Inleiding
De ISD-maatregel (Inrichting Stelselmatige Daders) is een dwangmaatregel bedoeld om herhaalde criminaliteit door stelselmatige daders te beperken. Deze maatregel is bedoeld voor personen die zich op een systeemmatige manier aan strafbare feiten schuldig maken en daardoor ernstige onveiligheid veroorzaken. De ISD-maatregel kan voorwaardelijk worden opgelegd, waarbij de verdachte of veroordeelde niet direct in een inrichting wordt opgenomen, maar moet voldoen aan bepaalde voorwaarden. In dit artikel wordt de juridische basis, de toepassing in de praktijk en de voorwaarden van de voorwaardelijke ISD-maatregel besproken, met betrekking tot de informatie die beschikbaar is in de voorgeschreven bronnen.
Wat is de ISD-maatregel?
De ISD-maatregel is een maatregel waarbij stelselmatige daders tijdelijk in een inrichting worden opgenomen, met het doel van gedragsverandering en recidivevermindering. De maatregel is bedoeld voor personen die binnen vijf jaar minstens drie keer onherroepelijk zijn veroordeeld voor een misdrijf, en die een nieuwe feit hebben gepleegd na hun vorige veroordelingen. De ISD-maatregel kan worden opgelegd als ultimum, als alle andere opties zijn uitgeput en er een duidelijke kans op recidive is.
De maatregel duurt maximaal twee jaar en is bedoeld om het patroon van vastzitten, vrijkomen en terugvallen te doorbreken. Het is geen strafmaatregel, maar een persoonsgerichte aanpak met het doel van preventie en gedragsverandering.
De voorwaardelijke ISD-maatregel
De voorwaardelijke ISD-maatregel is een variant van de reguliere ISD-maatregel, waarbij de verdachte of veroordeelde niet direct in een inrichting wordt opgenomen, maar moet voldoen aan bepaalde voorwaarden. Deze voorwaarden kunnen zijn:
- Het naleven van een intensief programma van gedragsverandering en begeleiding.
- Het ondergaan van ambulante of intramuraale behandeling.
- Het gedrag van de verdachte of veroordeelde moet worden beïnvloed om de veiligheid van personen en goederen te waarborgen.
De voorwaardelijke ISD-maatregel kan worden opgelegd indien de verdachte zich bereid verklaart om aan het programma mee te doen en de rechter zich daarvan heeft vergewist. De proeftijd van deze maatregel kan maximaal drie jaar bedragen.
Een belangrijk aspect is dat bij het niet-naleven van de voorwaarden, de maatregel alsnog ten uitvoer kan worden gelegd. Dit is vergelijkbaar met de regeling bij TBS (Therapeutisch Begeleid Samenleven) met voorwaarden. In dat geval kan het Openbaar Ministerie (OM) een vordering indienen en de rechter kan bepalen dat de maatregel wel degelijk wordt ten uitvoer gelegd.
Juridische basis
De juridische basis voor de ISD-maatregel ligt in het Strafwetboek, in het bijzonder in artikel 38m en 38n. Deze artikelen leggen de voorwaarden vast onder welke omstandigheden een ISD-maatregel kan worden opgelegd, inclusief de voorwaardelijke vorm. De rechter speelt een centrale rol in het besluitvormingsproces, waarbij rekening moet worden gehouden met eerder uitgebrachte adviezen en rapporten.
Het OM stelt een vordering in, waarbij het moet worden gecontroleerd of aan alle juridische voorwaarden is voldaan. Daarnaast moet er een advies liggen over de noodzakelijkheid of wenselijkheid van de maatregel, dat niet ouder mag zijn dan één jaar.
Voorwaarden voor de oplegging van een ISD-maatregel
Om de ISD-maatregel, inclusief de voorwaardelijke vorm, te kunnen toepassen, moeten een aantal voorwaarden zijn vervuld. Deze zijn:
- Het feit moet een misdrijf zijn waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.
- De verdachte moet in de vijf jaar voorafgaand aan het feit minstens drie keer onherroepelijk zijn veroordeeld voor een misdrijf.
- Het feit moet zijn gepleegd na tenuitvoerlegging van de vorige straffen of maatregelen.
- Er moet een ernstige rekening worden gehouden met het feit dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan.
- De veiligheid van personen of goederen moet het opleggen van de maatregel eisen.
- Er moet een advies zijn van een reclasseringsdeskundige dat niet ouder dan één jaar is.
- De verdachte mag niet ontoerekeningsvatbaar zijn.
Bijvoorbeeld, als een persoon binnen vijf jaar drie keer is veroordeeld voor ernstige strafbare feiten en deze daarna opnieuw een feit pleegt, kan de ISD-maatregel worden overwogen. De rechter bepaalt tenslotte of de maatregel wordt opgelegd, in welke vorm en voor welke duur.
Rol van het OM en de rechter
Het OM speelt een sleutelrol bij de toepassing van de ISD-maatregel. Het is de verantwoordelijke partij die de vordering indient bij de rechter. Het OM moet bewijzen dat aan alle voorwaarden is voldaan en dat de maatregel noodzakelijk is om de veiligheid van de maatschappij te waarborgen.
De rechter beoordeelt de zaak op basis van het advies van de reclassering, eventuele psychologische rapporten en het oordeel van het OM. De rechter bepaalt of de maatregel wordt opgelegd, in welke vorm (regulier of voorwaardelijk) en voor welke duur. De rechter heeft ook de bevoegdheid om het niet-naleven van voorwaarden aan te merken en de maatregel alsnog ten uitvoer te leggen.
De praktijk van de ISD-maatregel
In de praktijk blijkt dat de ISD-maatregel vooral wordt toegepast op zeer actieve veelplegers. Deze personen veroorzaken vaak aanzienlijke overlast en de maatregel wordt gezien als een ultimum om de herhaalde criminaliteit te beperken. De reclasseringsadviezen spelen een belangrijke rol in het besluitvormingsproces, omdat ze een beeld geven van de criminogene factoren en de mate van beïnvloedbaarheid van de verdachte.
Een belangrijk aspect van de ISD-maatregel is dat het geen strafmaatregel is, maar een dwangmaatregel met een preventief karakter. De maatregel is bedoeld om het gedrag van de verdachte te beïnvloeden en de kans op recidive te verminderen. Dit verschilt van gevangenisstraffen, waarbij het doel is om het gedrag te bestraffen en eventueel te corrigeren.
Nazorg en beëindiging van de maatregel
Nadat een ISD-maatregel is tenuitgevoerd, is er een aandachtspunt voor de nazorg. De nazorg is van groot belang, omdat de kans op recidive groot kan zijn als er geen continuïteit is in de begeleiding. De nazorg kan bijvoorbeeld bestaan uit begeleiding in de maatschappij, ambulante behandeling of werving van sociale contacten.
De ISD-maatregel kan worden beëindigd op verschillende manieren. Na het verloop van één of twee jaar eindigt de maatregel van rechtswege. Daarnaast kan de minister van Justitie en Veiligheid beslissen om de maatregel te beëindigen, mits het noodzakelijk is. De directeur van de inrichting waar de verdachte verblijft, geeft eerst een advies aan de minister.
Als een stelselmatige dader na de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel opnieuw een misdrijf pleegt, kan de maatregel opnieuw worden vorderd en opgelegd. De eerdere veroordelingen kunnen opnieuw worden meegenomen in het proces. Dit betekent dat de ISD-maatregel meerdere keren kan worden toegepast op dezelfde persoon, mits de juridische voorwaarden zijn vervuld.
Combinatie met andere maatregelen
De Hoge Raad heeft bepaald dat het opleggen van een vrijheidsstraf in combinatie met een ISD-maatregel niet mogelijk is. Dit betekent dat een voorwaardelijke ISD-maatregel niet gecombineerd kan worden met een gevangenisstraf voor hetzelfde feitencomplex. Het is ook niet mogelijk om een gevangenisstraf en een ISD-maatregel tegelijkertijd te opleggen. Dit is een belangrijk verschil met andere strafmaatregelen en benadrukt de unieke aard van de ISD-maatregel.
De rol van reclassering en adviezen
De reclassering speelt een centrale rol in het proces van de ISD-maatregel. Het OM vraagt de reclassering om een rapport op te stellen waarin de criminogene factoren, de beïnvloedbaarheid van de verdachte en de kans op recidive worden beoordeeld. Deze rapporten vormen de basis voor de beslissing van de rechter.
Het advies van de reclassering moet met redenen worden omkleed, gedagtekend en ondertekend. Het is geen strikte voorwaarde dat het advies door een gedragsdeskundige wordt opgesteld, maar in de praktijk gaat het vaak om een reclasseringsadvies. Als de verdachte aanleiding geeft, kan er ook een gedragsdeskundige rapportage worden ingevraagd.
De toekomst van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel is een relatief jonge maatregel in de Nederlandse strafrechtpraktijk. Het is bedoeld als een ultimum om herhaalde criminaliteit te beperken en de veiligheid van de maatschappij te waarborgen. De maatregel is echter ook kritisch bekeken, omdat het soms wordt toegepast voor relatief lichte misdrijven en omdat het niet altijd leidt tot gedragsverandering.
Toch blijft de ISD-maatregel een belangrijk instrument in de juridische toolkit, met name voor stelselmatige daders die zich op een systeemmatige manier aan strafbare feiten schuldig maken. De voorwaardelijke vorm biedt een alternatief voor de reguliere inrichtingsmaatregel en kan bijdragen aan een persoonlijke aanpak van de verdachte.
Conclusie
De ISD-maatregel is een dwangmaatregel bedoeld om herhaalde criminaliteit door stelselmatige daders te beperken. De maatregel kan in de vorm van een voorwaardelijke maatregel worden opgelegd, waarbij de verdachte of veroordeelde niet direct in een inrichting wordt opgenomen, maar moet voldoen aan bepaalde voorwaarden. De maatregel is bedoeld als ultimum, als alle andere opties zijn uitgeput en er een duidelijke kans op recidive is.
In de praktijk blijkt dat de ISD-maatregel vooral wordt toegepast op zeer actieve veelplegers. De reclassering en het OM spelen een sleutelrol in het proces, waarbij rekening moet worden gehouden met eerder uitgebrachte adviezen en rapporten. De maatregel is geen strafmaatregel, maar een dwangmaatregel met een preventief karakter. Het is bedoeld om het gedrag van de verdachte te beïnvloeden en de kans op recidive te verminderen.
De voorwaardelijke ISD-maatregel biedt een alternatief voor de reguliere inrichtingsmaatregel en kan bijdragen aan een persoonlijke aanpak van de verdachte. Het is een belangrijk instrument in de juridische toolkit, met name voor stelselmatige daders die zich op een systeemmatige manier aan strafbare feiten schuldig maken.