Inleiding
De ISD-maatregel is een juridische maatregel gericht op stelselmatige daders die zich meermaals schuldig maken aan strafbare feiten. Deze maatregel is ontworpen om de cyclus van gevangenisstraffen en herhaling van criminaliteit te doorbreken. Meerderjarige stelselmatige daders worden op basis van deze maatregel voor een maximum van twee jaar in een speciaal ingerichte inrichting geplaatst. Dit artikel biedt een gedetailleerde overzicht van de ISD-maatregel, inclusief de juridische achtergrond, toepassingsvoorwaarden, doelgroep en praktijkuitvoering.
De ISD-maatregel is ingevoerd in de jaren na 2000 en is een alternatief voor gevangenisstraffen voor zogenaamde 'draaideurcriminelen'. Deze daders hebben vaak te maken met verslavingen of psychische problemen, wat hun herhaaldelijke criminaliteit verder versterkt. Door middel van deze maatregel wordt geprobeerd te breken met het patroon van arrestatie, straf, vrijlating en herhaling.
Het doel van deze maatregel is tweeledig: enerzijds het terugdringen van criminaliteit en het vergroten van de maatschappelijke veiligheid, anderzijds het verminderen van de kans op recidive. De ISD-maatregel is niet bedoeld voor ernstige delicten waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is. In plaats daarvan richt het zich op kleine criminaliteit die echter door de herhaalde aard van de feiten grote onveiligheid veroorzaakt.
Deze maatregel is een zwaar instrument dat alleen op vordering van het Openbaar Ministerie kan worden opgelegd en alleen door een meervoudige kamer van de rechtbank. De implementatie van de ISD-maatregel is echter niet zonder uitdagingen. Rechters hebben bijvoorbeeld bedenkingen over de praktische uitvoering van de maatregel, vooral wat betreft de kwaliteit van de behandeling die de veroordeelden in de inrichtingen ontvangen.
In dit artikel worden deze aspecten van de ISD-maatregel verder toegelicht, inclusief de juridische basis, toepassing en effectiviteit.
Juridische basis van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel is een maatregel en geen straf, wat betekent dat deze niet op strafbaarheid of delictsevenredigheid berust. De maatregel is opgenomen in de Wetboek van Strafrecht (artikelen 38m tot en met 38p) en in de Wetboek van Strafvordering (artikelen 6:2:19 tot en met 6:2:21 en 6:6:14 tot en met 6:6:18). Daarnaast zijn er bepalingen opgenomen in de Penitentiaire beginselenwet en de Penitentiaire maatregelwet. De Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers bevat ook relevante richtlijnen voor de vordering van de ISD-maatregel.
De invoering van de ISD-maatregel is voortgekomen uit de vervanging van de SOV-maatregel, die gericht was op verslaafden. De ISD-maatregel is sinds 1 oktober 2004 in werking en is bedoeld voor een brede doelgroep, waaronder zowel verslaafden als personen met psychische problemen. Vanaf 1 juli 2009 is het ook mogelijk om de ISD-maatregel op te leggen aan vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland, indien het feitelijk niet of moeilijk mogelijk is hen te uitzetten.
De ISD-maatregel is een ingrijpende maatregel die uitsluitend door een meervoudige kamer van de rechtbank kan worden beslist. Dit betekent dat drie rechters moeten overeenstemmen om de maatregel op te leggen. Daarnaast is het enkel toegestaan op vordering van het Openbaar Ministerie, wat betekent dat de officier van justitie een actieve rol speelt in de implementatie van de maatregel.
De maatregel is bedoeld als een "allerlaatste-kans-voorziening" voor stelselmatige daders, waarbij de focus ligt op het doorbreken van de vicieuze cirkel van vastzitten, vrijkomen en terugvallen. Deze juridische basis ondersteunt de doelstellingen van de ISD-maatregel en maakt het instrument geschikt voor het aanpakken van herhaalde criminaliteit.
Toepassingsvoorwaarden van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel is niet zomaar toepasbaar op iedere verdachte. Er zijn strikte voorwaarden waaraan moet worden voldaan om deze maatregel op te leggen. Ten eerste moet het betreffen een meerderjarige stelselmatige dader, wat inhoudt dat de verdachte in de vijf jaar voorafgaand aan het gepleegde feit ten minste drie keer is veroordeeld voor een misdrijf. Deze veroordelingen moeten onherroepelijk zijn, wat betekent dat er geen mogelijkheid meer is om beroep of cassatie in te dienen.
Daarnaast moet het gepleegde feit een strafbaar feit zijn dat voorlopige hechtenis mogelijk maakt. Dit betekent dat het niet om zware strafbare feiten gaat die automatisch tot een langer verblijf in de gevangenis kunnen leiden. De ISD-maatregel is bedoeld voor herhaalde, meestal kleinere misdrijven, die weliswaar individueel niet zwaar zijn, maar door hun herhaalde aard grote onveiligheid veroorzaken.
De verdachte mag niet reeds in aanmerking komen voor een andere straf of maatregel die eveneens gericht is op het verbreken van het patroon van stelselmatige criminaliteit. De maatregel is een zwaar instrument, dat slechts in beperkte mate gebruikt mag worden en daarom alleen toepasbaar is als alle andere opties zijn uitgeput.
Bovendien moet er een aanknopingspunt zijn voor gedragsverandering en recidivevermindering. Dit betekent dat de verdachte moet zijn toegankelijk voor een intensief programma dat hem of haar kan helpen met het doorbreken van het criminele gedrag. De rechters moeten hierover een beoordeling doen, gebaseerd op een Risc-rapportage die wordt opgesteld door de reclassering. Deze rapportage geeft inzicht in de criminogene factoren, de mate van beïnvloedbaarheid van de verdachte en de risico’s op herhaling van criminaliteit.
Als de Risc-rapportage niet beschikbaar is of niet voldoende gegevens bevat, kan een gewoon reclasseringsrapport worden ingezet. Het belangrijkste is dat er een duidelijk verband is tussen de verdachte en de mogelijkheid tot gedragsverandering. Alleen dan is de ISD-maatregel toepasbaar.
De officier van justitie speelt een actieve rol bij de toepassing van de maatregel. Het is de officier die de ISD-maatregel aan de rechter voorlegt. De officier moet zowel de wenselijkheid als de noodzakelijkheid van de maatregel kunnen onderbouwen. Dit betekent dat hij of zij moet kunnen aantonen dat de maatregel niet alleen gerechtvaardigd is, maar ook dat het de beste optie is in dit specifieke geval.
Tot slot moet er een beschikbare ISD-plaats zijn. De maatregel kan niet opgelegd worden als er geen plek is in een inrichting die hiervoor is ingericht. Dit betekent dat de praktische uitvoering van de maatregel ook afhankelijk is van de beschikbaarheid van infrastructuur en middelen.
Doelgroep en effectiviteit van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel is bedoeld voor een specifieke groep van stelselmatige daders, bekendstaande 'draaideurcriminelen'. Deze daders zijn vaak herhaaldelijk veroordeeld voor kleinere misdrijven en hebben meestal een persoonlijke geschiedenis van verslavingen of psychische problemen. Deze kenmerken maken het voor hen moeilijk om zich aan de wet te houden of aan een behandeling te deelnemen. De korte gevangenisstraffen die normaal gesproken worden opgelegd, zijn volgens de wetgever onvoldoende om hun gedrag effectief te veranderen.
De ISD-maatregel richt zich daarom op deze groep en biedt een alternatief voor herhaalde gevangenisstraffen. De maatregel combineert detentie met een intensief behandelingstraject. De doelgroep bestaat uit zowel mannelijke als vrouwelijke daders, verslaafden en mensen met psychische problemen. Sinds 1 juli 2009 is het ook mogelijk om de maatregel op te leggen aan vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland, indien uitzetbaarheid niet mogelijk is.
De effectiviteit van de ISD-maatregel is onderzocht door verschillende instanties, waaronder de Inspectie van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Volgens onderzoek is de ISD-maatregel in staat om tot 10 procent minder recidive te veroorzaken vergeleken met traditionele gevangenisstraffen. Dit getal duidt op een positieve impact, maar het moet wel gezien worden in het licht van de beperkte toepassing van de maatregel.
Het doel van de ISD-maatregel is tweeledig: enerzijds het terugdringen van criminaliteit en het vergroten van de maatschappelijke veiligheid, anderzijds het verminderen van de kans op herhaling. De maatregel is bedoeld als een alternatief voor gevangenisstraffen, waarbij het doel is om de cyclus van vastzitten, vrijkomen en terugvallen te doorbreken.
Rechters zijn over het algemeen niet tegen de ISD-maatregel zelf, maar wel tegen de praktische uitvoering ervan. Volgens meerdere onderzoeken is de kwaliteit van de behandeling in de inrichtingen vaak onvoldoende. Dit kan leiden tot het feit dat de maatregel minder effectief is dan gepland. De rechters moeten erop kunnen vertrouwen dat de maatregel in de praktijk zo wordt uitgevoerd als bedoeld, namelijk als een combinatie van detentie en intensieve behandeling.
De ISD-maatregel is bedoeld als een allerlaatste kans voor stelselmatige daders. Het is een ingrijpende maatregel die alleen op vordering van het Openbaar Ministerie kan worden opgelegd en die uitsluitend door een meervoudige kamer van de rechtbank kan worden beslist. De maatregel is dus niet zomaar toepasbaar, maar alleen in uitzonderlijke gevallen waarin alle andere opties zijn uitgeput.
Hoewel de ISD-maatregel in theorie veelbelovend is, blijkt uit praktijkonderzoeken dat de werkelijke effectiviteit afhankelijk is van de kwaliteit van de behandeling. Dit betekent dat het succes van de maatregel niet alleen afhankelijk is van de juridische basis, maar ook van de organisatie en uitvoering in de inrichtingen.
Praktijkuitvoering van de ISD-maatregel
De praktijkuitvoering van de ISD-maatregel is een complex proces dat betreft meerdere partijen, waaronder het Openbaar Ministerie, de rechter, de reclassering en de inrichting zelf. Het proces begint met een proces-verbaal veelpleger die door de politie moet worden opgesteld. Op basis van deze documentatie bepaalt het Openbaar Ministerie of het ISD-traject wordt ingezet. Als dit het geval is, wordt de verdachte onmiddellijk gedagvaard en wordt een Risc-rapportage aangemaakt door de reclassering.
De Risc-rapportage is een essentieel onderdeel van het proces. Deze rapportage bevat informatie over de criminogene factoren, de mate van beïnvloedbaarheid van de verdachte en een risicotaxatie op herhaling. Als de reclassering niet in staat is om deze rapportage op te stellen, kan er een gewoon reclasseringsrapport worden ingezet. Deze rapportage is van groot belang voor de rechters, die op basis hiervan beslissen of de ISD-maatregel opgelegd kan worden.
De officier van justitie speelt een actieve rol in de toepassing van de ISD-maatregel. Hij of zij moet zowel de wenselijkheid als de noodzakelijkheid van de maatregel kunnen onderbouwen. Dit betekent dat de officier moet kunnen aantonen dat de maatregel niet alleen gerechtvaardigd is, maar ook dat het de beste optie is in dit specifieke geval. Deze verantwoordelijkheid ligt volledig bij het Openbaar Ministerie, wat betekent dat de officier van justitie een centrale rol speelt in de toepassing van de maatregel.
De meervoudige kamer van de rechtbank beslist uiteindelijk over de oplegging van de ISD-maatregel. Dit betekent dat drie rechters moeten overeenstemmen om de maatregel te beslissen. De rechters moeten op basis van de Risc-rapportage en andere informatie beoordelen of de verdachte in aanmerking komt voor de maatregel. De rechters moeten er ook op kunnen vertrouwen dat de maatregel in de praktijk zo wordt uitgevoerd als bedoeld, namelijk als een combinatie van detentie en intensieve behandeling.
Nadat de maatregel is opgelegd, wordt de verdachte overgebracht naar een inrichting die speciaal is ingericht voor ISD-maatregelen. In deze inrichting ontvangt de verdachte een intensief programma dat gericht is op gedragsverandering en recidivevermindering. De duur van de maatregel kan tot maximaal twee jaar bedragen, afhankelijk van de voortgang van de verdachte en de effectiviteit van het programma.
De praktijkuitvoering van de ISD-maatregel is echter niet zonder uitdagingen. Volgens meerdere onderzoeken is de kwaliteit van de behandeling in de inrichtingen vaak onvoldoende. Dit kan leiden tot het feit dat de maatregel minder effectief is dan gepland. De rechters moeten erop kunnen vertrouwen dat de maatregel in de praktijk zo wordt uitgevoerd als bedoeld, namelijk als een combinatie van detentie en intensieve behandeling.
De ISD-maatregel is bedoeld als een allerlaatste kans voor stelselmatige daders. Het is een ingrijpende maatregel die alleen op vordering van het Openbaar Ministerie kan worden opgelegd en die uitsluitend door een meervoudige kamer van de rechtbank kan worden beslist. De maatregel is dus niet zomaar toepasbaar, maar alleen in uitzonderlijke gevallen waarin alle andere opties zijn uitgeput.
Conclusie
De ISD-maatregel is een ingrijpende juridische maatregel die gericht is op stelselmatige daders met een geschiedenis van kleinere, herhaalde misdrijven. Het doel van de maatregel is om de cyclus van arrestatie, straf, vrijlating en herhaling te doorbreken. De maatregel is bedoeld als een alternatief voor gevangenisstraffen en richt zich op personen die zich herhaaldelijk schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten. De ISD-maatregel is ontworpen voor een brede doelgroep, waaronder verslaafden, personen met psychische problemen en vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland.
De juridische basis van de ISD-maatregel is goed gedefinieerd en is opgenomen in verschillende wetten, waaronder de Wetboek van Strafrecht en de Wetboek van Strafvordering. De maatregel is bedoeld als een "allerlaatste-kans-voorziening" en kan alleen op vordering van het Openbaar Ministerie worden opgelegd. De toepassing van de maatregel vereist een meervoudige kamer van de rechtbank, wat betekent dat drie rechters moeten overeenstemmen. De verdachte moet aan een reeks strikte voorwaarden voldoen, waaronder het feit dat hij of zij in de vijf jaar voorafgaand aan het gepleegde feit minstens drie keer is veroordeeld voor een misdrijf.
De praktijkuitvoering van de ISD-maatregel is complex en betreft meerdere partijen, waaronder het Openbaar Ministerie, de rechter, de reclassering en de inrichting. De officier van justitie speelt een centrale rol in het proces en moet zowel de wenselijkheid als de noodzakelijkheid van de maatregel onderbouwen. De meervoudige kamer van de rechtbank beslist uiteindelijk over de oplegging van de maatregel, op basis van een Risc-rapportage die door de reclassering wordt aangemaakt.
De effectiviteit van de ISD-maatregel is onderzocht door verschillende instanties en volgens onderzoek is de maatregel in staat om tot 10 procent minder recidive te veroorzaken vergeleken met traditionele gevangenisstraffen. Hoewel de maatregel in theorie veelbelovend is, blijkt uit praktijkonderzoeken dat de werkelijke effectiviteit afhankelijk is van de kwaliteit van de behandeling in de inrichtingen. De rechters hebben daarom bedenkingen over de praktische uitvoering van de maatregel, vooral wat betreft de kwaliteit van de behandeling die de veroordeelden ontvangen.
De ISD-maatregel is een ingrijpende maatregel die alleen in uitzonderlijke gevallen kan worden opgelegd. Het is bedoeld als een alternatief voor gevangenisstraffen en richt zich op personen die zich herhaaldelijk schuldig hebben gemaakt aan kleinere misdrijven. De maatregel is ontworpen om de cyclus van vastzitten, vrijkomen en terugvallen te doorbreken, maar de praktische uitvoering is nog steeds een uitdaging. De effectiviteit van de maatregel hangt af van de kwaliteit van de behandeling in de inrichtingen en de samenwerking tussen de betrokken partijen.