ISD-maatregel: Voorwaarden, doelstellingen en aansluiting met strafrechtelijke praktijk

De ISD-maatregel (Inrichting voor Stelselmatige Daders) is een strafrechtelijke maatregel die bedoeld is om herhaalde criminaliteit door veelplegers te bestrijden en te voorkomen. Het is een vorm van tijdelijke opsluiting in een specifiek ingerichte inrichting, waarin gedragsbeïnvloeding en begeleiding centraal staan. Deze maatregel is bedoeld als een alternatief voor gevangenisstraffen en is gericht op personen die herhaaldelijk ernstige misdrijven hebben gepleegd. In dit artikel wordt ingegaan op de voorwaarden voor oplegging van de ISD-maatregel, haar doelstellingen en hoe zij past in de bredere strafrechtelijke context.

Wat is de ISD-maatregel?

De ISD-maatregel is gedefinieerd in artikelen 38m t/m 38p van de Wetboek van Strafrecht (WvSr) en in verschillende onderdelen van de Wetboek van Strafvordering (WvSt) en de Penitentiaire beginselenwet. De maatregel is bedoeld voor personen die zich gedragen als stelselmatige daders – daders die herhaaldelijk strafbare feiten plegen. De maatregel is gericht op het voorkomen van herhaling van criminaliteit en het bieden van een intensieve aanpak gericht op gedragsverandering.

De ISD-maatregel is een dwangmaatregel die kan worden opgelegd door de meervoudige kamer van een rechtbank op vordering van de officier van justitie. De verdachte kan worden geplaatst in een inrichting waar intensieve begeleiding en programma’s centraal staan, met het oog op gedragsverandering. De maximale duur van deze maatregel is twee jaar, waarbij de minimale duur één jaar bedraagt.

Voorwaarden voor oplegging van de ISD-maatregel

De oplegging van de ISD-maatregel is voorbehouden aan daders die aan een aantal strikte voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden zijn vastgelegd in artikel 38m van de WvSr en zijn als volgt:

  1. Het feit moet een misdrijf zijn waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.
    Dit betekent dat het begane feit een ernstig misdrijf moet zijn dat zwaar genoeg is om de verdachte tijdelijk in vooraf hechtenis te nemen. Voorlopige hechtenis is een maatregel die wordt genomen om te zorgen dat de verdachte niet ontsnapt of het bewijs vernietigt.

  2. De verdachte moet in de vijf jaar voorafgaand aan het feit minstens driemaal onherroepelijk veroordeeld zijn of een strafbeschikking hebben ontvangen.
    Dit betekent dat de verdachte in die vijf jaar minstens drie keer veroordeeld is tot een straf die de vrijheid beperkt of benemt (zoals een celstraf, taakstraf of een vrijheidsbeperkende maatregel). Deze voorwaarde zorgt ervoor dat de maatregel alleen wordt toegepast op stelselmatige daders.

  3. Het nieuwe feit moet zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen of maatregelen.
    Dit betekent dat de verdachte herhaaldelijk heeft gepleegd wat leidt tot het patroon van criminaliteit. Het nieuwe misdrijf moet na de uitzet van de eerder opgelegde straffen zijn gepleegd, wat wijst op een systeem van recidive.

  4. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan.
    Dit is een beoordelingskriterium waarbij de rechter en de officier van justitie moeten aantonen dat het wederhelft van criminaliteit bij de verdachte sterk is en niet beperkt is tot enkele uitzonderingen. Dit kriterium dient als een waarschijnlijkheidsindicator voor recidive.

  5. De veiligheid van personen of goederen eist het opleggen van de maatregel.
    Dit is een essentieel criterium dat ervoor zorgt dat de maatregel wordt aangewend als er sprake is van een directe bedreiging voor de maatschappelijke veiligheid. De rechter moet hier in overweging nemen of het zonder deze maatregel niet veilig is om de verdachte in de vrije samenleving te laten.

  6. Er moet een advies zijn over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel.
    Dit advies moet binnen één jaar zijn afgestoten en moet duidelijk zijn geformuleerd zodat de rechter zich op grond daarvan een oordeel kan vormen. Het advies is vaak afkomstig van de strafpleiter of andere deskundigen die betrokken zijn bij het dossier.

  7. De verdachte mag niet ontoerekeningsvatbaar zijn.
    Dit betekent dat de verdachte moet zijn in staat om haar of zijn gedrag in te zien en verantwoordelijkheid te nemen. Als iemand ontoerekeningsvatbaar is, kan de ISD-maatregel niet worden toegepast, omdat de maatregel gericht is op persoonlijke verantwoordelijkheid en gedragsverandering.

  8. Er moet een vordering van het OM liggen.
    De ISD-maatregel kan alleen worden opgelegd op vordering van de officier van justitie, die verantwoordelijk is voor de strafpleging. De officier moet motiveren waarom deze maatregel nodig is en aan welke voorwaarden is voldaan.

De doelstellingen van de ISD-maatregel

De ISD-maatregel heeft twee hoofddoelen:

  1. Het terugdringen van criminaliteit en maatschappelijke onveiligheid.
    De maatregel is bedoeld om stelselmatige daders te isoleren van de maatschappij, zodat zij niet langer kunnen delinqueren. Door hen tijdelijk in een inrichting te plaatsen, wordt een directe dreiging voor de maatschappelijke orde en veiligheid verlaagd.

  2. Het verminderen van recidive.
    Hoewel het opleggen van de ISD-maatregel geen garantie geeft op gedragsverandering, is er ruimte voor intensieve begeleiding, behandeling en programma’s gericht op het veranderen van het gedrag. De maatregel is dus ook bedoeld als een remedie voor het voorkomen van verdere criminaliteit.

Daarnaast is de ISD-maatregel bedoeld als een persoonsgerichte aanpak, waarbij het gedrag van de verdachte wordt bekeken in relatie tot de oorzaken van de criminaliteit. Het is een maatregel die niet alleen gericht is op straf, maar ook op herstel en preventie.

Proportionaliteit en toepassing in de praktijk

Hoewel de ISD-maatregel is bedoeld als een maatregel voor ernstige criminaliteit, blijkt in de praktijk dat zij ook wordt toegepast bij relatief 'lichte' misdrijven. Dit heeft geleid tot discussies over de proportionaliteit van de maatregel. Rechters moeten in hun beoordeling zorgvuldig afwegen of de maatregel in het concrete geval wel redelijk is en of er geen minder ingrijpende alternatieven zijn beschikbaar.

De ISD-maatregel is bedoeld als het "ultimum remedium", dus als maatregel van laatste toevlucht. Dit betekent dat alle andere opties voor herstel, behandeling en begeleiding moeten zijn bekeken en als onvoldoende geacht worden, vooraleer de maatregel wordt opgelegd. De rechter moet ook toetsen of de maatregel in het geval van de verdachte redelijk is, wat kan worden aangegaan in beroep op de grondwet of strafwet.

ISD-maatregel als voorwaardelijke maatregel

De ISD-maatregel kan ook in de vorm van een voorwaardelijke maatregel worden opgelegd. Dit betekent dat de verdachte onder voorwaarden in de maatschappij blijft, maar moet遵守 bepaalde voorwaarden. De voorwaarden zijn gericht op het voorkomen van verdere criminaliteit, zoals het volgen van een programma, het ontmoeten van bepaalde mensen of het verblijven in een specifieke inrichting voor een bepaalde periode.

Een voorwaardelijke ISD-maatregel kan maximaal drie jaar duren. De rechter kan besluiten om de maatregel alsnog in uitvoering te brengen als de verdachte de voorwaarden niet naleeft. Dit is vergelijkbaar met de TBS-maatregel met voorwaarden.

Doelgroep van de ISD-maatregel

De ISD-maatregel is bedoeld voor een brede groep personen, waaronder zowel mannelijke als vrouwelijke daders, verslaafden en personen met psychische problematiek. Sinds 1 juli 2009 is het ook mogelijk om de maatregel toe te passen op vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben of die feitelijk niet uitzetbaar zijn. Dit heeft geleid tot een uitbreiding van de doelgroep en maakt het mogelijk om ook personen te begeleiden die niet in het reguliere strafrechtelijke systeem passen.

Rol van het OM en de rechter

De officier van justitie speelt een centrale rol bij de oplegging van de ISD-maatregel. Het is de verantwoordelijke partij die de vordering indient bij de meervoudige kamer van de rechtbank. De officier moet duidelijk motiveren waarom de maatregel nodig is en aan welke voorwaarden is voldaan.

De rechter beoordeelt vervolgens of de maatregel redelijk en wenselijk is in het concrete geval. De rechter moet toetsen of de verdachte aan de voorwaarden voldoet, of er voldoende bewijs is voor recidive, en of de maatregel de veiligheid van personen of goederen verzekert. Daarnaast moet de rechter bepalen of er sprake is van een persoonlijke wil tot gedragsverandering bij de verdachte.

Advies en begeleiding bij de ISD-maatregel

Aangezien de ISD-maatregel een dwangmaatregel is, is het belangrijk dat de verdachte juridische begeleiding krijgt. Een raadsman of strafpleiter kan adviseren over de mogelijkheid om zich te verzetten tegen de maatregel, klachten indienen of begeleiding aanbieden tijdens en na de ISD-periode. Raadpleging van een advocaat is daarom sterk aan te raden, zowel voor de verdachte als voor de betrokken partijen.

Conclusie

De ISD-maatregel is een belangrijke strafrechtelijke maatregel die gericht is op het voorkomen van herhaalde criminaliteit door stelselmatige daders. Het is een maatregel die niet alleen gericht is op straf, maar ook op begeleiding, gedragsverandering en preventie. De maatregel is bedoeld voor personen die herhaaldelijk ernstige misdrijven hebben gepleegd en die een bedreiging vormen voor de maatschappelijke veiligheid.

De voorwaarden voor oplegging zijn strikt geregeld en moeten worden beoordeeld door een rechter op vordering van de officier van justitie. De rechter moet bepalen of de verdachte aan de voorwaarden voldoet en of de maatregel redelijk en wenselijk is in het concrete geval. De ISD-maatregel is bedoeld als een intensieve aanpak en een alternatief voor gevangenisstraffen, waarbij persoonlijke verantwoordelijkheid en gedragsverandering centraal staan.

Hoewel de ISD-maatregel is bedoeld als een maatregel van laatste toevlucht, blijkt uit de praktijk dat zij ook wordt toegepast bij relatief 'lichte' misdrijven. Dit heeft geleid tot discussies over de proportionaliteit van de maatregel en de noodzaak om alle alternatieven eerst te overwegen. De ISD-maatregel is dus geen einddoel, maar een onderdeel van een bredere aanpak van criminaliteit en recidive.

Bronnen

  1. Ambtadvocaten.nl – Inrichting voor stelselmatige daders
  2. OM.nl – Maatregel inrichting stelselmatige daders
  3. 01-Strafrecht-Advocaat.nl – ISD maatregel
  4. Commissie van Toezicht – ISD dossier
  5. Dudinkadvocatuur.nl – Strafrecht en ISD

Gerelateerde berichten