In de Nederlandse strafrechtelijke context is de Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD) een specifieke maatregel die wordt gebruikt om individuen met een herhaaldelijk crimineel gedrag gedurende een beperkte periode uit de samenleving te verwijderen. Deze maatregel, die niet als straf in de klassieke zin wordt beschouwd, richt zich op veelplegers die door hun gedrag aanzienlijke overlast veroorzaken. In dit artikel wordt de ISD-maatregel toegelicht, met een focus op haar juridische basis, doelgroep, toepassing in klinieken en de rol van juridische voorzieningen bij de uitvoering.
Juridische basis van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel is vastgelegd in het Wetboek van Strafrecht (WvSt), specifiek in artikel 38m t/m 38p, en in het Wetboek van Strafvordering (WvStraf), in artikel 6:2:19 t/m 6:2:21 en 6:6:14 t/m 6:6:18. Deze maatregel is bedoeld om individuen die herhaaldelijk strafbare feiten plegen, gedurende maximaal twee jaar in een speciale inrichting te begeleiden en te beperken, zodat hun gedrag kan worden aangepakt en de maatschappij kan worden beschermd tegen hun herhaalde daadwerkelijke overlast.
De maatregel is sinds 1 oktober 2004 van kracht en richt zich op volwassenen die zich stelselmatig strafbaar gedragen. Dit betekent dat de rechter pas kan besluiten om de ISD-maatregel op te leggen als de verdachte in de vijf jaar voorafgaand aan het nieuwe feit minstens drie keer onherroepelijk is veroordeeld voor een misdrijf. Daarnaast moet het nieuwe feit zijn begaan nadat deze eerdere veroordelingen zijn ten uitvoer gelegd. Een belangrijk criterium is hierbij het recidiverisico: de verdachte moet een aanzienlijk risico vormen opnieuw te zullen delinqueren, waarbij de veiligheid van personen of goederen in het geding komt.
De ISD-maatregel is een ultimum remedium, wat betekent dat het pas in overweging komt als eerder aangewende straffen of begeleidende maatregelen geen effect hebben gehad. Zoals uit de jurisprudentie blijkt, is het cumuleren van de ISD-maatregel met een gevangenisstraf niet mogelijk, wat duidt op de specifieke aard van deze maatregel.
Doelgroep en toepassing in klinieken
De ISD-maatregel is niet gericht op ernstige criminelen die zware misdrijven hebben gepleegd, zoals bijvoorbeeld bij TBS (Tuchtrecht en Bescherming). In plaats daarvan richt zij zich op individuen die zich herhaaldelijk schuldig maken aan mindere delicten, zoals winkeldiefstal, inbraken en geweldsdelicten. De frequentie van deze daden veroorzaakt echter aanzienlijke onrust in de maatschappij.
Om deze individuen op lange termijn uit de samenleving te verwijderen en te begeleiden, kan de ISD-maatregel worden opgelegd. Dit gebeurt dan in een inrichting die speciaal is ingericht voor deze doeleinden. In dergelijke inrichtingen werken zorg- en behandelingswerkers die zijn gespecialiseerd in de begeleiding van stelselmatige daders. Deze klinieken of inrichtingen zijn ontworpen om niet alleen de gedragingen van de betrokkene aan te pakken, maar ook om hen te ondersteunen bij het herstellen van hun sociale en persoonlijke functies.
Het belang van een juiste klinische omgeving bij de ISD-maatregel wordt benadrukt in de tekst. Een motiverende en gestructureerde omgeving is essentieel voor de effectiviteit van de maatregel. De kliniek of inrichting moet niet alleen fysiek geschikt zijn, maar ook psychologisch en sociaal gericht op de herstelproces van de betrokkene.
Toepassing in de praktijk
De toepassing van de ISD-maatregel in een klinische omgeving volgt een specifieke procedure. De maatregel kan worden opgelegd door een rechter in een strafrechtelijk proces. De officier van justitie eist dan de ISD-maatregel, wat betekent dat het niet automatisch een straf is, maar een maatregel met het oog op preventie en het voorkomen van herhaald crimineel gedrag.
Voor de rechter kan beslissen om de ISD-maatregel te opleggen, moet hij of zij zich ervan verzekeren dat er voldoende redenen zijn voor deze maatregel. Dit gebeurt op basis van een advies dat is uitgebracht door een deskundige. Dit advies moet met redenen zijn omkleed, gedateld en ondertekend, en mag in principe niet ouder zijn dan een jaar. Het advies moet duidelijk maken dat de verdachte een aanzienlijk recidiverisico vormt en dat de samenleving hierdoor wordt belast.
Zodra de ISD-maatregel is opgelegd, kan de betrokkene worden geplaatst in een kliniek of inrichting. De duur van deze maatregel is maximaal twee jaar, en de rechter kan rekening houden met de tijd die de verdachte al eerder heeft doorgebracht in hechtenis of in een psychiatrisch ziekenhuis.
Een belangrijk aspect van de ISD-maatregel is dat deze niet automatisch leidt tot een volledige opsluiting. In sommige gevallen kan de verdachte bijvoorbeeld worden toegewezen aan een programma dat gericht is op het herstel van sociale vaardigheden en het voorkomen van herhaald crimineel gedrag. De inrichting kan ook een rol spelen in de eventuele overgang van de betrokkene naar een voorziening voor begeleid wonen of andere zorgvoorzieningen.
Verschil met TBS en gevangenisstraffen
De ISD-maatregel moet worden onderscheiden van andere strafrechtelijke maatregelen, zoals TBS en gevangenisstraffen. TBS wordt gebruikt voor personen die als ontoerekeningsvatbaar worden beschouwd en die ernstige misdrijven hebben gepleegd. Het doel van TBS is niet alleen beveiliging, maar ook behandeling, en de duur van deze maatregel is niet vast, maar afhankelijk van de voortgang in de behandeling van de patiënt.
In tegenstelling tot TBS, is de ISD-maatregel geen straf, maar een preventieve maatregel met een maximaal tijdsbestek van twee jaar. De ISD-maatregel is dus niet bedoeld om individuen voor onbepaalde tijd in een inrichting te houden, maar om hen gedurende een beperkte periode te begeleiden en te ondersteunen in hun herstel.
Gevangenisstraffen vallen ook buiten de toepassing van de ISD-maatregel. De maatregel kan niet worden samengesteld met een gevangenisstraf, zoals reeds duidelijk uit de jurisprudentie. Dit benadrukt het unieke karakter van de ISD-maatregel als een maatregel die niet alleen gericht is op straf, maar ook op preventie en het voorkomen van herhaald crimineel gedrag.
De rol van de advocaat in ISD-zaken
Aangezien de ISD-maatregel een aanzienlijke beperking van de vrijheid betreft, is het van groot belang dat de verdachte juridische hulp en ondersteuning ontvangt. Hoewel de ISD-maatregel niet als een straf wordt beschouwd, heeft het toch serieuze gevolgen voor de betrokkene, die gedurende een periode kan worden geplaatst in een kliniek of inrichting.
Een gespecialiseerde advocaat speelt daarom een sleutelrol in het proces. De advocaat kan het ISD-eis van de officier van justitie aanvechten en ervoor zorgen dat de rechter voldoende rekening houdt met de omstandigheden van de verdachte. De advocaat kan ook bijdragen aan het formuleren van een goed advies, dat de rechter kan gebruiken om te bepalen of de ISD-maatregel in dit geval verantwoord is.
Tussentijdse toetsing en eind van de maatregel
Na het opleggen van de ISD-maatregel is het mogelijk om deze tussentijds te laten toetsen. Dit gebeurt op grond van artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering. De rechter bepaalt wanneer deze toetsing moet plaatsvinden, maar de betrokkene kan na zes maanden een verzoek indienen om de maatregel opnieuw te beoordelen.
De tussentijdse toetsing is bedoeld om te bepalen of de ISD-maatregel nog steeds nodig is, of of de betrokkene al voldoende vooruitgang heeft geboekt om uit de inrichting te mogen. Deze toetsing kan leiden tot een herziening van de maatregel of tot een beslissing om deze te beëindigen.
Conclusie
De ISD-maatregel is een belangrijk instrument in de Nederlandse strafrechtelijke praktijk voor het omgaan met stelselmatige daders. Het is geen straf, maar een preventieve maatregel die bedoeld is om herhaald crimineel gedrag te doorbreken en de maatschappij te beschermen. De maatregel kan worden opgelegd in een kliniek of inrichting, waar de betrokkene intensieve begeleiding en behandeling ontvangt.
Het succes van de ISD-maatregel hangt af van de juiste toepassing in een klinische omgeving, waar zorg- en behandelingswerkers gespecialiseerd zijn in de begeleiding van deze groep. De maatregel moet worden gezien als een ultimum remedium, dat pas wordt overwogen als eerder aangewende straffen of begeleidende maatregelen geen effect hebben gehad.
De rol van de advocaat is essentieel in het proces van het aanvragen en aanvechten van de ISD-maatregel, omdat het een maatregel is die ernstige gevolgen heeft voor de vrijheid van de betrokkene. De juridische procedures en het advies van deskundigen zijn daarom van groot belang bij de beoordeling of de maatregel gerechtvaardigd is.
De ISD-maatregel is dus een specifieke maatregel in de Nederlandse strafrechtelijke context, die gericht is op het voorkomen van herhaald crimineel gedrag en het beschermen van de maatschappij tegen de overlast die hierdoor kan ontstaan.