Energielabels en hun invloed op de autokoop: Inzichten uit 2006

De autosector is een belangrijk onderdeel van het energieverbruik en de CO2-uitstoot in Nederland. Daarom is het energielabel van een personenauto sinds 2001 verplicht voor nieuwe voertuigen. Dit label informeert kopers over het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van een auto. In de jaren 2000 en 2006 zijn er duidelijke veranderingen geweest in de markt voor energiezuinige auto's, gedeeltelijk onder invloed van beleid en subsidies. Deze artikel biedt een gedetailleerde overzicht van de rol van energielabels in de autokoop, met een focus op de jaren 2000 tot 2006, waarbij de impact van stimuleringsregelingen en marktreacties centraal staan.

Inleiding

In 2006 had Nederland een marktaandeel van 7% voor auto's met energielabel A en 19% voor auto's met label B. Dit was hoger dan in eerdere jaren en kan gedeeltelijk worden toegeschreven aan de stimuleringsregeling die in juli van dat jaar in werking trad. Deze regeling gaf korting op de aankoopbelasting (BPM) voor energiezuinige auto's, terwijl de BPM voor minder efficiënte auto's verhoogd werd. Hierdoor ontstond een duidelijke prijsverschillenstructuur tussen auto's van verschillende energieklassen.

Deze stimulans had een directe impact op de verkoop van A- en B-label auto's, maar ook op de hybride modellen. In deze periode werden ongeveer 3.000 hybride auto's per jaar verkocht, waarvan 80% in de eerste helft van 2006, kort voor de verlaging van de BPM-korting. De verkoop van deze auto's nam daardoor af na het halverwegejaar.

Binnen dit kader is het energielabel niet alleen een informatietool voor kopers, maar ook een instrument in het beleid om duurzame keuzes te stimuleren. De toepassing van energielabels volgt de richtlijnen van de Europese Unie (1999/94/EG), waarmee het doel is om het energieverbruik van nieuwe auto’s te verlagen. De regelgeving wordt jaarlijks bijgesteld, wat heeft geleid tot dynamische veranderingen in de indeling van auto’s in energieklassen.

De invloed van subsidiebeleid op de markt

Stimuleringsregeling van juli 2006

Sinds juli 2006 gold een nieuwe stimuleringsregeling die enerzijds korting gaf op de BPM voor energiezuinige auto's en anderzijds de BPM verhoogde voor onzuinige modellen. Auto's met energielabel A kregen een korting van 1.000 euro, en auto's met energielabel B kregen 500 euro. Voor auto's met labels D, E, F of G werd de BPM oplopend verhoogd tot maximaal 540 euro.

Deze regeling had een duidelijke impact op de markt. In de eerste helft van 2006 had het A-segment een aandeel van 4%, wat stijging is ten opzichte van eerdere jaren. In de tweede helft, na inwerkingtreding van de regeling, steeg het aandeel tot 7%. Voor B-labels was de toename van 14% naar 19%. Dit duidt op een duidelijke reactie van kopers op de prijsverschillen die de regeling maakte.

Hybride auto’s en BPM-korting

Hybride auto's, die voornamelijk in het A-segment geplaatst zijn, kregen voor juli 2006 een BPM-korting van 9.000 euro. Deze korting is verlaagd tot 6.000 euro, wat leidde tot een duidelijke verkoopsdaling. In 2006 werden ongeveer 3.000 hybride auto's verkocht, waarvan 80% in de eerste helft van het jaar. Dit toont aan dat de BPM-korting een bepalende rol speelt in de aanschaf van hybride auto's.

Vanaf juli 2006 kregen hybrides uit het B-segment ook een BPM-korting van 3.000 euro, wat mogelijk een nieuwe groep kopers aantrok. De verkoop van hybrides nam in 2005 nog gelijkmatig toe in beide helften van het jaar, maar na de verlaging van de BPM-korting in 2006 veranderde dit beeld aanzienlijk.

Marktaandeel en prijsontwikkeling

Hoewel de verkoop van A- en B-label auto's stijgt, is het marktaandeel van deze modellen nog steeds relatief laag. In 2006 lag het totale aandeel van A- en B-label auto's op ongeveer 26%, wat binnen het wisselende bereik van 15-25% van eerdere jaren viel.

De prijsontwikkeling van deze auto's speelde ook een rol. A- en B-label auto's zijn in aanschaf niet duurder dan vergelijkbare modellen met andere labels, met uitzondering van hybrides. De BPM-korting voor hybrides dekte echter een groot deel van het prijsverschil. Dit suggereert dat kopers vooral reageren op totale aankoopkosten, inclusief subsidies, in plaats van puur op het energielabel.

Beleid en regulering

Europese richtlijn 1999/94/EG

De invoering van energielabels in Nederland is verplicht sinds 1 januari 2001. Dit beleid volgt uit de Europese richtlijn 1999/94/EG, die het doel had om het energieverbruik van nieuwe personenauto's te verminderen. De richtlijn streeft naar transparantie voor kopers en stimuleert indirect duurzame keuzes door informatie te verschaffen over het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot.

Jaarlijks herziening van energieklassen

De energieklassen worden jaarlijks herzien op basis van de ontwikkeling van het energieverbruik in het afgelopen jaar en de verwachte ontwikkeling in het komende jaar. Deze aanpassing leidt tot dynamische veranderingen in de indeling. Bijvoorbeeld, een auto die in 2007 tot het A-segment behoorde, zou in 2008 mogelijk tot het B-segment behoren als de grenswaarden aangescherpt worden.

Deze jaarlijks herziening heeft gevolgen voor het aanbod van auto's in de verschillende energieklassen. Een aangescherpte indeling kan leiden tot een afname van het aanbod van A- en B-labels, omdat auto's die vorig jaar nog in die categorieën vielen nu lager ingedeeld worden.

In 2008 werd overwogen om de labels aan te scherpen, wat zou hebben geleid tot een duidelijke afname van het A-segment. Uiteindelijk is besloten om dezelfde labels te behouden als in 2007, wat het aanbod van energiezuinige auto's in 2008 stabiel heeft gehouden.

Energiezuinig rijgedrag

Het Nieuwe Rijden

Hoewel het energielabel van een auto belangrijk is, is het daadwerkelijke brandstofverbruik ook sterk afhankelijk van de rijstijl van de bestuurder. Voor kopers die energiezuinig willen rijden, is het aanleren van een efficiënte rijstijl cruciaal. Een bekende methode hierin is "Het Nieuwe Rijden", een verzameling tips om het brandstofverbruik met ten minste 10% te verlagen.

Enkele van deze tips zijn:

  • Vroegtijdig schakelen naar hogere versnellingen (bij toerentallen tussen 2000 en 2500 toeren)
  • Een gelijkmatige snelheid houden
  • Vermijd het vaak starten en stoppen

Deze rijstijl heeft niet alleen een positief effect op het brandstofverbruik, maar ook op de verkeersveiligheid, omdat het rijders bewuster maakt van hun omgeving.

Energiezuinigheid van tweedehands auto’s

Hoewel het energielabel verplicht is voor nieuwe auto’s, is het voor tweedehands auto’s niet verplicht. Een energielabel dat in 2001 of eerder is toegewezen, geeft een momentopname van de zuinigheid op dat moment. Vanwege technologische ontwikkelingen en veroudering verliest het label zijn waarde over de tijd. Bijvoorbeeld, een auto uit 2008 met energielabel A was in zijn klasse zuiniger dan andere modellen op dat moment, maar dit zegt niets over de huidige zuinigheid.

Daarom is het belangrijk om voor tweedehands auto’s ook andere informatie in overweging te nemen, zoals verbruikscijfers in de praktijk en het schadeverleden.

Toekomstige ontwikkelingen

De jaren 2000 tot 2006 hebben getoond dat energielabels en stimuleringsregelingen een invloed kunnen hebben op de autokoop. Het beleid in Nederland en Europa is gericht op het verminderen van energieverbruik en CO2-uitstoot, en dit wordt ondersteund door maatregelen zoals BPM-kortingen en het jaarlijks herzien van energieklassen.

De komende jaren is te verwachten dat deze trends zich voortzetten. De verkoop van hybride en elektrische auto’s zal waarschijnlijk toenemen, terwijl de BPM-korting voor conventionele auto's verder zal afnemen. Dit zal leiden tot een verdere verschuiving in de markt naar duurzamere opties.

De rol van het energielabel zal in deze context ook verder evolueren. Het is niet alleen een informatietool voor kopers, maar ook een beleidsinstrument om duurzame keuzes te stimuleren. De combinatie van subsidies, regelgeving en consumenteneducatie zal de toekomstige ontwikkelingen bepalen.

Conclusie

De jaren 2000 tot 2006 hebben een belangrijke fase in de ontwikkeling van energielabels in Nederland gemarkeerd. Het beleid van BPM-kortingen en -verhogingen heeft geleid tot een duidelijke verandering in de markt, met een stijging van het aandeel van A- en B-label auto's. De verkoop van hybride auto's is eveneens beïnvloed, vooral door veranderingen in de BPM-korting.

De Europese richtlijn 1999/94/EG heeft de basis gelegd voor deze ontwikkelingen, en de jaarlijks herziening van energieklassen zorgt voor dynamische veranderingen in de indeling. Daarnaast speelt het rijgedrag van de bestuurder een rol in het daadwerkelijke energieverbruik van een auto, wat benadrukt dat het energielabel maar een deel van de prestatie van een auto weergeeft.

Toekomstige ontwikkelingen zullen waarschijnlijk een verdere toename van duurzamere opties in de markt zien, zoals hybrides en elektrische auto's. Het beleid en de stimuleringsmaatregelen zullen in deze context verder moeten worden afgestemd om duurzame keuzes te bevorderen.

Bronnen

  1. RDW (2007). Verkoopcijfers A- en B-label auto's
  2. MNP (2007). Milieubalans 2007
  3. CLO (2007). Energielabels voor personenauto's, 2000-2006

Gerelateerde berichten