Gemiddeld energielabel van woningcorporaties in 2025: voortgang en uitdagingen

Inleiding

De energieprestaties van woningcorporaties zijn een belangrijk onderwerp binnen de verduurzaming van het woningbeleid in Nederland. In 2025 wordt al voor het negende jaar de Atriensis Energiemonitor gepresenteerd, waarin de energieprestaties van ruim 120 corporaties met bijna 1 miljoen woningen worden geanalyseerd. Volgens de resultaten van deze monitor is er een duidelijke voortgang, aangezien het gemiddelde energielabel van corporaties in 2025 op 5,89 ligt, wat overeenkomt met label B. Toch blijft het uitfaseren van woningen met energielabels E, F en G een grote uitdaging, aangezien circa 11% van het totale bezit van woningcorporaties nog steeds in deze categorie valt.

De Nationale prestatieafspraken stellen dat alle woningen met energielabels E, F en G uit de woningcorporatiesector moeten verdwijnen uiterlijk in 2028. Dit doel vereist niet alleen een omvangrijke inspanning, maar ook een strategische aanpak die rekening houdt met financiële, regionale en bouwjaargerelateerde variabelen.

In dit artikel wordt een grondige analyse gemaakt van de huidige stand van zaken, inclusief de voortgang die gemaakt is, de uitdagingen die nog te gaan zijn en de strategieën die woningcorporaties hanteren om het doel te bereiken. Daarnaast worden regionale verschillen besproken en worden de verwachtingen voor 2028 geanalyseerd.

Gemiddeld energielabel van woningcorporaties in 2025

In 2025 is het gemiddelde energielabel van woningcorporaties 5,89, wat overeenkomt met een label B. Dit betekent dat de sector voortgang heeft gemaakt, gezien de trend van de afgelopen jaren duidelijk is dat het gemiddelde energielabel jaarlijks verbetert. De Atriensis Energiemonitor 2025, die op 28 februari 2025 wordt verstrekt aan de deelnemende corporaties, bevat ook een vergelijking tussen de aangeleverde data en de gegevens uit de EP-online database. Deze vergelijking helpt bij het verifiëren van de nauwkeurigheid van de gegevens en de consistente weergave van de prestaties van de corporaties.

De monitor is een belangrijk instrument voor woningcorporaties om hun positie op het gebied van energiebesparing en duurzaamheid in kaart te brengen. Het biedt bovendien inzicht in de mate waarin de nationale doelen voor de verduurzaming van het woningbeleid zijn gerealiseerd.

Nationale prestatieafspraken en het doel van 2028

De Nationale prestatieafspraken zijn een belangrijk kader waarbinnen de woningcorporaties hun verduurzamingsdoelen hanteren. Volgens deze afspraken is het doel dat alle woningen met energielabels E, F en G uiterlijk in 2028 uit de sector zijn verdwenen. In 2022 was het aantal woningen met deze labels nog 206.302. Volgens voornemens die corporaties in 2023 aan de Autoriteit woningcorporaties (Aw) aanleverden, zou dit aantal in 2028 dalen naar 51.726. Deze voortgang is echter niet gegarandeerd, gezien het feit dat het niet duidelijk is hoeveel van deze woningen onder uitzonderingsgronden vallen, zoals woningen die genomineerd zijn voor sloop of gemeentelijke monumenten.

De Aw heeft in 2023 een onderzoek uitgevoerd naar het uitfaseren van woningen met energielabels E, F en G. Dit onderzoek richtte zich op negen corporaties en had als doel inzicht te krijgen in de manier waarop deze corporaties sturen op de realisatie van de nationale prestatieafspraken. Uit het onderzoek bleek dat de meeste corporaties duidelijke plannen hebben gemaakt en verwachten dat ze het doel voor 2028 zullen kunnen halen. De Aw concludeerde dat de benodigde ingrepen financieel realiseerbaar zijn.

Regionale verschillen in energielabels

De verdeling van woningen met energielabels E, F en G varieert sterk tussen regio’s. Volgens de data uit het Aw-onderzoek is het hoogste aantal woningen met deze labels te vinden in Zuid-Holland. In verhouding tot de provinciale corporatievoorraad heeft Limburg echter de grootste opgave, gevolgd door Zuid-Holland, Noord-Holland en Groningen.

Deze verschillen zijn gedeeltelijk te verklaren door het bouwjaar van de woningen. Landelijk gezien is 47% van het bezit gebouwd na 1980. In Flevoland is dit percentage nog hoger, namelijk 77%. Hierdoor is het benodigde aantal labelstappen om te voldoen aan de prestatieafspraken aanzienlijk lager dan elders in het land. In tegenstelling tot Flevoland heeft bijvoorbeeld Limburg een groter aantal woningen die vroeg zijn gebouwd, wat een grotere uitdaging oplevert bij het uitfaseren van EFG-labels.

Huidige stand van zaken en voortgang

In 2022 was het aantal woningen met energielabels E, F en G nog 206.302. Na acht jaar verduurzamingsmaatregelen is dit aantal in 2022 met 28.617 woningen gedaald. Hoewel dit een positieve ontwikkeling is, is het duidelijk dat er nog veel te doen is. Het verwachte aantal in 2028 is met 51.726 woningen aanzienlijk lager, maar het is nog onduidelijk hoeveel van deze woningen onder uitzonderingsgronden vallen.

De tabel hieronder toont een overzicht van de verdeling van energielabels in 2022 en de verwachting voor 2028:

Energielabel Percentage 2022 Aantallen 2022 Percentage 2028 Aantallen 2028
A++++ t/m A+ 5,5% 115.042 21,1% 467.310
A 28,3% 596.458 33,6% 743.639
B 19,9% 418.679 19,6% 434.429
C 25,7% 540.435 17,6% 389.183
D 9,7% 204.948 5,4% 118.513
E 5,2% 108.407 1,2% 27.498
F 2,5% 52.907 0,6% 12.951
G 2,1% 44.988 0,5% 11.277
Totaal energielabels onbekend 1,1% 22.142 0,4% 9.744
Totaal aantal energielabels 100% 2.104.006 100% 2.214.544

Uit deze tabel blijkt dat het aantal woningen met energielabels C en D afneemt, terwijl het aantal woningen met labels A en A+ sterk toeneemt. Dit duidt op een algemene verbetering van de energieprestaties van woningcorporaties.

Strategieën voor verduurzaming

De meeste woningcorporaties hebben strategische plannen opgesteld om het doel van 2028 te bereiken. Deze plannen omvatten zowel kleine, gerichte renovaties als grootschalige verbeteringen. De verduurzamingsmaatregelen worden vaak gericht op het isoleren van daken, muren en ramen, het installeren van energiezuinige verwarmingsinstallaties en het gebruik van duurzame energiebronnen zoals zonnepanelen.

Een belangrijk aspect van deze strategieën is de betrokkenheid van huurders. Veel corporaties investeren in communicatiecampagnes om huurders te informeren over de voordelen van energiebesparing en te betrekken bij het verduurzamingsproces. Huurders die betrokken worden, tonen vaak meer waardering voor het werk dat gedaan wordt en zijn bereid tot samenwerking.

Daarnaast werken corporaties samen met gemeenten, regionale overheden en duurzamheidsorganisaties om subsidies en financieringsmogelijkheden te benutten. Deze samenwerking is essentieel om het hoge aantal benodigde duurzaamheidsingrepen in kaart te brengen en te realiseren binnen de gestelde tijdsperiode.

Uitzonderingen en uitzonderingsgronden

Hoewel de Nationale prestatieafspraken een duidelijke lijn geven, zijn er ook uitzonderingsgronden die van toepassing kunnen zijn op bepaalde woningen. Deze uitzonderingen zijn opgenomen in de afspraken en omvatten onder andere:

  • Woningen die genomineerd zijn voor sloop;
  • Gemeentelijke, provinciale of Rijksmonumenten;
  • VvE’s waarbij geen instemming van 70% van de huurders verkregen is.

Hoewel deze uitzonderingen beperkt zijn, kunnen ze toch een impact hebben op het totale aantal woningen dat volgens de prestatieafspraken moet worden uitgefaasd. Het aantal woningen dat onder deze uitzonderingen valt is echter nog niet volledig duidelijk, wat betekent dat de eindstand in 2028 mogelijk afwijkt van de voorgestelde doelen.

Voortgang in de praktijk

Het Aw-onderzoek uit 2023 liet zien dat de meeste corporaties die met EFG-labels worstelen, duidelijke plannen hebben gemaakt en voortvarend aan de slag zijn gegaan. Deze corporaties hebben niet alleen scherp in beeld wat er moet gebeuren, maar ook maatregelen genomen om mogelijke risico’s in kaart te brengen en te beheersen.

Een belangrijk aspect van deze plannen is dat de benodigde ingrepen financieel haalbaar zijn. Uit de analyses van de corporaties bleek dat de benodigde investeringen binnen het kader van het ORT-budget (Onderhoud en Renovatie Toegewijd) kunnen worden gerealiseerd. Dit betekent dat de corporaties de middelen beschikbaar hebben om de benodigde maatregelen uit te voeren, mits ze efficiënt worden aangewend.

Daarnaast hebben corporaties ervaring opgedaan door het Energieakkoord, dat eind 2020 is afgesloten. Dit akkoord heeft ervoor gezorgd dat corporaties hun bezit al verduurzaamden naar gemiddeld energielabel B. De leerpunten uit dit proces worden nu ingezet om de uitfasering van EFG-labels te versnellen.

Toekomstige uitdagingen en aandachtspunten

Hoewel de voortgang aanzet, zijn er nog enkele uitdagingen en aandachtspunten die de sector moet aanpakken. Eén van de belangrijkste uitdagingen is de coördinatie tussen corporaties, gemeenten en overheden. Aangezien het uitfaseren van EFG-labels niet alleen een technische, maar ook een sociale en logistieke opgave is, is een goed doorgedachte samenwerking essentieel.

Een tweede aandachtspunt is de betaalbaarheid van wonen. Ondanks de verduurzamingsmaatregelen moet de huurprijs voor huurders binnen redelijke perken blijven. Het risico bestaat dat verduurzamingsinvesteringen leiden tot hogere huurprijsstijgingen, wat kan leiden tot onrust onder huurders en tegenstrijdigheden met het doel van betaalbaar wonen.

Bovendien is er nog onduidelijkheid over de uitzonderingsgronden voor het uitfaseren van EFG-labels. Het is essentieel dat deze uitzonderingen duidelijk worden gedefinieerd en dat de corporaties weten welke woningen onder deze uitzonderingen vallen. Dit is van belang om te voorkomen dat corporaties onnodig risico lopen of dat bepaalde woningen op onverwachte manieren worden behandeld.

Conclusie

De woningcorporatiesector heeft in de afgelopen jaren aanzet gegeven met de verduurzaming van haar bezit. In 2025 ligt het gemiddelde energielabel van corporaties op 5,89, wat overeenkomt met label B. Dit is een duidelijke verbetering ten opzichte van vorige jaren. Echter, er zijn nog 11% van de woningen met energielabels E, F en G, wat betekent dat er nog veel te doen is. De Nationale prestatieafspraken stellen dat deze woningen uiterlijk in 2028 uit de sector moeten verdwijnen.

De meeste corporaties hebben duidelijke plannen opgesteld en verwachten dat ze het doel zullen kunnen halen. Regionale verschillen en bouwjaargerelateerde uitdagingen zijn echter nog steeds aanwezig. De Autoriteit woningcorporaties heeft in 2023 een onderzoek uitgevoerd dat duidelijk maakte dat de benodigde ingrepen financieel realiseerbaar zijn en dat corporaties bewust zijn van de risico’s en maatregelen hebben genomen om deze in te dammen.

Toch blijven er uitdagingen. Het is essentieel dat corporaties, gemeenten en overheden samenwerken om het doel van 2028 te bereiken. Daarnaast is het belangrijk dat de verduurzamingsmaatregelen binnen de grenzen van betaalbaar wonen blijven. De toekomstige voortgang zal afhankelijk zijn van de samenwerking, efficiëntie van de investeringen en de bereidheid van huurders om deel te nemen aan het verduurzamingsproces.

Bronnen

  1. Atriensis Energiemonitor 2025 - De resultaten
  2. Corporatiebezit heeft E-F-G label
  3. Onderzoek uitfaseren corporatiewoningen met energielabels E-F-G

Gerelateerde berichten