Inleiding
Energielabels zijn sinds 2007 verplicht bij het verkopen of verhuuren van woningen in Nederland. Deze labels geven een overzicht van het energieverbruik van een woning en helpen kopers, huurders en eigenaren om inzicht te krijgen in de energiezuinigheid van het huis. Het energielabel is een document dat niet alleen een letter toekent aan de woning, maar ook gedetailleerde informatie bevat over de energiebehoefte, mogelijke verbeteringen en de impact van isolatie en energieinstallaties.
In dit artikel wordt ingegaan op de ontwikkelingen van energielabels tussen 2007 en 2016. De data zijn afkomstig uit meerdere bronnen, waaronder het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), en RVO (voorheen AgentschapNL). Deze bronnen geven inzicht in de verdeling van energielabels, de toename van energiezuinige woningen en de ontwikkeling van het energielabelsysteem in Nederland.
Het doel van dit artikel is om professionals, particulieren en consumenten te informeren over de energieprestaties van woningen en de ontwikkelingen in het energielabelsysteem. Het biedt een overzicht van de data en context die betrekking hebben op de energiezuinigheid van woningen in Nederland.
De ontwikkeling van energielabels in Nederland
Aantal energielabels per jaar
Sinds 2007 is het energielabelsysteem in Nederland actief. Het energielabel is ontwikkeld om consumenten en woningeigenaren te informeren over de energieprestaties van een woning. Het energielabel bestaat uit een letter (A t/m G), waarbij A het meest energiezuinig is en G het minst.
De meeste energielabels zijn verstrekt in 2009. Dit heeft voornamelijk te maken met het feit dat veel woningbouwcorporaties hun woningbestanden die jaar lieten doorlichten. In 2015 en 2016 werden eveneens veel energielabels uitgereikt, mogelijk als gevolg van vereenvoudigingen in het aanvraagproces en lagere kosten.
Tijdens de jaren 2007 tot en met 2016 is het aantal woningen met een energielabel gestegen van 15% (2007) naar 35% (2016). In 2007 resulteerde 15% van de opnames in een groen label (A of B), in 2016 was dit 35%. Daarnaast is het aandeel van de energie-onzuinige labels E, F en G gedaald van 31% in 2007 naar 22% in 2016.
Tot en met 2016 waren er ruim vier miljoen woningen zonder energielabel. Echter, per 1 januari 2017 had ruim 3,2 miljoen woningen een energielabel, wat overeenkomt met 42% van de totale woningvoorraad in Nederland.
De verdeling van energielabels varieert per woningtype. Bijvoorbeeld: - Overige woningen (zoals maisonnettes en overige flatwoningen): 35% met label A of B. - Vrijstaande woningen: 34% met label A of B. - Portiekwoningen: 20% met label A of B.
Deze cijfers tonen aan dat vrijstaande en overige woningen relatief energiezuiniger zijn dan portiekwoningen.
Toename van energiezuinige woningen
De toename van energiezuinige woningen is duidelijk zichtbaar in de cijfers. In 2016 had 35% van de opgenomen woningen een energielabel A of B. Dit is een verdubbeling ten opzichte van 2007. De toename kan worden toegeschreven aan de verplichte aanwezigheid van een energielabel bij verkoop of verhuur van een woning, die sinds 2015 geldt. Dit heeft geleid tot meer opnames van energielabels en betere energieprestaties van woningen.
Daarnaast zijn er maatregelen genomen om energiezuiniger woningen te stimuleren, zoals de toepassing van isolatiemaatregelen, de vervanging van verouderde CV-ketels en het gebruik van LED-verlichting. Deze maatregelen hebben geleid tot een daling van het aantal woningen met labels E, F en G. In 2007 hadden 31% van de opgenomen woningen een energie-onzuinig label, terwijl dit in 2016 gedaald was naar 22%.
De meeste energielabels zijn echter nog steeds van klasse C of D. In 2016 had 31% van de woningen met een energielabel een C-label en 21% had een D-label. De energiezuinigste woningen (label A) vormen circa 11% van de totale woningvoorraad met een energielabel.
Woningtypen en energielabels
De verdeling van energielabels varieert per woningtype. Zo hebben meergezinswoningen vaker een energielabel (59%) dan ééngezinswoningen (33%). Dit is mogelijk te verklaren door het feit dat meergezinswoningen vaak in de woningbouwsector staan, waar regelmatiger energielabels worden gemaakt.
Ook de verdeling van energie-onzuinige labels varieert per woningtype. Bij portiekwoningen is het percentage woningen met een E, F of G-label relatief hoog (31%), terwijl dit bij vrijstaande woningen ook nog aanzienlijk is (31%). Dit suggereert dat zowel portiekwoningen als vrijstaande woningen een grotere kans hebben om energie-onzuinig te zijn, vergeleken met meergezinswoningen.
Regulering en juridische kaders
Het energielabelsysteem in Nederland is gereguleerd door meerdere wetten en richtlijnen. De Europese Richtlijn betreffende energieprestatie van gebouwen (EPBD) van 2010 (EU-richtlijn 2010/31/EU) ligt ten grondslag aan het systeem. Binnen Nederland is dit vertaald in de Regeling energieprestatie gebouwen, die op 29 december 2006 is gepubliceerd in de Staatscourant (VROM, 2006).
De energieprestatie wordt bepaald aan de hand van een standaardmethode, zoals de NEN-richtlijn. Deze richtlijn zorgt voor een objectieve en gestandaardiseerde manier om de energiebehoefte van een woning te berekenen. Het energielabel wordt dan afgeleid uit de berekening van de energiebehoefte per vierkante meter.
Het energielabelsysteem is onderdeel van het register voor energielabels van gebouwen, dat wordt beheerd door RVO (voorheen AgentschapNL). Dit systeem is 100% betrouwbaar en bevat geen bijschattingen. De data zijn jaarlijks bijgewerkt en beschikbaar via het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Energiebehoefte per energielabel
Het energielabel is niet alleen een letter, maar ook een document dat aangeeft hoeveel energie een woning per jaar verbruikt. Deze energiebehoefte wordt uitgedrukt in kWh per vierkante meter. Hoe lager deze waarde, hoe energiezuiniger de woning.
De volgende tabel geeft een overzicht van de energiebehoefte per energielabel, zowel voor gas als voor stroom:
| Energielabel | Gasverbruik per jaar (m³/m²) | Stroomverbruik per jaar (kWh/m²) |
|---|---|---|
| A++++ | 0 | 0 |
| A+++ | 0 - 5,1 | 0 - 49,83 |
| A++ | 5,1 - 7,7 | 49,83 - 75,23 |
| A+ | 7,7 - 10,7 | 75,23 - 104,54 |
| A | 10,7 - 16,4 | 104,54 - 160,23 |
| B | 16,4 - 19,4 | 160,23 - 189,54 |
| C | 19,4 - 25,6 | 189,54 - 250,11 |
| D | 25,6 - 29,7 | 250,11 - 290,71 |
| E | 29,7 - 34,4 | 290,71 - 336,09 |
| F | 34,4 - 38,9 | 336,09 - 380,05 |
| G | > 38,9 | > 380,05 |
Deze tabel laat zien dat woningen met een hoger energielabel (zoals A of B) een lager energieverbruik hebben dan woningen met een lager label (zoals E of G). De energiebehoefte wordt berekend op basis van de oppervlakte van de woning en het gebruik van fossiele brandstoffen zoals aardgas.
Het energielabel is een waardevolle tool voor eigenaren, kopers en huurders om inzicht te krijgen in de energieprestaties van een woning. Het geeft een overzicht van de energiebehoefte, mogelijke verbeteringen en de impact van isolatie en energieinstallaties. Daarnaast helpt het bij het bepalen van de woningwaarde, aangezien woningen met een beter energielabel vaak een hogere waarde hebben.
Het energielabel en de woningmarkt
Het energielabel heeft ook een impact op de woningmarkt. Sinds 2021 is het verplicht om een erkend energieadviseur in te schakelen voor het uitvoeren van een energielabel. Deze adviseur komt bij de woning langs om een inspectie te doen en het energielabel vast te stellen. De kosten hiervoor liggen gemiddeld rond de €300, en het is verstandig om meerdere offertes aan te vragen.
Het energielabel is verder een verplichte bijlage bij de verkoop of verhuur van een woning. Sinds 2015 zijn er sancties in werking getreden voor woningeigenaren die geen energielabel hebben. Dit heeft geleid tot een toename van het aantal energielabels en een verbetering van de energieprestaties van woningen.
De verdeling van energielabels varieert ook per woningtype. Zo hebben meergezinswoningen vaker een energielabel (59%) dan ééngezinswoningen (33%). Dit is mogelijk te verklaren door het feit dat meergezinswoningen vaak in de woningbouwsector staan, waar regelmatiger energielabels worden gemaakt.
De meeste energielabels zijn nog steeds van klasse C of D. In 2016 had 31% van de woningen met een energielabel een C-label en 21% had een D-label. De energiezuinigste woningen (label A) vormen circa 11% van de totale woningvoorraad met een energielabel.
Deze cijfers tonen aan dat er nog ruimte is voor verbetering in de energiezuinigheid van woningen in Nederland. Het energielabelsysteem is een waardevolle tool voor eigenaren, kopers en huurders om inzicht te krijgen in de energieprestaties van een woning en mogelijke verbeteringen te identificeren.
Energielabels en renovatie
Het energielabel is ook een waardevolle tool bij renovatieprojecten. Het geeft een overzicht van de energiebehoefte van de woning en helpt bij het bepalen van mogelijke verbeteringen. Zo kunnen eigenaren besluiten om isolatiemaatregelen te nemen, oude CV-ketels te vervangen of LED-verlichting te installeren.
De energiezuinigheid van een woning kan worden verbeterd door verschillende maatregelen. Bijvoorbeeld: - Isolatie: Het isoleren van daken, muren en vloeren kan het energieverbruik aanzienlijk verminderen. - Vervanging van CV-ketel: Een verouderde CV-ketel kan aanzienlijk bijdragen aan het energieverbruik. Het vervangen van een oude ketel door een efficiëntere model kan leiden tot een beter energielabel. - Verlichting: Het gebruik van LED-verlichting in plaats van traditionele gloeilampen kan het stroomverbruik verminderen. - Vermindering van warmteverlies: Het sluiten van kieren en spleten en het gebruik van dubbel glas kan helpen om warmteverlies te verminderen.
Na het nemen van deze maatregelen kan een woning een nieuw energielabel verkrijgen. Indien een woning later, bijvoorbeeld na het nemen van besparende maatregelen, een nieuw label krijgt, wordt het oude label "overschreven". Dit voorkomt dubbeltellingen en zorgt ervoor dat alleen het meest recente label in het register staat.
Het energielabel is dus niet alleen een verplichte bijlage bij verkoop of verhuur, maar ook een waardevolle tool bij renovatieprojecten. Het helpt eigenaren om inzicht te krijgen in de energieprestaties van hun woning en mogelijke verbeteringen te identificeren.
Conclusie
Het energielabelsysteem in Nederland is sinds 2007 een essentieel onderdeel van de woningmarkt. Het energielabel geeft een overzicht van de energieprestaties van een woning en helpt kopers, huurders en eigenaren om inzicht te krijgen in het energieverbruik en mogelijke verbeteringen. De cijfers tonen aan dat er een duidelijke toename is geweest in het aantal energiezuinige woningen, met een verdubbeling van het aantal woningen met een energielabel A of B tussen 2007 en 2016.
De verdeling van energielabels varieert per woningtype, met vrijstaande en meergezinswoningen relatief energiezuiniger dan portiekwoningen. Het energielabelsysteem is gereguleerd door meerdere wetten en richtlijnen, waaronder de Europese Richtlijn betreffende energieprestatie van gebouwen (EPBD). De energiebehoefte van een woning wordt berekend aan de hand van een standaardmethode, zoals de NEN-richtlijn.
Het energielabel is ook een waardevolle tool bij renovatieprojecten. Het geeft een overzicht van de energiebehoefte van de woning en helpt bij het bepalen van mogelijke verbeteringen. Na het nemen van verbeterende maatregelen kan een woning een nieuw energielabel verkrijgen, wat bijdraagt aan een betere energieprestatie en een hogere woningwaarde.
In de toekomst is het energielabelsysteem nog steeds van groot belang voor de woningmarkt. Het stimuleert de verbetering van de energiezuinigheid van woningen en helpt bij het bereiken van de doelstellingen van de Nederlandse overheid op het gebied van duurzaamheid en energiebesparing.