De ISD-maatregel (Inrichting voor Stelselmatige Daders) is een maatregel binnen het strafrecht die gericht is op het aanpakken van individuen die zich stelselmatig schuldig maken aan strafbare feiten. Deze maatregel is ontworpen om de samenleving te beschermen tegen het herhaalde delinquent gedrag van zogenaamde veelplegers, en tegelijkertijd de kans op gedragsverandering te vergroten. In dit artikel worden de juridische basis, doelstellingen, toepassing en processen rond de ISD-maatregel besproken, met aandacht voor de rol van de politierechter, de officier van justitie en andere betrokken instanties. Aan de hand van de voorwaarden en criteria wordt ingegaan op wie er zich voor de ISD-maatregel in aanmerking komen, en hoe het traject verloopt van de indiening van een eis tot de uiteindelijke uitspraak.
Wat is de ISD-maatregel?
De ISD-maatregel is een strafrechtelijke maatregel die is bedoeld voor meerderjarige stelselmatige daders. Deze maatregel is niet bedoeld als straf, maar als een vorm van bevoegde interventie om de maatschappelijke veiligheid te vergroten en het recidivepercentage te verlagen. De maatregel is vastgelegd in de artikelen 38m tot en met 38p van de Wetboek van Strafrecht (WvSr) en in artikel 6:2:19 tot en met 6:2:21 en artikel 6:6:14 tot en met 6:6:18 van de Wetboek van Strafvordering (WvSt).
De kern van de ISD-maatregel ligt in de tijdelijke opsluiting van een persoon in een inrichting die specifiek is ingericht voor stelselmatige daders. De maximumduur van deze maatregel is twee jaar. Gedurende deze periode kan er aandacht worden besteed aan de onderliggende problematiek van de dader, zoals criminogene factoren, en kan er gewerkt worden aan gedragsverandering. De maatregel is bedoeld als alternatief voor een gevangenisstraf in gevallen waarin het plegen van herhaalde kleinere delicten een ernstige vorm van overlast vormt voor de maatschappij, zonder dat dit gevaarlijk of gewelddadig is.
Doel van de ISD-maatregel
Het doel van de ISD-maatregel is tweeledig. Ten eerste dient de maatregel om de samenleving te beschermen tegen herhaald delinquent gedrag door de dader gedurende een bepaalde periode van de openbare ruimte te isoleren. Ten tweede biedt de maatregel de mogelijkheid tot behandeling en gedragsverandering, zodat de kans op recidive wordt verlaagd. Volgens de wetsgeschiedenis is de ISD-maatregel bedoeld voor personen die zich stelselmatig schuldig maken aan strafbare feiten, maar waarbij de losstaande delicten niet van een aard zijn dat een langdurige gevangenisstraf op hen kan worden opgelegd. Dit betekent dat de maatregel vooral gericht is op het aanpakken van kleinere, maar herhaalde vormen van criminaliteit.
De maatregel is een zogenaamde ultimum remedium, oftewel een laatste middel. Het wordt alleen aangewend als eerdere straffen of maatregelen, zoals vrijheidsbenemende of vrijheidsbeperkende straffen, niet hebben geleid tot gedragsverandering. Dit benadrukt de ernst van het stelselmatig daderschap en de noodzaak om het probleem aan te pakken op een andere manier dan via een gewone straf.
Toepassing van de ISD-maatregel
Om de ISD-maatregel te kunnen toepassen, moet voldaan worden aan een aantal juridische voorwaarden. Eerst en vooral dient het feit dat door de verdachte is begaan een misdrijf te zijn waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. Daarnaast moet de verdachte in de vijf jaar voorafgaand aan het feit ten minste driemaal onherroepelijk veroordeeld zijn geweest tot een vrijheidsbenemende straf, maatregel of taakstraf. Deze veroordelingen moeten gebeurd zijn voor de tenuitvoerlegging van de straffen of maatregelen, en het feit moet na afloop van deze straffen zijn begaan. Bovendien dient er een ernstig gevaar te zijn dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen, en moet de veiligheid van personen of goederen dit aantonen.
De ISD-maatregel wordt uitsluitend opgelegd op vordering van de officier van justitie, en alleen door een rechter, meestal een politierechter. De officier van justitie speelt hierbij een centrale rol. Zij besluiten of het ISD-traject zal worden ingezet, op basis van rapportages van de politie en de reclassering. Indien gekozen wordt voor het ISD-traject, wordt direct een dagvaarding uitgereikt, en wordt de reclassering gevraagd een RISC-rapportage op te stellen. Deze rapportage geeft inzicht in de criminogene factoren van de verdachte, de mate van beïnvloedbaarheid, en de risico’s op recidive.
Een belangrijk element van het proces is het advies dat aan de rechter moet worden gegeven. Dit advies dient te zijn met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend. Het advies moet binnen een jaar zijn opgesteld en dient de rechter te ondersteunen bij het bepalen of het opleggen van de maatregel wenselijk of noodzakelijk is. Dit advies kan in principe door een reclasseringsdeskundige worden opgesteld, maar volgens de wetgeving is dit niet verplicht. Het advies moet minimaal ingaan op de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel.
De rol van de politierechter
De politierechter speelt een centrale rol in het proces rond de ISD-maatregel. Zij is verantwoordelijk voor het bepalen of de maatregel inderdaad moet worden opgelegd. De rechter bekijkt eerst welke eerdere straffen of maatregelen zijn opgelegd en of het gewenste resultaat daarmee is bereikt. Daarnaast betrekt de rechter in haar oordeel het oorzakelijk verband tussen de onderliggende problematiek van de verdachte en de kans op recidive. Deze evaluatie is van belang om te bepalen of de maatregel zinvol is en of ze werkelijk bijdraagt aan het verminderen van recidive.
De rechter is overigens niet verplicht om de ISD-maatregel op te leggen. Als zij van oordeel is dat het traject niet zinvol is, kan de maatregel worden afgekeurd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de verdachte niet voldoet aan de voorwaarden, of als het risico op recidive als te gering wordt ingeschat.
Verloop van het ISD-traject
Het ISD-traject begint bij de voorgeleiding. Tijdens deze voorgeleiding besluit het Openbaar Ministerie of de ISD-maatregel zal worden aangewend. De besluitvorming is gebaseerd op een aantal criteria, waaronder de beschikbaarheid van ISD-plaatsen. Indien gekozen wordt voor het traject, wordt direct een dagvaarding uitgereikt aan de verdachte. Hiermee wordt de verdachte formeel bij de rechter voorgeleid.
De reclassering krijgt dan de taak om een RISC-rapportage op te stellen. Deze rapportage is een uitgebreid onderzoek naar de criminogene factoren van de verdachte, zoals psychologische, sociale en economische aspecten. Bovendien wordt in de rapportage ingegaan op de mate van beïnvloedbaarheid van de verdachte en op het risico op herhaling van het gedrag. De RISC-rapportage is van essentieel belang voor het bepalen of de verdachte zich in aanmerking stelt voor de ISD-maatregel.
Indien de reclassering niet in staat is om een RISC-rapportage op te stellen, wordt in plaats daarvan een gewoon reclasseringsrapport opgesteld. Dit rapport moet minstens ingaan op de genoemde punten. Het rapport dient als advies aan de rechter en moet binnen een jaar zijn opgesteld.
Tijd en duur van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel kan worden gelast voor een periode van maximaal twee jaar. Tijdens deze periode blijft de verdachte onder toezicht in de inrichting. De rechter kan echter rekening houden met eventuele tijd die de verdachte al eerder heeft doorgebracht in een inrichting, in verzekering of in een psychiatrisch ziekenhuis. Dit geldt bijvoorbeeld voor tijd die is doorgebracht in voorlopige hechtenis of in een inrichting voor klinische observatie. Dit wordt bepaald in artikel 38n van de Wetboek van Strafrecht.
Bij de ISD-maatregel kan niet sprake zijn van een cumulatie met een gevangenisstraf. Dit is niet vastgelegd in de wet, maar is wel jurisprudentieel uitgesloten. Dit betekent dat iemand die al in gevangenschap is, niet gelijktijdig kan worden onderworpen aan de ISD-maatregel. Dit verschilt van bijvoorbeeld een TBS-maatregel, waar wel sprake kan zijn van een cumulatie met een gevangenisstraf.
Mogelijkheden voor tussentijdse beëindiging
Tijdens de ISD-maatregel kan de verdachte een verzoek tot tussentijdse beëindiging indienen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de verdachte menen dat de maatregel niet langer nodig is, of als er veranderingen zijn in de omstandigheden die leiden tot een verlaagd risico op recidive. Een raadsman kan hierbij adviseren en procederen. De tussentijdse beëindiging wordt beoordeeld door de rechter, die opnieuw moet bepalen of de maatregel wenselijk of noodzakelijk is.
Rechtspraak en toekomstige ontwikkelingen
De toepassing van de ISD-maatregel is regelmatig voorwerp van rechtspraak. In de jurisprudentie is vastgesteld dat de maatregel zich richt op overlast veroorzaakt door herhaald kleiner criminaliteit, en niet op het voorspellen van een ernstig gevaar. Dit is een belangrijk onderscheid met andere maatregelen zoals TBS (Therapeutisch Begeleid Verpleeghuis) of voorlopige hechtenis. De ISD-maatregel is dus vooral gericht op het aanpakken van het gedrag van veelplegers die geen directe bedreiging vormen voor het publiek, maar die wel bijdragen aan een sfeer van onveiligheid en overlast.
De toekomstige ontwikkelingen van de ISD-maatregel zullen afhangen van de evaluatie van de huidige praktijk. In de wetgeving is benadrukt dat het om een ultimum remedium gaat, wat betekent dat het traject pas in beeld komt als eerdere interventies niet hebben gewerkt. De vraag is of de huidige toepassing van de maatregel effectief is in het verminderen van recidive en of de maatregel voldoet aan de eisen van de rechtsstaat. Onderzoek en praktijkgerichte evaluaties zullen hierover uitsluitsel moeten geven.
Conclusie
De ISD-maatregel is een strafrechtelijke maatregel die is bedoeld voor stelselmatige daders. Het doel van de maatregel is om de samenleving te beschermen tegen herhaald delinquent gedrag en tegelijkertijd de kans op gedragsverandering te vergroten. De maatregel is een laatste middel dat wordt ingezet als eerdere straffen of maatregelen niet hebben gewerkt. De toepassing van de maatregel is gebaseerd op een aantal juridische voorwaarden, en de besluitvorming wordt gedaan door de politierechter op vordering van de officier van justitie.
De ISD-maatregel is een complex proces dat betreft meerdere instanties, waaronder de politie, de reclassering, het Openbaar Ministerie en de rechter. De verdachte kan tijdens het traject een rol spelen in het voeren van haar eigen verdediging, en in sommige gevallen kan een verzoek tot tussentijdse beëindiging worden ingediend. De maatregel biedt mogelijkheden tot behandeling en gedragsverandering, maar haar toepassing is onderworpen aan strikte juridische criteria en evaluatie.