Buitenlanders die in Nederland verblijven zonder rechtmatige status vormen een specifieke groep binnen het kader van de ISD-maatregel. Sinds 1 juli 2009 kan de maatregel ook op deze groep worden toegepast, mits zij feitelijk niet uitzetbaar of moeilijk uitzetbaar zijn. Deze maatregel is bedoeld voor zeer actieve veelplegers van kleinere delicten, waarbij het doel is om te breken uit de vicieuze cirkel van opsluiting, vrijlating en herhaling van criminaliteit. In dit artikel bespreken we de toepassing van de ISD-maatregel op buitenlanders, de regelgeving die eromheen staat, en de praktische en juridische aspecten die van belang zijn bij de uitvoering van deze maatregel.
Inleiding: ISD-maatregel en het strafrechtelijke kader
De ISD-maatregel (Integratie- en Strafrechtelijke Dossiers) is opgenomen in de Wetboek van Strafrecht en de Wetboek van Strafvordering. Ze vervangt gedeeltelijk de eerder geldende SOV-maatregel (Strafrechtelijke Opvang Verslaafden) en richt zich op individuen die herhaaldelijk betrokken zijn bij kleine criminaliteit. De maatregel is bedoeld als alternatief voor gevangenisstraf en richt zich op re-integratie, verslavingsbehandeling en het verminderen van recidive.
De maatregel is ontworpen als een tweeledig instrument: enerzijds om de maatschappelijke veiligheid te versterken door het terugdringen van criminaliteit door veelplegers, anderzijds om de kans op recidive te verminderen door middel van gerichte hulp en begeleiding. Deze tweeledigheid maakt de ISD-maatregel tot een ingrijpende maatregel die slechts in uitzonderlijke gevallen en met een duidelijke rechtsgrondslag wordt toegepast.
Buitenlanders en de ISD-maatregel: toepassing en voorwaarden
Sinds 2009 kan de ISD-maatregel ook op buitenlanders worden toegepast, mits zij niet rechtmatig verblijven in Nederland en feitelijk niet of moeilijk uitzetbaar zijn. Dit betekent dat zij niet kunnen worden uitgezet vanwege juridische obstakels, bijvoorbeeld omdat er geen land is dat hen wil opnemen of omdat er administratieve problemen zijn met hun uitzettingsprocedure. In dergelijke gevallen kan de ISD-maatregel worden overwogen als alternatief.
De toepassing van de ISD-maatregel op deze groep is beperkt. Het is slechts mogelijk als de meervoudige kamer van de rechtbank besluit dat deze maatregel is aangewezen. De meervoudige kamer is de enige rechterlijke instantie die de ISD-maatregel kan opleggen, en dit gebeurt op vordering van de Officier van Justitie. Dit maakt duidelijk dat het een uitzonderlijke maatregel is, die slechts in beperkte omstandigheden wordt ingezet.
Juridische basis en toepassing
De ISD-maatregel is vastgelegd in artikel 38m tot en met 38p van de Wetboek van Strafrecht (WvS) en in artikel 6:2:19 tot en met 6:2:21 en artikel 6:6:14 tot en met 6:6:18 van de Wetboek van Strafvordering (Sv). Daarnaast zijn bepalingen opgenomen in artikel 18c tot en met 18e van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) en artikel 44b tot en met 44q van de Penitentiaire maatregelenwet (Pm). Deze wetsteksten vormen het juridische kader waarbinnen de maatregel wordt toegepast.
Het doel van de maatregel is tweeledig, zoals aangegeven in de bronnen. Enerzijds wil men de criminaliteit door veelplegers verminderen, anderzijds wil men de kans op herhaling van criminaliteit terugdringen. Deze doelen kunnen los van elkaar worden bereikt, en het volgen van één doel is voldoende om de ISD-maatregel op te leggen.
Doelgroep en toegang tot de ISD-maatregel
De doelgroep van de ISD-maatregel is breed. Zowel mannen als vrouwen kunnen in aanmerking komen, evenals verslaafden en personen met psychische problematiek. Daarnaast zijn ook personen zonder verslavingsproblemen of psychische stoornissen toegankelijk voor de maatregel. Dit maakt duidelijk dat de ISD-maatregel niet uitsluitend gericht is op verslavingsbehandeling, maar ook op het algemene probleem van herhaalde criminaliteit.
Vanaf 1 juli 2009 is de groep van buitenlanders uitgebreid, waardoor ook deze individuen in aanmerking kunnen komen voor de maatregel, mits zij niet uitzetbaar zijn. Dit betekent dat de ISD-maatregel niet alleen gericht is op burgers van de Nederlandse staat, maar ook op individuen zonder Nederlandse nationaliteit, mits ze aan de gestelde voorwaarden voldoen.
Intramurale en extramurale fase
De ISD-maatregel kent twee fasen: de intramurale en de extramurale fase. Tijdens de intramurale fase verblijft de ISD-er in een speciale afdeling van de penitentiaire inrichting. Deze fase kan in het basisregime of het trajectregime plaatsvinden, afhankelijk van de motivatie en bereidheid van de betrokkene om mee te werken aan re-integratieactiviteiten.
In het basisregime wordt een activiteitenprogramma van minimaal 43 uur aangeboden, zonder avondprogramma en zonder mogelijkheid tot het opbouwen van vrijheden buiten de inrichting. Dit regime is bedoeld voor personen die niet gemotiveerd zijn om aan re-integratieactiviteiten mee te doen. In het trajectregime, daarentegen, is er meer ruimte voor activiteiten en is het mogelijk om vrijheden buiten de inrichting op te bouwen. Dit regime is bedoeld voor personen die gemotiveerd zijn tot gedragsverandering.
De extramurale fase vindt plaats buiten de inrichting en kan variëren van zes maanden tot anderhalf jaar. Tijdens deze fase wordt de ISD-er geplaatst in een externe zorginstelling, een begeleide woonvoorziening of in zelfstandig wonen met dagbesteding en ambulante zorg. De doelstelling van deze fase is om de betrokkene te leren omgaan met stoornissen, verslavingen of andere problemen, en om te re-integreren in de maatschappij.
De extramurale fase is voorwaardelijk. De ISD-er moet zich houden aan aanwijzingen van de trajectbegeleider, geen strafbare feiten plegen en zich onthouden van het gebruik van harddrugs. Deze voorwaarden zijn verankerd in de Penitentiaire maatregelenwet. Indien deze voorwaarden niet worden nageleefd, kan de ISD-er tijdelijk of permanent worden teruggestuurd naar de inrichting.
Plaatsing in het trajectregime
De overgang naar het trajectregime is slechts mogelijk indien er op basis van de beschikbare informatie verwacht kan worden dat een re-integratietraject kan worden gestart. De meeste ISD-ers worden in eerste instantie in het basisregime geplaatst. Wanneer er voldoende aanleiding is, wordt de ISD-er overgeplaatst naar het trajectregime.
Bij aanvang van de ISD-maatregel wordt zowel een D&R plan (Dag- en Regelplan) als een verblijfsplan opgesteld. Het verblijfsplan bevat een diagnose van de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de ISD-er, evenals een individueel begeleidingsplan. Het plan wordt opgesteld binnen een maand en betreft de wijze van tenuitvoerlegging van de maatregel. Het verblijfsplan is een essentieel onderdeel van de maatregel, omdat het de begeleiding en zorg voor de ISD-er vastlegt.
Rol van de trajectcoördinator
De trajectcoördinator speelt een centrale rol bij de uitvoering van de ISD-maatregel. Zodra een veroordeelde wordt aangesteld, wordt een trajectcoördinator toegewezen. Deze persoon begeleidt de ISD-er gedurende het hele verblijf en houdt toezicht op de naleving van de afspraken. De trajectcoördinator is verantwoordelijk voor het opstellen van het verblijfsplan en het D&R plan, en zorgt ervoor dat alle betrokken instanties goed met elkaar worden verbonden.
De trajectcoördinator heeft ook de taak om te zorgen dat de ISD-er zich aan de voorwaarden houdt, en in geval van overtredingen, dit aan de reclassering te rapporteren. De reclassering houdt maandelijks toezicht op de voortgang en rapporteert eventuele problemen aan de betrokken instanties. Indien de voorwaarden niet worden nageleefd of de ISD-er zich onttrekt aan begeleiding, kan tijdelijke of permanente terugplaatsing in de inrichting volgen.
Toezicht en evaluatie
De voortgang van de ISD-maatregel wordt geregeld geëvalueerd. Tijdens de extramurale fase wordt maandelijks gerapporteerd over de voortgang. De reclassering houdt toezicht op de naleving van de voorwaarden en rapporteert eventuele overtredingen aan de selectiefunctionaris. Deze functionaris beslist over eventuele tijdelijke of permanente terugplaatsing in de inrichting op basis van advies van de directeur van de inrichting.
De evaluatie is essentieel om ervoor te zorgen dat de maatregel effectief wordt uitgevoerd en dat de ISD-er zich aan de gestelde voorwaarden houdt. Het is ook belangrijk om ervoor te zorgen dat de maatregel gericht blijft op re-integratie en het verminderen van recidive. De toezichtsfunctie is een belangrijk onderdeel van de ISD-maatregel, omdat het ervoor zorgt dat de maatregel niet misbruikt wordt en dat de doelen van de maatregel worden behaald.
Gevolgen van overtredingen
Indien een ISD-er zich niet aan de gestelde voorwaarden houdt, kan dit gevolgen hebben. Bij kleine overtredingen kan er gesproken worden over een tijdelijke terugplaatsing in de inrichting, waarbij de ISD-er opnieuw een dagprogramma volgt. Bij ernstige overtredingen, zoals het plegen van een strafbaar feit of het gebruik van harddrugs, kan permanente terugplaatsing volgen. Dit betekent dat de ISD-er gedetineerd wordt in de inrichting en eventueel zijn vrijheid verliest.
De gevolgen van overtredingen zijn afhankelijk van de ernst van de overtreding en de voorgeschiedenis van de ISD-er. De selectiefunctionaris beslist over de aard van de maatregel, op basis van advies van de directeur van de inrichting. Deze evaluatie is essentieel om ervoor te zorgen dat de maatregel effectief blijft en dat de ISD-er zich aan de gestelde voorwaarden houdt.
Samenwerking tussen instanties
De uitvoering van de ISD-maatregel vereist samenwerking tussen meerdere instanties. Tijdens het opstellen van het verblijfsplan en het D&R plan zijn verschillende partijen betrokken, zoals de trajectbegeleider, het psycho-medisch overleg in de penitentiaire inrichting en de gemeente. Deze samenwerking is essentieel om ervoor te zorgen dat de ISD-er goed wordt begeleid en dat de maatregel effectief kan worden uitgevoerd.
De trajectbegeleider speelt een centrale rol in deze samenwerking. Hij of zij is verantwoordelijk voor de dagelijkse begeleiding van de ISD-er en voor de communicatie met de betrokken instanties. De trajectbegeleider is ook verantwoordelijk voor de evaluatie van de voortgang en het rapporteren van eventuele problemen. Deze samenwerking zorgt ervoor dat de maatregel goed gecoördineerd wordt en dat de ISD-er voldoende steun krijgt.
Conclusie
De ISD-maatregel is een ingrijpende maatregel die is bedoeld voor zeer actieve veelplegers van kleinere criminaliteit. De maatregel richt zich op re-integratie, verslavingsbehandeling en het verminderen van recidive. Sinds 2009 kan de maatregel ook op buitenlanders worden toegepast, mits zij feitelijk niet of moeilijk uitzetbaar zijn. De toepassing van de maatregel op deze groep is beperkt en slechts mogelijk indien de meervoudige kamer van de rechtbank besluit dat de maatregel is aangewezen.
De uitvoering van de ISD-maatregel is geregeld en verankerd in juridische wetsteksten. De maatregel kent twee fasen: de intramurale en de extramurale fase. Tijdens de intramurale fase kan de ISD-er in het basisregime of het trajectregime verblijven, afhankelijk van de motivatie en bereidheid om mee te werken aan re-integratieactiviteiten. Tijdens de extramurale fase wordt de ISD-er geplaatst in een externe zorginstelling of in zelfstandig wonen met dagbesteding en ambulante zorg.
De trajectcoördinator speelt een centrale rol bij de uitvoering van de maatregel. Hij of zij begeleidt de ISD-er gedurende het hele verblijf en houdt toezicht op de naleving van de afspraken. De samenwerking tussen meerdere instanties is essentieel om ervoor te zorgen dat de maatregel effectief wordt uitgevoerd en dat de ISD-er voldoende steun krijgt.
De ISD-maatregel is ontworpen als een tweeledig instrument: enerzijds om de maatschappelijke veiligheid te versterken door het terugdringen van criminaliteit, anderzijds om de kans op recidive te verminderen. De maatregel is bedoeld als alternatief voor gevangenisstraf en richt zich op het breken van de vicieuze cirkel van vastzitten, vrijkomen en terugvallen in criminaliteit.