels
  6. DGBC en werkelijk energiegebruik

Gerelateerde berichten