Het doel en toepassing van de ISD-maatregel in het Nederlandse strafrecht

De Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD) is sinds 2004 een juridische maatregel in het Nederlandse strafrecht die gericht is op individuen die zich herhaaldelijk schuldig maken aan delicten. Deze maatregel is bedoeld om de samenleving te beschermen tegen herhaalde criminaliteit en om de kans op recidive bij zogenaamde veelplegers te verminderen. In dit artikel wordt ingegaan op de doelen van de ISD-maatregel, de toepassing ervan in de praktijk en de juridische context waarin deze maatregel ingezet kan worden. De informatie is gebaseerd op officiële en betrouwbare bronnen zoals wetsteksten, omschrijvingen van strafrechterlijke praktijk en juridische analyses.

Wat is de ISD-maatregel?

De ISD-maatregel is een strafrechtelijke maatregel die gericht is op volwassenen die zich herhaaldelijk schuldig maken aan strafbare feiten. Deze maatregel is bedoeld om stelselmatige daders gedurende een periode van maximaal twee jaar van de maatschappij los te koppelen. Tijdens deze periode ontvangen zij intensieve begeleiding in een speciale inrichting, waarbij het doel is om hun gedrag te beïnvloeden en het patroon van herhaalde criminaliteit door te breken.

De maatregel is opgenomen in de Wetboek van Strafrecht (artikelen 38m tot en met 38p) en de Wetboek van Strafvordering (artikelen 6:2:19 tot en met 6:2:21 en 6:6:14 tot en met 6:6:18). Het gebruik van de ISD-maatregel is uitsluitend mogelijk in meervoudige zaken, waarbij een meervoudige kamer van de rechtbank het besluit neemt op vordering van de officier van justitie.

Doelen van de ISD-maatregel

De doelen van de ISD-maatregel zijn tweeledig, zoals meerdere bronnen aangeven. Het eerste doel is het terugdringen van criminaliteit en maatschappelijke onveiligheid die ontstaat door herhaald crimineel gedrag. Het tweede doel is het verlagen van de kans op recidive bij deze daders. Het is voldoende om een van deze doelen te willen bereiken om de maatregel op te leggen. Hieronder volgt een gedetailleerde uitleg van deze doelen.

1. Bescherming van de maatschappij tegen herhaalde criminaliteit

Een van de kernaspecten van de ISD-maatregel is de bescherming van de maatschappij tegen stelselmatige daders. Deze personen plegen meestal niet één, maar meerdere kleine tot middelgrote delicten, zoals winkeldiefstal, inbraken of geweldsdelicten. Hoewel elk afzonderlijk delict mogelijk niet zwaar genoeg is voor een lange gevangenisstraf, leidt de som van deze feiten tot aanzienlijke overlast en onveiligheid in de samenleving.

Door de ISD-maatregel in te zetten, wordt de dader gedurende een periode van maximaal twee jaar van de straat gehouden. Dit beperkt zijn of haar mogelijkheid om verdere delicten te plegen en vermindert daarmee het niveau aan criminaliteit en onveiligheid in de regio waar de dader actief is.

2. Verminderen van de kans op recidive

Het tweede doel van de ISD-maatregel is gericht op gedragsverandering en het verminderen van de kans op recidive. In tegenstelling tot een gewone gevangenisstraf, biedt de ISD-maatregel intensieve begeleiding in een gespecialiseerde inrichting. Deze begeleiding is gericht op het identificeren van de oorzaken van het criminele gedrag en het ontwikkelen van alternatieve gedragsvormen.

De inrichting waarin de dader terechtkomt, biedt een gecontroleerd omgeving waarin psychologische, sociale en educatieve programma’s aangeboden worden. Deze programma’s zijn bedoeld om de dader te helpen om zijn of haar gedrag te heroverwegen en zo een terugval in crimineel gedrag te voorkomen.

Het belang van dit tweede doel is duidelijk: een dader die niet opnieuw crimineel gedrag vertoont, draagt minder bij aan de maatschappelijke onrust en vermindert zo op de lange termijn de druk op het strafrechtelijke systeem.

Toepassing van de ISD-maatregel

De toepassing van de ISD-maatregel is een ingrijpende maatregel die enkel toegestaan is in bepaalde omstandigheden en volgens een strikt juridisch kader. Het is een zogenaamde “ultimum remedium”-maatregel, wat betekent dat het slechts ingezet mag worden wanneer andere straffen of begeleidende maatregelen niet voldoende zijn om de doelen te bereiken.

1. Kandidaat voor ISD-maatregel

Om in aanmerking te komen voor de ISD-maatregel, moet een dader aan bepaalde voorwaarden voldoen. Zo moet het individu minstens 18 jaar zijn, en moet het door herhaald crimineel gedrag aanzienlijke overlast of onveiligheid veroorzaken. De dader moet zich regelmatig schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten, en moet er sprake zijn van een patroon van criminaliteit dat niet door enkele losstaande incidenten is veroorzaakt.

Daarnaast moet er een duidelijke aanknopingspunt zijn voor gedragsverandering. Dit betekent dat er redenen zijn om aan te nemen dat de dader onder begeleiding zijn of haar gedrag kan veranderen. Als dit niet het geval is, kan de ISD-maatregel niet worden ingezet.

2. Uitvoering van de maatregel

De ISD-maatregel wordt door een meervoudige kamer van de rechtbank opgelegd. Dit is een speciaal gerecht dat bestaat uit meerdere rechters en wordt gebruikt in complexere strafzaken. De maatregel wordt uitsluitend opgelegd op vordering van de officier van justitie. Dit betekent dat de officier een verzoek moet indienen bij de rechtbank, waarin hij of zij aangeeft dat de ISD-maatregel het meest geschikte middel is om de doelen te bereiken.

De maatregel kan gedurende een periode van maximaal twee jaar worden uitgevoerd. Tijdens deze periode verblijft de dader in een gespecialiseerde inrichting, waar intensieve begeleiding wordt aangeboden. Deze inrichting is ontworpen om de dader in staat te stellen om zijn of haar gedrag te veranderen en om zich opnieuw te integreren in de maatschappij.

3. Aanvullende ondersteuning en begeleiding

De ISD-maatregel is niet alleen gericht op opsluiting, maar ook op gedragsverandering. Daarom wordt tijdens de maatregel intensieve begeleiding aangeboden. Deze begeleiding kan bijvoorbeeld bestaan uit psychologische hulp, sociaal-wetenschappelijke programma’s, en opleidingen die gericht zijn op het ontwikkelen van alternatieve levensvormen.

Na afronding van de maatregel kan er ook sprake zijn van voortgezette begeleiding in de maatschappij. Deze begeleiding is bedoeld om de dader te ondersteunen bij de terugkeer in de normale samenleving en om eventuele herhaling van criminaliteit te voorkomen.

ISD-maatregel versus andere straffen

1. Verschil met gevangenisstraf

De ISD-maatregel is bedoeld als een alternatief voor een gewone gevangenisstraf. Terwijl een gevangenisstraf hoofdzakelijk gericht is op straf, is de ISD-maatregel ook gericht op herstel en gedragsverandering. Daarom is de ISD-maatregel vaak een betere keuze in gevallen waarin het doel is om een dader te begeleiden en te helpen om te veranderen, in plaats van alleen straf te toepassen.

2. Verschil met TBS (Toegang tot Behandeling en Supervisie)

De ISD-maatregel is te onderscheiden van TBS, een maatregel die gericht is op daders met psychische aandoeningen. TBS is een psychiatrische maatregel die gericht is op behandeling van de onderliggende psychische stoornissen, terwijl de ISD-maatregel vooral gericht is op gedragsverandering bij daders zonder psychische aandoening.

Hoewel beide maatregelen gericht zijn op vermindering van recidive, verschillen ze sterk in aard en uitvoering. De ISD-maatregel is een strafrechtelijke maatregel die gericht is op het beïnvloeden van gedrag, terwijl TBS een medisch-therapeutische maatregel is die gericht is op het behandelen van psychische problemen.

ISD-maatregel en vreemdelingen

Sinds 1 juli 2009 kan de ISD-maatregel ook worden opgelegd aan vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben en die moeilijk of onmogelijk te uitzetten zijn. Dit betekent dat ook niet-Nederlanders in aanmerking kunnen komen voor deze maatregel, mits zij aan de andere voorwaarden voldoen.

De toepassing van de ISD-maatregel op vreemdelingen is een belangrijke uitbreiding van de maatregel, aangezien vreemdelingen vroeger meestal niet in aanmerking kwamen voor deze vorm van strafrechtelijke begeleiding. De invoering van deze mogelijkheid dient erop gericht te zijn om de maatschappelijke veiligheid te vergroten en om te voorkomen dat vreemdelingen met een patroon van criminaliteit onbelemmerd in Nederland blijven wonen.

Kritische evaluatie van de ISD-maatregel

De ISD-maatregel is sinds haar invoering in 2004 een belangrijke maatregel in het Nederlandse strafrecht. Zij is ontworpen als een ultimum remedium, wat wil zeggen dat zij alleen ingezet mag worden als alle andere maatregelen niet meer voldoende zijn om de doelen te bereiken. De effectiviteit van de maatregel is echter niet zonder twijfel. Er zijn verschillende kritische kijkhoeken waaruit de ISD-maatregel beoordeeld kan worden.

1. Rechtszekerheid en transparantie

Een van de kritieken op de ISD-maatregel is dat zij ingewikkeld en technisch is. Het juridisch kader waarin zij wordt ingezet is complex, en niet alle rechters of advocaten hebben dezelfde interpretatie van de wetsteksten. Dit kan leiden tot onzekerheid over de toepassing van de maatregel, zowel voor de daders als voor de betrokken partijen in de strafzaken.

2. Mogelijkheid tot misbruik

Er is ook een zorg dat de ISD-maatregel mogelijk misbruikt kan worden. Aangezien het een dwangmaatregel is die gericht is op opsluiting en begeleiding, is er een risico dat zij wordt gebruikt als een alternatief voor gevangenisstraffen, terwijl het doel eigenlijk is om gedragsverandering te bevorderen. Er is dus een balans nodig tussen bescherming van de maatschappij en het respecteren van de rechten van de dader.

3. Effectiviteit van begeleiding

Ten slotte is er ook een vraag over de effectiviteit van de begeleiding die wordt aangeboden in de ISD-inrichtingen. Hoewel de maatregel is bedoeld om gedragsverandering te bevorderen, is er geen garantie dat dit daadwerkelijk lukt. Het is mogelijk dat sommige daders niet beïnvloed worden door de begeleiding, en dat de kans op recidive toch hoog blijft.

Conclusie

De ISD-maatregel is een ingrijpende maatregel in het Nederlandse strafrecht die gericht is op stelselmatige daders. Het doel van deze maatregel is tweeledig: enerzijds de maatschappij te beschermen tegen herhaalde criminaliteit, anderzijds de kans op recidive bij de dader te verminderen. De maatregel is bedoeld als een ultimum remedium en wordt uitsluitend opgelegd door een meervoudige kamer van de rechtbank.

De toepassing van de ISD-maatregel is alleen mogelijk indien voldaan wordt aan strikte voorwaarden en als er sprake is van een duidelijke aanknopingspunt voor gedragsverandering. Tijdens de maatregel ontvangt de dader intensieve begeleiding in een speciale inrichting, met het doel om zijn of haar gedrag te veranderen en de kans op terugval te verminderen.

De ISD-maatregel is een alternatief voor een gewone gevangenisstraf en verschilt sterk van TBS. De maatregel is sinds 2009 ook toegankelijk voor vreemdelingen die moeilijk uitzetbaar zijn. De toepassing van deze maatregel is echter niet zonder kritiek. De complexiteit van de maatregel, het risico op misbruik en de vraag naar de effectiviteit van de begeleiding zijn belangrijke thema’s die in de toekomst verdere aandacht verdienen.

In het kader van het strafrechtelijk beleid en de bescherming van de maatschappij blijft de ISD-maatregel een belangrijk instrument. Het is echter van essentieel belang dat de maatregel wordt toegepast op een juridisch correcte en transparante manier, zodat zowel de rechten van de dader als het welzijn van de maatschappij worden gerespecteerd.

Bronnen

  1. Ambt Advocaten
  2. VeiligheidsHuis Zeeland
  3. KLP Advocaten
  4. Officieel Midden-Nederland
  5. Commissie van Toezicht
  6. Rijksoverheid

Gerelateerde berichten