ISD-maatregel en rol van deskundigen in strafrechtelijke voortzetting

De Maatregel Inrichting Stelselmatige Daders (ISD) is een juridische maatregel die gericht is op individuen die stelselmatig strafbare feiten plegen en daardoor een ernstige drempel vormen voor de openbare orde en veiligheid. Deze maatregel biedt de mogelijkheid om daders in een speciale inrichting te plaatsen, met als doel het terugdringen van ernstige criminaliteit en het aanbieden van intensieve programma’s voor gedragsverandering. In dit artikel wordt ingegaan op de rol van deskundigen bij de oplegging en voortzetting van de ISD-maatregel, met name in het licht van recente rechtspraak van de Hoge Raad. Het accent ligt op hoe deskundig advies wordt gebruikt, wat de eisen zijn en hoe rechterlijke beoordelingen in het kader van de ISD-maatregel worden genomen.

Wat is de ISD-maatregel?

De ISD-maatregel is een dwangmaatregel die voor een periode van maximaal twee jaar kan worden opgelegd aan individuen die zich herhaaldelijk schuldig maken aan ernstige delicten. Deze maatregel is bedoeld om het patroon van “vastzitten, vrijkomen en terugvallen” door te breken. De ISD-maatregel kan worden aangewend in combinatie met een straf, maar ook los daarvan. De inrichting waarin de dader terechtkomt, biedt een specifieke omgeving waarin intensieve hulp en begeleiding plaatsvinden.

De doelstellingen van de ISD-maatregel zijn tweeledig:

  • Het terugdringen van ernstige criminaliteit en onveiligheid.
  • Het aanbieden van intensieve programma’s voor gedragsverandering aan personen met duidelijke aanknopingspunten voor vermindering van herstelbaar gedrag.

De maatregel is alleen toepasbaar op personen die een bepaalde drempel van herhaalde criminaliteit en stabiliteit overschrijden. Dit maakt de ISD-maatregel een uitermate gerichte maatregel, die niet algemeen toepasbaar is op alle daders.

Rol van deskundigen bij ISD-maatregel

Een essentiële rol in het proces van het opstellen en voortzetten van de ISD-maatregel spelen deskundigen, zoals reclasseringswerkers of psychologen. Hun advies is verplicht bij de oplegging van de maatregel en wordt door rechters en hoven zorgvuldig beoordeeld. Deskundigen moeten onder andere beoordelen of de verdachte geschikt is voor de ISD-maatregel en of de maatregel wenselijk is in het kader van het voorkomen van recidive.

In het kader van de voortzetting van de ISD-maatregel, zoals vermeld in bron [1], is het standpunt van de deskundige van essentieel belang. In het voortgangsverslag van de ISD-maatregel wordt een advies gegeven over de voortzetting. De deskundige kan dan bepalen of de verdachte zich voldoende heeft ingezet in het traject en of hij of zij ver genoeg is om de maatregel af te ronden.

In het voorbeeld uit bron [1] is sprake van een verdachte die onttrokken was aan de ISD-maatregel en die, ondanks een traject met trainingen, zich niet voldoende had ingezet. De deskundige adviseerde tot voortzetting van de maatregel, aangezien er geen duidelijke aanknopingspunten voor gedragsverandering waren. Dit is een typisch voorbeeld van hoe deskundig advies wordt gebruikt in rechterlijke beoordelingen.

Rechtspraak van de Hoge Raad en het gebruik van deskundig advies

De rol van deskundig advies is niet alleen essentieel in de praktijk, maar ook in rechtspraak. De Hoge Raad heeft in een recent arrest (bron [3] en [4]) een belangrijk oordeel gegeven over het gebruik van ouder advies in het kader van de ISD-maatregel. In dit arrest wordt beoordeeld of een advies dat meer dan een jaar oud is, nog steeds mag worden gebruikt voor het opleggen of voortzetten van de ISD-maatregel, zolang het niet is aangevuld door recent onderzoek.

Het arrest betreft een verdachte die een ISD-maatregel had ondergaan, waarbij het advies van de deskundige uit de terechtzitting in eerste aanleg als “nader advies” is aangemerkt. Dit advies dateerde van 15 maart 2023, terwijl het onderzoek in hoger beroep opnieuw werd aangevangen in december 2022. De Hoge Raad concludeerde dat het advies, zonder aanvullend onderzoek, niet voldoet aan de vereisten van artikel 38m lid 4 Sr (Strafwet). Dit artikel vereist dat het advies op recent onderzoek is gebaseerd.

De Hoge Raad concludeerde dat het hof terecht had aangenomen dat de verklaring van de deskundige, die stelde dat zij “niet zoveel aan haar advies had toe te voegen”, niet voldoende was om het advies als nieuw advies te beschouwen. Uit die verklaring kon niet worden afgeleid dat de deskundige zich had gebaseerd op recent onderzoek of had beoordeeld of de ISD-maatregel nog steeds wenselijk of noodzakelijk was. Hierdoor is het advies niet geschikt om als grondslag te dienen voor de oplegging of voortzetting van de maatregel.

Juridische eisen aan deskundig advies bij ISD-maatregel

Op basis van de rechtspraak en jurisprudentie, zijn er duidelijke eisen aan deskundig advies bij het opstellen en voortzetten van de ISD-maatregel:

  1. Advies moet op recent onderzoek zijn gebaseerd. Dit betekent dat de deskundige moet werken met recente data, observaties en analyses van het gedrag van de verdachte. Het is niet voldoende om oude gegevens te gebruiken zonder aanvullende analyse.

  2. Advies moet expliciet aangeven of de ISD-maatregel wenselijk of noodzakelijk is. Deskundigen moeten niet alleen stellen dat er sprake is van een verstandelijke beperking of een patroon van criminaliteit, maar ook beoordelen of de verdachte zich daadwerkelijk leent voor intensieve begeleiding in de ISD-inrichting.

  3. Advies kan niet als nieuw advies worden aangemerkt zonder aanvullend onderzoek. De rechtspraak laat zien dat het aanvullen van een oude verklaring met “niet zoveel aan advies toe te voegen” niet voldoet aan de vereisten. Het advies moet duidelijk zijn en recente bevindingen bevatten.

  4. Instemming van verdachte en officier van justitie is vereist bij gebruik van ouder advies. Als een advies ouder is dan een jaar ten opzichte van de start van het onderzoek, is het verplicht dat zowel de verdachte als de officier van justitie instemmen met het gebruik van dat advies. Als er geen instemming is, moet er een nader advies worden ingewonnen.

Deze eisen zijn niet alleen formele juridische vereisten, maar ook een garantie voor de rechtszekerheid van de verdachte en de effectiviteit van de maatregel. Het gebruik van oude of onvolledige adviezen kan namelijk leiden tot rechtsvorderingen of cassatiemiddelen, zoals in het arrest van de Hoge Raad uit januari 2025 is gebeurd.

Praktijkgevolgen voor rechters en deskundigen

De rechtspraak van de Hoge Raad heeft duidelijke praktijkgevolgen voor zowel rechters als deskundigen. Voor rechters is het belangrijk om bij het opleggen of voortzetten van de ISD-maatregel te controleren of het gebruik van advies voldoet aan de eisen van artikel 38m lid 4 Sr. Dit betekent dat rechters niet automatisch mogen aannemen dat een verklaring van een deskundige, ook al is het in een terechtzitting afgelegd, als nieuw advies kan worden gebruikt.

Voor deskundigen is het een duidelijke boodschap dat het niet voldoet om oude adviezen te herformuleren of aan te vullen zonder aanvullend onderzoek. Het is essentieel dat deskundigen bij elk advies opnieuw beoordelen of de verdachte nog steeds geschikt is voor de ISD-maatregel, rekening houdend met eventuele veranderingen in gedrag of omstandigheden.

Daarnaast is het belangrijk dat deskundigen in hun rapporten en verklaringen expliciet aangeven of het advies op recent onderzoek is gebaseerd en of er nieuwe bevindingen zijn die relevant zijn voor de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel.

De rol van de officier van justitie en verdachte

De officier van justitie en de verdachte spelen ook een belangrijke rol in het proces van het opstellen en voortzetten van de ISD-maatregel. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het indienen van het voorstel voor de maatregel en moet dit steunen met deskundig advies. De officier moet ook controleren of het advies voldoet aan de eisen van de strafwet en of er instemming van de verdachte is bij het gebruik van oude adviezen.

De verdachte heeft het recht om in te stemmen of niet in te stemmen met het gebruik van een advies. Als de verdachte geen instemming geeft, moet er een nieuw advies worden ingewonnen. Dit is een belangrijk aspect van de rechtszekerheid en het rechtsverzekerdensysteem, dat ook van toepassing is in strafrechtelijke procedures.

Conclusie

De ISD-maatregel is een gerichte juridische maatregel die gericht is op stelselmatige daders met een ernstig patroon van criminaliteit. De rol van deskundigen is van essentieel belang in het proces van het opstellen en voortzetten van deze maatregel. Deskundig advies is verplicht en moet voldoen aan strikte eisen, zoals het gebruik van recent onderzoek en de expliciete beoordeling van de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel.

De rechtspraak van de Hoge Raad laat duidelijk zien dat oude adviezen zonder aanvullend onderzoek niet als nieuw advies kunnen worden aangemerkt. Dit betekent dat zowel rechters als deskundigen extra zorgvuldig moeten zijn bij het gebruik van deskundig advies in het kader van de ISD-maatregel. De eisen zijn niet alleen juridisch verankerd, maar ook van belang voor de rechtszekerheid van de verdachte.

Voor verdachten is het belangrijk om hun rechten goed te kennen, inclusief het recht op instemming met het gebruik van advies. Voor rechters en deskundigen betekent de rechtspraak dat er een hogere drempel is voor het opleggen of voortzetten van de ISD-maatregel, wat het proces robuuster maakt en minder gevoelig voor rechtsvorderingen maakt.

Tegen de achtergrond van deze rechtspraak en de eisen aan deskundig advies, is het duidelijk dat de ISD-maatregel een complexe en gevoelige maatregel is die niet lichtvaardig wordt toegepast, maar die wel een belangrijke rol kan spelen in de beveiliging van de maatschappij en de herstelbaarheid van individuen.

Bronnen

  1. Inzicht SDU
  2. Om.nl – ISD-maatregel
  3. AVDR – Hoge Raad 21 januari 2025
  4. Jure.nl – ECLI:NL:HR:2025:83

Gerelateerde berichten