Het verschil tussen energielabel E en F: een vergelijking van energiezuinigheid, kosten en verbetermogelijkheden

Een energielabel geeft een overzicht van de energiezuinigheid van een woning. Het label is een essentieel instrument voor kopers, huurders en woningeigenaars, omdat het niet alleen aangeeft hoe efficiënt het huis met energie omgaat, maar ook invloed heeft op de koop- of huurbaarheid, de marktwaarde en de daadwerkelijke woningkosten. In dit artikel wordt ingegaan op het verschil tussen energielabel E en F, twee van de lagere labels in de klassificatie van A tot G. Hierbij worden de technische kenmerken, de impact op energiekosten, de verbetermogelijkheden en de invloed op de woningwaarde nader toegelicht.

Inleiding

Sinds 2015 is het energielabel verplicht bij de verkoop of verhuur van woningen in Nederland. Het energielabel is een visuele weergave van de energieprestatie van een huis, gebaseerd op een berekening van het energieverbruik en de toegepaste isolatie- en energiebesparende maatregelen. De labels variëren van A (meest energiezuinig) tot G (minst efficiënt). Woningen met een energielabel E of F zijn relatief minder efficiënt dan die met hogere labels, maar ze bieden wel degelijk ruimte voor verbetering.

In dit artikel worden de kenmerken van energielabel E en F vergeleken. Daarnaast wordt bekeken hoe woningen met deze labels zich gedragen qua energieverbruik, kosten en marktwaarde, en welke maatregelen kunnen worden genomen om de energiezuinigheid te verhogen. Het doel is om woningeigenaars en potentiële kopers of huurders te informeren over de feiten en mogelijkheden die zich voordoen bij woningen met energielabel E en F.

Energiezuinigheid en isolatie

Energiezuinigheid is een cruciale factor bij het bepalen van het energielabel van een woning. Deze wordt onder andere bepaald door de kwaliteit van de isolatie, het type glas in de ramen, en de efficiëntie van het verwarmingssysteem. Volgens de beschikbare informatie is een woning met energielabel F minder energiezuinig dan een woning met energielabel E.

Een huis met energielabel F heeft meestal een slechtere isolatie en bevat minder of geen energiebesparende aanpassingen. Vaak zijn de ramen nog van enkelglas en is het verwarmingssysteem verouderd. Dit leidt tot een hoger energieverbruik en dus hogere energiekosten.

Woningen met energielabel E zijn iets beter geïsoleerd en hebben mogelijk al enkele aanpassingen gedaan. Toch is het label E niet voldoende om als erg energiezuinig te worden beschouwd. Het verschil tussen E en F is vooral te zien in de mate van isolatie en de toepassing van energiebesparende maatregelen.

Energiebesparende maatregelen

Woningen met energielabel E of F kunnen aanzienlijk energie besparen door passende maatregelen te nemen. De meest effectieve maatregelen zijn verbetering van de isolatie, aanpassing van het verwarmingssysteem en het plaatsen van energiezuinige ramen.

Een voorbeeld van een effectieve maatregel is het vervangen van enkelglas in de ramen door dubbel- of zelfs drieplasserige glas. Dit vermindert de warmteverliezen aanzienlijk en zorgt voor een comfortabelere binnenluchttemperatuur. Ook het isoleren van het dak, de muren en de vloeren kan leiden tot een aanzienlijke vermindering van het energieverbruik.

Naast fysieke isolatiemaatregelen is het installeren van duurzame energiebronnen, zoals zonnepanelen, een goede optie. Zonnepanelen zorgen voor een vermindering van het verbruik van aardgas en elektriciteit van het net, wat op lange termijn kan leiden tot lagere energiekosten.

Investeringen in energiebesparende maatregelen kunnen zich op termijn opbreken. Volgens een bron van Milieu Centraal is de terugverdientijd van dergelijke investeringen ongeveer zes jaar. Dit betekent dat de besparing op de energiekosten binnen die periode gelijk is aan de kosten van de maatregelen.

Invloed op energiekosten

De energiekosten van een woning zijn sterk afhankelijk van het energielabel. Woningen met energielabel E hebben gemiddeld hogere energiekosten dan die met een hoger label, zoals B of A. Dit komt doordat de isolatie minder goed is en het verwarmingssysteem minder efficiënt werkt. Daarnaast is er een groter energieverlies via muren, ramen en daken.

Woningen met energielabel F vertonen zelfs nog hogere energiekosten. De combinatie van verouderde verwarmingssystemen, slechte isolatie en het gebruik van enkelglas leidt tot een aanzienlijk hoger verbruik van aardgas en elektriciteit.

Het is belangrijk om te weten dat de exacte energiekosten per woning kunnen variëren, afhankelijk van factoren zoals de grootte van het huis, het type verwarming en de manier waarop het wordt gebruikt. Echter, in de meeste gevallen leiden energielabels E en F tot hogere rekeningen dan hogere labels.

Invloed op de woningwaarde

Het energielabel heeft ook een directe invloed op de marktwaarde van een woning. Een woning met energielabel E heeft gemiddeld een hogere waarde dan een vergelijkbare woning met energielabel F. Dit komt doordat kopers en huurders steeds meer aandacht besteden aan energiezuinigheid, zowel omwille van de lagere energiekosten als omwille van het milieu.

Volgens onderzoek door het Kadaster stijgt de woningwaarde met ongeveer €6.000 tot €9.000 bij elk verbeterd labelniveau. Dit betekent dat het verbeteren van het label van F naar E al een aanzienlijke toename in waarde kan opleveren.

Daarnaast geldt dat woningen met een hoger energielabel sneller worden verkocht. Onderzoek door VEH laat zien dat woningen met energielabel A tot wel 50% sneller verkocht worden dan woningen met energielabel F of G. Dit is te verklaren doordat kopers voorkeur tonen voor huizen met lagere energiekosten en een comfortabelere leefomgeving.

Verbetermogelijkheden van energielabel E naar D

Woningen met energielabel E zijn nog niet erg efficiënt, maar ze bieden wel degelijk ruimte voor verbetering. Het verbeteren van het energielabel naar D vereist wel een aantal aanzienlijke investeringen, maar deze kunnen zich op lange termijn opbreken.

Een mogelijke aanpassing is het isoleren van de muren, het dak en de vloeren. Deze maatregelen zorgen voor een aanzienlijke vermindering van het warmteverlies en leiden tot lagere energiekosten. Ook het vervangen van enkelglas door dubbelglas kan het energieverbruik aanzienlijk verminderen.

Een andere manier om het energielabel te verbeteren, is het installeren van een warmtepomp. Een warmtepomp is een energiezuinig alternatief voor een verouderde cv-ketel en kan zowel warmte als klimaatbeheer leveren. Daarnaast is het installeren van zonnepanelen een goede optie om duurzame elektriciteit op te wekken en de afhankelijkheid van het elektriciteitsnet te verkleinen.

Nadat deze maatregelen zijn genomen, is het mogelijk om een nieuw energielabel aan te vragen. Dit label geeft dan weer de huidige energiezuinigheid van de woning weer. Het verbeteren van het energielabel is niet alleen een investering in de toekomstige woningwaarde, maar ook een bijdrage aan een duurzamere woonomgeving.

Verkoop en verhuur van woningen met energielabel E of F

Het energielabel speelt een steeds grotere rol bij de verkoop of verhuur van woningen. Sinds 2015 is het verplicht om het energielabel aan te leveren bij de verkoop of verhuur van een woning. Dit label geeft kopers en huurders inzicht in het energieverbruik van het huis en helpt hen om een verstandige keuze te maken.

Woningen met energielabel E of F zijn vaak minder aantrekkelijk dan woningen met hogere labels, zoals A of B. Kopers en huurders willen meestal woningen met lagere energiekosten en een comfortabelere leefomgeving. Daarom is het belangrijk om woningen met energielabel E of F verduurzaam te maken voordat ze worden verkocht of verhuurd.

Een woning met energielabel F is in veel gevallen moeilijk verkoopbaar of verhuurbaar. De hoge energiekosten en de slechte isolatie maken het voor kopers en huurders minder aantrekkelijk. Het verbeteren van het label naar E of D kan de verkoopbaarheid al aanzienlijk verhogen.

Conclusie

Energiegelabels E en F vertonen duidelijke verschillen qua energiezuinigheid, kosten en verbetermogelijkheden. Woningen met energielabel F zijn minder efficiënt dan die met energielabel E, vooral door de slechtere isolatie en het gebruik van verouderde verwarmingssystemen. Beide labels laten echter ruimte zien voor verbetering door middel van passende maatregelen.

Het verbeteren van het energielabel is niet alleen een investering in lagere energiekosten en een comfortabelere leefomgeving, maar ook in de marktwaarde van de woning. Kopers en huurders tonen steeds meer voorkeur aan voor energiezuinige woningen, wat betekent dat het verbeteren van het energielabel een waardevolle toename in de verkoopbaarheid kan opleveren.

Maatregelen zoals het isoleren van muren, daken en vloeren, het vervangen van enkelglas door dubbelglas en het installeren van duurzame energiebronnen zoals zonnepanelen of warmtepompen, zijn effectieve manieren om het energielabel te verbeteren. Deze investeringen verdienen zich op lange termijn terug en leiden tot een duurzamere woonomgeving.

Het energielabel is dus niet alleen een technisch instrument, maar ook een economische en ecologische keuze die invloed heeft op de toekomst van de woning. Door de juiste maatregelen te nemen, kan een woning met energielabel E of F worden omgezet in een energiezuinigere woning die beter aansluit bij de wensen van huidige en toekomstige bewoners.

Bronnen

  1. Essent - Energielabel E
  2. Klooster Vastgoedpresentaties - Welk energielabel is goed?

Gerelateerde berichten