De maatregel Inrichting Stelselmatige Daders (ISD) is ontworpen om herhaaldelijke en ernstige criminaliteit te bestrijden door middel van een persoonlijke aanpak in combinatie met langere detentie. Het doel is om het patroon van “draaideurcrimineel” te doorbreken en de kans op recidive te verminderen. In dit artikel wordt een kritische beoordeling gemaakt van de ISD-maatregel, met aandacht voor de doelstellingen, de voorwaarden voor toepassing, de praktijkuitvoering en de kritiek die op deze maatregel is gericht. Op basis van de beschikbare informatie uit diverse bronnen, wordt een duidelijk beeld getekend van de effectiviteit, de uitdagingen en de mogelijke verbeteringen van de ISD-maatregel.
Inleiding: Doel en Context van de ISD-Maatregel
De ISD-maatregel is ingevoerd in 2004 met het doel om stelselmatige daders in een aangewezen inrichting te plaatsen voor een periode van maximaal twee jaar. Deze daders worden gedefinieerd als personen die zich herhaaldelijk schuldig maken aan strafbare feiten, meestal van een minder ernstige aard, maar die samen een aanzienlijke hoeveelheid criminaliteit en onveiligheid veroorzaken. Het gaat dus niet om personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige en gevaarlijke misdrijven, maar eerder om individuen die in een patroon vallen van herhaalde delicten, vaak gerelateerd aan verslaving of psychische problemen.
De maatregel is bedoeld als een persoonsgerichte aanpak, waarbij de focus ligt op gedragsverandering en het verminderen van recidive. De ISD-maatregel is niet een straf in de klassieke zin, maar een maatregel met therapeutisch en preventief karakter. De maatregel is daardoor ook niet afhankelijk van de ernst van het individuele delict, maar vooral gericht op het patroon van gedrag van de verdachte.
Aanvullende Doelstellingen van de ISD-Maatregel
De ISD-maatregel heeft een aantal specifieke doelstellingen, zoals beschreven in de beschikbare bronnen:
- Verminderen van criminaliteit en onveiligheid door het afremmen van herhaalde strafbare feiten.
- Aanbieden van intensieve programma's gericht op gedragsverandering en recidivevermindering, vooral wanneer er duidelijke aanknopingspunten zijn.
- Doorbreken van het patroon van draaideurcrimineel waarin de dader vastzit in een cyclus van delict, veroordeling, vrijlating en herhaling.
De maatregel is dus niet bedoeld om de dader te straffen, maar om de kans op herhaling van criminaliteit te verminderen. Het accent ligt hierbij op behandeling en begeleiding in een beperkte omgeving, waarin de dader kan worden ondersteund in het doorbreken van het criminale gedrag.
Voorwaarden voor Toepassing van de ISD-Maatregel
Voor de ISD-maatregel kan worden opgelegd, moeten een aantal juridische en feitelijke voorwaarden zijn vervuld. Deze zijn onder andere beschreven in bron [2]:
- Misdrijf met toegestane voorlopige hechtenis: De feiten waarop de ISD-maatregel is gebaseerd, moeten dergelijke zijn dat voorlopige hechtenis is toegestaan.
- Voorafgaande veroordelingen: De verdachte moet binnen de afgelopen vijf jaar minstens drie keer onherroepelijk veroordeeld zijn of een strafbeschikking hebben ontvangen.
- Nieuwe feiten na tenuitvoerlegging: Het nieuwe feit moet zijn begaan na de tenuitvoerlegging van de vorige straffen.
- Risico op herhaling: Er moet een serieus risico zijn dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen.
- Advies van de reclassering: Voorafgaand aan de uitspraak moet er een advies zijn gegeven over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel, dat maximaal één jaar mag dateren.
- Niet-ontoerekeningsvatbaarheid: De verdachte moet toerekeningsvatbaar zijn in de zin van artikel 39 WvSr.
- Vraag van het Openbaar Ministerie: De maatregel kan alleen worden opgelegd op vordering van het OM.
Hoewel deze voorwaarden formeel zijn vastgelegd, is het in de praktijk vaak de regel dat de ISD-maatregel wordt gebruikt voor individuen die zich stelselmatig schuldig maken aan minder ernstige feiten, zoals diefstal of petit criminaliteit. Dit heeft geleid tot kritiek over het feit dat de maatregel niet effectief is voor het doorbreken van ernstige criminaliteit, maar eerder gericht is op het bestrijden van overlast en het beheersen van draaideurcrimineel.
Toepassing en Uitvoering in de Praktijk
De toepassing van de ISD-maatregel begint met een proces-verbaal opgesteld door de politie. Het Openbaar Ministerie bepaalt vervolgens of een ISD-traject kan worden ingezet. Bij positieve beoordeling wordt een dagvaarding uitgereikt en wordt een Risc-rapportage opgesteld door de reclassering, om een beeld te krijgen van de criminogene factoren en het risico op recidive.
De Risc-rapportage is van essentieel belang, omdat deze het advies vormt op basis waarvan de rechter de ISD-maatregel kan opleggen. Het advies moet duidelijk zijn en binnen een jaar zijn opgesteld. Dit betekent dat de rechter op basis van actuele en betrouwbare informatie kan beslissen, wat essentieel is voor de kwaliteit van de maatregel.
Een van de kritische kwesties die in de praktijk zijn geopperd, is de mate waarin het advies van de reclassering daadwerkelijk leidt tot een intensieve behandeling van de dader. Onderzoek heeft aangetoond dat de behandeling vaak onvoldoende uit de verf komt, wat betekent dat het therapeutisch deel van de ISD-maatregel niet altijd werkt zoals bedoeld. Rechters en de rechtspraak zelf hebben hierover ook bedenkingen geuit, zoals beschreven in bron [3].
Rechters vertrouwen op de uitvoering van de maatregel als een combinatie van detentie en behandeling. Als die combinatie in de praktijk niet werkt, dan is de maatregel minder effectief. Uit onderzoek is gebleken dat de ISD-maatregel tot 10 procent minder recidive leidt dan wanneer de dader niet in een ISD-inrichting wordt geplaatst. Hoewel dit een positief cijfer is, vraagt het zich af of deze vermindering voldoende is om de maatregel als een succes te zien.
Kritiek op de ISD-Maatregel
De kritiek op de ISD-maatregel is vooral gericht op drie aspecten: de effectiviteit, de uitvoering en de beperkte toepassing.
1. Effectiviteit
De centrale vraag bij de ISD-maatregel is of deze effectief is in het doorbreken van het gedragspatroon van stelselmatige daders. Uit het onderzoek van het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) is gebleken dat er inderdaad een vermindering is van recidive na toepassing van de ISD-maatregel. Echter, deze vermindering is relatief klein en de vraag blijft of dit een voldoende effect is om de maatregel als een succes te beschouwen.
Een van de beperkingen is dat de ISD-maatregel niet effectief is voor alle soorten daders. Bijvoorbeeld, individuen met ernstige psychische stoornissen of verslavingsproblemen kunnen niet altijd worden geholpen met de huidige programma’s. Daarnaast is het niet duidelijk of de maatregel effectiever is dan andere vormen van begeleiding of behandeling in een open milieu.
2. Uitvoering
Een ander punt van kritiek is de uitvoering van de maatregel. In de praktijk blijkt dat de combinatie van detentie en behandeling niet altijd optimaal wordt uitgevoerd. De behandeling kan onvoldoende zijn, wat betekent dat de dader niet daadwerkelijk ondersteund wordt in het doorbreken van het criminale gedrag. Dit kan leiden tot de indruk dat de ISD-maatregel vooral bedoeld is om de dader tijdelijk uit het openbare leven te verwijderen, zonder dat er een serieuze poging wordt gedaan tot herstel of gedragsverandering.
Onderzoek heeft aangetoond dat de kwaliteit van de behandeling sterk varieert tussen verschillende inrichtingen. In sommige gevallen is er sprake van een intensief programma met behandelingsdoelen, terwijl in andere gevallen de focus ligt op het handhaven van orde en veiligheid. Dit kan leiden tot verschillende uitkomsten voor personen die dezelfde maatregel ondergaan, afhankelijk van waar ze terechtkomen.
3. Beperkte toepassing
Een derde kritiek betreft de beperkte toepassing van de ISD-maatregel. De maatregel is alleen van toepassing op personen die zich stelselmatig schuldig maken aan strafbare feiten, maar geen ernstige of gevaarlijke misdrijven. Dit betekent dat de ISD-maatregel niet van toepassing is op individuen die bijvoorbeeld verantwoordelijk zijn voor ernstige geweldsdelicten of ernstige economische fraude.
Daarnaast is de maatregel enkel toepasbaar op personen die niet ontoerekeningsvatbaar zijn. Dit betekent dat mensen met ernstige psychische problemen die niet in staat zijn om te begrijpen of te beheersen wat ze doen, niet in aanmerking komen voor de ISD-maatregel. In dat geval is een andere vorm van behandeling of bewaking nodig, zoals een TBS (tbs-maatregel).
Aanbevelingen en Mogelijke Verbeteringen
In de loop van de jaren zijn er diverse aanbevelingen gedaan om de ISD-maatregel effectiever te maken. Een van de belangrijkste aanbevelingen is de landelijke uniformering van het beleid rondom de ISD, zoals beschreven in het WODC-rapport ‘Onbenut potentieel’ uit 2022. Deze aanbeveling is overgenomen door de minister en is in 2023 gestart met een traject om tot een uniform beleid te komen.
De aanbeveling is gebaseerd op het feit dat de uitvoering van de maatregel sterk varieert tussen verschillende inrichtingen en regio’s. Door een uniform beleid te hanteren, kan worden gegarandeerd dat de ISD-maatregel op dezelfde manier wordt toegepast en uitgevoerd, ongeacht waar in het land de dader terechtkomt.
Een andere aanbeveling is het verbeteren van de behandeling van de dader in de ISD-inrichting. Dit betekent dat de programma’s gericht op gedragsverandering, verslavingsbehandeling en psychische hulp moeten worden afgestemd op de behoeften van de individuele dader. Het is van belang dat deze programma’s niet alleen aanwezig zijn, maar ook daadwerkelijk worden uitgevoerd en gevolgd.
Bovendien is er behoefte aan meer onderzoek en evaluatie van de effectiviteit van de ISD-maatregel. Hoewel er al enkele onderzoeken zijn uitgevoerd, zijn er nog steeds onzekerheden over de werking van de maatregel in de praktijk. Meer onderzoek kan leiden tot verbeteringen in de aanpak en uitvoering van de maatregel.
Conclusie
De ISD-maatregel is ontworpen als een persoonlijke aanpak om stelselmatige daders te helpen doorbreken van hun criminale gedragspatronen. De maatregel combineert detentie met behandeling en begeleiding, en is bedoeld om recidive te verminderen en onveiligheid te bestrijden. In de praktijk blijkt echter dat de effectiviteit van de maatregel varieert, afhankelijk van de uitvoering in de verschillende inrichtingen.
De kritiek op de ISD-maatregel is gericht op drie hoofdpunten: de beperkte effectiviteit, de onvoldoende uitvoering van de behandeling en de beperkte toepassing op ernstige delicten. Ondanks de kritiek is er wel een positief effect geconstateerd, namelijk een vermindering van recidive van circa 10 procent.
Om de ISD-maatregel verder te verbeteren, zijn diverse aanbevelingen gedaan, zoals de uniformering van het beleid, verbetering van de behandeling en uitvoering en verdere onderzoek en evaluatie. Deze maatregelen kunnen leiden tot een effectievere en betere doorvoering van de ISD-maatregel, waardoor de doelstellingen van de maatregel beter worden bereikt.
De toekomst van de ISD-maatregel hangt af van de bereidheid van de betrokken instanties om de aanbevelingen op te volgen en de maatregel verder te optimaliseren. Zolang de combinatie van detentie en behandeling daadwerkelijk werkt, kan de ISD-maatregel een waardevolle bijdrage leveren aan het verminderen van criminaliteit en het doorbreken van criminale gedragspatronen.