ISD-maatregel en reclassering: rol en toepassing in strafrechtelijke praktijk

In Nederland speelt de ISD-maatregel (Isolatie en Gedragsverandering) binnen het strafrecht een belangrijke rol bij de bestrijding van herhaaldelijke feitencommissies. Deze maatregel richt zich op de beveiliging van de maatschappij en de gedragsverandering van herhaalde daders. Een centrale rol in de toepassing van de ISD-maatregel spelen de reclasseringsinstanties, die adviezen formuleren en rapportages uitvoeren om te bepalen of deze maatregel aangewezen is. In dit artikel wordt ingegaan op de juridische basis, de werkwijze, de aanduiding van criteria en de rol van reclassering in het kader van ISD-maatregelen.

Wat is de ISD-maatregel?

De ISD-maatregel is een maatregel van gedragsbeïnvloeding die op lange termijn gericht is op het voorkomen van recidive bij herhaalde daders. Deze maatregel is bedoeld voor personen die veelvuldig strafbare feiten plegen, met name wanneer er sprake is van criminogene factoren die kunnen worden beïnvloed. De ISD-maatregel kan onvoorwaardelijk of voorwaardelijk worden opgelegd, afhankelijk van de juridische context en het advies van de reclassering.

Een onvoorwaardelijke ISD-maatregel betekent dat de maatregel direct na de uitspraak wordt uitgevoerd. Bij een voorwaardelijke ISD-maatregel wordt de maatregel slechts uitgevoerd als de verdachte bijvoorbeeld opnieuw een feit pleegt. Deze vorm wordt overwegend gezien als een ultieme poging om gedragsverandering te bewerkstelligen bij iemand die eerder niet heeft gereageerd op hulpverlening.

Juridische basis en toepassing

De juridische basis voor de ISD-maatregel ligt in artikel 38m van de Strafrechtelijke wetboek (Sr). Daarbij wordt ook rekening gehouden met artikel 38p voor de voorwaardelijke maatregel. De maatregel kan slechts worden opgelegd als:

  • De veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eist,
  • Het gaat om een veelpleger, en
  • Er sprake is van gedrag dat beïnvloed kan worden.

De ISD-maatregel mag maximaal twee jaar duren, en in beginsel vordert het Openbaar Ministerie (OM) deze maatregel voor de volledige duur. Een minimumduur van één jaar is nodig om de maatregel effectief te maken.

Rol van reclassering

De reclassering speelt een centrale rol in het kader van de ISD-maatregel. Voordat de maatregel kan worden opgelegd, moet er een reclasseringsadvies worden ingediend dat de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel beoordeelt. Dit advies moet met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend zijn. De reclassering moet onder meer het volgende bepalen:

  • Het recidiverisico van de verdachte,
  • De oorzaken van recidive (zoals verslavingsproblematiek, psychische stoornissen of beïnvloedbaarheid),
  • De ontvankelijkheid op interventies, met name in het verleden.

Daarnaast kan de reclassering worden opgedragen om een Risc-rapportage op te stellen. Deze rapportage helpt bij het in kaart brengen van de criminogene factoren en de mate waarin de verdachte beïnvloed kan worden. De Risc-rapportage is vooral bedoeld voor personen die zeer actief zijn als veelpleger.

Wanneer de reclassering geen Risc-rapportage kan opstellen, wordt een gewone reclasseringsrapportage gebruikt, waarin hetzelfde spectrum aan aspecten wordt belicht.

Werkwijze bij de ISD-maatregel

De werkwijze bij de ISD-maatregel is als volgt:

  1. Proces-verbaal veelpleger: De politie stelt een proces-verbaal op waarin duidelijk is dat sprake is van herhaalde feiten.
  2. Voorbereiding OM: Het OM beslist of het ISD-traject zal worden ingezet. Dit gebeurt op basis van de informatie van de politie en de rapportage van de reclassering.
  3. Beschikbaarheid ISD-plaatsen: Indien gekozen wordt voor het ISD-traject, wordt direct een dagvaarding uitgereikt.
  4. Risc-rapportage of reclasseringsrapportage: De reclassering maakt een rapportage om een beeld te geven van het recidiverisico en de mogelijkheid tot gedragsverandering.
  5. Advies OM: Op basis van deze rapportage beslist het OM of de ISD-maatregel zal worden gevorderd.

In de praktijk is het uitgangspunt dat voor ISD-plussers zonder meer een ISD-maatregel wordt gevorderd. Dit komt doordat de overlast die deze personen veroorzaken vaak groot is.

Voorwaardelijke ISD-maatregel

De voorwaardelijke ISD-maatregel is een speciale vorm die wordt ingezet in specifieke omstandigheden. Bijvoorbeeld wanneer een onvoorwaardelijke ISD-maatregel een reeds gestarte behandeling doorkruist. De reclassering adviseert een voorwaardelijke ISD-maatregel alleen als de noodzakelijke hulpverlening niet eerder is opgelegd via een bijzondere voorwaarde in een voorwaardelijk strafdeel.

Een voorwaardelijke ISD-maatregel is een ultieme poging om gedragsverandering te bewerkstelligen. Ze dient als stok achter de deur bij herhaalde feiten en is meestal bedoeld voor personen die in het verleden niet gevoelig zijn geweest voor hulpverlening.

Indien de verdachte in de toekomst opnieuw een feit pleegt en de algemene voorwaarde niet wordt nageleefd, kan de rechter een vordering tot tenuitvoerlegging aan de orde stellen. Echter, het is aan te raden om dan direct een onvoorwaardelijke ISD-maatregel te vorderen, mits aan de criteria voor deze maatregel is voldaan.

Speciale situaties en uitzonderingen

De ISD-maatregel kan ook worden opgelegd bij personen met een bijzondere zorgbehoefte, zoals bij verslavingsproblematiek, psychische stoornissen of verstandelijke handicaps. In dergelijke gevallen is het vaak noodzakelijk om een onafhankelijke indicatiestelling door een gedragsdeskundige te laten uitvoeren. Deze deskundige adviseert bijvoorbeeld over overplaatsing naar een bijzondere zorgvoorziening binnen het gevangeniswezen.

Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met de nazorg na beëindiging van de maatregel. De nazorg valt onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Dienst Justitiële Inrichtingen, de reclassering en de gemeente van terugkeer. Het is onwenselijk dat een eerder opgelegd reclasseringstoezicht na een onvoorwaardelijke ISD-maatregel weer wordt voortgezet, omdat dat leidt tot verantwoordelijkheidsproblemen.

Uitzetting van vreemdelingen

Bij vreemdelingen kan de ISD-maatregel ook worden opgelegd, maar extramurale tenuitvoerlegging is niet mogelijk. Dit komt omdat vreemdelingen geen gebruik kunnen maken van reguliere voorzieningen in de Nederlandse samenleving. Wanneer tijdens de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel uitzetting mogelijk wordt (bijvoorbeeld omdat de identiteit van de verdachte bekend wordt of het land van herkomst een laissez-passer geeft), kan de minister van Justitie en Veiligheid de maatregel ambtshalve beëindigen.

Conclusie

De ISD-maatregel is een krachtig hulpmiddel in de strafrechtspraktijk om recidive te voorkomen en maatschappelijke beveiliging te waarborgen bij herhaalde daders. Het is een maatregel van gedragsverandering die gericht is op personen die veelvuldig strafbare feiten plegen en waarbij er sprake is van beïnvloedbare criminogene factoren. De reclassering speelt een centrale rol in de toepassing van deze maatregel, door middel van adviezen en rapportages die de wenselijkheid en noodzakelijkheid van de maatregel bepalen.

De maatregel kan onvoorwaardelijk of voorwaardelijk worden opgelegd, afhankelijk van de juridische context en de geschiedenis van de verdachte. In de praktijk is het uitgangspunt dat voor ISD-plussers een ISD-maatregel wordt gevorderd, omdat de overlast die deze personen veroorzaken groot is.

De ISD-maatregel is een ultimum remedium, wat betekent dat het pas wordt ingezet als alle andere opties zijn uitgeput. De maatregel is bedoeld om gedragsverandering te bewerkstelligen en heeft als doel om de maatschappij te beveiligen tegen herhaalde feitencommissies.

Bronnen

  1. Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers 2024R002
  2. ISD-maatregel
  3. Hardleerse verslaafde terneuzenaar moet voor vierde keer verplicht behandeld worden

Gerelateerde berichten