In het Nederlandse strafrecht bestaat een specifieke maatregel gericht op stelselmatige daders die herhaaldelijk delicten plegen en daarmee aanzienlijke onveiligheid veroorzaken. Deze maatregel, bekend als de ISD-maatregel (Maatregel Inrichting Stelselmatige Daders), is ontworpen om de maatschappelijke veiligheid te versterken en de kans op herhaling van criminaliteit (recidive) te verminderen. De maatregel is bedoeld voor personen met een ernstige, herhaalde gedragingenproblematiek, waaronder verslavings- of psychische problemen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de ISD-maatregel, haar doelstellingen, voorwaarden, toepassing en juridische context, exclusief betrokkenheid bij uitkeringen of sociale toekenningen.
Wat is de ISD-maatregel?
De ISD-maatregel is een strafrechtelijke maatregel die is opgenomen in het Wetboek van Strafrecht (Sr) en het Wetboek van Strafvordering (Sv). Het doel van deze maatregel is tweeledig: enerzijds het terugdringen van ernstige criminaliteit door stelselmatige daders, en anderzijds het verminderen van de kans op recidive door intensieve begeleiding en behandeling. Deze maatregel is specifiek bedoeld voor personen die zich binnen een vijfjarige periode meerdere keren schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten. De ISD-maatregel kan opgelegd worden aan zowel mannelijke als vrouwelijke daders, verslaafden en personen met psychische problemen.
Hoewel de ISD-maatregel is bedoeld als een alternatief voor de gevangenisstraf, is het een dwangmaatregel die op basis van een verzoek van de officier van justitie door de rechter kan worden ingevoerd. Deze maatregel is beperkt tot een maximum van twee jaar en is gevestigd op intensieve begeleiding in een speciale inrichting, waar de dader wordt behandeld met het oog op gedragsverandering.
Doelstellingen van de ISD-maatregel
De doelstellingen van de ISD-maatregel zijn duidelijk vastgelegd in de strafrechtelijke wetgeving. Ten eerste is het doel om ernstige criminaliteit en onveiligheid te verminderen. Dit doel is van groot belang in samenlevingen waar stelselmatige daders herhaaldelijk delicten plegen, zoals inbraken, diefstallen en geweldsmisdrijven. Deze daders vormen een risico op maatschappelijke onrust en veiligheid, wat de noodzaak van een dwangmaatregel onderstreept.
Ten tweede is het doel om recidive te verminderen. Dit gebeurt via intensieve programma’s die gericht zijn op gedragsverandering. Deze programma’s zijn slechts aangeboden wanneer er aanknopingspunten zijn voor positieve gedragsverandering. De maatregel is ontworpen om het patroon van vastzitten, vrijkomen en terugvallen te doorbreken dat vaak voorkomt bij stelselmatige daders. Daarom is er een sterk focus op persoonsgerichte aanpak, waarbij de dader wordt gebeleid op basis van zijn individuele omstandigheden en problematiek.
Toepassing en voorwaarden voor de ISD-maatregel
De ISD-maatregel is alleen toepasbaar op zware veelplegers die zich binnen een vijfjarige periode minstens drie keer schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten. De maatregel kan worden opgelegd aan personen die zijn veroordeeld wegens ernstige delicten en waarvan er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat zij wederom een misdrijf zullen plegen. De maatregel is bedoeld voor daders die herhaaldelijk aanwezig zijn in de strafprocesbehandeling, zoals veroordeelde personen met een geschiedenis van verslavingsproblemen of psychische stoornissen.
Daarnaast is de ISD-maatregel sinds 1 juli 2009 ook toepasbaar op vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben en die feitelijk niet of moeilijk uitzetbaar zijn. Bij deze groep is de maatregel uitsluitend van toepassing in een gesloten fase, aangezien zij geen beroep kunnen doen op reguliere voorzieningen in de Nederlandse samenleving.
Juridische voorwaarden
Voor de toepassing van de ISD-maatregel moet er aan een aantal juridische voorwaarden worden voldaan:
- Het moet gaan om een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.
- De verdachte moet in de vijf jaar voorafgaande aan het feit minstens driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk zijn veroordeeld.
- Het nieuwe feit moet zijn begaan na de tenuitvoerlegging van de bovengenoemde straffen.
- Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal plegen.
- Er moet een advies liggen over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel, welk advies niet ouder mag zijn dan een jaar.
- De verdachte is niet ontoerekeningsvatbaar in de zin van artikel 39 WvSr.
- Er moet een eis of vordering van het Openbaar Ministerie liggen, zoals bepaald in artikel 38m Sr.
Bij de beoordeling van de geschiktheid van de ISD-maatregel wordt ook rekening gehouden met de ernst van de criminaliteit, zoals de frequentie, hardnekkigheid en intensiteit van het criminele gedrag. De officier van justitie speelt een centrale rol in de besluitvorming over het invoeren van de maatregel. De rechter (meervoudige kamer) legt de maatregel uitsluitend op op vordering van de officier van justitie.
Proces en werkwijze van de ISD-maatregel
Het proces dat leidt tot de toepassing van de ISD-maatregel is duidelijk en gestructureerd. Het begint met een proces-verbaal die wordt opgesteld door de politie, waarin het gedrag van de verdachte wordt beschreven en waarin er aandacht wordt besteed aan de geschiedenis van de verdachte als stelselmatige dader. Deze proces-verbaal wordt doorgegeven aan de reclassering, die een Risc-rapportage opstelt. Deze rapportage bevat een beoordeling van de criminogene factoren, de mate van beïnvloedbaarheid en een risicotaxatie met betrekking tot recidive.
Bij het voorgerechtelijke proces wordt geoordeeld of de verdachte in aanmerking komt voor de ISD-maatregel. Een belangrijk aspect van deze beoordeling is of er ISD-plaatsen beschikbaar zijn. Als besloten wordt dat de ISD-maatregel geschikt is, wordt direct een dagvaarding uitgereikt en wordt de verdachte opgenomen in een penitentiaire inrichting die is aangepast voor deze maatregel.
Zodra de maatregel is ingevoerd, wordt een verblijfsplan en D&R-plan (Dag- en Regeringsplan) opgesteld. Het verblijfsplan bevat een overzicht van de wijze van tenuitvoerlegging van de maatregel, inclusief een diagnose van de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de dader en een individueel begeleidingsplan. Het D&R-plan bevat een duidelijke planning van de dagelijkse activiteiten en begeleiding die de dader ontvangt tijdens de maatregel.
Inrichting en begeleiding tijdens de ISD-maatregel
De ISD-maatregel vindt plaats in een speciale inrichting binnen een penitentiaire instelling. Deze inrichting is ontworpen om de dader intensief te begeleiden en te behandelen. Tijdens de maatregel is er sprake van een intramurale fase, waarin de dader in een gesloten omgeving verblijft en dagelijks gebeleid wordt door trajectbegeleiders en andere professionals.
De inrichting is bedoeld om een beveiligde en gestructureerde omgeving te bieden, waarin de dader kan werken aan gedragsverandering. Het traject omvat behandeling, begeleiding, en activiteiten gericht op herintegraatie. De intensieve begeleiding is gericht op het verminderen van herhaling van criminaliteit en het herstellen van de dader in de samenleving.
Tussentijdse beëindiging van de ISD-maatregel
Hoewel de maatregel een maximumduur heeft van twee jaar, is het mogelijk dat de maatregel tussentijdse beëindiging ondergaat. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als de dader zich positief gedraagt, als er aantoonbaar sprake is van gedragsverandering, of als het niet langer nodig of wenselijk is om de maatregel voort te zetten.
Een raadsman of strafrechtadvocaat kan adviseren en procederen rond een verzoek tot tussentijdse beëindiging. In dat geval wordt een juridisch proces ingezet om te beoordelen of de maatregel verder moet duren of niet.
ISD-maatregel en de rol van advocaten
Hoewal de ISD-maatregel een dwangmaatregel is, is het mogelijk om tegen de maatregel te verdedigen. Een advocaat speelt een belangrijke rol in het proces. Het kan bijvoorbeeld betreffen het indienen van een klacht, het adviseren van de verdachte, of het begeleiden van de verdachte tijdens de maatregel en daarna.
De advocaat kan ook een rol spelen bij het opstellen van een verweer tegen de maatregel. In dat geval kan worden aangevoerd dat de maatregel onwenselijk of onnodig is, of dat de verdachte niet voldoet aan de juridische voorwaarden voor de maatregel. Een advocaat kan ook helpen bij het toezicht op de tenuitvoerlegging van de maatregel en het controleren of de maatregel in lijn is met de wettelijke bepalingen.
ISD-maatregel in vergelijking met andere maatregelen
De ISD-maatregel is een specifieke vorm van dwangmaatregel die zich richt op stelselmatige daders. In dit opzicht verschilt de maatregel van meer algemene vormen van straffen of strafrechtelijke maatregelen. Tot voor de invoering van de ISD-maatregel was er een vergelijkbare maatregel, de SOV-maatregel (Strafrechtelijke Opvang Verslaafden), die specifiek gericht was op verslaafden. De SOV-maatregel is in de loop van de tijd opgenomen in de ISD-maatregel, zodat deze nu ook toepasbaar is op niet-verslaafde personen.
In vergelijking met een gevangenisstraf is de ISD-maatregel gericht op gedragsverandering en herintegraatie. De maatregel is niet bedoeld als een strafmaatregel, maar als een preventieve maatregel om herhaling van criminaliteit te voorkomen. In dat opzicht is de ISD-maatregel een voorbeeld van een persoonsgerichte aanpak, waarbij de individuele omstandigheden van de dader centraal staan.
ISD-maatregel en de rechtspraak
De ISD-maatregel is een dwangmaatregel die slechts door een rechter in meervoudige kamer kan worden ingevoerd. Deze kamer bestaat uit meerdere rechters en is verantwoordelijk voor de beoordeling van de geschiktheid van de maatregel. De rechter beoordeelt of de maatregel wenselijk of noodzakelijk is, rekening houdend met de individuele omstandigheden van de verdachte en de algemene doelstellingen van de maatregel.
Hoewel de ISD-maatregel een dwangmaatregel is, is het geen doel van de maatregel om de verdachte straf te geven of leedzaamheid te toezetten. In juridische context is er dus geen sprake van disproportionaliteit, tenzij er duidelijk is dat de maatregel geen enkel redelijk doel heeft. Dit betekent dat een beroep op disproportionaliteit geen snelle succeskans heeft, tenzij er aantoonbaar geen positief effect kan worden verwacht van de maatregel.
Conclusie
De ISD-maatregel is een krachtig strafrechtelijk instrument dat gericht is op stelselmatige daders die herhaaldelijk delicten plegen en daarmee maatschappelijke onveiligheid veroorzaken. Deze maatregel is bedoeld om de kans op herhaling van criminaliteit te verminderen en de dader intensief te begeleiden in een gesloten inrichting. De maatregel is beperkt tot een maximum van twee jaar en is gericht op gedragsverandering en herintegraatie.
De ISD-maatregel is een persoonsgerichte aanpak, die op basis van individuele omstandigheden wordt ingezet. De maatregel is toepasbaar op zowel verslaafde als niet-verslaafde personen, en ook op vreemdelingen die feitelijk niet uitzetbaar zijn. De maatregel is een alternatief voor gevangenisstraffen en richt zich op preventie van herhaling van criminaliteit.
De juridische procedures die leiden tot de toepassing van de ISD-maatregel zijn duidelijk en gestructureerd. De officier van justitie speelt een centrale rol in de besluitvorming, en de rechter beoordeelt of de maatregel wenselijk of noodzakelijk is. Een advocaat kan een rol spelen bij de verdediging tegen de maatregel, bij het indienen van klachten of bij het begeleiden van de verdachte tijdens en na de maatregel.
De ISD-maatregel is een belangrijke maatregel in het strafrecht die gericht is op het verminderen van recidive en het vergroten van maatschappelijke veiligheid. Het is een voorbeeld van een intensieve, persoonsgerichte aanpak die zich richt op herintegraatie en gedragsverandering.