Richtlijn voor strafvordering bij ISD-maatregel: beleid en praktijk voor stelselmatige daders

De richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers, met een specifieke focus op de ISD-maatregel (Inrichting voor Stelselmatige Daders), is een onderdeel van het Nederlandse strafrechtelijke kader dat gericht is op het bestrijden van herhaald crimineel gedrag. Deze richtlijn is aangepast na de inwerkingtreding van de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Wet USB) en de wijzigingen in het Wetboek van Strafvordering (Sv). Het beleid is primair gericht op het maken van criminaal gedrag feitelijk onmogelijk door middel van langdurige vrijheidsbeneming, ook wel het insluitingseffect genoemd.

In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de inhoud van de richtlijn, de doelstellingen van de ISD-maatregel, de wijzigingen in het juridische kader en de toepassing in de praktijk. Het artikel richt zich op de feiten en juridische kaders zoals deze zijn vermeld in de beschikbare bronnen.

Achtergrond en doel van de ISD-maatregel

De ISD-maatregel is een specifieke strafrechtelijke maatregel die bedoeld is voor stelselmatige daders. Deze groep mensen wordt gedefinieerd als personen van 18 jaar of ouder die in hun gehele criminele verleden minstens tien keer zijn opgenomen in proces-verbaal, inclusief ten minste één incident binnen de afgelopen twaalf maanden. Deze daders worden ook wel 'veelplegers' genoemd. Een 'zeer actieve veelpleger' is iemand die binnen een vijfjarige periode minstens tien keer is opgenomen in proces-verbaal, waarbij minstens één incident binnen de laatste twaalf maanden plaatsvond.

De ISD-maatregel is opgenomen in het Wetboek van Strafrecht (artikel 38m t/m 38p). Deze maatregel is bedoeld om stelselmatige daders maximaal twee jaar in een gespecialiseerde inrichting te plaatsen. Het doel is om het risico op recidive te beperken door gedragsverandering te bevorderen. Tevens is het mogelijk om deze personen te verplaatsen naar de geestelijke gezondheidszorg of naar een bijzondere zorgvoorziening binnen het gevangeniswezen.

De richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers geeft richtlijnen voor de toepassing van deze maatregel. Het is een belangrijk onderdeel van het strafrechtelijk beleid en is bedoeld om het beleid van de ISD-maatregel effectiever te maken.

De ISD-maatregel als optimum remedium

Traditioneel is de ISD-maatregel gezien als een "ultimum remedium", oftewel een maatregel die slechts in uitzonderlijke gevallen wordt toegepast. Echter, recente onderzoeken en praktijkervaring geven aan dat het vroeg inzetten van deze maatregel een positief effect heeft op de recidivecijfers. Daarom wordt de ISD-maatregel nu meer gezien als een "optimum remedium", oftewel een maatregel die als keuze kan worden gemaakt in het kader van een preventief beleid.

Dit betekent dat het beleid gericht is op het inzetten van de ISD-maatregel vroeger dan vroeger, met het oog op het verminderen van herhaald crimineel gedrag. Dit houdt in dat de maatregel niet langer alleen wordt ingezet bij de zwaarste gevallen, maar ook bij gevallen waarin het potentieel is om gedragsverandering te bewerkstelligen.

Juridische kaders en wijzigingen

De richtlijn voor strafvordering bij ISD-maatregel is aangepast na de inwerkingtreding van de Wet USB en de wijzigingen in het Wetboek van Strafvordering. Deze wetten zijn bedoeld om de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen te moderniseren en te verbeteren. De wijzigingen hebben voornamelijk betrekking op het forum waarin vorderingen tot tenuitvoerlegging van een ISD-maatregel worden gedaan, en op de rol van de Minister voor Rechtsbescherming in deze procedure.

De richtlijn bevat ook verduidelijkingen over de mogelijkheid tot hoger beroep bij vorderingen tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke ISD-maatregel. In de praktijk betekent dit dat de toepassing van deze maatregel nu iets transparanter is en dat het proces van tenuitvoerlegging beter is gereguleerd.

Definities en criteria

Om in aanmerking te komen voor een ISD-maatregel, moet een persoon aan bepaalde criteria voldoen. De richtlijn voor strafvordering bevat duidelijke definities van de begrippen "veelpleger", "zeer actieve veelpleger" en "stelselmatige dader". Deze definities zijn belangrijk om te begrijpen wat voor soort personen in aanmerking komen voor de ISD-maatregel.

Een stelselmatige dader is een persoon die niet alleen een zeer actieve veelpleger is, maar ook aan de voorwaarden van artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht voldoet. Dit betekent dat het gedrag van deze persoon systematisch en herhaald is en dat er een hoge kans is op recidive.

Praktijktoepassing en resultaten

In de praktijk is de ISD-maatregel vooral gericht op het voorkomen van herhaald crimineel gedrag. Er is onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de ISD-maatregel, en het resultaat daarvan is dat het vroeg inzetten van de maatregel een positief effect heeft op de recidivecijfers. Dit is een belangrijke reden waarom de richtlijn voor strafvordering is aangepast en waarom de ISD-maatregel nu meer gezien wordt als een optimum remedium dan als een ultimum remedium.

In de praktijk is het ook belangrijk om rekening te houden met eventuele specifieke omstandigheden van de betreffende persoon. Bijvoorbeeld bij vreemdelingen is de ISD-maatregel niet gericht op re-integratie in de Nederlandse samenleving, maar op voorbereiding voor de terugkeer naar het land van herkomst en het leren van vaardigheden die van nut kunnen zijn daar.

Overgangsrechten en toepassing

De richtlijn voor strafvordering bij ISD-maatregel heeft betrekking op misdrijven die gepleegd zijn door meerderjarige stelselmatige daders en overige veelplegers op of na de datum van inwerkingtreding van de richtlijn. Dit betekent dat de richtlijn niet van toepassing is op misdrijven die zijn gepleegd vóór de inwerkingtreding van de richtlijn.

Daarnaast is er een ondergrens voor de toepassing van de ISD-maatregel. Deze ondergrens is één maand gevangenisstraf. Dit betekent dat de ISD-maatregel alleen kan worden aangewend in gevallen waarin de veroordeelde persoon ten minste één maand in de gevangenis had moeten zitten.

Wijzigingen in de richtlijn

De richtlijn is aangepast na de inwerkingtreding van de Wet USB en de wijzigingen in het Wetboek van Strafvordering. Deze wijzigingen hebben voornamelijk betrekking op het forum waarin vorderingen tot tenuitvoerlegging van een ISD-maatregel worden gedaan. Er zijn ook verduidelijkingen toegevoegd over de samenloop met eerder opgelegde straffen en maatregelen, omdat de Minister voor Rechtsbescherming nu verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen.

In de richtlijn is ook verduidelijkt in welke gevallen een hoger beroep mogelijk is bij een vordering tot gehele of gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke ISD-maatregel. Deze verduidelijkingen zijn belangrijk om ervoor te zorgen dat het proces van tenuitvoerlegging duidelijk en begrijpelijk is.

Juridische bronnen en wetgeving

De richtlijn voor strafvordering bij ISD-maatregel is verankerd in verschillende juridische bronnen. De belangrijkste wetten en regelgeving die van toepassing zijn zijn:

  • Wetboek van Strafrecht (Sr): Artikelen 38m t/m 38p.
  • Wetboek van Strafvordering (Sv): Artikelen 6:2:19 t/m 6:2:21 en 6:6:14 t/m 6:6:18.
  • Penitentiaire beginselenwet (Pbw): Artikelen 18c, 18d, 18e.
  • Penitentiaire maatregel (PM): Artikelen 44b t/m 44q.
  • Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting (RTVI): Hoofdstuk 3a.
  • Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers: In het bijzonder de vordering van de ISD-maatregel bij stelselmatige daders.

Deze wetten en regelgeving vormen samen het juridische kader voor de toepassing van de ISD-maatregel. Het is belangrijk dat deze wetten en regelgeving goed begrepen worden om ervoor te zorgen dat de richtlijn voor strafvordering correct wordt toegepast.

Toekomstperspectieven

De richtlijn voor strafvordering bij ISD-maatregel is een belangrijk onderdeel van het Nederlandse strafrechtelijke kader. Het beleid is gericht op het beperken van herhaald crimineel gedrag en het verhogen van de effectiviteit van de ISD-maatregel. De aangepaste richtlijn maakt het mogelijk om deze maatregel vroeger in te zetten en heeft geleid tot een meer positieve beoordeling van de effectiviteit van de ISD-maatregel.

In de toekomst is het belangrijk om verder te kijken naar de effectiviteit van deze maatregel en eventuele aanpassingen te overwegen. Het is ook belangrijk om rekening te houden met de specifieke omstandigheden van de betreffende persoon en eventuele culturele of maatschappelijke aspecten.

Conclusie

De richtlijn voor strafvordering bij ISD-maatregel is een essentieel onderdeel van het Nederlandse strafrechtelijke kader. Het beleid is primair gericht op het beperken van herhaald crimineel gedrag en het verhogen van de effectiviteit van de ISD-maatregel. De aangepaste richtlijn maakt het mogelijk om deze maatregel vroeger in te zetten en heeft geleid tot een meer positieve beoordeling van de effectiviteit van de ISD-maatregel.

De richtlijn bevat duidelijke definities van de begrippen "veelpleger", "zeer actieve veelpleger" en "stelselmatige dader". De richtlijn is aangepast na de inwerkingtreding van de Wet USB en de wijzigingen in het Wetboek van Strafvordering. Deze wijzigingen hebben voornamelijk betrekking op het forum waarin vorderingen tot tenuitvoerlegging van een ISD-maatregel worden gedaan, en op de rol van de Minister voor Rechtsbescherming in deze procedure.

In de praktijk is het belangrijk om rekening te houden met eventuele specifieke omstandigheden van de betreffende persoon. Bijvoorbeeld bij vreemdelingen is de ISD-maatregel niet gericht op re-integratie in de Nederlandse samenleving, maar op voorbereiding voor de terugkeer naar het land van herkomst en het leren van vaardigheden die van nut kunnen zijn daar.

De richtlijn voor strafvordering bij ISD-maatregel is verankerd in verschillende juridische bronnen. De belangrijkste wetten en regelgeving die van toepassing zijn zijn de Wetboek van Strafrecht, de Wetboek van Strafvordering, de Penitentiaire beginselenwet, de Penitentiaire maatregel, de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting en de richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers.

In de toekomst is het belangrijk om verder te kijken naar de effectiviteit van deze maatregel en eventuele aanpassingen te overwegen. Het is ook belangrijk om rekening te houden met de specifieke omstandigheden van de betreffende persoon en eventuele culturele of maatschappelijke aspecten.

Bronnen

  1. Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers
  2. Circulaire.divisie4
  3. Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers (2024r002)
  4. Wet- en regelgeving ISD

Gerelateerde berichten