Een energielabel is in Nederland wettelijk verplicht bij verkoop, verhuur en oplevering van woningen en gebouwen. De regelgeving is gesteund door Europese richtlijnen en is bedoeld om energiezuinigheid en duurzaamheid in het bouw- en woningbouwbedrijf te bevorderen. Toch zijn er bepaalde situaties waarin het energielabel niet verplicht is. Deze uitzonderingen zijn geregeld op basis van het type gebouw, de functie en de gebruiksduur. In dit artikel bespreken we in detail welke gebouwen en situaties vrijstaan van de verplichting om een energielabel aan te vragen, over te handigen of mee te geven bij verkoop of verhuur.
Wanneer is het energielabel wettelijk verplicht?
In de meeste gevallen is het energielabel verplicht bij verkoop, verhuur of oplevering van een woning of gebouw. Dit geldt voor zowel woningen als utiliteitsgebouwen, zoals kantoren, scholen en ziekenhuizen. De verplichting geldt sinds 2008 en is aangescherpt in 2021 met de invoering van het nieuwe energielabelsysteem. Bij verkoop of verhuur dient het energielabel gedurende de verkoop- of verhuurprocedure te worden getoond aan potentiële kopers of huurders. Bij notariële overdracht is het energielabel verplicht als definitief document. Het ontbreken van een energielabel kan leiden tot boetes, die voor particulieren oplopen tot €435 en voor zakelijke partijen zelfs tot €21.750.
Wanneer is een energielabel niet verplicht?
Er zijn bepaalde categorieën gebouwen waarvoor het energielabel niet verplicht is. Deze uitzonderingen zijn geregeld in de wetgeving, zoals de Erfgoedwet en provinciale of gemeentelijke monumentenverordeningen. In de praktijk betreffen deze uitzonderingen meestal gebouwen met een specifieke functie, een beperkte gebruiksduur of een oppervlakte onder een bepaalde drempel.
1. Beschermde monumenten
Gebouwen die zijn beschermd volgens de Erfgoedwet of volgens een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening, vallen buiten de verplichting om een energielabel aan te vragen of mee te geven. Dit geldt ook voor religieuze gebouwen, zoals kerken en moskeeën. De reden hiervoor ligt in de wens om het historische karakter en de originele staat van dergelijke bouwwerken te behouden. Energierenoverwachtingen of -verbeteringen kunnen namelijk het historische karakter van het monument aantasten of vernietigen.
2. Vrijstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte tot 50 m²
Vrijstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte van maximaal 50 m² zijn vrijgesteld van de energielabelplicht. Voorbeelden van dergelijke gebouwen zijn tiny houses, woonwagens, woonboten en recreatiewoningen. De reden voor deze uitzondering is dat dergelijke gebouwen een beperkte energieconsumptie hebben en meestal niet bedoeld zijn voor permanente verblijven. De energiezuinigheid van deze constructies is daarom minder relevant voor potentiële kopers of huurders.
3. Agrarische bedrijfspanden
Gebouwen die dienen voor opslag of bewerking in de agrarische sector, zoals fabriekshallen of opslaggebouwen, zijn vrijgesteld van de energielabelplicht. Ook dergelijke panden hebben meestal een beperkte energieconsumptie en zijn bedoeld voor functionele doeleinden, niet voor woningbouw of duurzaamheid. De energieprestaties van deze panden zijn daarom niet van belang voor kopers of huurders.
4. Gebouwen die nog geen twee jaar in gebruik zijn
Gebouwen die ten hoogste twee jaar in gebruik zijn, zoals bouwketens, noodwinkels of noodlokalen bij scholen, zijn ook vrijgesteld van de energielabelplicht. Deze gebouwen zijn vaak tijdelijk van aard en zijn bedoeld om functioneel te zijn voor korte termijn. De energiezuinigheid van deze panden is niet een essentieel criterium bij verkoop of verhuur, aangezien ze meestal niet op de markt komen als vastgelegde woning of ruimte.
5. Recreatiewoningen met beperkte gebruiksduur
Recreatiewoningen die minder dan vier maanden per jaar in gebruik zijn en met een verwacht energieverbruik van minder dan 25% van het verbruik bij permanent gebruik, zijn ook vrijgesteld van de energielabelplicht. Een recreatiewoning die groter is dan 50 m², valt daarentegen wel onder de verplichting. De reden hiervoor is dat dergelijke woningen vaak geen energie gebruiken voor klimaatbeheersing, zoals verwarming of koeling.
6. Gebouwen zonder energiebeheersing
Gebouwen die helemaal geen energie gebruiken voor klimaatbeheersing, zoals schuren of garages, zijn ook vrijgesteld van de energielabelplicht. Deze gebouwen zijn bedoeld voor opslag of tijdelijke activiteiten en hebben daarom geen energieconsumptie. Het energielabel is dus niet relevant voor dergelijke constructies.
7. Gebouwen die worden gesloopt
Een gebouw dat is onteigend en vervolgens wordt gesloopt, is ook vrijgesteld van de energielabelplicht. Aangezien het gebouw niet langer in gebruik zal zijn, is het niet relevant om een energielabel aan te vragen of mee te geven.
Praktische consequenties van het ontbreken van een energielabel
Hoewel het energielabel niet voor alle gebouwen verplicht is, kan het ontbreken ervan toch leiden tot praktische problemen, vooral bij verkoop of verhuur. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) controleert regelmatig of een woning of gebouw over een geldig energielabel beschikt. Bij afwezigheid kan een boete volgen. Voor particuliere woningeigenaren kan deze boete oplopen tot €435, terwijl zakelijke partijen tot €21.750 beboet kunnen worden.
Daarnaast kan het ontbreken van een energielabel leiden tot problemen bij de notariële overdracht van een woning. De koper verwacht namelijk bij sleuteloverdracht het energielabel te ontvangen. Als dit niet gebeurt, kunnen juridische claims of klachten volgen.
Uitzonderingen in de praktijk
Ondanks de regels zijn er soms situaties waarin het energielabel niet nodig is, maar waarin een koper of huurder toch verwachtingen heeft. Het is daarom belangrijk om duidelijk te communiceren over de situatie van het pand. Bijvoorbeeld bij het verhuren van een recreatiewoning die kleiner is dan 50 m² en minder dan 4 maanden per jaar wordt gebruikt, is het energielabel niet verplicht. Toch kan een huurder verwachten dat de woning energiezuinig is. Het is daarom verstandig om eventuele uitzonderingen aan te kaarten bij verkoop of verhuur.
Samenvatting van de uitzonderingen
Om een overzicht te geven van de uitzonderingen op de energielabelplicht, is het handig om deze in een tabel te samenvatten:
| Type gebouw | Verplicht energielabel? | Opmerking |
|---|---|---|
| Beschermde monumenten | Nee | Volgens de Erfgoedwet of provinciale monumentenverordening |
| Kerken, moskeeën | Nee | Gebouwen voor religieuze activiteiten |
| Vrijstaande gebouwen <50 m² | Nee | Tiny houses, woonwagens, woonboten |
| Agrarische bedrijfspanden | Nee | Gebouwen voor opslag of bewerking |
| Gebouwen <2 jaar in gebruik | Nee | Bouwketen, noodwinkels |
| Recreatiewoningen <4 maanden gebruik | Nee | Verwacht energieverbruik <25% |
| Gebouwen zonder energiebeheersing | Nee | Schuren, garages |
| Gesloopte panden | Nee | Onbezet of te sloop |
Conclusie
Het energielabel is in de meeste gevallen wettelijk verplicht bij verkoop, verhuur en oplevering van een woning of gebouw. De regelgeving is bedoeld om energiezuinigheid en duurzaamheid in het bouwbedrijf te bevorderen. Er zijn echter uitzonderingen op deze verplichting. Gebouwen zoals beschermde monumenten, kerken, moskeeën, vrijstaande woningen kleiner dan 50 m², agrarische bedrijfspanden en recreatiewoningen met beperkte gebruiksduur zijn vrijgesteld. Het is belangrijk om deze uitzonderingen te kennen om juridische en praktische problemen te voorkomen. Bij het verkoop of verhuren van een gebouw, is het verstandig om vooraf te checken of een energielabel nodig is, en zo ja, om het aan te vragen bij een erkende partij.