In Nederland speelt energiezuinig bouw- en renovatiebeleid een steeds belangrijkere rol in het kader van duurzaamheid en klimaatverandering. Het energielabel is hierin een essentieel hulpmiddel voor zowel woningeigenaren, huurders, als bouwprofessionals. Het energielabel geeft inzicht in het energieverbruik van een woning en dient als basis voor verbetermaatregelen en verplichtingen bij verkoop of verhuur.
Deze artikel begeleidt u door de ontwikkelingen en statistieken omtrent energielabels in Nederland, met een focus op de periode van 2007 tot en met 2016. We leggen uit hoe het energielabelsysteem werkt, welke trends zich in die jaren aftekenden en welke woningtypen relatief beter scoorden. Bovendien geven we een overzicht van de technische details, de verplichtingen en de kosten die met het aanvragen van een energielabel gepaard gaan.
Inleiding: energielabels als instrument voor duurzaam wonen
Het energielabel is een document dat een overzicht geeft van het energieverbruik van een woning. Het is een vereiste bij de verkoop of verhuur van een woning sinds 2008 en geeft een visuele indicatie van de energieprestatie via een lettercode van A+++ (zeer energiezuinig) tot G (zeer energie-intensief). Het energielabel is meer dan alleen een letter: het bevat uitgebreide informatie over het energieverbruik, mogelijke verbeterpunten en de maatregelen die kunnen worden genomen om de energiezuinigheid te verbeteren.
In Nederland is het energielabel verplicht sinds 2008, en in 2015 zijn sancties ingevoerd voor woningeigenaren die dit niet nakomen. Dit heeft geleid tot een toename in de aantallen opnames van energielabels, met name in 2009, 2015 en 2016. Deze toename kan worden toegeschreven aan de vereenvoudiging van de aanvraagprocedure en de lager geworden kosten voor een energieadviseur.
Historische ontwikkeling: van 2007 tot 2016
Toename van energiezuinige labels
Een duidelijke trend die zich aanduidt in de data is de toename van energiezuinige labels. In 2007 scoorde 15% van de opnames een groen label (A of B). In 2016 was dit percentage gestegen tot 35%. Dit betekent dat ruim een derde van de energielabels in 2016 betrekking had op woningen die relatief weinig energie verbruikten.
Tegelijkertijd is het aandeel van energie-intensieve labels (E, F en G) gedaald van 31% in 2007 naar 22% in 2016. Deze daling duidt op verbeteringen in de energieprestaties van woningen, mogelijk als gevolg van renovatieprojecten of nieuwbouwmaatregelen.
Het energielabelsysteem is in 2010 vernieuwd, waarbij de indeling enkele wijzigingen onderging. Deze vernieuwing heeft mogelijk bijgedragen aan de toename van energiezuinigere scores, maar ook aan de hogere aantallen opnames in 2015 en 2016.
Woningtypes en energielabels: wie scoort het hoogst?
Het verschil tussen woningtypen
De verdeling van energielabels varieert per woningtype. In 2016 scoorde de categorie 'overige woningen' (zoals maisonnettes en overige flatwoningen) het hoogst met 35% woningen met een A of B label. Vrijstaande woningen volgden met 34%.
Het laagst scoorde de categorie portiekwoningen, waar slechts 20% een A of B label had. Deze woningen scoren relatief vaak een rood label (E, F of G), wat wijst op een hoger energieverbruik in vergelijking met andere woningtypen.
Tussenwoningen en middenmoters
Tussenwoningen scoren in 2016 vaker middenmoters, met 57% in categorie C en D. Dit suggereert dat deze woningtypen tussen energiezuinige en energie-intensieve woningen liggen.
Deze data tonen aan dat het type woning een aanzienlijke invloed heeft op de energieprestaties. Vrijstaande woningen, bijvoorbeeld, hebben meer isolatieproblemen en verliezen relatief meer energie, terwijl meergezinswoningen beter scoorden.
De rol van sancties en vereenvoudiging van de procedure
Sancties ingevoerd in 2015
In 2015 zijn sancties ingevoerd voor woningeigenaren die geen energielabel hebben bij verkoop of verhuur van hun woning. Deze sancties hebben geleid tot een duidelijke toename in het aantal opnames in 2015 en 2016. De Europese Commissie had in 2012 een juridische procedure gestart tegen Nederland vanwege het gebrek aan sancties, wat ertoe heeft geleid dat maatregelen zijn genomen.
Vereenvoudiging van de aanvraagprocedure
Naast de sancties is ook de procedure voor het aanvragen van een energielabel vereenvoudigd. Dit heeft geleid tot lagere kosten voor woningeigenaren en dus tot een toegenomen bereidheid om energielabels aan te vragen. In 2009 bijvoorbeeld, toen veel woningbouwcorporaties hun woningbestand lieten doorlichten, werd een piek geregistreerd in het aantal energielabels.
Het energielabel in de praktijk: wat betekent het voor woningeigenaren?
Verplichtingen bij verkoop en verhuur
Sinds 2008 is een energielabel verplicht bij verkoop of verhuur van een woning. In 2021 is dit verder uitgebreid met de eis dat een erkende energieadviseur het label moet uitgeven. Dit betekent dat woningeigenaren een externe partij moeten inschakelen om hun woning te beoordelen.
De gemiddelde kosten voor een energielabel liggen rond de €300. Het is verstandig om bij verschillende adviseurs een offerte aan te vragen, aangezien de kosten en kwaliteit van de dienst kunnen variëren.
Uitzonderingen
Niet alle woningen zijn verplicht tot het aanvragen van een energielabel. Zo zijn kleine vrijstaande woningen (<50 m²) en monumenten vrijgesteld. Voor deze woningen gelden andere regels, afhankelijk van hun specifieke kenmerken en historische waarde.
Hoe werkt het energielabelsysteem?
De indeling van labels
Het energielabel kent een indeling van A++++ (zeer energiezuinig) tot G (zeer energie-intensief). Elke categorie geeft een bepaalde hoeveelheid energieverbruik per vierkante meter aan. In tabelvorm is deze indeling als volgt:
| Label | Verbruik in kWh (stroom) | Beschrijving |
|---|---|---|
| A++++ | 0 | Energieleverend |
| A+++ | 0–50 | Zeer laag energieverbruik |
| A++ | 50–105 | Zeer laag energieverbruik |
| A+ | 105–160 | Zeer laag energieverbruik |
| B | 160–190 | Laag energieverbruik |
| C | 190–250 | Redelijk laag energieverbruik |
| D | 250–290 | Gemiddeld energieverbruik |
| E | 290–335 | Redelijk hoog energieverbruik |
| F | 335–380 | Hoog energieverbruik |
| G | > 380 | Zeer hoog energieverbruik |
Het energielabel is gemaakt op basis van een inspectie van de woning. Een erkende adviseur beoordeelt de isolatie, de cv-ketel, het type verlichting, en eventuele renovatiemaatregelen. Deze gegevens worden gebruikt om een score te berekenen.
Invloed van renovatie en verbetermaatregelen
Het veranderen van het energielabel
Een energielabel kan worden bijgewerkt als woningeigenaren renovatiemaatregelen nemen, zoals het isoleren van de gevel, het dak of de vloer. Deze maatregelen kunnen het energieverbruik van een woning aanzienlijk verlagen, waardoor het energielabel verbeterd.
Het oude label wordt dan overschreven door het nieuwe label, wat ervoor zorgt dat er geen dubbeltellingen ontstaan in de database. Dit is belangrijk om de statistieken accuraat te houden.
De rol van het energielabel in de renovatiekeuze
Het energielabel kan dienen als een handreiking voor woningeigenaren die overwegen om hun woning te verbeteren. Het geeft een duidelijk overzicht van de zwakke punten en mogelijke verbeterpunten. Bovendien is het document gratis te raadplegen via de website van Milieu Centraal.
De toekomst van energielabels in Nederland
Nog ruim vier miljoen woningen zonder label
Hoewel het aantal energielabels sinds 2008 is toegenomen, zijn er nog steeds ruim vier miljoen woningen in Nederland zonder een officieel energielabel. Deze woningen vallen voornamelijk onder de categorieën vrijstaande woningen en portiekwoningen, die relatief vaak een rood label hebben.
De overheid stimuleert woningeigenaren via subsidies en financiële voorwaarden om verbetermaatregelen te nemen. Het energielabel speelt hierin een cruciale rol, omdat het een duidelijke indicator geeft van de huidige energieprestaties en de potentie voor verbetering.
De rol van milieunormen en wetgeving
Het energielabelsysteem in Nederland is gereguleerd op basis van de Europese richtlijn EPBD (Energy Performance of Buildings Directive). Deze richtlijn verplicht lidstaten om energiecertificeringen te regelen en het energieverbruik van woningen te monitoren. In Nederland is dit vastgelegd in het Besluit energieprestatie gebouwen (BEG) en de Regeling energieprestatie gebouwen (REG).
Conclusie
Het energielabel is een essentieel instrument in de Nederlandse woningmarkt. Het geeft woningeigenaren, huurders en professionals inzicht in de energieprestaties van woningen en helpt bij het nemen van verbetermaatregelen. Tijdens de periode 2007-2016 is er een duidelijke verbetering in de energiezuinigheid van woningen te zien, vooral door de toepassing van renovatieprojecten, de ingevoerde sancties en de vereenvoudiging van de aanvraagprocedure.
Toch blijft het aantal woningen zonder energielabel nog aanzienlijk, vooral bij vrijstaande en portiekwoningen. De overheid en marktpartijen moeten samenwerken om het aantal labels verder te vergroten en de energiezuinigheid van de woningvoorraad verder te verbeteren.