Energielabels van woningen in Nederland: huidige toestand, eisen en impact

Inleiding

Energielabels spelen een steeds belangrijkere rol in het woning- en bouwmarkt in Nederland. Sinds 2007 zijn woningen en gebouwen verplicht voor te zien van een energielabel, wat een snelle indicatie geeft van de energieprestatie van een woning. Deze indicatie is geformaliseerd in een lettercode van A+++++ (zeer energiezuinig) tot G (niet energiezuinig). Energielabels zijn niet alleen een juridisch vereiste bij verkoop of verhuur, maar ook een hulpmiddel om woningen duurzamer te maken en energiekosten te besparen.

Deze artikel biedt een gedetailleerde en overzichtelijke weergave van de huidige situatie rond energielabels in Nederland. Daarin komen zowel de juridische kaders, de praktische uitwerking, als de maatschappelijke en economische impact aan de orde. Verder wordt ingegaan op de betrouwbaarheid van de registraties en de voornaamste ontwikkelingen in het energielabelbeleid.

Wat is een energielabel?

Een energielabel is een document dat aangeeft hoe energiezuinig een woning of een gebouw is. Het label bestaat uit een letter (A t/m G), waarbij A betekent dat de woning zeer energiezuinig is en G dat de woning minstens niet duurzaam is. Naast deze letter bevat het label ook uitgebreide informatie over de energieprestatie van de woning, zoals het jaarlijks energieverbruik per vierkante meter, de isolatiegraad, en mogelijke verbeterpunten.

Het energielabel wordt uitgevoerd door erkende energieadviseurs, die de woning inspecteren en de energieprestatie bepalen aan de hand van standaarden zoals de NTA 8800. Sinds 1 januari 2021 is de methode NEN 7120 afgevoegd en vervangen door de NTA 8800, wat heeft geleid tot een consistenter en betrouwbaarder beoordelingssysteem.

Het energielabel is verplicht bij verkoop of verhuur van een woning sinds 2015. De geldigheidsduur van een energielabel is tien jaar, na welke periode een nieuw onderzoek nodig is. De kosten voor het verkrijgen van een energielabel liggen gemiddeld rond de €300.

Huidige situatie van energielabels in Nederland

Tot en met 2024 is ruim 5 miljoen woningen in Nederland voorzien van een geldig energielabel. Dit komt neer op 61% van de totale woningvoorraad, die in totaal ruim 8,3 miljoen bedraagt. Van deze gelabelde woningen heeft 35% een energielabel A of hoger, wat betekent dat deze woningen zeer energiezuinig zijn. Daarnaast heeft 16% een B-label en 25% een C-label, wat in totaal ruim 51% van de gelabelde woningen betreft die energiezuinig zijn.

De verdeling van labels wijst op een positieve ontwikkeling in de energieprestatie van woningen in Nederland. In de loop van de jaren is er een duidelijke toename van het aantal woningen met een hoger energielabel. Dit is onder andere het gevolg van verbeterde isolatiemaatregelen, het gebruik van energie-efficiënte apparatuur en het verplichte beleid rond energielabels.

De data zijn afkomstig uit het registratiesysteem dat wordt beheerd door RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland), en de betrouwbaarheid van deze gegevens is zeer hoog. Er zijn geen bijschattingen geweest en de registraties zijn volledig. Daarnaast is er een geografische verdeling van de data beschikbaar, maar het overgrote deel van de data geeft een landelijke overzicht.

Juridisch kader en beleid

Het energielabelsysteem is ingevoerd in overeenstemming met de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) – richtlijn 2002/91/EG – van de Europese Unie. In 2010 is deze richtlijn herzien, wat heeft geleid tot richtlijn 2010/31/EU, die verder streeft naar verbeterde energieprestaties in gebouwen.

In Nederland is de EU-richtlijn vertaald in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Dit besluit bepaalt de juridische verplichtingen voor het verkrijgen van een energielabel. Sinds 2008 is het verplicht voor woningeigenaren om bij verkoop van hun woning een energieprestatiecertificaat (later ook wel energielabel genoemd) aan te vragen. Sinds 2015 is dit verplicht voor zowel verkoop als verhuur, en sinds 2021 is het alleen nog mogelijk om het label te verkrijgen via erkende energieadviseurs.

De regering heeft bovendien maatregelen genomen om het energiegebruik in woningen te beperken. Zo zijn er sinds november 2021 hogere boetes ingevoerd voor het ontbreken van een geldig energielabel. Daarnaast zijn er minimumeisen uitgewerkt voor de energieprestatie van huurwoningen en utiliteitsgebouwen zoals scholen en kantoren. In 2024 was 78% van het vloeroppervlak aan kantoorruimte voorzien van minimaal een C-label.

Impact op woningmarkt en financiële voorwaarden

Het energielabel heeft ook een impact op de financiële aspecten van woningbezit. Sinds 1 januari 2024 heeft het energielabel invloed op het te lenen bedrag bij een hypotheek. De verduurzaming van woningen en het verkrijgen van een hoger energielabel kan dus leiden tot een gunstiger hypotheekvoorwaarde. Hierdoor wordt aangeteugeld om investeringen in energiezuinigheid te doen, wat zowel voor de woningeigenaar als voor de maatschappij positief is.

Daarnaast wordt het energielabel steeds belangrijker in de verkoop- en huurmarkten. Woningen met een hoger energielabel zijn aantrekkelijker voor kopers en huurders, niet alleen vanwege de lage energiekosten, maar ook vanwege het comfortabele woonklimaat. Daarom is het energielabel ook een commercieel instrument, dat een rol speelt in de marktwaarde van een woning.

Verduurzaming en verbetermaatregelen

Een energielabel is niet alleen een juridisch document, maar ook een instrument voor verduurzaming. Het label geeft duidelijk aan waar de woning al goed scoort, maar ook waar verbeteringen mogelijk zijn. Bijvoorbeeld is het energielabel een handig hulpmiddel om te bepalen of het verhogen van de isolatie of het vervangen van een cv-ketel kan leiden tot een verbetering van het energiegebruik en dus van het label.

Energieadviseurs bieden naast het label ook adviesrapporten aan over mogelijke verbetermaatregelen. Deze rapporten kunnen tips geven over het verlagen van energiekosten en het verbeteren van het wooncomfort. Voor woningeigenaren is dit een waardevolle input om hun woning duurzamer te maken. Tevens is het mogelijk om subsidies en leningen te verkrijgen voor verbeteringen aan de energieprestatie van een woning.

Betrouwbaarheid en theorie versus praktijk

Ondanks de standaardisatie en de toezichtfunctie is er wel aandacht geweest voor de betrouwbaarheid van energielabels. Onderzoek heeft laten zien dat er vaak een verschil is tussen de theoretische energieprestatie die op het label staat en de daadwerkelijke energiegebruik in de praktijk. Dit verschil kan onder andere worden toegeschreven aan het stookgedrag van bewoners, het gebruik van apparatuur en externe factoren zoals klimaat.

Hoewel het energielabel een waardevolle indicatie biedt, is het geen exacte maat voor het daadwerkelijke energieverbruik. Het label is een uitgangspunt, maar het is aan de bewoner om te beslissen of en hoe hij of zij het energieverbruik verder wil verminderen. Daarom is het ook belangrijk dat energielabels worden gezien als een startpunt voor verduurzaming, en niet als een einde op zich.

Toekomstperspectieven

De toekomst van energielabels is sterk gericht op het verder verhogen van de energieprestaties van woningen en gebouwen. De regering streeft naar een energieneutrale woningmarkt en wil dat alle woningen tegen 2050 duurzaam zijn. Dit betekent dat het energielabelsysteem in de komende jaren verder zal worden aangescherpt.

Er zijn plannen om de minimumeisen voor energieprestaties verder te verhogen, en om het energielabelsysteem te verder te digitaliseren. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het opvoeden van de kwaliteit van de inspecties en het toezicht op het toepassen van de richtlijnen. Dit is ook een reactie op de kritiek op de theorie-praktijkkloof, die soms leidt tot onrealistische verwachtingen.

Conclusie

Energielabels zijn een essentieel onderdeel van het woning- en bouwbeleid in Nederland. Ze geven een duidelijke indicatie van de energieprestatie van woningen en vormen een juridisch kader voor verkoop en verhuur. Het label is ook een uitgangspunt voor verduurzaming en helpt bij het verlagen van energiekosten en het verbeteren van het wooncomfort.

De huidige toestand toont aan dat er een positieve ontwikkeling is in de energiezuinigheid van woningen. Meer dan 60% van de woningvoorraad is gelabeld, en ruim 50% van deze woningen scoort energiezuinig. Het beleid speelt een grote rol in deze ontwikkeling, evenals de verandering in bouwpraktijk en het bewustzijn van woningeigenaren.

Toch is er aandacht nodig voor de betrouwbaarheid van de labels en de praktische toepassing. Het energielabel moet gezien worden als een hulpmiddel, en niet als een absoluut maatstaf. Met het oog op de toekomst is het belangrijk dat het systeem verder verbeterd wordt, zodat het effectiever bijdraagt aan een duurzame woningmarkt.

Bronnen

  1. CLO - Energielabels van woningen, 2010 t/m 2024
  2. Regionaal Energie Loket - Advies over energielabel
  3. Rijksoverheid - Energielabel woningen en gebouwen
  4. Object en Co - Diensten voor energielabel

Gerelateerde berichten