Inleiding
De Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD) is een juridische maatregel in Nederland die gericht is op personen die zich stelselmatig schuldig maken aan het plegen van strafbare feiten. Deze maatregel is ontworpen om individuen die herhaaldelijk kleine tot middelgrote delicten begaan tijdelijk uit de maatschappij te verwijderen en intensieve begeleiding te bieden, met als doel hun criminele gedrag te doorbreken. De ISD-maatregel is sinds 1 oktober 2004 in werking en is beperkt tot een maximum van twee jaar.
Het doel van deze maatregel is om de veiligheid in de samenleving te vergroten door het terugdringen van herhaalde criminaliteit veroorzaakt door stelselmatige daders. De maatregel richt zich op volwassenen die door herhaald crimineel gedrag aanzienlijke overlast en onveiligheid veroorzaken. Aangezien de ISD-maatregel geen traditionele straf is, maar een maatregel, is de toepassing gebaseerd op juridische voorwaarden die van belang zijn voor zowel de maatschappij als de verdachte zelf.
In dit artikel worden de juridische basis, de voorwaarden en de praktijkuitvoering van de ISD-maatregel besproken, met een focus op relevante wettelijke voorstellen, doelen, en de rol van advocaten bij het omgaan met deze maatregel. Daarnaast wordt ingegaan op de kritische evaluatie van de huidige toepassing en de mogelijke verbeteringen die zijn voorgesteld door onderzoekers.
Juridische basis van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel is een maatregel die niet op strafen is gericht, maar op het voorkomen van herhaalde criminaliteit. Het is een strafrechtelijke maatregel die wordt toegepast door een meervoudige kamer van de rechtbank. De maatregel is ontworpen om individuen die zich stelselmatig schuldig maken aan delicten voor een beperkte periode uit de maatschappij te verwijderen. Deze maatregel is niet van toepassing op ernstige delicten waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is.
De juridische basis voor de ISD-maatregel is vastgelegd in de Strafrechtelijke Wet (Sr.), met name in artikel 38m lid 1 en onder 1 Sr.. Deze wetgeving stelt dat de maatregel toepasbaar is op personen die in de vijf jaar voorafgaand aan een nieuw misdrijf minstens drie keer onherroepelijk zijn veroordeeld. Daarnaast moet het nieuwe feit zijn begaan na de tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde straffen.
De maatregel is bedoeld voor personen die zich stelselmatig schuldig maken aan strafbare feiten, maar waarbij elk afzonderlijk delict niet ernstig genoeg is voor een langdurige gevangenisstraf. Deze maatregel is bedoeld om het patroon van criminaliteit te doorbreken en de daders intensieve begeleiding te bieden in een gespecialiseerde inrichting.
Een belangrijk aspect van de ISD-maatregel is dat het geen leedtoevoeging tot doel heeft. Dit betekent dat een beroep op de disproportionaliteit van de maatregel niet snel kan slagen, tenzij er duidelijk is dat de maatregel geen enkel redelijk doel heeft. De maatregel is persoonsgericht en gericht op de voorkoming van herhaalde criminaliteit.
Voorwaarden voor toepassing van de ISD-maatregel
De toepassing van de ISD-maatregel is onderworpen aan een aantal strikte voorwaarden. Deze voorwaarden zijn bedoeld om te garanderen dat de maatregel alleen wordt toegepast op personen die voldoen aan de wettelijke eisen en waarbij de toepassing gerechtvaardigd is uit maatschappelijk en individueel oogpunt.
De volgende voorwaarden moeten aan zijn voldaan om de ISD-maatregel toe te kunnen passen:
- Het moet gaan om een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (art. 38m lid 1 en onder 1 Sr.).
- De verdachte moet in de vijf jaar voorafgaande aan het feit tenminste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een straf zijn veroordeeld of aan hem moet een strafbeschikking zijn opgelegd.
- Het nieuwe feit moet zijn begaan na de tenuitvoerlegging van de bovengenoemde straffen.
- Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan (art. 38m aanhef en onder 2 Sr.).
- Er moet een advies liggen over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel, welk advies niet ouder mag zijn dan een jaar.
- De verdachte is niet ontoerekeningsvatbaar in de zin van art. 39 WvSr.
- Er moet een eis/vordering van het OM liggen strekkende tot ISD, gelet op art.
Deze voorwaarden zijn cruciaal voor de juridische toepassing van de maatregel en zorgen ervoor dat de maatregel niet willekeurig kan worden toegepast. De maatregel is bedoeld voor personen die een patroon van criminaliteit vertonen, maar waarbij elk afzonderlijk delict niet ernstig genoeg is voor een langdurige gevangenisstraf.
Doelstellingen van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel heeft drie hoofddoelstellingen, die zijn gericht op zowel het voorkomen van criminaliteit als de begeleiding van de verdachte:
- Het terugdringen van ernstige criminaliteit en onveiligheid als gevolg van, door stelselmatige daders, gepleegde strafbare feiten.
- Het doorbreken van het patroon van vastzitten, vrijkomen en terugvallen dat deze groep stelselmatige daders kenmerkt.
- Het bieden van intensieve begeleiding aan stelselmatige daders bij duidelijke aanknopingspunten voor gedragsverandering en recidivevermindering.
De maatregel is bedoeld om de veiligheid in de samenleving te vergroten door stelselmatige daders tijdelijk uit de maatschappij te verwijderen en intensieve begeleiding te bieden. Dit is gericht op het voorkomen van herhaalde criminaliteit en het doorbreken van het gedragspatroon van de verdachte.
De ISD-maatregel is ontworpen om te functioneren als een transitie tussen gevangenisstraffen en het reguliere maatschappelijke leven. Het idee is dat de verdachte intensieve begeleiding krijgt in een gespecialiseerde inrichting, wat kan leiden tot een positieve verandering in gedrag en levensstijl.
Uitvoering van de ISD-maatregel in de praktijk
De praktijkuitvoering van de ISD-maatregel vindt plaats in een speciale inrichting die is aangewezen voor stelselmatige daders. Deze inrichting biedt intensieve begeleiding en programma’s die gericht zijn op gedragsverandering en recidivevermindering. De duur van de maatregel is maximaal twee jaar, wat in de praktijk betekent dat de verdachte gedurende die periode onder toezicht blijft.
De inrichting waar de ISD-maatregel wordt uitgevoerd, is een gevangenisachtige setting, aangezien de maatregel wordt uitgevoerd in een premises of detention (PI)-regime. Dit betekent dat er een veiligheidsregime overheerst, wat de uitvoering van de maatregel bemoeilijkt. De lokale context van de PI, zoals de fysieke omgeving en de mogelijkheid om ISD’ers en hun programma’s fysiek te scheiden van reguliere detentie, bepaalt in grote mate onder welke voorwaarden de maatregel kan worden uitgevoerd.
De beleidsvisie op ISD speelt een belangrijke rol in de praktijkuitvoering. Onderzoekers hebben gewezen op de tweeledigheid van de wettelijke doelen van ISD en de onvoldoende uitgewerkte beleidsvisie, wat belemmert in de praktijk. Verbeteringen zijn voorgesteld, zoals betere dossiervorming, eerder betrokkenheid van ketenpartners zoals gemeenten, en het vergroten van de capaciteit en deskundigheid van personeel in de forensische zorg inzake ISD.
Kritische evaluatie van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel is bedoeld als een antwoord op het probleem van herhaalde criminaliteit door stelselmatige daders. Hoewel de maatregel in de theorie een duidelijke juridische basis heeft, zijn er in de praktijk verschillende kritieken geweest op de toepassing en uitvoering van de maatregel.
Een belangrijk probleem is de beperkte middelen en de beperkende setting van de PI waarin de maatregel wordt uitgevoerd. De onderzoekers stellen dat de wettelijke doelen van ISD niet altijd volledig kunnen worden nageleefd vanwege de beperkte middelen en het veiligheidsgeoriënteerde regime van de PI. Dit belemmert de mogelijkheid om intensieve begeleiding en programma’s aan te bieden die gericht zijn op gedragsverandering en recidivevermindering.
Daarnaast is er kritiek op de tweeledigheid van de wettelijke ISD-doelen en de onvoldoende uitgewerkte beleidsvisie. De doelen van ISD zijn zowel wettelijk als secundair geformuleerd, wat leidt tot verwarring en inconsistentie in de praktijkuitvoering. De onderzoekers stellen dat de beleidsvisie op ISD onvoldoende is uitgewerkt en dat dit de praktijkuitvoering bemoeilijkt.
Een mogelijke verbetering is het vergroten van de capaciteit en deskundigheid van personeel in de forensische zorg, zoals voorgesteld door onderzoekers. Ook is er een aanbeveling om ketenpartners zoals gemeenten eerder te betrekken bij de uitvoering van de maatregel. Dit zou kunnen leiden tot betere dossiervorming en een meer geïntegreerde aanpak van stelselmatige daders.
Rol van de advocaat in ISD-zaken
Omdat de ISD-maatregel een juridische maatregel is die strikte voorwaarden kent, speelt de rol van de advocaat een belangrijke rol in het proces. De advocaat kan een essentiële rol spelen bij het aanvechten van de ISD-eis en het stellen van een verdediging die gericht is op het in twijfel trekken van de noodzaak van de maatregel of het aandragen van alternatieve opties.
De advocaat kan bijvoorbeeld aantonen dat de maatregel disproportioneel is of dat er onvoldoende gronden zijn om aan te nemen dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan. Dit is een cruciale strategie in verdedigingszaken, aangezien de maatregel geen leedtoevoeging tot doel heeft en het beroep op disproportionaliteit niet snel kan slagen.
Daarnaast kan de advocaat alternatieve aanpakken aandragen, zoals behandeling of andere vormen van begeleiding buiten detentie. Deze aanpakken zijn gericht op het ondersteunen van de verdachte en het voorkomen van herhaalde criminaliteit, zonder dat de maatregel hoeft te worden toegepast.
Het is verstandig om contact op te nemen met een advocaat als men een dagvaarding ontvangt voor een zitting bij de meervoudige kamer en mogelijk een ISD-maatregel wordt opgelegd. De advocaat kan het dossier opvragen en op basis daarvan een verdediging opstellen. Ook kan de advocaat adviseren of het verstandig is om in hoger beroep te gaan. In dat geval kan de advocaat ondersteuning bieden bij het hoger beroep.
Conclusie
De ISD-maatregel is een juridische maatregel die gericht is op het voorkomen van herhaalde criminaliteit door stelselmatige daders. De maatregel is ontworpen om deze personen tijdelijk uit de maatschappij te verwijderen en intensieve begeleiding te bieden, met als doel het doorbreken van het gedragspatroon en het vergroten van de veiligheid in de samenleving.
De toepassing van de maatregel is onderworpen aan strikte wettelijke voorwaarden, zoals de verplichting dat de verdachte in de vijf jaar voorafgaand aan het nieuwe misdrijf minstens drie keer onherroepelijk is veroordeeld. De maatregel is niet bedoeld voor ernstige delicten waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is, maar voor personen die zich stelselmatig schuldig maken aan kleinere delicten.
De uitvoering van de maatregel vindt plaats in een speciale inrichting, waar intensieve begeleiding wordt aangeboden. De praktijkuitvoering van de maatregel is echter belemmerd door de beperkte middelen en het veiligheidsgeoriënteerde regime van de inrichting. Dit heeft geleid tot kritieken op de toepassing en uitvoering van de maatregel.
De rol van de advocaat is essentieel in ISD-zaken. De advocaat kan een verdediging opstellen die gericht is op het aanvechten van de ISD-eis en het aandragen van alternatieve opties. Het is daarom verstandig om contact op te nemen met een advocaat bij het ontvangen van een dagvaarding voor een zitting bij de meervoudige kamer.
Tot slot zijn verbeteringen voorgesteld om de uitvoering van de ISD-maatregel te optimaliseren. Deze verbeteringen zijn gericht op betere dossiervorming, eerder betrokkenheid van ketenpartners en het vergroten van de capaciteit en deskundigheid van personeel in de forensische zorg.