Kritisch Overzicht van de ISD-maatregel: Doel, Uitvoering en Effecten

Inleiding

De Maatregel Inrichting Stelselmatige Daders (ISD) is sinds 2004 in Nederland van kracht en richt zich op personen die zich stelselmatig schuldig maken aan het plegen van strafbare feiten. Deze maatregel beoogt om het patroon van recidive bij zogeheten “draaideurcriminelen” te doorbreken via een combinatie van detentie en behandeling in een gespecialiseerde inrichting. De ISD is echter ook onderhevig aan kritiek, met name qua uitvoering en effectiviteit. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de ISD-maatregel, inclusief haar juridische basis, doelen, voorwaarden, kritieken en onderzoeken die zijn uitgevoerd.

Wat is de ISD-maatregel?

De ISD-maatregel is een wettelijke maatregel waarbij een verdachte of veroordeelde die zich stelselmatig schuldig maakt aan het plegen van strafbare feiten, voor maximaal twee jaar in een inrichting kan worden geplaatst. Het gaat hierbij om personen die vaak betrokken zijn bij kleinere criminaliteiten en vaak problemen hebben met verslaving of psychische stoornissen. Deze personen worden gezien als draaideurcriminelen, omdat ze vaak in een cyclisch patroon vallen van arrestatie, veroordeling, vrijlating en opnieuw delinquent gedrag.

De ISD-maatregel is geen straf, maar een maatregel met als doel het verlagen van recidive. Dit houdt in dat er geen sprake is van straf-evenredigheid, maar dat de maatregel juist wordt afgewogen aan de hand van de individuele omstandigheden van de verdachte. De maatregel kan enkel worden opgelegd op vordering van het Openbaar Ministerie (OM) en dient te worden onderbouwd met een advies over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel, welk advies niet ouder mag zijn dan één jaar.

Juridische basis en voorwaarden

De ISD-maatregel is verankerd in het Strafwetboek (artikel 38m en 38n). De maatregel kan enkel worden opgelegd indien aan een aantal voorwaarden is voldaan. Deze zijn:

  • Het nieuwe feit moet zijn begaan na de tenuitvoerlegging van eerdere straffen.
  • De verdachte moet in de vijf jaar vóór het feit ten minste drie keer wegens een misdrijf onherroepelijk zijn veroordeeld of een strafbeschikking hebben ontvangen.
  • Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal plegen.
  • Het moet gaan om een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.
  • De verdachte mag niet ontoerekeningsvatbaar zijn.
  • Er moet een eis van het OM zijn voor de ISD-maatregel.
  • Er moet een advies liggen van een deskundige over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel, dat niet ouder is dan één jaar.

De rechter heeft echter geen verplichting om de ISD-maatregel op te leggen, ook al zijn alle voorwaarden voldaan. De rechter kan bepalen dat de maatregel niet zinvol is in een bepaald geval.

Doelstellingen van de ISD-maatregel

De doelstellingen van de ISD-maatregel zijn tweeledig:

  1. Het terugdringen van ernstige criminaliteit en onveiligheid als gevolg van het gedrag van stelselmatige daders.
  2. Het bieden van een intensief programma aan de dader bij aanknopingspunten voor gedragsverandering en recidivevermindering.

De ISD-maatregel is dus bedoeld om zowel de maatschappij te beschermen (door het verminderen van criminaliteit) als om de individuele dader te ondersteunen bij het doorbreken van zijn of haar criminele gedragspatronen. Hierbij speelt het combinatieve karakter van detentie en behandeling een centrale rol. De maatregel is bedoeld om de cyclische terugvallen in delinquent gedrag te doorbreken.

Kritiek op de ISD-maatregel

De ISD-maatregel heeft in haar tienjarige bestaan zowel positieve als negatieve kritiek gekregen. Een van de belangrijkste kritieken is gericht op de uitvoeringspraktijk. Hoewel rechters zelf geen bedenkingen hebben met het instrument, is er volgens verschillende onderzoeken sprake van onvoldoende uitvoering van de maatregel. Uit onderzoek door de Inspectie van het ministerie van Veiligheid en Justitie blijkt dat de behandeling van de veroordeelden vaak niet goed genoeg is om te werken aan gedragsverandering. Dit betekent dat de ISD-maatregel in de praktijk niet altijd leidt tot de gewenste effecten.

Een ander punt van kritiek is gericht op de juridische basis. Aangezien de ISD-maatregel geen straf is, maar een maatregel, is er geen sprake van straf-evenredigheid. Dit kan leiden tot de vraag of de maatregel proportioneel is in bepaalde gevallen. De maatregel is bedoeld voor personen die zich stelselmatig schuldig maken aan kleinere delicten en niet voor zware misdrijven, waarbij voorlopige hechtenis al mogelijk is. De ISD-maatregel is dus bedoeld om te vullen in de leemte tussen een straf en een zware voorwaardelijke gevangenisstraf.

Effecten en onderzoek

Het effect van de ISD-maatregel is onderzocht door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Uit een reeks effectonderzoeken is gebleken dat de ISD-maatregel tot een geringe afname van recidive kan leiden. Zo toonde een onderzoek uit 2012 aan dat de maatregel bijna 10% minder recidive leidt in vergelijking met andere maatregelen. Echter, ook hier blijkt dat de effectiviteit sterk afhangt van de kwaliteit van de uitvoering. Wanneer de maatregel wordt uitgevoerd met een intensief behandingsprogramma, zijn de resultaten beter dan wanneer dit niet het geval is.

In 2019 is een vervolgonderzoek gepubliceerd, waarin ook een kosten-batenanalyse is meegewogen. De conclusie is dat de maatregel in het algemeen rendabel is, maar dat het potentieel nog verder kan worden benut als het beleid en de uitvoering uniformer worden.

Uitdagingen in de praktijk

Een van de belangrijkste uitdagingen bij de ISD-maatregel is de coördinatie tussen verschillende partijen. De maatregel vereist samenwerking tussen justitie, de inrichting zelf, behandelaars en eventueel ook sociale diensten. In de praktijk blijkt dat deze samenwerking niet altijd vlekkeloos verloopt, waardoor de effectiviteit van de maatregel kan worden aangetast.

Daarnaast is er ook kritiek op het feit dat de maatregel vaak wordt toegepast op personen met psychische problemen of verslavingsproblemen, terwijl er niet altijd voldoende voorzien is in adequate behandeling. Omdat de maatregel voor maximaal twee jaar geldt, is het ook belangrijk dat de inrichting tijdens die periode een intensief en gericht programma kan bieden. Als dit niet het geval is, kan de maatregel weinig werken aan gedragsverandering.

Kritiek vanuit rechtspraak

Ondanks dat de rechtspraak zelf geen bedenkingen heeft met het instrument, zijn er wel vragen over de uitvoering. Uit een onderzoek van de Inspectie van het ministerie van Veiligheid en Justitie is gebleken dat rechters vaak niet kunnen vertrouwen op de daadwerkelijke uitvoering van de ISD-maatregel. Dit betekent dat de rechter bij het opleggen van de maatregel niet altijd weet of de maatregel daadwerkelijk zal leiden tot het gewenste effect. De rechter hoopt dan op een combinatie van detentie en behandeling, maar als die behandeling niet goed wordt uitgevoerd, kan de maatregel weinig werken.

Aanbevelingen en verbeteringen

In 2022 is er een onderzoek gedaan naar werkzame factoren in de opzet en uitvoering van de ISD-maatregel, wat heeft geleid tot het rapport “Onbenut potentieel”. In dit rapport wordt voorgesteld om een landelijke uniformering van het beleid rond de ISD-maatregel in te voeren. Dit omvat zowel het beleid als de uitvoering, met de bedoeling om de effectiviteit van de maatregel te verhogen.

De Minister heeft deze aanbeveling overgenomen en in 2023 is een traject gestart om tot een landelijke uniformering van het beleid te komen. Hierbij wordt gekeken naar hoe de maatregel consistenter kan worden toegepast en hoe de samenwerking tussen verschillende partijen kan worden verbeterd.

Conclusie

De ISD-maatregel is een wettelijk instrument dat gericht is op het doorbreken van het gedragspatroon van stelselmatige daders. Het is bedoeld als een combinatie van detentie en behandeling, waarbij het doel is om recidive te verlagen en de maatschappij te beschermen. In theorie is de maatregel gericht op individueel gerichte preventie en gedragsverandering.

In de praktijk is er echter kritiek op de uitvoering van de maatregel. Hoewel rechters zelf geen bedenkingen hebben tegen het instrument, is er volgens onderzoek sprake van onvoldoende uitvoering. Dit betekent dat de maatregel in de praktijk niet altijd leidt tot de gewenste effecten. De kwaliteit van de behandeling in de inrichting speelt een grote rol in de effectiviteit van de maatregel.

Ondanks de kritieken is er ook sprake van positieve resultaten. Uit onderzoek is gebleken dat de ISD-maatregel in bepaalde gevallen tot een geringe afname van recidive kan leiden. Deze effecten zijn echter afhankelijk van de kwaliteit van de uitvoering.

Tegenwoordig is er een traject in gang gezet om tot een landelijke uniformering van het beleid rond de ISD te komen. Hierbij wordt gekeken naar hoe de maatregel consistenter en effectiever kan worden uitgevoerd. Dit is een belangrijke stap om het potentieel van de ISD-maatregel volledig te benutten.

Bronnen

  1. ISD-maatregel
  2. Maatregel Inrichting Stelselmatige Daders (ISD)
  3. Vijf vragen en antwoorden over opleggen van ISD-maatregel
  4. ISD-maatregel – Commissie van Toezicht
  5. Inrichting voor Stelselmatige Daders – Dudink Advocatuur

Gerelateerde berichten