Vanaf 1 januari 2024 is het verplicht dat alle recreatiewoningen voorzien zijn van een geldig energielabel bij verkoop of verhuur. Dit betekent dat eigenaren en beheerders van vakantie- en recreatiewoningen verplicht zijn om dit label aan hun kopers of huurders ter beschikking te stellen. Echter, er zijn uitzonderingen waarin het energielabel niet verplicht is. In deze uitgebreide gids geven we een overzicht van deze uitzonderingen, de voorwaarden waaronder ze gelden, en wat eigenaren kunnen doen om zich ervoor te richten. De informatie is gebaseerd op de meest recente en betrouwbare bronnen in het domein van energielabels en recreatiewoningen.
Inleiding
Het energielabel is een instrument dat inzicht geeft in de energieprestatie van een woning. Het helpt zowel kopers als huurders om een vergelijking te maken tussen woningen en kan dienen als een indicator voor het energieverbruik, de comfortfactor en de duurzaamheid. Voor recreatiewoningen gelden in principe dezelfde regels als voor woningen in gebruik. Vanaf 1 januari 2024 is het verplicht dat recreatiewoningen bij verkoop of verhuur zijn voorzien van een energielabel. De Inspectie Leefomgeving en Transport controleert hierop en kan boetes opleggen indien de verplichting niet is nagekomen.
Toch zijn er situaties waarin het energielabel niet nodig is. Deze uitzonderingen zijn van belang voor eigenaren die hun woning willen verhuren of verkopen, maar waarbij het label niet verplicht is. Het is daarom essentieel om de voorwaarden van deze uitzonderingen te begrijpen om juridisch en administratief in de correcte positie te verkeren.
Wanneer is het energielabel verplicht?
Het energielabel is verplicht bij verkoop of verhuur van een recreatiewoning, mits het niet onder een van de uitzonderingen valt. Dit geldt zowel voor particuliere als zakelijke eigenaren. Het label moet door een erkende energieadviseur uitgevoerd worden en wordt gedocumenteerd in een energiedeelrapport (EDR) of energielabelrapport. Het energielabel is 10 jaar geldig, mits er geen ingrijpende werkzaamheden zijn uitgevoerd die de energieprestatie van het gebouw beïnvloeden.
Uitzonderingen op het verplichte energielabel
Er zijn verschillende situaties waarin het energielabel niet verplicht is. Deze uitzonderingen zijn onder meer vastgelegd in de Europese Richtlijn over de Energieprestatie van Gebouwen (EPBD) en Nederlandse wettelijke regelgeving. Hieronder volgt een overzicht van de uitzonderingen en de bijbehorende voorwaarden:
1. Beschermde monumenten
Een energielabel is niet verplicht voor recreatiewoningen die beschermd monumenten zijn volgens de Erfgoedwet of een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening. Dit betekent dat het object onder de bescherming van het erfgoed staat en eventuele wijzigingen aan het gebouw moeten conform deze bescherming worden gedaan.
Het is belangrijk dat het monumentstatus duidelijk is en dat de verkoop of verhuur in overeenstemming is met de voorwaarden van de bescherming. Het energielabel kan in theorie wel worden uitgevoerd, maar is dan niet verplicht.
2. Vrijstaande woningen tot 50 m² gebruiksoppervlakte
Een energielabel is niet verplicht voor vrijstaande woningen met een gebruiksoppervlakte van maximaal 50 m². Voorbeelden van dergelijke woningen zijn: - Tiny houses - Kleine stacaravans - Woonwagens - Vakantiehuisjes van beperkte grootte
Deze uitzondering is gericht op kleinere woningen die doorgaans minder energie verbruiken en minder impact hebben op het energieverbruik in het algemeen. Het energielabel kan op verzoek wel worden gemaakt, maar is dan niet verplicht bij verkoop of verhuur.
3. Gebouwen die maximaal 2 jaar in gebruik zijn
Een energielabel is niet verplicht voor recreatiewoningen die niet langer dan 2 jaar in gebruik zijn. Dit geldt voor nieuw aangekochte of herbouwde woningen die nog niet volledig zijn ingewijd of waarvan de energieprestaties nog niet goed bepaald kunnen worden.
Het is belangrijk om hierbij te onthouden dat de term "in gebruik zijn" verwijst naar de daadwerkelijke bewoning of verhuurperiode, niet per se naar de bouwperiode. Als een woning pas sinds 1,5 jaar wordt gebruikt, valt ze onder deze uitzondering.
4. Gebouwen zonder klimaatregelinstallaties
Een energielabel is niet verplicht voor recreatiewoningen die geen energie gebruiken om het klimaat binnen te regelen, zoals voor: - Koelen - Verwarmen - Ventilatie
Voorbeelden van dergelijke woningen zijn: - Gebouwen zonder verwarmingssysteem - Gebouwen die louter passief worden geventileerd - Gebouwen zonder airco of warmtepomp
Deze uitzondering is gebaseerd op het feit dat het energieverbruik voor klimaatregeling vaak aanzienlijk is in vergelijking met andere energiegebruiken. Indien er geen energie wordt gebruikt voor deze doeleinden, is het energielabel niet nodig.
5. Woningen die minder dan 4 maanden per jaar in gebruik zijn
Een energielabel is niet verplicht voor recreatiewoningen die minder dan 4 maanden per jaar in gebruik zijn en waarvan het verwachte energieverbruik minder is dan 25% van het energieverbruik bij permanent gebruik.
Voorbeelden van dergelijke woningen zijn: - Vakantiehuisjes die alleen in het hoogseizoen worden gebruikt - Woningen die gedurende het jaar vrijwel niet worden bewoond of verhuurd
Deze uitzondering is gericht op woningen met een zeer beperkt gebruikspatroon. Het energieverbruik is dan zo laag dat het niet relevant is om het in een energielabel weer te geven.
6. Tijdelijke of tijdelijk in gebruik zijnde gebouwen
Een energielabel is niet verplicht voor tijdelijke gebouwen of woningen die hoogstens 2 jaar worden gebruikt. Dit geldt bijvoorbeeld voor: - Tijdelijke vakantiehuisjes op evenementen of campinglocaties - Provisorische woningen die als tijdelijke oplossing dienen
Deze uitzondering is bedoeld voor tijdelijke of experimentele toepassingen van woningruimte. Omdat de gebruiksduur beperkt is, is het energielabel niet verplicht.
Uitzonderingen in de praktijk: Hoe werkt het?
Het is belangrijk om te begrijpen hoe de uitzonderingen in de praktijk werken. De verplichting tot het aanbieden van een energielabel geldt bij verkoop of verhuur. Als een recreatiewoning onder een van de uitzonderingen valt, is het energielabel niet verplicht. Dit betekent echter niet dat het niet kan worden aangevraagd. Veel eigenaren kiezen ervoor om toch een energielabel aan te vragen, bijvoorbeeld om het verkoop- of verhuurproces te vergemakkelijken of om mogelijke verduurzamingsmaatregelen in te zien.
Een energielabel wordt uitgevoerd door een erkende energieadviseur die op basis van een bezoek aan het object een analyse maakt van het huidige energieverbruik en de mogelijkheden voor verbetering. Het proces is vergelijkbaar met het aanvragen van een energielabel voor een reguliere woning.
Conclusie
Vanaf 1 januari 2024 is een energielabel verplicht bij de verkoop of verhuur van recreatiewoningen. Dit betekent dat eigenaren en beheerders verplicht zijn om dit label aan hun kopers of huurders te verschaffen. Echter, er zijn uitzonderingen waarin het energielabel niet verplicht is. Deze uitzonderingen zijn onder andere gericht op beschermd erfgoed, kleinere woningen, tijdelijke of kortstondige gebruikspatronen, en woningen zonder klimaatregelinstallaties.
Het is belangrijk om te controleren of een recreatiewoning onder een van deze uitzonderingen valt, zodat eigenaren zich correct kunnen richten. In gevallen waarin het label verplicht is en het nog niet is aangevraagd, is het verstandig om dit snel te regelen om mogelijke boetes te voorkomen en het verkoop- of verhuurproces soepel te laten verlopen.