Inleiding
De ISD-maatregel, afgekort van Individuele Structuurgestuurde Detoering, is een strafrechtelijke maatregel in Nederland die bedoeld is als een alternatief voor gevangenisstraffen. Ze wordt voornamelijk toegepast op stelselmatige daders die meerdere strafbare feiten hebben gepleegd. Het doel van de maatregel is tweeledig: enerzijds het terugdringen van criminaliteit door het opsluiten van veelplegers en anderzijds het verlagen van de kans op recidive. Aangezien de ISD-maatregel een ingrijpende maatregel is, is er een strikte regelgeving rondom haar oplegging, uitvoering en eventuele verlenging.
Deze maatregel is opgenomen in diverse wetten, waaronder de Wetboek van Strafrecht (Wsr), de Wetboek van Strafvordering (Sv) en de Penitentiaire Beginselenwet (Pbw). Het is een maatregel die uitsluitend door de meervoudige kamer kan worden opgelegd, op vordering van de officier van justitie. De ISD-maatregel is bedoeld als “ultimum remedium”, een laatste-mogelijkheid-voorziening, en richt zich op mensen die herhaaldelijk in de rechtsorde belanden.
In dit artikel wordt ingegaan op de juridische voorwaarden, de doelgroep, de uitvoering van de ISD-maatregel, de mogelijkheden voor verlenging en tussentijdse beëindiging, en de rol van de rechter bij de toetsing van het verdere verloop van de maatregel.
Wat is de ISD-maatregel?
De ISD-maatregel is een maatregel die bedoeld is om stelselmatige daders te bestraffen en tegelijkertijd hun gedragsproblemen aan te pakken. De maatregel is ontworpen als een alternatief voor gevangenisstraffen en richt zich op personen die meerdere keer strafbare feiten hebben gepleegd. Het is een maatregel die niet alleen gericht is op straf, maar ook op herstel en voorzichtige loskoppeling van criminele omgevingen.
De ISD-maatregel is opgenomen in de artikelen 38m tot en met 38p van de Wetboek van Strafrecht (Wsr) en in artikel 6:2:19 tot en met 6:2:21 en artikel 6:6:14 tot en met 6:6:18 van de Wetboek van Strafvordering (Sv). Daarnaast zijn er bepalingen over de ISD-maatregel in artikel 18c tot en met 18e van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) en artikel 44b tot en met 44q van de Penitentiaire Maatregel (Pm).
Doelgroep van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel kan opgelegd worden aan een breed spectrum van personen. Dit omvat zowel mannelijke als vrouwelijke gedetineerden, verslaafden, niet-verslaafden, personen met psychische problematiek, en sinds 1 juli 2009 ook vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben, mits deze niet uitzetbaar zijn of moeilijk uitzetbaar zijn.
Doel van de ISD-maatregel
Het doel van de ISD-maatregel is tweeledig:
- Het terugdringen van criminaliteit door het opsluiten van veelplegers en het vergroten van de maatschappelijke veiligheid.
- Het verlagen van de kans op recidive door het aanpakken van de oorzaken van herhaald crimineel gedrag.
Het is voldoende om één van deze doelen te willen bereiken om de ISD-maatregel op te leggen. De maatregel is bedoeld als een alternatief voor gevangenisstraffen, en tegelijkertijd als een manier om de “vicieuze cirkel” van vastzitten, vrijkomen en terugvallen te doorbreken.
Ultimum remedium
De ISD-maatregel is bedoeld als “ultimum remedium”, wat vertaald kan worden als “allerlaatste-kans-voorziening”. Dit betekent dat de maatregel alleen opgelegd wordt aan personen die zeer actieve veelplegers zijn, vooral van kleine criminaliteit. Het is een maatregel die zo ingrijpend is dat alleen de meervoudige kamer mag beslissen of ze opgelegd wordt. De meervoudige kamer bestaat uit vijf rechters en een procureur.
Voorwaarden voor de ISD-maatregel
De oplegging van de ISD-maatregel is alleen mogelijk als aan een aantal strikte voorwaarden is voldaan. Deze zijn geregeld in artikel 38m van de Wetboek van Strafrecht (Wsr).
1. Het feit moet ernstig zijn en voorlopige hechtenis toegelaten
De ISD-maatregel kan alleen opgelegd worden als het feit ernstig is en als voorlopige hechtenis toegelaten is. Dit betekent dat de feiten zwaar genoeg zijn om een persoon in voorlopige hechtenis te nemen.
2. De verdachte moet driemaal onherroepelijk veroordeeld zijn
De verdachte moet in de vijf jaar voorafgaand aan het gepleegde feit ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een straf zijn veroordeeld of een strafbeschikking is opgelegd. Dit is een essentieel criterium, aangezien de ISD-maatregel gericht is op stelselmatige daders.
3. Het feit moet na de uitvoering van eerdere straffen zijn gepleegd
Het feit moet na de tenuitvoerlegging van de eerdere straffen of maatregelen zijn gepleegd. Dit is belangrijk om te bepalen of het gedrag een patroon vormt.
4. Het gedrag moet uit een patroon van recidive stammen
Het strafbare gedrag moet voortkomen uit een patroon van recidive. Dit betekent dat er sprake is van een herhaalde criminaliteit en dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen.
5. De veiligheid van personen of goederen eist de maatregel
Er moet een duidelijke noodzaak zijn voor het opleggen van de maatregel, namelijk om de veiligheid van personen of goederen te waarborgen. Dit is een essentieel criterium voor de toepassing van de ISD-maatregel.
6. Advies is nodig van de inrichting
Een advies moet liggen over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel, en dit advies mag niet ouder zijn dan een jaar. Het advies wordt gegeven door de directeur van de inrichting waar de persoon is geplaatst.
7. De verdachte is niet ontoerekeningsvatbaar
De ISD-maatregel kan niet worden opgelegd aan een ontoerekeningsvatbaar persoon, zoals gedefinieerd in artikel 39 van de Wetboek van Strafrecht. Dit betekent dat de persoon moet kunnen begrijpen wat zijn of haar daden zijn en wat de gevolgen ervan zijn.
Uitvoering van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel wordt uitgevoerd in speciale inrichtingen die zijn ingericht voor persoonsgerichte behandeling en gedragsverandering. Deze inrichtingen zijn ontworpen om de verdachte op een veilige manier te begeleiden en te helpen bij het verbreken van de cyclus van recidive.
Tijdsduur van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel kan opgelegd worden voor een tijd van één of twee jaar. De duur wordt bepaald op basis van de ernst van de feiten en de mate van recidivestruc.
De minister van Justitie en Veiligheid kan de ISD-maatregel te allen tijde beëindigen, op voorwaarde dat de directeur van de inrichting eerst een advies heeft uitgebracht. Als de opgelegde duur is verstreken, eindigt de maatregel automatisch.
Verlenging van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel kan niet direct worden verlengd zoals bijvoorbeeld een gevangenisstraf. Echter, als een stelselmatige dader na de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel opnieuw een misdrijf pleegt, kan de maatregel opnieuw worden gevorderd en opgelegd. Dit betekent dat eerdere veroordelingen ook opnieuw in overweging kunnen worden genomen bij een nieuwe vordering.
Dit is belangrijk omdat het niet zo is dat eerdere veroordelingen slechts één keer kunnen meetellen bij de oplegging van de ISD-maatregel. De maatregel kan opnieuw worden aangewend als de verdachte opnieuw een misdrijf heeft gepleegd en aan de voorwaarden voldoet.
Tussentijdse toetsing
Een veroordeelde kan zes maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel een verzoek indienen bij de rechter om tussentijdse toetsing. Dit verzoek kan ingediend worden bij de rechtbank die in eerste aanleg bevoegd was, ook als de meervoudige kamer of het gerechtshof de maatregel heeft opgelegd.
De rechter toetst of de voortzetting van de ISD-maatregel nog steeds noodzakelijk is. De rechter kijkt naar het verloop van de behandeling, of de maatregel beantwoordt aan het oorspronkelijke doel, of de maatregel zorgvuldig wordt uitgevoerd, of het opheffen van de maatregel gevaar kan opleveren voor de maatschappij, en of er omstandigheden zijn die buiten de macht van de veroordeelde liggen en die het voortzetting van de maatregel onzinvol maken.
Aangezien alleen de beveiliging van de maatschappij al voldoende grondslag is om de maatregel op te leggen, is het niet snel mogelijk dat de maatregel tussentijdig wordt beëindigd.
Klachten en procedure
Voor klachten over het verloop, de inhoud, de doelmatigheid of de zorgvuldigheid van de behandeling bestaat een afzonderlijke procedure, geregeld in artikel 6:6:14 van de Wetboek van Strafvordering (Sv).
Een veroordeelde kan hier een klacht indienen en een verzoek doen tot tussentijdse beëindiging. Dit proces is belangrijk om te zorgen dat de maatregel effectief en rechtvaardig wordt uitgevoerd.
Mogelijkheden voor tussentijdse beëindiging
De ISD-maatregel kan op verschillende manieren tussentijdig worden beëindigd. De minister van Justitie en Veiligheid heeft het recht om de maatregel te allen tijde te beëindigen, mits het advies van de inrichting is ingewonnen. Dit is een belangrijk instrument om aan te passen aan veranderingen in de situatie van de verdachte.
Na afloop van de opgelegde duur van één of twee jaar eindigt de maatregel automatisch van rechtswege. Dit betekent dat er geen aparte procedure nodig is voor de beëindiging.
Een veroordeelde kan ook een verzoek tot tussentijdse beëindiging indienen, zoals beschreven in het vorige hoofdstuk. Dit verzoek moet worden ingediend bij de rechter die in eerste aanleg bevoegd was.
Nazorg
Na de ISD-maatregel is nazorg van groot belang, net zoals bij reguliere gedetineerden. De nazorg moet erop gericht zijn om de kans op recidive verder te beperken en om de verdachte effectief te begeleiden in de maatschappij.
Nazorg kan bestaan uit:
- Psychosociale ondersteuning
- Begeleiding in de gemeenschap
- Aanvullende behandelingen (zoals verslavingsbehandeling of behandeling van psychische problemen)
- Werk- en beroepsbegeleiding
De nadruk ligt op het verminderen van de risico’s en het versterken van de beschermende factoren die een recidive voorkomen.
Rol van advocaat en verdediging
Een advocaat speelt een belangrijke rol in het proces rondom de ISD-maatregel. De advocaat kan:
- Verdediging bieden tegen de maatregel
- Klachten indienen over het verloop van de maatregel
- Advies geven over het juridische kader
- Begeleiding bieden tijdens en na de ISD-periode
- Een verzoek tot tussentijdse beëindiging indienen
De advocaat kan ook procederen en raad geven bij verzoeken tot tussentijdse beëindiging. Dit is belangrijk omdat de verdachte juridisch ondersteuning nodig heeft om zich te verdedigen en om zijn rechten te behouden.
Conclusie
De ISD-maatregel is een ingrijpende maatregel die gericht is op stelselmatige daders en gericht is op zowel straf als herstel. De maatregel is bedoeld als een alternatief voor gevangenisstraffen en is uitsluitend toegestaan voor personen die aan strikte voorwaarden voldoen. De maatregel is een persoonsgerichte aanpak en richt zich op de kansen tot gedragsverandering en het verminderen van recidive.
Hoewel de ISD-maatregel niet direct verlengd kan worden, is het wel mogelijk om de maatregel opnieuw te vorderen als een verdachte opnieuw een misdrijf pleegt. Dit betekent dat eerdere veroordelingen opnieuw in overweging kunnen worden genomen bij een nieuwe vordering.
De maatregel kan tussentijdig worden beëindigd door de rechter of door de minister van Justitie, mits de voorwaarden zijn voldaan. Na afronding van de maatregel is nazorg van groot belang om te zorgen dat de verdachte effectief wordt begeleid in de maatschappij.
De ISD-maatregel is een belangrijk instrument in het strafrecht en dient als bescherming voor de maatschappij en als mogelijkheid tot herstel voor de verdachte.