De duur van een ISD-plaatsing en haar toepassing in het Nederlandse strafrecht

De maatregel Inrichting Stelselmatige Daders (ISD) is een juridische maatregel die bedoeld is om de criminaliteit en onveiligheid te verminderen door stelselmatige daders tijdelijk in een inrichting te plaatsen. Deze maatregel richt zich op personen die herhaaldelijk strafbare feiten plegen en waarbij andere strafmaatregelen niet effect hebben. Een van de belangrijkste kenmerken van deze maatregel is de duur van de plaatsing, die in de meeste gevallen twee jaar bedraagt. In dit artikel bespreken we de juridische achtergrond, de praktische toepassing, en de bepaling van de duur van de ISD-maatregel, uitsluitend op basis van de informatie in de beschikbare bronnen.

Wat is de ISD-maatregel?

De ISD-maatregel is een rechtelijke maatregel die voorzien is in de Wet straf- en strafprocesrecht (Sr.). Deze maatregel is bedoeld voor meerdere stelselmatige daders – personen die zich herhaaldelijk schuldig maken aan strafbare feiten – en heeft als doel hun gedragspatronen te doorbreken en zo de criminaliteit en onveiligheid in de maatschappij te verminderen.

De ISD-maatregel wordt toegepast in gevallen waarin:

  • de dader meerdere strafbare feiten heeft gepleegd;
  • sprake is van een stelselmatige criminaliteit;
  • de delicten relatief licht zijn (bijvoorbeeld diefstallen, vernielingen of geweldsmisdrijven), maar vaak herhaaldelijk gepleegd worden;
  • de dader niet volledig ontoerekeningsvatbaar is;
  • de officier van justitie eist dat de maatregel wordt opgelegd;
  • het reclasseringstevens adviseren over de noodzaak van de maatregel.

De maatregel betreft een vrijheidsbeneming, maar heeft geen delictsevenredigheid zoals dat het geval is bij een straf. Dit wil zeggen dat de maatregel niet gericht is op het straffen van het gepleegde feit, maar op het veranderen van gedrag en het voorkomen van herhaling.

De duur van de ISD-maatregel

Minimum en maximum duur

Volgens de wetgeving is de ISD-maatregel minimaal één jaar en maximaal twee jaar van duur. De officier van justitie stelt vaak een duur van twee jaar voor, omdat dit volgens hem of haar nodig is om een duurzame gedragsverandering te realiseren bij stelselmatige daders.

In de praktijk wordt de maatregel meestal voor de volledige twee jaar opgelegd. Dit komt doordat een kortere periode het verschil met gewone straffen zou kunnen verkleinen en minder effectief zou zijn in het veranderen van het gedragspatroon van de dader. Bovendien zou een kortere duur mogelijk worden gezien als een soort beloning voor weigerachtig gedrag, zoals opgemerkt in de bronnen.

De minimale duur van één jaar is opgenomen om te garanderen dat de maatregel een substantiële impact kan hebben. Te korte duur zou de maatregel minder effectief maken in het doorbreken van het stelselmatige gedrag.

Praktijkvoorbeeld

In een casus die in de bronnen beschreven is, werd een man vervolgd wegens vernielingen, mishandeling, meerdere diefstallen en het overtreden van een gebiedsverbod. De officier van justitie eiste een ISD-maatregel voor twee jaar. De rechter bepaalde dat de man meerdere misdrijven had gepleegd en wegens het negeren van gebiedsverboden geen respect had voor het openbaar gezag. Bovendien was er een hoog risico op herhaling door middelengebruik en het ontbreken van probleeminzicht. De reclassering adviseerde dat er geen alternatieve maatregelen beschikbaar waren, waardoor de ISD-maatregel de enige optie was.

Fasen van de ISD-maatregel

De ISD-maatregel is niet een eenvoudige detentie, maar bestaat uit verschillende fasen die gericht zijn op therapie, stabilisatie en re-integratie. Deze fasen zijn als volgt:

1. Intramurale fase (gesloten deel)

De eerste fase vindt plaats binnen een gesloten inrichting. Hier wordt de dader gescand, gediagnosticeerd en gegeven structuur. Het doel is om een detentie- en re-integratieplan op te stellen dat de re-integratie in de maatschappij kan faciliteren.

2. Tussenfase (halfopen)

De tweede fase is een overgangsfase tussen de gesloten inrichting en een open, extramurale setting. Hier wordt de dader geleidelijk losgelaten en wordt hij begeleid in de overgang naar een zelfstandig leefpatroon.

3. Extramurale fase

De derde fase vindt plaats buiten de inrichting. De dader kan dan verblijven in een begeleide woonvoorziening, een externe zorginstelling of zelfstandig wonen met begeleiding. Deze fase is bedoeld om het herintegreerproces te versterken.

Let op: De Hoge Raad heeft bepaald dat de ISD-maatregel niet in combinatie met een gevangenisstraf kan worden opgelegd. Dit betekent dat bij een ISD-maatregel geen extra gevangenisstraf kan worden opgelegd door de rechter.

Wanneer is de ISD-maatregel geschikt?

De ISD-maatregel is bedoeld voor personen met een stelselmatige criminaliteit, waarbij sprake is van:

  • een hoge frequentie van delicten;
  • herhaling van het gedrag;
  • ernstige verslavings- of psychische problemen;
  • een weigering van andere maatregelen;
  • een hoge kans op recidive.

De maatregel is niet bedoeld voor ernstige delicten waarvoor een langere gevangenisstraf mogelijk is. In dergelijke gevallen is een voorlopige hechtenis of een tbs-maatregel beter aangepast.

De officier van justitie speelt een centrale rol in het vorderen van de maatregel. Zowel de officier als de rechter moeten geloven dat de maatregel nodig is om de criminaliteit en herhaling van gedrag te stoppen.

Alternatieven

De reclassering kan worden geraadpleegd om alternatieven voor de ISD-maatregel te onderzoeken. In sommige gevallen kunnen alternatieve maatregelen zoals ambulante zorg, begeleiding of re-integratieprogramma’s voldoende zijn. Echter, wanneer er geen alternatieven beschikbaar zijn en het risico op recidive hoog is, is de ISD-maatregel vaak de enige optie.

Verweer tegen een ISD-maatregel

Hoewel de ISD-maatregel een effectieve maatregel is in het doorbreken van stelselmatige criminaliteit, is het niet onbestaanbaar. Een strafrechtadvocaat kan een verweer voeren tegen de oplegging van deze maatregel. De advocaat kan bijvoorbeeld argumenteren dat de maatregel niet evenredig is of dat alternatieven beschikbaar zijn.

Een belangrijk punt in een verweer is de proportionaliteit van de maatregel. Als de delicten niet ernstig zijn of als de dader al vaker deze maatregel heeft ondergaan, kan worden aangedragen dat de ISD-maatregel niet meer geschikt is of zelfs belastend en onredelijk.

Praktijkvoorbeeld van verweer

In een casus waarin een verdachte vier keer eerder een ISD-maatregel had ondergaan en net was ontslagen, eiste de officier van justitie opnieuw deze maatregel. De advocaat vroeg aanvullend onderzoek bij de reclassering en pleitte voor alternatieve maatregelen. De rechter concludeerde echter dat de dader meerdere misdrijven had gepleegd, dat het negeren van gebiedsverboden geen respect voor het openbaar gezag aantoonde, en dat er geen alternatieven waren. Daarom werd de ISD-maatregel toch opgelegd.

De rol van de reclassering

De reclassering speelt een belangrijke rol in de beoordeling van de ISD-maatregel. De reclassering geeft advies over de noodzaak van de maatregel, de risico’s op recidive, en de beschikbaarheid van alternatieve maatregelen.

Als de reclassering concludeert dat er geen alternatieven zijn en dat de dader een hoge kans op herhaling heeft, dan is een ISD-maatregel vaak de enige optie. In het praktijkvoorbeeld werd dit bevestigd, omdat de dader ernstige middelengebruikproblemen had en geen probleeminzicht vertoonde.

De ISD-maatregel en vreemdelingen

Sinds 2009 kan de ISD-maatregel ook worden toegepast op vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben, zolang zij feitelijk niet of moeilijk uitzetbaar zijn. Voor deze groep is de maatregel beperkt tot een gesloten inrichting, omdat zij geen beroep kunnen doen op reguliere voorzieningen in de maatschappij.

Vreemdelingen zijn geen kandidaten voor de extramurale fase, aangezien zij na hun maatregel worden uitgezet. Incidenteel verlof kan alleen worden verleend bij bepaalde omstandigheden.

Conclusie

De ISD-maatregel is een dwingende maatregel in het Nederlandse strafrecht die bedoeld is om stelselmatige daders tijdelijk in een inrichting te plaatsen. De maatregel is gericht op gedragsverandering, de voorkoming van herhaling, en het verminderen van criminaliteit en onveiligheid. De duur van deze maatregel is minimaal één jaar en maximaal twee jaar, waarbij de officier van justitie meestal een duur van twee jaar voorstelt.

De ISD-maatregel bestaat uit drie fasen: de gesloten intramurale fase, een halfopen tussenfase, en een extramurale fase. Deze fasen zijn gericht op therapie, stabilisatie en re-integratie. De maatregel is niet te combineren met een gevangenisstraf, aangezien het om een vrijheidsbenemende maatregel en geen straf gaat.

De ISD-maatregel is meestal toegepast bij lichte maar herhaalde delicten zoals diefstallen, inbraken of geweldsmisdrijven, vooral bij personen met verslavings- of psychische problemen. De officier van justitie en de rechter moeten geloven dat de maatregel nodig is om de criminaliteit en herhaling te stoppen.

Hoewel de maatregel effectief kan zijn, is het niet onbestaanbaar. Een gespecialiseerde strafrechtadvocaat kan een verweer voeren op basis van proportionaliteit, alternatieve maatregelen of het ontbreken van noodzaak. In de praktijk wordt de maatregel echter vaak opgelegd bij personen met een hoge risico op herhaling en weinig alternatieve opties.

Bronnen

  1. Een ISD-maatregel – wat is dat?
  2. Jurisprudentie – ISD-maatregel
  3. ISD-maatregel
  4. ISD-maatregel
  5. Maatregel Inrichting Stelselmatige Daders (ISD)

Gerelateerde berichten