ISD-maatregel in het Wetboek van Strafrecht: Doel, Toepassing en Beleid

De ISD-maatregel is een vrijheidsbenemende maatregel die speciaal is ontworpen voor stelselmatige daders. Deze maatregel is opgenomen in het Wetboek van Strafrecht en wordt gebruikt om de samenleving te beschermen tegen herhaald crimineel gedrag, terwijl tegelijkertijd ruimte wordt gecreëerd voor resocialisatie. In dit artikel bespreken we de juridische basis, toepassing, doelgroepen, beleidsrichtlijnen en relevante rechtspraak rondom deze maatregel. Het artikel richt zich op het begrijpen van de ISD-maatregel en haar rol in het Nederlandse strafrechtssysteem.

Juridische basis van de ISD-maatregel

De ISD-maatregel is geregeld in meerdere artikelen van het Wetboek van Strafrecht (WvS) en het Wetboek van Strafvordering (WvSt). In het Wetboek van Strafrecht zijn de relevante bepalingen te vinden in artikelen 38m t/m 38p. Bovendien zijn in het Wetboek van Strafvordering artikelen 6:2:19 t/m 6:2:21 en 6:6:14 t/m 6:6:18 gericht op deze maatregel. Daarnaast zijn ook bepalingen in de Penitentiaire beginselenwet (artikelen 18c t/m 18e) en in de Penitentiaire Maatregel (artikelen 44b t/m 44q) van toepassing op de ISD-maatregel.

De ISD-maatregel is bedoeld voor personen die herhaaldelijk strafbare feiten plegen en hierdoor een ernstige overlast vormen voor de samenleving. Deze maatregel kan worden opgelegd door een rechter en heeft een maximaal tijdsbestek van twee jaar. Tijdens deze periode bevindt de verdachte zich in een inrichting waar intensieve begeleiding en behandeling worden verleend.

Oplegging van de ISD-maatregel

De maatregel kan worden opgelegd aan verdachten die herhaaldelijk strafbare feiten plegen, waarbij sprake is van een ernstig gevaar voor de openbare orde. De maatregel wordt slechts opgelegd indien de veiligheid van personen of goederen dit eist. De maatregel kan niet worden opgelegd aan personen die bij het plegen van het strafbare feit nog geen achttien jaar oud waren.

De oplegging van de ISD-maatregel is gebaseerd op een dubbel doel: enerzijds om de samenleving te beschermen tegen herhaald crimineel gedrag en anderzijds om de dader een kans te bieden op resocialisatie. Dit betekent dat de maatregel niet alleen gericht is op isolatie, maar ook op persoonlijke en gedragsverandering.

Doelgroep van de ISD-maatregel

De ISD-maatregel is bedoeld voor een breed spectrum aan personen. De maatregel kan worden opgelegd aan zowel mannelijke als vrouwelijke gedetineerden, verslaafden en niet-verslaafden, evenals personen met psychische problematiek. Sinds 1 juli 2009 is het ook mogelijk om de maatregel toe te passen op vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben, mits zij feitelijk niet of moeilijk uitzetbaar zijn.

De maatregel richt zich vooral op stelselmatige daders, d.w.z. personen die meerdere keren in het verleden zijn veroordeeld voor ernstige feiten. In de praktijk betekent dit dat de verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan het ten laste gelegde feit minstens driemaal voor een misdrijf is veroordeeld waarvoor een vrijheidsbenemende straf is opgelegd.

Een voorbeeld van zo’n geval is een verdachte die herhaaldelijk inbraakpleggingen heeft gepleegd. Bij het laatste feit is voorlopige hechtenis toegelaten, wat aantoont dat de verdachte een ernstige dreiging vormt voor de openbare orde. In dit soort gevallen kan een rechter besluiten om de ISD-maatregel op te leggen, zoals in de zaak met ECLI:NL:HR:2019:1234.

Beleid en richtlijnen voor de ISD-maatregel

Het beleid rond de ISD-maatregel is gericht op het verlagen van het risico op recidive bij stelselmatige daders. Dit gebeurt voornamelijk via langdurige vrijheidsbeneming (het zogenaamde insluitingseffect). Binnen de inrichting krijgen daders de kans op persoonlijke groei en gedragsverandering. De maatregel biedt dus niet alleen bescherming aan de samenleving, maar ook een kans op herintegraatie.

De Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers (2024R002) bevat een gedetailleerde uitleg van het beleid rond de ISD-maatregel. Deze richtlijn is in werking getreden op 1 mei 2024 en vervangt een eerdere richtlijn uit 2013. De richtlijn benadrukt dat de vordering van de ISD-maatregel voor stelselmatige daders een belangrijk instrument is om crimineel gedrag effectief te bestrijden.

De richtlijn stelt dat de vordering van de ISD-maatregel gericht is op het maken van crimineel gedrag feitelijk onmogelijk door middel van langdurige vrijheidsbeneming. Binnen de inrichting is er ruimte voor behandeling en begeleiding, wat helpt bij het beperken van recidive. De richtlijn benadrukt ook de rol van de procureur-generaal en het belang van een consistente toepassing van het beleid.

Toepassing in de praktijk

De ISD-maatregel is een vrijheidsbenemende maatregel die niet lichtvaardig opgelegd wordt. De rechter moet zorgvuldig afwegen of de maatregel aangewend kan worden. In de zaak met ECLI:NL:HR:2019:1234 is deze afweging door de rechter gedaan en is besloten dat de verdachte aan de voorwaarden voor de ISD-maatregel voldeed. De verdachte werd daardoor gedurende twee jaar in een inrichting geplaatst.

Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige juridische afweging. De rechter moet niet alleen kijken naar het aantal veroordeelde feiten, maar ook naar het gevaar dat de dader vormt voor de samenleving en de mogelijkheid van resocialisatie. De uitspraak toont aan dat de ISD-maatregel een krachtig instrument is in de rechtspraktijk, mits de voorwaarden strikt worden nageleefd.

Belang van de ISD-maatregel

De ISD-maatregel speelt een belangrijke rol in het Nederlandse strafrechtssysteem. De maatregel is gericht op het bestrijden van herhaald crimineel gedrag door middel van isolatie en behandeling. Het biedt een alternatief voor herhaalde veroordelingen en hechtenis, terwijl tegelijkertijd aandacht is voor persoonlijke verandering en herintegraatie.

Een van de voordelen van de ISD-maatregel is dat zij gericht is op de langdurige beperking van recidive. Dit is belangrijk voor de veiligheid van de samenleving en voor de daders zelf. De maatregel is ontworpen om niet alleen het gevaar van herhaald crimineel gedrag te beperken, maar ook om daders de kans te bieden op een leven zonder criminaliteit.

Daarnaast benadrukt de ISD-maatregel het belang van individuele begeleiding en behandeling. In de inrichting wordt intensieve begeleiding verleend, met aandacht voor de psychische, sociale en maatschappelijke aspecten van het gedrag van de dader. Deze aanpak helpt bij het creëren van stabiliteit en draagt bij aan het voorkomen van verdere criminaliteit.

Verwante maatregelen en historische context

Voor de invoering van de ISD-maatregel bestond de SOV-maatregel, wat staat voor Strafrechtelijke Opvang Verslaafden. Deze maatregel was gericht op verslaafde daders en werd gebruikt om hen in te rekenen voor behandeling in een inrichting. Met de invoering van de ISD-maatregel is de SOV-maatregel in een programma opgenomen, wat betekent dat beide groepen nu onder dezelfde regelgeving vallen.

De overgang van de SOV-maatregel naar de ISD-maatregel toont aan dat het Nederlandse strafrechtssysteem continu wordt aangepast aan nieuwe behoeften en inzichten. De ISD-maatregel is ontworpen om een bredere groep daders te kunnen helpen, waaronder niet alleen verslaafden, maar ook daders met psychische problematiek of gewone stelselmatige daders.

Toekomstige ontwikkelingen

De ISD-maatregel is een relatief nieuwe maatregel in het Nederlandse strafrecht. Het beleid rond deze maatregel is nog in ontwikkeling, en er wordt op zoek gegaan naar manieren om de effectiviteit te verbeteren. De richtlijn voor strafvordering uit 2024 benadrukt dat de focus ligt op het verlagen van recidive en het creëren van een veilige samenleving.

Toekomstige ontwikkelingen kunnen gericht zijn op het uitbreiden van de toepassing van de ISD-maatregel naar meer groepen of het verbeteren van de begeleiding in de inrichting. Daarnaast wordt er gekeken naar de effectiviteit van de maatregel in de praktijk en of het beleid nog aansluit bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen.

Conclusie

De ISD-maatregel is een belangrijke maatregel in het Nederlandse strafrechtssysteem. De maatregel is gericht op het bestrijden van herhaald crimineel gedrag door middel van isolatie en behandeling. Het biedt een alternatief voor herhaalde veroordelingen en hechtenis, terwijl tegelijkertijd aandacht is voor persoonlijke verandering en herintegraatie.

De maatregel is opgenomen in meerdere artikelen van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering. Het beleid rond de maatregel is gericht op het verlagen van recidive en het creëren van een veilige samenleving. In de praktijk is de ISD-maatregel succesvol toegepast in gevallen waarin sprake was van ernstige en herhaald crimineel gedrag.

De toekomst van de ISD-maatregel is nog in ontwikkeling, en er wordt op zoek gegaan naar manieren om de effectiviteit van de maatregel te verbeteren. De richtlijn voor strafvordering uit 2024 benadrukt het belang van een consistente toepassing van het beleid en een aandachtige afweging door de rechter. De ISD-maatregel blijft een krachtig instrument in het strafrechtssysteem en speelt een belangrijke rol in de bestrijding van herhaald crimineel gedrag.

Bronnen

  1. Artikel 38ij Wetboek van Strafrecht
  2. ISD-maatregel en SOV-maatregel
  3. Wetboek van Strafrecht, artikelen 38m t/m 38p
  4. Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers (2024R002)

Gerelateerde berichten